Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BM2457

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
08/4051
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Valutaverlies terzake van omzetting van lening in euro's in USD dollar (en omgekeerd) is aftrekbaar van de winst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2010/1440 met annotatie van Kok
FutD 2010-1135

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/4051

Uitspraakdatum: 12 oktober 2009

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

A, gevestigd te Z, eiseres,

en

de ontvanger te P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Aan eiseres is voor het boekjaar 2003/2004 een definitieve aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, berekend naar een belastbaar bedrag van nihil. Tegelijkertijd met deze aanslag heeft verweerder een beschikking vaststelling verlies afgegeven als bedoeld in artikel 20b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (hierna: Wet Vpb), waarbij het verlies voor 2003/2004 is vastgesteld op € 367.235.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 3 april 2008 de aanslag en de verliesvaststellingsbeschikking gehandhaafd.

1.3. Eiseres heeft daartegen bij brief van 14 mei 2008, ontvangen bij de rechtbank op 15 mei 2008, beroep ingesteld.

1.4. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.5. Eiseres heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd, waarna verweerder schriftelijk heeft gedupliceerd.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 januari 2009. Namens eiseres is verschenen B, bijgestaan door C. Namens verweerder is verschenen D. Partijen hebben ter zitting een pleitnota voorgedragen en een afschrift hiervan aan elkaar en aan de rechtbank overgelegd.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiseres is op 25 juni 1998 opgericht en is statutair gevestigd te Q. Eiseres heette voorheen E B.V. (hierna ook: eiseres). Het boekjaar van eiseres loopt van 1 november 2003 tot en met 31 oktober 2004. Eiseres houdt 100% van de aandelen in de in Nederland gevestigde F B.V. (waartoe een vaste inrichting in België behoort). Eiseres vormt een fiscale eenheid met F B.V.

2.2. G Inc. is statutair en volledig/zelfstandig bevoegd bestuurder alsmede enig aandeelhouder van eiseres. G Inc. is opgericht naar het recht van de Verenigde Staten en is gevestigd te Chicago in de Verenigde Staten. G Inc. houdt eveneens alle aandelen in H Sarl en I Ltd. De vennootschappen tezamen worden hierna aangeduid als het concern. Tot de activiteiten van G Inc. behoort onder meer het treasury management van het concern.

2.3. Op 21 maart 2001 is het concern een groepskredietfaciliteit aangegaan bij de banken A-bank en B-bank in de Verenigde Staten. Volgens de overeenkomst waren hierbij partij G Inc., H Sarl, I Ltd. en eiseres. Daarbij is overeengekomen dat het krediet voor het concern in totaal $ 45.000.000 bedroeg. Eiseres kan hiervan maximaal $ 10.000.000 opnemen. Ditzelfde maximum gold voor H Sarl. Daarnaast kon het concern een tijdelijk krediet van minimaal $ 500.000 opvragen.

2.4. Op 30 april 2004 hebben genoemde vennootschappen een nieuwe financieringsovereenkomst gesloten met C-bank en D-bank in de Verenigde Staten. Hierbij heeft C-bank de leningen overgenomen van A-bank en is het maximale krediet voor het concern verhoogd tot $ 55.000.000. Voor eiseres bleef het maximale op te nemen bedrag $ 10.000.000. Op 30 juli 2004 is in een aanvullende overeenkomst het maximum voor het concern verhoogd tot $ 60.000.000.

2.5. Volgens de financieringsovereenkomst (section 1.2) hebben partijen de mogelijkheid de lening op te nemen in andere valuta dan in Amerikaanse dollars (hierna: USD of $). Ter bepaling van de omvang van de schuld en berekening van de maximale limiet dient omrekening plaats te vinden naar USD. Eiseres en H Sarl hebben het krediet in euro’s opgenomen.

2.6. Het verloop van de schuld van eiseres is als volgt.

2.6.1. Eiseres is op 21 maart 2001 een financiering aangegaan met de A-bank van

€ 6.855.473 (omgerekend naar de wisselkoers op dat moment is dat $ 7.460.811). Per begin van het boekjaar 2003/2004 (1 november 2003) bedroeg de lening eveneens € 6.855.473 (omgerekend naar de koers op dat moment is dat $ 7.975.190).

2.6.2. Een bankafschrift van A-bank met dagtekening 24 februari 2004 vermeldt een schuld van eiseres per 27 februari 2004 van € 6.855.473.

2.6.3. Een overzicht van A-bank met dagtekening 25 februari 2004, gericht aan eiseres, vermeldt:

“Description: Libor Option Borrowing

Effective: 27-Feb-2004 E B.V. has elected to borrow under the Libor Option a Total of USD 8.776.376,72.”

en

“We will remit your funds on the effective date.”

2.6.4. In een zogenoemde “Foreign Exchange Confirmation” van 27 februari 2004 gericht aan G Inc. bevestigt B-bank als agent voor A-bank aankoop van $ 15.885.034 en verkoop van € 12.408.244. Dit is gebeurd tegen een wisselkoersverhouding van 1.2802. In deze bevestiging staat onder meer het volgende:

“We purchase from you USD 15,885,034.14 at rate 1.2802. We will sell to you EUR 12.408.244,13.”

2.6.5. In een “Foreign Exchange Confirmation” die 13 mei 2004 is verstuurd per fax bevestigt E-BANK C-bank dat op 12 mei 2004 aan eiseres $ 8.776.376 is verkocht voor € 7.381.309. De valutadatum is 13 mei 2004. De wisselkoersverhouding bedraagt 1.189.

Het faxbericht vermeldt:

‘We confirm our Sale to You

Value: 05/13/2004

USD 8,776,376.72 at 1.189 for EUR 7,381,309.27’

2.6.6. Blijkens een “Fax Transmission” van C-bank N.A. aan G Inc. betreffende “E B.V. Libor Rate Set and Interest and Principal Bill” luidde de schuld van eiseres op 30 juli 2004 in euro’s en bedroeg deze € 7.381.309 (inclusief interest € 7.406.363,46).

2.6.7. Vervolgens is afgelost een bedrag van € 1.500.000. Op 31 augustus 2004 bedroeg de schuld volgens bankafschrift € 5.881.309.

2.6.8. Vervolgens is afgelost een bedrag van € 750.000, zodat op 30 september 2004 de schuld bedroeg € 5.131.309. Per einde van het onderhavige boekjaar op 31 oktober 2004 bedroeg de schuld eveneens € 5.131.309.

2.7. Volgens een bankafschrift bedroeg de schuld van H Sarl op 27 februari 2004 € 5.552.770.

Een overzicht van A-bank met dagtekening 25 februari 2004, gericht aan H Sarl, vermeldt:

“Description: Libor Option Borrowing

Effective: 27-Feb-2004 H Sarl has elected to borrow under the Libor Option a Total of USD 7.108.657,42.”

en

“We will remit your funds on the effective date.”

2.8. Vanaf begin 2002 neemt de waarde van de euro ten opzichte van de USD geleidelijk toe. In de maanden maart, april en mei 2004 is de waarde van de euro licht gedaald en daarna is de waarde van de euro ten opzichte van de USD weer gestegen.

2.9. De rentebetalingen op de lening bij A-bank worden telkens na het einde van de kalendermaand binnen een termijn van een maand betaald.

2.10. Tot de gedingstukken behoren rekeningafschriften op naam van F B.V. waaruit blijkt dat rentebetalingen aan A-bank in april en mei 2004 zijn gedaan, luidend in USD.

2.11. Volgens de door eiseres overgelegde daily cash report-overzichten bedroegen de totale schulden van het concern:

op 27 februari 2004: $ 48.624.005

op 31 maart 2004: $ 44.772.892

op 30 april 2004: $ 46.623.498

2.12. In haar aangifte vennootschapsbelasting 2003/2004 heeft eiseres een valutaverlies in aanmerking genomen van € 525.836 (€ 6.855.473 minus € 7.381.309). Dit verlies heeft verweerder niet geaccepteerd.

3. Geschil

3.1. In geschil is of de lening van eiseres op 27 februari 2004 en 13 mei 2004 is omgezet in een andere valuta waardoor per saldo een valutaverlies is geleden. Voorts is in geschil of dit verlies ten laste van de belastbare winst van eiseres kan worden gebracht.

3.2. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vaststelling van het verlies op een bedrag van € 893.071.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Vooropgesteld moet worden dat eiseres met betrekking tot haar financiering aanvankelijk ervoor heeft gekozen haar lening in euro’s op te nemen en niet in USD. Haar bedrijfsvoering en de financiële verantwoording in Nederland vinden volledig plaats in euro’s. Door in euro’s te lenen loopt eiseres geen risico van winst en verlies uit valutakoerswijzigingen.

4.2. Het betoog van verweerder dat de in euro’s opgenomen lening niet is omgezet in USD volgt de rechtbank niet. Uit de in 2.6 vermelde documenten maakt de rechtbank op dat het aanvankelijk in euro’s opgenomen bedrag van de lening van eiseres op 27 februari 2004 is omgezet in een lening in USD tegen - naar niet in geschil is - de op dat moment geldende wisselkoers. Daartoe heeft op 27 februari 2004 een valutatransactie plaatsgevonden waarbij een bedrag van € 12.408.244 is gekocht van de bank tegen betaling van een bedrag aan dollars van $ 15.885.034. Deze transactie heeft - naar evenmin in geschil is - plaatsgevonden tegen de op dat moment geldende wisselkoers. Het bedrag aan gekochte euro’s van

€ 12.408.244 is de optelsom van de in het kader van de financieringsovereenkomst opgenomen bedragen van eiseres en H Sarl als vermeld in 2.6 en 2.7 (€ 6.855.473 +

€ 5.552.770). De aldus verkregen euro’s zijn - zoals eiseres naar voren heeft gebracht - tot een bedrag van € 6.855.473 aangewend om de openstaande schuld van eiseres af te lossen zodat eiseres op basis van dezelfde leningovereenkomst het equivalent daarvan in USD heeft kunnen opnemen. Blijkens het overzicht van A-bank van 25 februari 2004 is aldus door eiseres per 27 februari 2004 een bedrag in USD van $ 8.776.367 opgenomen.

4.3. Zoals eiseres ter zitting heeft uiteengezet maakt de aankoop van valuta - en de daarop volgende aflossing met de gekochte valuta - onderdeel uit van de wijze waarop de bank de omzetting heeft afgehandeld. Het andersluidende betoog van verweerder faalt. Volgens de interne werkwijze van de bank was het, zoals eiseres heeft betoogd, niet mogelijk om alleen het valutateken van het opgenomen bedrag van de lening te veranderen om de beoogde omzetting te effectueren. De rechtbank leidt uit het betoog van eiseres af dat ook de aflossing van het opgenomen leningbedrag een papieren transactie betreft en onderdeel uitmaakt van de omzetting in andere valuta. De stelling van verweerder dat de in dit verband overgelegde documenten interne stukken betreffen, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel en passen binnen de door eiseres gegeven uitleg van de wijze waarop de omzetting heeft plaatsgevonden.

4.4. Eiseres heeft voorts bankafschriften verstrekt ten name van de met eiseres gevoegde vennootschap F B.V. Zoals uit deze afrekeningen volgt, zijn in april en mei 2004 bedragen betaald in USD aan de bank. Daarvoor en daarna zijn bedragen in euro’s voldaan. De rechtbank acht aannemelijk dat dit rentebetalingen betreft op de onderhavige lening. Deze rente is iedere maand achteraf voldaan, zodat ervan uit kan worden gegaan dat de rentebetalingen in USD zien op de maanden maart en april 2004, zijnde de maanden waarin de onderhavige lening in USD luidde. De rechtbank ziet in deze bankafschriften een bevestiging dat in de tussenliggende periode sprake is geweest van een lening in USD.

4.5. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat de lening in mei 2004 weer is omgezet in euro’s. Blijkens de genoemde Foreign Exchange Confirmation van 13 mei 2004 is een bedrag aan USD van de bank gekocht ten bedrage van $ 8.776.376 tegen betaling van een bedrag van € 7.381.309, kennelijk met het doel de lening weer op te nemen in euro’s na aflossing van het equivalent in USD. De in 2.6 genoemde Fax Transmission van 28 juni 2004 bevestigt dat de lening van eiseres weer in euro’s is opgenomen, zijnde een bedrag van

€ 7.381.309.

4.6. Dat de omzettingen en het daarmee geleden verlies - anders dan de aflossingen op de lening - niet zijn opgenomen in de overgelegde grootboekrekeningen van eiseres betreffende de rekening courant en de lening bij de betreffende banken, brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel. De lening is op de eindbalans van eiseres opgenomen voor een bedrag van

€ 5.131.309, namelijk het bedrag van de lening na bovenvermelde omzettingen en aflossing daarop (€ 7.381.309 minus € 2.250.000). Hieruit kan worden opgemaakt dat eiseres in haar boekhouding rekening heeft gehouden met de omzettingen. Dat dit niet in de overgelegde grootboekrekeningen tot uitdrukking is gekomen, acht de rechtbank onvoldoende om te oordelen dat genoemde omzettingen niet hebben plaatsgevonden.

4.7. Dat bij de omzettingen onderhandelingen met de banken zouden hebben plaatsgevonden en dat daarvan, naast de financieringsovereenkomst, nadere documentatie zou moeten zijn, acht de rechtbank niet aannemelijk nu de financieringsovereenkomst erin voorziet dat de lening in andere valuta wordt opgenomen en de omzettingen van de schuld tegen de actuele wisselkoersen hebben plaatsgevonden. De rechtbank vermag niet in te zien dat in deze omstandigheden nadere documentatie - zoals correspondentie met de bank of nadere overeenkomsten - met betrekking tot de omzettingen aanwezig zou moeten zijn. Anders dan verweerder meent, kan niet worden gezegd dat de leningovereenkomst met eiseres in het kader van de beschreven omzettingen is beëindigd en dat een nieuwe leningovereenkomst is aangegaan.

4.8. Verweerder stelt voorts dat maandafschriften met daarop het saldo van de opgenomen lening in USD ontbreken uit de periode dat de lening in USD zou hebben geluid, namelijk de periode van 1 maart 2004 tot 1 juni 2004, zodat gerede twijfel bestaat over het antwoord op de vraag of omzetting heeft plaatsgevonden. Eiseres heeft wel afschriften overgelegd van 27 februari 2004, 30 juli 2004, 31 augustus 2004 en 30 september 2004 en die luiden in euro’s. Ter zitting heeft eiseres naar voren gebracht dat tussenliggende afschriften niet zijn verstrekt door de banken en dat alleen afschriften plegen te worden verstrekt als mutaties op de rekening hebben plaatsgevonden. De rechtbank acht deze verklaring van eiseres voor het ontbreken van tussenliggende afschriften aannemelijk nu blijkens de stukken van het geding in de tussenliggende periode geen mutaties op de lening hebben plaatsgevonden.

4.9. Verweerder betwist voorts dat - als ervan moet worden uitgegaan dat voornoemde omzettingen hebben plaatsgevonden - het met de omzettingen gemoeide - negatieve -valutaresultaat aan eiseres toegerekend kan worden. Daartoe betoogt hij dat de met de omzetting gemoeide handelingen door G Inc. en niet namens of ten behoeve van eiseres zijn verricht.

4.10. Voor zover in het kader van de omzettingen handelingen zijn verricht door G Inc. en de in 2.6 genoemde documenten zijn gericht aan (medewerkers van) G Inc. in de Verenigde Staten, acht de rechtbank aannemelijk dat G Inc. hierbij namens eiseres heeft gehandeld. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat G Inc. als statutair bestuurder bevoegd is om namens eiseres te handelen en tevens dat G Inc. daarbij volledig en zelfstandig bevoegd is. Tot de gedingstukken behoort een volmacht waarbij de bestuurder van G Inc. is gemachtigd om collectieve financieringsovereenkomsten mede namens eiseres aan te gaan, maar ook om eiseres zelfstandig te kunnen vertegenwoordigen in alle aangelegenheden die betrekking hebben op de financieringsovereenkomst. Voorts is een aantal van de in 2.6 vermelde documenten gericht aan eiseres zelf. Dat hierbij ook medewerkers van G Inc. zijn genoemd brengt de rechtbank niet tot een ander oordeel, te meer daar G Inc. treasury werkzaamheden voor het concern verrichtte en bevoegd was daarbij namens de concernvennootschappen te handelen.

4.11. Voor zover verweerder in dit verband betoogt dat de genoemde omzettingen niet in het belang van eiseres hebben plaatsgevonden, oordeelt de rechtbank als volgt. Vooropgesteld dient te worden dat eiseres is genoemd als partij in de financieringsovereenkomst en dat eiseres - binnen de bepalingen van de overeenkomst - aanvankelijk ervoor heeft gekozen om de lening niet in dollars op te nemen, maar in euro’s. Volgens de overeenkomst kan de lening in andere valuta worden opgenomen en worden in andere valuta opgenomen bedragen voor de toetsing aan deze kredietlimiet omgerekend in USD tegen de bestaande wisselkoersverhoudingen. De rechtbank acht - gelet op de omvang van de opgenomen bedragen en de koersontwikkeling van de dollar ten opzichte van de euro tot 27 februari 2004 - aannemelijk dat eiseres de lening heeft omgezet om te voorkomen dat de kredietlimiet van haarzelf, alsmede die van het concern, (verder) zou worden overschreden. De rechtbank acht niet aannemelijk dat hierbij onzakelijk is gehandeld of dat eiseres hierbij kosten voor haar rekening heeft genomen die bij een van de andere concernvennootschappen thuishoren.

4.12. Op 27 februari 2004 had het concern een schuld ten bedrage van in totaal $ 48.624.005, terwijl de kredietlimiet van het concern op dat moment $ 45.000.000 bedroeg. Dat eiseres met de onderhavige omzettingen mede heeft beoogd te voorkomen dat de limiet van het concern verder zou worden overschreden acht de rechtbank geen reden om het hiermee gemoeide koersverlies niet (volledig) aan haar toe te rekenen. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de zakelijkheid van de centrale financiering middels de financieringsovereenkomst niet ter discussie wordt gesteld door verweerder. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat deze wijze van financiering in het belang is van ieder van de vennootschappen van het concern afzonderlijk omdat een afzonderlijke financiering onder minder gunstige voorwaarden zou hebben kunnen plaatsvinden dan op grond van deze collectieve financieringsovereenkomst. Niet kan worden gezegd dat de poging van eiseres om een bijdrage te leveren in het terugbrengen van de overschrijding van de kredietlimiet disproportioneel is in verhouding tot haar aandeel in de opgenomen lening van het concern. Het aandeel van eiseres in de overschrijding van deze limiet vindt bovendien zijn oorzaak in de zakelijk te achten keuze van eiseres om de lening in euro’s op te nemen. De keuze van eiseres om vervolgens de lening om te zetten, is naar het oordeel van de rechtbank ook zakelijk te noemen. Dat eiseres hierbij ervoor heeft gekozen de lening om te zetten in andere valuta en niet de lening (gedeeltelijk) af te lossen, kan niet tot een ander oordeel leiden nu eiseres hiervoor in redelijkheid heeft kunnen kiezen, ook als zou worden aangenomen dat eiseres over voldoende liquide middelen beschikte om op de lening af te lossen. Aflossing van het opgenomen bedrag van de lening was voor eiseres - naar zij stelt - geen optie omdat de beschikbare liquide middelen nodig waren voor haar bedrijfsvoering. Het is niet aan de belastingrechter verder te treden in de beoordeling van dergelijke ondernemerskeuzes.

4.13. De omstandigheid dat eiseres binnen haar eigen kredietlimiet is gebleven, dat de limiet van het concern ten tijde van de omzettingen reeds zonder gevolgen was overschreden en dat eiseres slechts debiteurenrisico loopt over het door haar opgenomen deel van de lening, acht de rechtbank gelet op het bovenstaande onvoldoende om te oordelen dat onzakelijk is gehandeld en het valutaverlies niet aan eiseres kan worden toegerekend. Dat in een later stadium - op 30 april en 30 juni 2004 - de kredietlimiet voor het concern is verruimd brengt de rechtbank evenmin tot een ander oordeel. Niet aannemelijk is geworden dat op het moment van de omzetting daarover al werd onderhandeld of dat was te voorzien dat dit zou gebeuren.

4.14. Achteraf bezien heeft de omzetting van de schuld op 27 februari 2004 plaatsgevonden op een moment waarop de koers van de dollar ten opzichte van de euro op een voorlopig dieptepunt stond. Korte tijd na de omzetting begon de koersverhouding zich namelijk andersom te ontwikkelen en steeg de koers van de dollar ten opzichte van de euro. Om die reden is kennelijk besloten de schuld weer op te nemen in euro’s. Kort daarna is de koers van de USD ten opzichte van de euro evenwel weer gaan dalen, zodat achteraf bezien de omzettingen op ongelukkige tijdstippen hebben plaatsgevonden. Een ongelukkige ondernemersbeslissing brengt nog niet een onzakelijke uitgave met zich en leidt evenmin tot het oordeel dat het niet aan eiseres kan worden toegerekend. Deze keuze leidt - hoe ongelukkig de keuze van de ondernemer achteraf bezien ook is geweest - tot een fiscaal in aanmerking te nemen zakelijk verlies.

4.15. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 805 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van repliek en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1). Voor vergoeding voor de kosten van bezwaar is geen plaats, omdat niet is gebleken dat eiseres hierom heeft verzocht in de bezwaarfase. De rechtbank ziet, anders dan eiseres heeft verzocht, evenmin grond voor vergoeding van de (door haar gestelde) volledige proceskosten.

6. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- stelt het verlies vast op een bedrag € 893.071;

- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 805, en wijst de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) aan dit bedrag aan eiseres te voldoen;

- gelast dat de Staat der Nederlanden (Ministerie van Financiën) het door eiseres betaalde griffierecht van € 288 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 12 oktober 2009 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.A. Fase, voorzitter, mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis en mr. J.H. Hoekstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. B.A. Blijswijk, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 – bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 – het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.