Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BM1595

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
19-04-2009
Datum publicatie
28-04-2010
Zaaknummer
AWB 08/6649
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHAMS:2012:BW4430, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Koper landbouwgrond rekent een deel van het perceel tot zijn privévermogen en bouwt hierop een woning. De waardevermeerdering van de grond die ontstaat door de start van de bouw van de woning kan niet nagevorderd worden als winst uit onderneming. Deze enkele waardestijging van de grond houdt geen belastbaar feit in.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2010-1123
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/6649

Uitspraakdatum: 19 april 2010

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, wonende te Z, eiser,

gemachtigde: mr. A.

en

de inspecteur van de Belastingdienst/P, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2003 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 279.541.

1.2. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 22 september 2008 de navorderingsaanslag gehandhaafd.

1.3. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Eiser heeft een nader stuk ingediend.

1.4. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 februari 2010. Eiser is daar verschenen middels zijn gemachtigde, bijgestaan door B. Namens verweerder is verschenen C.

Beide partijen hebben een pleitnota voorgedragen en exemplaren daarvan overgelegd aan de rechtbank en aan de wederpartij.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Eiser exploiteert in de vorm van een eenmanszaak een landbouwbedrijf in de zin van artikel 3.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het boekjaar van deze onderneming loopt van 1 mei tot en met 30 april. Hiernaast is eiser directeur-enig aandeelhouder van de fiscale eenheid D.

2.2. Eiser heeft op 18 april 2000 een perceel cultuurgrond (hierna: het perceel) gekocht, kadastraal bekend gemeente Z, sectie [..] nummer [ ], groot 10.61.00 ha. De levering van dit perceel vond plaats op 1 mei 2000. De koopsom voor dit perceel bedroeg ƒ 901.850 (€ 409.242). Volgens de leveringsakte gaat eiser de grond gebruiken als cultuurgrond met de daaraan toegekende referentiehoeveelheid suiker.

2.3. Eiser heeft op 2 mei 2000 het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Z verzocht om een wijziging van het bestemmingsplan. Eiser had het voornemen om op het perceel een nieuw akkerbouw- / tuinbouwbedrijf te vestigen met een bedrijfswoning. De gemeente heeft in overeenstemming hiermee het bestemmingsplan gewijzigd en deze wijziging is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van E op 5 november 2001.

2.4. Eiser heeft op 9 juli 2001 een aanvraag ingediend voor een vergunning voor de bouw van een woning met bedrijfsruimte. Hierop heeft de gemeente op 19 maart 2002 een vergunning verleend voor de bouw van een bedrijfswoning met bedrijfsruimte. De bouw van de woning en de bedrijfsopstallen is begonnen in het onderhavige boekjaar 2002/2003.

2.5. Bij de aangifte IB/PVV 2001 is het accountantsverslag betreffende het boekjaar 2000/2001 gevoegd. In dit verslag wordt een perceel grond, groot 8.61.00 ha geactiveerd voor ƒ 732.060 (€ 332.194). Ook worden de hierbij behorende aankoopkosten geactiveerd. De bij de jaarstukken opgenomen privé-balans per 30 april 2001 vermeldt “overig niet-agrarisch onroerend goed” met een waarde van ƒ 180.248 (€ 81.793). Dit bedrag is verder niet gespecificeerd.

2.6. Een taxateur heeft namens verweerder de waarde in het economisch verkeer, rekening houdend met een mogelijke verkoop aan een niet-agrariër, van twee hectare grond gelegen aan de a-straat 1 te Z, welke grond in gebruik is als ondergrond, erf, tuin en weide ten behoeve van een in 2002/2003 gebouwd woonhuis met schuur, per 1 september 2002 getaxeerd op € 330.000.

2.7. Vanaf 3 maart 2005 staat eiser in het bevolkingsregister ingeschreven op het adres a-straat 1 te Z.

3. Geschil

3.1. In geschil is of de waardevermeerdering van de grond die is ontstaan door de start van de bouw van de woning als winst uit onderneming nagevorderd kan worden en, indien dit het geval is, tot welk bedrag.

3.2. Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en tot vernietiging van de belastingaanslag.

3.3. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

4. 4. Beoordeling van het geschil

4.1. Eiser heeft vanaf de aankoop van het perceel, de onderhavige twee hectare grond geëtiketteerd als privévermogen en heeft deze vervolgens ieder jaar als zodanig opgenomen in zijn aangifte IB/PVV. Verweerder heeft aangegeven dat eiser vanaf de aankoop van het perceel in redelijkheid deze twee hectare grond tot zijn privévermogen mocht rekenen. De rechtbank ziet geen reden voor een ander oordeel op dit punt.

4.2. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn standpunt dat de start van de bouw van de opstallen op het privé-deel gezien kan worden als de realisatie van belastbare winst. Er is, zoals eiser terecht betoogt, geen sprake van een belaste sfeerovergang, nu eiser het betreffende gedeelte van het perceel vanaf de aanschaf tot zijn privévermogen heeft gerekend en dit ook heeft mogen doen. Het perceel is na de aankoop door eiser niet verkocht en ook anderszins heeft er geen transactie mee plaatsgevonden, zodat niet kan worden gezegd dat enig voordeel is gerealiseerd. De enkele waardestijging van de grond impliceert naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen belastbaar feit.

4.3. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar en het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 805 (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift met een waarde per punt van € 161, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322 en een wegingsfactor 1). Voor de overige door eiser genoemde proceskosten, te weten reiskosten wordt verweerder, eveneens met toepassing van dat besluit, veroordeeld deze te vergoeden tot een bedrag van € 24.

6. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- vermindert de navorderingsaanslag tot nihil en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 829;

- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 39 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 19 april 2010 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.A. Fase, voorzitter, mr. J.M. van Kempen en mr. Chr.Th.P.M. Zandhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.H. Ruis, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.