Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BM0266

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
11-11-2009
Datum publicatie
07-04-2010
Zaaknummer
15/840012-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

PROMIS; gewoonteheling; omkatten; vals kenteken;

Verdachte heeft zich op grote schaal en gedurende een lange periode bezig gehouden met de heling van diverse voorwerpen, waaronder met name auto's uit het luxe segment. Daarnaast heeft verdachte twee auto’s en een quad omgekat. Gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. Artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57, 219 en 417 van het Wetboek van Strafrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840012-09

Uitspraakdatum: 11 november 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 14 oktober 2009 en 28 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1971 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Limburg Zuid, locatie De Geerhorst, te Sittard.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is – na een nadere omschrijving van de tenlastelegging ex artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) ter terechtzitting van 25 juni 2009 en na een wijziging van die tenlastelegging ter terechtzitting van 14 oktober 2009 – ten laste gelegd dat:

Feit 1

primair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 3 maart 2009 te Brunssum en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen goederen, te weten:

- (zaak 5) in of omstreeks de periode van 17 januari 2008 tot 19 september 2008 een personenauto (merk Audi, type A3) en/of

- (zaak 10) in of omstreeks de periode van 13 maart 2008 tot 17 november 2008 een personenauto (merk Audi, type A4) en/of

- (zaak 12) in of omstreeks de periode van 16 april 2008 tot en met 31 juli 2008 een personenauto (merk Peugeot, type 206) en/of

- (zaak 26) in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Golf) en/of een (boodschappen)krat met boeken en/of mappen met daarin offertes van het bedrijf [bedrijf A] en/of

- (zaak 27) in of omstreeks de periode van 10 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Audi, type A6) en/of een personenauto (merk Audi, type A3, (origineel) gekentekend [kenteken 1]) en/of een zak met daarin 26 autosleutels en/of

- (zaak 28) in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Renault, type Megane Scenic) en/of

- (zaak 29) in of omstreeks de periode van 5 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Sharan TDI) en/of

- (zaak 30) in of omstreeks de periode van 28 december 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan) en/of

- (zaak 31) in of omstreeks de periode van 31 januari 2009 tot en met 3 maart 2009 een jetski, merk Bombardier, en/of

- (zaak 32) in of omstreeks de periode van 28 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een aanhanger, merk Dassen, en/of

- (zaak 33) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2008 tot en met 3 maart 2009 een doos met plastic tassen (met opdruk IMAGO, fashion with style) en/of rode tassen (met opdruk ANGELS jeans wear) en/of een (zwart) krat met alarmlabels en/of twee (vuilnis)zakken met (houten) kledinghangers en/of

- (zaak 35) op of omstreeks 3 maart 2009 22 blanco kentekenplaten en/of

- (zaak 44) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een auto (merk Volkswagen, type T4 Caravelle, oorspronkelijk chassisnummer [chassisnummer A]) en/of

- (zaak 46) in of omstreeks de periode van 29 december 2005 tot 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan (Duits kenteken [kenteken 2])) en/of een kindersportrolstoel met serienummer [serienummer 1]en/of

- (zaak 50) in of omstreeks de periode van 26 juli 2008 tot en met 3 maart 2009 een computer, merk Fujitsu Siemens, serienummer [serienummer 2], en/of tien, althans een of meer, blanco Duitse kentekenbewijzen, volgnummers [1] t/m [2] en [3] t/m [4], en/of 30 stempels (voor afstempeling Duitse kentekenbewijzen) en/of een stempelhouder,

verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) (telkens) wist(en), dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 3 maart 2009 te Brunssum en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) goederen, te weten:

- (zaak 5) in of omstreeks de periode van 17 januari 2008 tot 19 september 2008 een personenauto (merk Audi, type A3) en/of

- (zaak 10) in of omstreeks de periode van 13 maart 2008 tot 17 november 2008 een personenauto (merk Audi, type A4) en/of

- (zaak 12) in of omstreeks de periode van 16 april 2008 tot en met 31 juli 2008 een personenauto (merk Peugeot, type 206) en/of

- (zaak 26) in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Golf) en/of een (boodschappen)krat met boeken en/of mappen met daarin offertes van het bedrijf [bedrijf A] en/of

- (zaak 27) in of omstreeks de periode van 10 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Audi, type A6) en/of een personenauto (merk Audi, type A3, (origineel) gekentekend [kenteken 1]) en/of een zak met daarin 26 autosleutels en/of

- (zaak 28) in of omstreeks de periode van 18 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Renault, type Megane Scenic) en/of

- (zaak 29) in of omstreeks de periode van 5 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Sharan TDI) en/of

- (zaak 30) in of omstreeks de periode van 28 december 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan) en/of

- (zaak 31) in of omstreeks de periode van 31 januari 2009 tot en met 3 maart 2009 een jetski, merk Bombardier, en/of

- (zaak 32) in of omstreeks de periode van 28 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een aanhanger, merk Dassen, en/of

- (zaak 33) in of omstreeks de periode van 10 oktober 2008 tot en met 3 maart 2009 een doos met plastic tassen (met opdruk IMAGO, fashion with style) en/of rode tassen (met opdruk ANGELS jeans wear) en/of een (zwart) krat met alarmlabels en/of twee (vuilnis)zakken met (houten) kledinghangers en/of

- (zaak 35) op of omstreeks 3 maart 2009 22 blanco kentekenplaten en/of

- (zaak 44) in of omstreeks de periode van 31 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een auto (merk Volkswagen, type T4 Caravelle, oorspronkelijk chassisnummer [chassisnummer A]) en/of

- (zaak 46) in of omstreeks de periode van 29 december 2005 tot 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan (Duits kenteken [kenteken 2])) en/of een kindersportrolstoel met serienummer [serienummer 1]en/of

- (zaak 50) in of omstreeks de periode van 26 juli 2008 tot en met 3 maart 2009 een computer, merk Fujitsu Siemens, serienummer [serienummer 2], en/of tien, althans een of meer, blanco Duitse kentekenbewijzen, volgnummers [1] t/m [2] en [3] t/m [4], en/of 30 stempels (voor afstempeling Duitse kentekenbewijzen) en/of een stempelhouder,

heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en/of zijn mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die/dat goed(eren) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof.

Feit 2

primair

hij op een of meer tijdstippen in de periode van 16 mei 2001 tot en met 3 maart 2009 te Brunssum en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer chassisnummer(s), zijnde (telkens) een ander merk dan de in artikel 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, dat krachtens wettelijk voorschrift op een motorvoertuig moet worden aangebracht, (telkens) valselijk heeft geplaatst, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) opzettelijk valselijk:

- (zaak 43) het echte chassisnummer van het motorvoertuig, een QUAD van het merk Honda, verwijderd en/of (vervolgens) dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer (te weten [chassisnummer B]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was en/of

- (zaak 44) in de periode van 31 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 het echte chassisnummer (te weten [chassisnummer C]) van het motorvoertuig, van het merk Volkswagen T4 Caravelle, verwijderd en (vervolgens) dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer ([chassisnummer D]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was en/of

- (zaak 45) in de periode van 16 mei 2001 tot en met 3 maart 2009 het echte chassisnummer (te weten [chassisnummer E]) van het motorvoertuig, van het merk Volkswagen Golf, Cabrio, kleur groen, verwijderd en (vervolgens) dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer (te weten [chassisnummer F]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was en/of

- (zaak 47) in de periode van 9 november 2008 tot en met 3 maart 2009 het echte chassisnummer (te weten [chassisnummer G]) van het motorvoertuig, van het merk Volkswagen Golf, Cabrio 4, kleur wit, verwijderd en (vervolgens) dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer (te weten [chassisnummer H]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was;

subsidiair

hij op 3 maart 2009 te Brunssum tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een of meer valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde merken, of de voorwerpen waaraan zij wederrechtelijk verbonden zijn, te weten:

- (zaak 43) een QUAD van het merk Honda, met het valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde chassisnummer [chassisnummer B] en/of

- (zaak 44) een motorvoertuig, van het merk Volkswagen T4 Caravelle, met het valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde chassisnummer [chassisnummer D] en/of

- (zaak 45) een motorvoertuig, van het merk Volkswagen Golf, Cabrio, kleur groen, met het valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde chassisnummer [chassisnummer F] en/of

- (zaak 47) een motorvoertuig, van het merk Volkswagen Golf, Cabrio 4, kleur wit, met het valse, vervalste of wederrechtelijk vervaardigde chassisnummer [chassisnummer H],

heeft gebruikt en/of verkocht en/of te koop heeft aangeboden en/of heeft afgeleverd en/of ten verkoop in voorraad heeft gehad en/of binnen het Rijk in Europa heeft ingevoerd, als waren die merken echt en onvervalst en niet wederrechtelijk vervaardigd of wederrechtelijk aan de voorwerpen verbonden.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Dit geldt in het bijzonder voor het onder 1 subsidiair en het onder 2 primair ten laste gelegde, voor wat betreft de tenlastelegging van subsidiair “het plegen” en primair “het medeplegen” van de ten laste gelegde gedragingen. Gelet op de tenlastelegging in zijn geheel en gelet op de toelichting van de officier van justitie ter terechtzitting kan er – ook bij verdachte – geen enkele twijfel over bestaan dat de officier van justitie telkens primair “het medeplegen” en subsidiair “het plegen” ten laste heeft willen leggen.

Daarnaast heeft de rechtbank de aan het einde van het onder 2 subsidiair ten laste gelegde opgenomen woorden “zegels, tekens” als een kennelijke verschrijving aangemerkt, nu het bij dat ten laste gelegde feit, gezien de aanhef, enkel om merken gaat.

Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte door deze verbeterde lezingen niet geschaad in zijn verdediging

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak.

2.1. Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman van de verdachte heeft betoogd dat de officier van justitie niet ontvankelijk is in de vervolging van feit 2 primair, voor wat betreft zaak 45, nu – uitgaande van de lezing van de officier van justitie ter terechtzitting – het feit in die zaak is gepleegd in de periode mei-juni 2001. Daarvan uitgaande en gezien het strafmaximum van artikel 219 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) is, ingevolge de artikelen 70 en volgende Sr, het recht tot strafvordering voor dit feit verjaard, aldus de raadsman.

De rechtbank volgt de raadsman in zijn betoog en overweegt daartoe als volgt.

Op basis van het dossier en dan met name de verklaringen van de getuigen [getuige 1] (dossierpagina’s 8032-8033) en [getuige 2] (dossierpagina’s 8034-8036) staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de in zaak 45 ten laste gelegde “merkvervalsing” (het aanbrengen van het valse chassisnummer [chassisnummer F]) tussen 16 mei 2001 en 14 juni 2001 moet hebben plaatsgevonden. Op een dergelijke merkvervalsing, strafbaar gesteld bij artikel 219, sub 1°, Sr, staat een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.

Ingevolge artikel 70, eerste lid, aanhef en onder 2°, Sr vervalt het recht tot strafvordering voor dit feit in zes jaren. Ingevolge artikel 71, aanhef en onder 2°, Sr vangt de termijn van verjaring in dit geval (bij valsheid) aan op de dag na die waarop gebruik is gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan de valsheid gepleegd is.

Gelet hierop en nu tevens vast staat dat de Volkswagen Golf, Cabrio, kleur groen, waarop het onderhavige valse chassisnummer is aangebracht, kort ná de merkvervalsing is gebruikt – het voertuig is immers op 14 juni 2001 overgedragen aan [getuige 2], voornoemd, die het voertuig vanaf die datum als zodanig heeft gebruikt – moet worden geconcludeerd dat het recht tot strafvordering voor deze merkvervalsing in of omstreeks juni 2007 is verjaard. Van een stuiting of schorsing van de verjaringstermijn is niet gebleken.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van feit 2 primair, voor wat betreft zaak 45, moet worden verklaard.

Voor het overige acht de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk in de vervolging van verdachte ter zake van de ten laste gelegde feiten.

2.2. Schorsing van de vervolging

Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot – behoudens na te noemen partiële vrijspraak – bewezenverklaring van de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten en gevorderd dat de verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier (4) jaren, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

De officier van justitie heeft partiële vrijspraak gevorderd van hetgeen onder 1 primair, voor wat betreft zaak 10, is ten laste gelegd, nu naar de mening van de officier van justitie voor dat feit onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

Ten aanzien van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen heeft de officier van justitie de beslissingen gevorderd zoals weegegeven in de in kopie als bijlage aan dit vonnis gehechte “Beslagbeslissing OVJ inzake [verdachte] 840012-09”.

4. Bewijs

De rechtbank merkt vooraf op dat de officier van justitie ter terechtzitting heeft aangegeven dat de tenlastelegging aldus moet worden verstaan, dat enkel aan (de beoordeling van) het onder 1 subsidiair en onder 2 subsidiair ten laste gelegde kan worden toegekomen wanneer – kort samengevat – niets van het telkens primair ten laste gelegde tot een veroordeling leidt. De rechtbank zal de tenlastelegging dan ook aldus verstaan.

4.1. Partiële vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman van verdachte is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, voor wat betreft zaak 10, ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden 1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de overige onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten en wel op grond van de navolgende bewijsmiddelen. Daarbij merkt de rechtbank nog het volgende op.

De raadsman heeft ter terechtzitting betoogd dat de verhoren van zijn cliënt van 3 maart 2009 niet tot het bewijs mogen worden gebezigd, nu zijn cliënt voorafgaand aan die verhoren niet met een raadsman heeft kunnen overleggen. De raadsman verwijst daarbij naar het arrest van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in de zaak “Salduz versus Turkije” van 27 november 2008.

Zoals uit het hiernavolgende zal blijken heeft de rechtbank de processen-verbaal van de verhoren van verdachte van 3 maart 2009 niet voor het bewijs gebruikt. Het betoog van de raadsman behoeft derhalve geen bespreking.

Op 3 maart 2009 hebben er doorzoekingen plaatsgevonden op de adressen [perceel A] en [perceel B] te Brunssum. Verdachte heeft dit ter terechtzitting verklaard en ook dat sinds 2002 op het adres [perceel A] te Brunssum zijn (auto-)bedrijf “[bedrijf B]” is gevestigd en dat op het perceel [perceel B] een loods staat (hierna ook te noemen: de loods), van welke loods hij een sleutel had en in welke loods hij regelmatig kwam. 2

Tijdens de doorzoeking op het adres [perceel A] te Brunssum zijn (op plekken die eventueel later, bij de bespreking van de afzonderlijke zaken, nader zullen worden omschreven) de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:

1101-02 A238 Rode Honda Quad [kenteken 7](Duits kenteken)

1201-05 A246 Fujitsu Siemens PC

1201-16 A257 Blanco Duitse kentekenbewijzen + stickers

1201-20 A261 (…) stempels + (…) nummer stempels + stempelhanger

2301-02 A340 Administratie Bruchem in blauw krat

buiten voor A341 Witte Volkswagen Golf Cabrio [kenteken 9]

buiten voor A342 Blauwe Volkswagen Caravelle (…) [kenteken 14].3 4

Tijdens de doorzoeking op het adres [perceel B] te Brunssum zijn (op plekken die eventueel later, bij de bespreking van de afzonderlijke zaken, nader zullen worden omschreven) de volgende goederen aangetroffen en in beslag genomen:

N-005 A353 2 kentekenplaten ([----]) (vermoedelijk behorende bij de blauwe Volkswagen Multivan)

N-008 A356 26 sets sleutels + 1 hanger (…) (sleutels apart verpakt)

N-009 A357 22 blanco kentekenplaten

N-012 A360 Aanhanger + Sauna

N-013 A361 Jetski op aanhanger

N-014 A362 Quad ([chassisnummer B])

N-015 A363 Rolstoel model Allround Kid ([serienummer 3])

N-1101-01 A365 Blauwe Volkswagen Sharan TDI [kenteken 3](Belgisch kenteken)

N-1101-02 A366 Blauwe Volkswagen Multivan V6 (…)

N-1101-03 A367 Grijze Renault Scenic

N-1101-04 A368 Grijze Audi A6 (…) [kenteken 4] (Duits kenteken).5 6

Tot slot zijn – voor zover thans van belang – tijdens de doorzoekingen op 3 maart 2009 in de loods op het perceel [perceel B] te Brunssum nog de volgende goederen aangetroffen:

- een deel van een kartonnen doos/deksel met een adres label van de ontvanger van deze doos: [ontvanger]

- een doos met zwarte plastic tassen met opdruk: “IMAGO, fashion with style”

- een stapel rode tassen met opdruk: “ANGELS jeans wear”

- een zwart krat vol met zogenoemde alarm labels

- twee vuilniszakken vol met houten klerenhangers.

Deze goederen zijn niet in beslag genomen, maar wel zijn daarvan foto’s gemaakt.7

Zaaksdossier 26

Aangetroffen goed: A340.

Het bewuste krat is aangetroffen op de eerste verdieping van het bedrijfspand op het perceel [perceel A], in een soort van opslagruimte.

In het krat, een boodschappenkrat, zaten onder meer ordners, boeken en mappen, met daarin onder andere offertes, betrekking hebbend op het bedrijf [bedrijf A].8

Het krat blijkt te hebben gestaan in een Volkswagen Golf (personenauto) die op 4 en/of 5 november 2008 te ’s-Hertogenbosch is gestolen. Aangever [aangever 1] heeft de onder nummer A340 in beslag genomen goederen herkend als zijnde de spullen die ten tijde van de diefstal in de personenauto stonden. Deze goederen zijn inmiddels aan hem teruggegeven.9

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het – om redenen die hieronder, aan het slot van de bewijsvoering, zullen worden gegeven – niet anders kan dan dat ook de Volkswagen Golf zich in de periode van 4 november 2008 tot en met 3 maart 2009 op enig moment op het/de adres(sen) [perceel A] en/of [perceel B] te Brunssum heeft bevonden. De Volkswagen Golf is tot op heden niet teruggevonden.

Zaaksdossier 27

Aangetroffen goederen: A356 en A368.

De grijze Audi A6 (A368) stond geparkeerd in de loods.

De 26 sets sleutels en de hanger (A356) zijn aangetroffen in een doos in de loods.

De grijze Audi A6 (personenauto), waarin zowel de autosleutel als de beide kentekenplaten ([kenteken 4]) (kofferruimte) zijn aangetroffen, bleek als gestolen te staan gesignaleerd. 10

Dit voertuig is op 9 en/of 10 februari 2009 bij een inbraak in het bedrijf “[bedrijf C]” te Wegberg (Duitsland) weggenomen. Naast de Audi A6 zijn bij deze bedrijfsinbraak tevens de volgende goederen gestolen:

- een Audi A3, personenauto, kleur zilver/metallic, kenteken [kenteken 1]

- autosleutels en hangers.11

De in beslag genomen autosleutels zijn overgedragen aan het Landelijk Informatiepunt Voertuigcriminaliteit (hierna: het LIV). Het LIV is in staat om autosleutels uit te lezen en met de verkregen gegevens de identiteit van de voertuigen te achterhalen waartoe de sleutels behoren. Na onderzoek door het LIV en contact tussen de Nederlandse en de Duitse politie bleken nagenoeg alle 26 sets sleutels bij de hiervoor genoemde bedrijfsinbraak te zijn weg-genomen.12

Ook de in beslag genomen hanger, een kunststof sleutelhanger met lederen etui, is door het LIV onderzocht. Gezien de uitvoering en de vormgeving was deze sleutelhanger met etui bestemd voor een personenauto van het merk Audi. In het lederen etui was een logo geperst van [bedrijf C]. Op de kunststof sleutelhanger stond de volgende tekst geschreven: “[kenteken 1], Audi A3 (…)”.13

Op 17 februari 2009 omstreeks 17.05 uur is door leden van het observatieteam waargenomen dat verdachte met een boormachine in zijn hand uit zijn bedrijf “[bedrijf B]” komt, de weg oversteekt en het perceel [perceel B] te Brunssum oploopt. Na tussentijds ook nog een keer te zijn teruggegaan (zonder boormachine), gaat verdachte omstreeks 17.28 uur zijn bedrijf weer binnen, met een boormachine.

Omstreeks 18.20 uur wordt gezien dat verdachte wederom het perceel [perceel B] oploopt. Na ongeveer twee minuten wordt gezien dat verdachte als bestuurder van een personenauto, Audi A3, kleur ijsblauw/metallic, dat perceel afrijdt en het terrein van zijn bedrijf oprijdt. Daar parkeert verdachte de auto en hij gaat vervolgens zijn bedrijf binnen.

Omstreeks 18.39 uur wordt gezien dat verdachte, samen met iemand anders, zijn bedrijf uit komt en dat verdachte in de Audi A3 stapt, welke is voorzien van het kenteken [kenteken 5]. De andere persoon (NN5) stapt in een andere auto. Beiden rijden dan naar Kerkrade, waar de Audi A3 aan weer een andere persoon (NN6) wordt overgedragen. Deze persoon rijdt in de Audi weg. Verdachte stapt bij de andere persoon (NN5) in de auto en vervolgens rijden ook zij weg, aldus de waarnemingen van het observatieteam.14

Het kenteken [kenteken 5] is afgegeven voor een personenauto van het merk Volkswagen, type Polo, die als gestolen staat gesignaleerd.15

Nu de Audi A6, de Audi A3, de autosleutels en de hanger bij dezelfde bedrijfsinbraak zijn weggenomen, gepleegd op 9 en/of 10 februari 2009, en binnen één maand daarna de Audi A6, de autosleutels en de hanger in de loods op het perceel [perceel B] zijn aangetroffen en voorts deze (sleutel-)hanger kennelijk hoort bij de weggenomen Audi A3, is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte ook de beschikking heeft gehad over deze Audi A3.

De rechtbank gaat er vanuit dat de Audi A3 waarin verdachte op 17 februari 2009 is waargenomen deze Audi betreft. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte zich bij de politie consequent op zijn zwijgrecht heeft beroepen op vragen over zowel deze Audi A3 (met het valse kenteken [kenteken 5]) als de in beslag genomen (sleutel-) hanger. Eerst op de terechtzitting is verdachte met een verklaring over deze Audi A3 gekomen – deze zou van een klant zijn, van wie hij verder geen gegevens wenst te noemen – welke de rechtbank, gelet op het vorenstaande, als ongeloofwaardig terzijde stelt.

Zaaksdossier 28

Aangetroffen goed: A367.

De grijze (personenauto) Renault Megane Scenic, waarvan de sleutel zich bij het voertuig bevond, stond geparkeerd in de loods en bleek als gestolen te zijn gesignaleerd.16

Het voertuig is op 18 en/of 19 februari 2009 – na een voorafgaande woninginbraak, waarbij de autosleutel is weggenomen – in Valkenburg gestolen.17

Zaaksdossier 29

Aangetroffen goed: A365.

De blauwe (personenauto) Volkswagen Sharan TDI, waarop de kentekenplaten [kenteken 3]zaten en waarvan de autosleutel in het contactslot stak, stond geparkeerd in de loods en bleek als gestolen te zijn gesignaleerd.18

Het voertuig is op 5 en/of 6 februari 2009 in Maaseik (België) gestolen.19

Zaaksdossier 30

Aangetroffen goederen: A353 en A366.

De blauwe Volkswagen Multivan V6 (A366) stond geparkeerd in de loods.

De twee kentekenplaten met de cijfers [----] (A353) zijn aangetroffen op een houten wandbalk in de loods.

De Volkswagen Multivan (personenauto, type bestelbus), waarop geen kentekenplaten zaten, bleek als gestolen te zijn gesignaleerd. 20

Het voertuig is op 28 december 2008 in Heerlen gestolen. Ten tijde van de diefstal was het voertuig voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 6].21

De in de loods aangetroffen kentekenplaten bleken kapot geknipte Duitse kentekenplaten te zijn waarop de cijfers [----] leesbaar waren.22

Op 3 maart 2009 te 00:18 uur heeft verdachte een telefoongesprek gevoerd met een man. Tussen hen wordt gesproken over een auto, een bus, een V6 benzine. Verdachte krijgt deze bus niet vrij geschakeld, terwijl hij deze bus liever zo snel mogelijk verplaatst wil hebben. Daarop vraagt de man hem of het “een heet ijzer” is of zo. Verdachte antwoordt van “ja in principe wel ja”. Verdachte zegt dan dat hij op de zaak is. De man zegt dat hij verdachte over een minuutje terugbelt.23

Op 3 maart 2009 te 00:22 uur wordt verdachte teruggebeld. Het van dit telefoongesprek opgemaakte tapverslag houdt in (waarbij R staat voor verdachte en A voor de man):24

R: Jaaa?

A: Nou, ik heb met mijn vrouw gepraat.

R: Ja?

A: En als ik dan een avondje met haar kan gaan winkelen..

R: Ook nog?

A: Zegt ze.. Dan kan ik wel effe komen.

R: (lacht) oh oh oh. Kost me dat zoveel geld? (lacht)

A: (lacht) Ja je weet, dat is een dure vrouw. Die gaat lekker naar de juwelier enzo. Dat heb ze al gezegd.

R: Maar zo.. zoveel is een heler (fon) niet waard.

A: (lacht)

R: (lacht) Ik zal je wel matsen met die Audi.

A: Ik kom dadelijk. Ik kom er aan.

De rechtbank heeft ter terechtzitting van 14 oktober 2009 de geluidsopnamen van de twee voornoemde telefoongesprekken beluisterd. De rechtbank heeft daarbij geconstateerd, dat de schriftelijke verslaglegging van deze telefoongesprekken in het dossier juist is en dat de verdachte in het tweede telefoongesprek heeft gezegd: “Zoveel is een heler niet waard”.

De telefoongesprekken hebben plaatsgevonden in de nacht van 3 maart 2009, de dag waarop de doorzoekingen hebben plaatsgevonden. Nu bij de doorzoekingen, die reeds in de ochtend zijn gestart, geen andere voertuigen dan de blauwe Volkswagen Multivan zijn aangetroffen die voldoen aan de typering “auto, bus, V6 benzine”, staat voor de rechtbank in voldoende mate vast dat in voornoemde telefoongesprekken is gesproken over deze Volkswagen Multivan. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat het in deze telefoongesprekken over een andere auto gaat, acht de rechtbank ongeloofwaardig, nu deze verklaring erop neerkomt, dat verdachte in het holst van de nacht, voor een (reguliere) klant – van wie hij geen gegevens heeft genoemd – een (gewone) autoreparatie heeft uitgevoerd, waarna de klant, die steeds aanwezig zou zijn geweest, de auto weer heeft meegenomen. Gelet op de inhoud van de telefoongesprekken en het feit dat verdachte geen nadere informatie heeft verstrekt, gaat de rechtbank aan deze verklaring voorbij.

Ter terechtzitting heeft de raadsman van verdachte nog het (voorwaardelijk) verzoek gedaan om de man met wie verdachte in bovenstaande telefoongesprekken heeft gesproken, alsnog als getuige te (doen) horen en daartoe het onderzoek te heropenen. De rechtbank wijst dit verzoek af, nu in het licht van het voorgaande, de noodzaak daartoe niet is gebleken.

Met betrekking tot de kentekenplaten is de rechtbank, gelet op de inhoud van het zaaksdossier en in aanmerking genomen dat verdachte zich op vragen over de bovenstaande goederen steeds op zijn zwijgrecht heeft beroepen, met de officier van justitie van oordeel, dat de kapot geknipte Duitse kentekenplaten met de cijfers [----] de kentekenplaten moeten zijn die ten tijde van de diefstal op de Volkswagen Multivan zaten.

Zaaksdossier 31

Aangetroffen goed: A361.

De aanhanger met de jetski stond in de loods, linkerzijde, midden achter. De jetski, merk Bombardier, bleek als gestolen te zijn gesignaleerd.25

De jetski is op 31 januari en/of 1 februari 2009 in Hasselt (België) gestolen. De jetski stond op een witte aanhangwagen, die eveneens is gestolen.26 De aanhangwagen waarop de jetski tijdens de doorzoeking werd aangetroffen, was een witte aanhangwagen.27

Zaaksdossier 32

Aangetroffen goed: A360.

De aanhanger met daarop de sauna stond in de loods, op dezelfde plaats als de aanhanger met de hiervoor genoemde jetski. De aanhanger, merk Dassen, bleek als gestolen te zijn gesignaleerd.28

Deze aanhanger is op 27 en/of 28 augustus 2008 in Landgraaf gestolen.29

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de sauna die op de aanhanger is aangetroffen, zijn sauna is en dat hij deze in de loods heeft gelegd.30

Zaaksdossier 33

Aangetroffen goederen: de gefotografeerde spullen.31

Deze spullen – waaronder een deel van een kartonnen doos/deksel met een adres label van de ontvanger van de doos: “[ontvanger]” – blijken afkomstig te zijn van diefstal.32 De spullen stonden namelijk in een bestelauto die op 10 september 2008 in Geleen is gestolen. Van deze diefstal is aangifte gedaan door [aangever 7]. De heer [aangever 7] heeft de aangetroffen spullen herkend als zijnde de spullen die ten tijde van de diefstal in de bestelauto stonden.33

Zaaksdossier 35

Aangetroffen goed: A357.

De 22 blanco kentekenplaten lagen in de loods, in een kast. De kentekenplaten blijken afkomstig te zijn van een diefstal, waarbij in totaal 12.000 blanco kentekenplaten zijn weggenomen.34 Deze diefstal heeft plaatsgevonden op 25 september 2001 te Culemborg.35

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de blanco kentekenplaten zelf in handen heeft gehad en zelf in de kast heeft gelegd. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij weet dat men zonder vergunning dergelijke kentekenplaten niet in zijn bezit mag hebben. Verdachte beschikt niet over een vergunning.36 In zoverre bezigt de rechtbank de verklaring van de verdachte tot het bewijs.

Verdachte heeft ook verklaard dat hij de kentekenplaten waarschijnlijk buiten de loods heeft gevonden. De overbuurman op het perceel [perceel C] had een recyclingsbedrijf en die had een aantal afvalbakken, waarin ook wel eens kentekenplaten lagen. Verdachte dacht dat de door hem gevonden kentekenplaten van zijn overbuurman waren (geweest) en misdrukken betroffen en deze daarom opgepakt en in de kast gelegd, aldus verdachte.

De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Het volgende is daartoe redengevend. Nog daargelaten dat verdachte tijdens het politieverhoor over deze zaak op 13 mei 2009 (14.01 uur) zijn antwoord op de vraag wie de kentekenplaten in de loods heeft gelegd, begint met te zeggen “[medeverdachte A] die liep altijd met kentekenplaten rond, ik heb er vast wel een keer mee in de handen gelopen”, is de rechtbank van oordeel dat de door verdachte gestelde gang van zaken – zonder nadere, meer concrete, toelichting – volstrekt onlogisch is. De blanco kentekenplaten zouden misdrukken zijn. Dat is niet door de politie en het LIV vastgesteld. Waarom heeft verdachte deze kentekenplaten voorts opgepakt en in de loods gelegd in plaats van deze aan de overbuurman te geven en/of in een van de afvalbakken te gooien? Verdachte wist immers dat hij deze platen niet in zijn bezit mocht hebben. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte op een andere wijze dan door hem is voorgesteld aan de kentekenplaten is gekomen en dat hij, zoals hierna nog nader uiteen zal worden gezet, wetenschap had van de criminele herkomst ervan.

Zaaksdossier 43

Aangetroffen goederen: A238 en A362.

De rode Honda Quad met het kenteken [kenteken 7] (A238) stond in de werkplaats op het perceel [perceel A].

De Quad ([chassisnummer B]) stond in de loods, op dezelfde plaats als de aanhangers met de jetski respectievelijk de sauna.

Uit onderzoek is gebleken dat op de rode Honda Quad een vals VIN (Voertuig Identificatie Nummer) dan wel chassisnummer was ingeslagen, te weten [chassisnummer B].

Dit chassisnummer – alsmede de kentekenplaten [kenteken 7]– hoort oorspronkelijk bij de Quad die is aangetroffen in de loods.37

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard – zoals hij eerder ook ten overstaan van de politie had gedaan38 – dat hij het chassisnummer van de quad die in de loods stond, heeft ingeslagen in de quad die in zijn werkplaats stond. Ook de kentekenplaten van de quad in de loods heeft verdachte op de quad in zijn werkplaats gemonteerd. Verdachte heeft deze rode Honda Quad zo’n twee jaar geleden in Nederland gekocht en hij en/of zijn zoon heeft/hebben deze quad sindsdien, ook na het inslaan van het andere chassinummer, als zodanig gebruikt, aldus verdachte.39

Zaakdossier 44

Aangetroffen goed: A342.

De blauwe Volkswagen Caravelle type T4 stond buiten op het terrein van het bedrijf van verdachte.

Op deze Volkswagen blijkt een vals chassisnummer te zijn ingeslagen. Het oorspronkelijke chassisnummer [chassisnummer A] is verwijderd en vervangen door het chassisnummer [chassisnummer D]. De Volkswagen blijkt voorts als gestolen te zijn gesignaleerd. Het voertuig is op 31 augustus en/of 1 september 2008 in Gelsenkirchen (Duitsland) gestolen.40

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat voornoemde Volkswagen zijn bus is, dat hij deze als zodanig heeft gebruikt en dat hij wist dat het chassisnummer van dit voertuig was veranderd. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij de bus op 3 maart 2009 reeds enige maanden in zijn bezit had.41

Verdachte heeft zowel ter terechtzitting als ten overstaan van de politie verklaard dat deze “omgekatte Volkswagen” door de Duitse politie en/of de Duitse RDW is “vrijgegeven” en dat hij en/of zijn schoonvader, [betrokkene 1], het voertuig als zodanig van die/deze Duitse instantie(s) heeft gekregen.

De rechtbank acht deze verklaring niet geloofwaardig en overweegt daartoe het volgende.

De politie is, na onderzoek, niets van een dergelijk vrijgeven gebleken.42 Een dergelijk vrijgeven is bovendien volstrekt onaannemelijk, aangezien het zou impliceren dat met toestemming van de Duitse overheid een omgekat – en daarmee niet juist identificeerbaar – voertuig aan het verkeer zou kunnen deelnemen. Reeds om die reden is de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig. Daarnaast heeft verdachte in zijn verklaringen wisselend en inconsistent verklaard over de exacte wijze van verkrijging van dit voertuig en de rol(len) die zijn schoonvader, dan wel een Poolse jongen genaamd [persoon A] en/of hijzelf daarbij heeft/hebben gespeeld.

Verdachte heeft voorts ter terechtzitting uitdrukkelijk en ook bij herhaling verklaard dat hij en/of zijn schoonvader de omgekatte Volkswagen vóór 31 augustus 2008 in zijn/hun bezit heeft/hebben gekregen.43

Nu de Volkswagen eerst op 31 augustus en/of 1 september 2008 is gestolen, merkt de rechtbank, mede gelet op voormelde ongeloofwaardige verklaring van verdachte, deze verklaring aan als kennelijk leugenachtig. De rechtbank bezigt deze verklaring, die door verdachte moet zijn afgelegd om de waarheid – namelijk dat hij de auto pas ná de diefstal in zijn bezit heeft gekregen en deze zélf heeft omgekat – te verdoezelen, mede tot het bewijs.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft gepleegd.

Voor zover de raadsman van de verdachte bij pleidooi heeft verzocht om het onderzoek te heropenen teneinde nader onderzoek te laten verrichten naar de juistheid van de verklaring van zijn cliënt over – kort gezegd – het vrijgeven van de omgekatte Volkswagen auto, wijst de rechtbank dit verzoek af, nu de noodzaak hiertoe niet is gebleken. De rechtbank blijft bij haar eerdere ter terechtzitting van 14 oktober 2009 genomen beslissing, waarbij de rechtbank opmerkt dat voor verdachte ruimschoots de gelegenheid heeft bestaan, stukken die hij stelt in zijn bezit te hebben ter onderbouwing van voornoemde verklaring aan de rechtbank te (doen) overleggen.

Zaakdossier 46

Aangetroffen goed: A363.

De kindersportrolstoel stond in de loods, op dezelfde plaats als de voornoemde aanhangers met de jetski respectievelijk de sauna en de Quad.

Uit onderzoek is gebleken dat deze rolstoel, met het serienummer [serienummer 3], heeft gestaan in een Volkswagen Multivan (personenauto), voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 2], die op 29 december 2005 in Niederkruchten (Duitsland) is gestolen.44

De rechtbank is ook in deze zaak (net als in zaak 26) met de officier van justitie van oordeel dat het – om redenen die hieronder, aan het slot van de bewijsvoering, zullen worden gegeven – niet anders kan dan dat ook de Volkswagen Multivan zich in de periode van 29 december 2005 tot 3 maart 2009 op enig moment op het/de adres(sen) [perceel A] en/of [perceel B] te Brunssum heeft bevonden. De Volkswagen Multivan is tot op heden niet teruggevonden.

Zaaksdossier 47

Aangetroffen goederen: A341.

De witte Volkswagen Golf Cabrio stond buiten op het terrein van het bedrijf van verdachte.

Op de Volkswagen blijkt een vals chassisnummer te zijn ingeslagen. Het oorspronkelijke chassisnummer [chassisnummer G] is verwijderd en vervangen door het chassis-nummer [chassisnummer H]. De Volkswagen blijkt als gestolen te zijn gesignaleerd. Het voertuig, destijds voorzien van het Duitse kenteken [kenteken 8], is op 9 en/of 10 november 2008 in Jülich (Duitsland) gestolen.45

Op het moment van aantreffen zat op de witte Volkswagen het kenteken [kenteken 9].

Dit kenteken is oorspronkelijk afgegeven voor een witte Volkswagen Golf Cabrio, met het chassisnummer [chassisnummer H], zijnde het chassisnummer dat bij het omkatten is gebruikt. Dit kenteken stond van 25 augustus 2008 tot 2 oktober 2008 op naam van [persoon B] en vanaf 2 oktober 2008 op naam van [persoon C]. Sinds deze datum was het kenteken tevens geschorst.46

[persoon C] heeft verklaard dat hij af en toe klusjes/werkzaamheden voor de verdachte doet. Over het kenteken op zijn naam heeft hij verklaard, dat hij dit heeft gedaan voor een hem verder onbekende persoon die in het bedrijf van de verdachte kwam en die wel vaker langsreed. Over de witte Volkswagen heeft hij verklaard, dat hij deze de dag voor de doorzoekingen uit de garage heeft gereden, het voorterrein op. Voor het overige kan hij niets over deze auto vertellen.47

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij weet over welke Volkswagen het gaat, dat deze in en/of rondom zijn bedrijf stond en dat door hem en/of [persoon C] in deze auto is gereden.48

De rechtbank is van oordeel dat gelet op het bovenstaande – in onderling verband en samenhang beschouwd met de bewijsmiddelen van de andere feiten en hetgeen hierna nog zal worden overwogen – het niet anders kan dan dat het verdachte is geweest die de bij hem aangetroffen witte Volkswagen Golf Cabrio heeft omgekat, daarbij gebruikmakend van het chassisnummer van het voertuig waarvoor het kenteken [kenteken 9] was afgegeven, welk kenteken op naam van “een hulpje” van verdachte staat .

De verklaring van verdachte dat hij van het omgekat zijn van de auto niets afweet en dat deze auto van de eerdergenoemde Poolse [persoon A] zou zijn, acht de rechtbank niet geloofwaardig en stelt zij om die reden terzijde. Niet alleen is die verklaring weinig concreet, ze komt ook niet overeen met de verklaringen van [persoon C], voornoemd.

Zaaksdossier 50

Aangetroffen goederen: A246, A257 en A261.

Alle goederen zijn aangetroffen in het perceel [perceel A], het bedrijf van verdachte.

De Fujitsu Siemens PC (A246) stond op de grond tegen een muur. De blanco Duitse kentekenbewijzen en stickers (A257) en de stempels, nummer stempels en stempelhanger (A261) zaten in een vuilniszak.

De computer heeft het serienummer [serienummer 2].

De blanco Duitse kentekenbewijzen, in totaal 10, hebben de volgnummers [1] t/m [2] en [3] t/m [4].

De stempels, in totaal 30, zijn bestemd voor de afstempeling van Duitse kentekenbewijzen. De stempelhanger is een stempelhouder.49

Alle goederen blijken afkomstig te zijn van een diefstal uit het kantoor van het Landkreis Emsland in Lingen (Duitsland), gepleegd op 26 en/of 27 juli 2007.50

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wist dat voornoemde goederen in zijn pand lagen. De computer en de vuilniszak zijn daar tegelijk neergelegd. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij in de vuilniszak, met daarin de kentekenbewijzen en de stempels, heeft gekeken en dat hij ervan op de hoogte was dat hij geen blanco kentekenbewijzen in zijn bezit mocht hebben.51

De rechtbank is, gelet op het bovenstaande, van oordeel dat – zelfs al gaat de rechtbank uit van de verklaring van verdachte – verdachte van de criminele herkomst van de goederen moet hebben geweten. Het kan immers niet anders dan dat verdachte toen hij in de vuilniszak keek, (een aantal van) de blanco kentekenbewijzen en stempels moet hebben gezien. Mede gelet op het, ook door de raadsman genoemde, arrest van de Hoge Raad van 27 april 2004 (NJ 2004, 494), moet verdachte dan hebben geweten dat de inhoud van die zak niet op een legale wijze kon zijn verkregen. Nu tegelijk met de vuilniszak, de computer is neergelegd, moet verdachte (minst genomen in de vorm van het voorwaardelijk opzet) tevens van de criminele herkomst van dat goed hebben geweten. Daarbij komt nog hetgeen de rechtbank hieronder zal overwegen omtrent de wetenschap van de verdachte in het algemeen.

Zaaksdossier 5

Op 17 januari 2008 is in Brunssum een zwarte Audi A3 (personenauto), voorzien van het chassisnummer [chassisnummer I], gestolen.52

Op 26 maart 2008 zijn in Amsterdam van een (andere) zwarte Audi A3 de kentekenplaten gestolen. Het kenteken betrof [kenteken 10].53

Op 27 maart 2008 is medeverdachte [medeverdachte A] (hierna: [medeverdachte A]) als inzittende van een zwarte Audi A3 met het kenteken [kenteken 10] gezien.54 Op 18 september 2008 is [medeverdachte A] als bestuurder van een Audi A3 met het kenteken [kenteken 10] gezien en daarop aangehouden. Uit onderzoek aan de Audi A3 (controle van het chassisnummer) bleek, dat het de hiervoor genoemde ontvreemde Audi A3 betrof.55

Tijdens zijn verhoor ten overstaan van de politie op 19 september 2008 heeft [medeverdachte A] verklaard dat hij de zwarte Audi A3 heeft geheeld.56

Medeverdachte [medeverdachte B] (hierna: [medeverdachte B]) heeft in zijn verhoren tegenover de politie en (als getuige gehoord in de zaak van verdachte) de rechter-commissaris verklaard, dat hij van [medeverdachte A] heeft gehoord dat hij, [medeverdachte A], de zwarte Audi A3 van verdachte heeft gekocht. [medeverdachte B] was niet bij deze koop aanwezig, maar hij heeft er later van gehoord. [medeverdachte A] heeft zelf in de Audi A3 gereden, maar later mocht ook hij deze auto gebruiken, aldus [medeverdachte B].57

Anders dan door de raadsman van verdachte is betoogd, ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van medeverdachte [medeverdachte B]. De verklaringen zijn zowel op zichzelf bezien als in onderling verband en samenhang beschouwd, consistent, gedetailleerd en komen de rechtbank – in het licht van de overige inhoud van het dossier – geloofwaardig voor. Daarbij komt, dat naar hieronder nog zal worden overwogen, voor de rechtbank vast staat dat verdachte en [medeverdachte A] zakenpartners op het gebied van de handel in gestolen auto’s waren.

Voorts heeft de raadsman aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat zijn cliënt deze Audi A3 heeft geheeld, omdat rekening moet worden gehouden met de reële mogelijkheid dat zijn cliënt dit voertuig heeft gestolen. Nu volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad de steler niet (tevens) de heler kan zijn, dient vrijspraak te volgen, aldus de raadsman.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Op grond van de stukken en het verhandelde ter terecht-zitting is de rechtbank van oordeel, dat niet van een begin van aannemelijkheid kan worden gesproken dat verdachte de zwarte Audi A3 zelf heeft gestolen. De op 19 september 2008 door [medeverdachte A] – die tijdens zijn (latere) verhoren in het onderzoek Amsterdam steeds heeft gezwegen – afgelegde verklaringen en het feit dat de auto is gestolen in Brunssum, zijn daarvoor niet voldoende.

Zaaksdossier 12

Op 16 april 2008 is in Heerlen een Peugeot 206 gestolen.58

Op 29 april 2008 zijn in Amsterdam van een (andere) Peugeot 206 de kentekenplaten gestolen. Het kenteken betrof [kenteken 11].59

Op 12 december 2008 blijkt – na onderzoek naar aanleiding van een melding door [persoon D] (hierna: [persoon D]) – dat [persoon D] in het bezit is van een Peugeot 206 voorzien van de kentekenplaten [kenteken 11]. De Peugeot 206 bleek de in Heerlen gestolen Peugeot 206 te zijn. [persoon D] heeft verklaard dat zij de auto sinds ongeveer juli 2008 in haar bezit heeft en dat zij de auto heeft gekocht van [medeverdachte A].60

[medeverdachte B] heeft tegenover de politie de verklaring van [persoon D] bevestigd. Voorts heeft hij verklaard dat hij weet dat [medeverdachte A] deze auto ergens in de zomer van 2008 bij verdachte, in Brunssum, heeft gekocht. [medeverdachte B] was daar toen bij aanwezig. Tegenover de rechter-commissaris is [medeverdachte B] bij deze verklaring gebleven.61

Om redenen die hiervoor ten aanzien van zaaksdossier 5 zijn gegeven, ziet de rechtbank ook voor wat betreft zaak 12 geen reden om te twijfelen aan de juistheid van de verklaringen van [medeverdachte B].

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting bepleit dat zijn cliënt voor dit feit moet worden vrijgesproken, omdat – kort gezegd – niet voldaan is aan het bewijsminimum. Daarbij heeft de raadsman aangevoerd dat dit betoog moet worden beoordeeld als ware zaak 12 apart, cumulatief, ten laste gelegd.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Voor bewezenverklaring van het in zaak 12 ten laste gelegde is voldoende wettig en ook overtuigend bewijs voorhanden. De regel van artikel 342, tweede lid, Sv – waar de raadsman kennelijk op doelt – ziet slechts op de tenlastelegging van zaak 12 als geheel. Deze regel is, zoals uit de bovenstaande opsomming van bewijsmiddelen volgt, niet geschonden.

Algemene overwegingen

Naast hetgeen hiervoor is weergegeven, zijn tijdens de doorzoekingen op 3 maart 2009 in het bedrijfspand van verdachte op het perceel [perceel A] te Brunssum en de loods op het perceel [perceel B] te Brunssum nog meer gestolen voorwerpen aangetroffen. De rechtbank wijst in dit verband met name op hetgeen in zaaksdossier 51 is gerelateerd.62

In het bedrijfspand van verdachte zijn op de begane grond (kantoren, hal, werkplaats) en op de eerste verdieping (hal) nog de volgende goederen aangetroffen:

- een contactsleutel van een gestolen Volkswagen Golf;

- een bestuurdersairbag uit een gestolen Audi Avant;

- een passagiersairbag uit een gestolen Volkswagen Golf (2x);

- een passagiersairbag en een airbagregelapparaat uit een gestolen Volkswagen Golf;

- een bestuurdersairbag uit een gestolen Volkswagen Golf (4x);

- een radio/navigatiesysteem uit een gestolen Volkswagen Passat (2x);

- een radio/cd-speler uit een gestolen Volkswagen Polo;

- een radio/cd-speler uit een gestolen Volkswagen Golf;

- een stuk karton met daarop “[kenteken 12]”, zijnde het kenteken van een gestolen voertuig;

- een kentekenbewijs deel 1 en 2 van een gestolen Ssangyong Kyron, [kenteken 13].

In de loods op het perceel [perceel B] zijn nog de volgende goederen aangetroffen:

- een radio/cd-speler uit een gestolen Volkswagen Golf;

- een zwarte map, inhoudende een instructieboek en een keuringsrapport betreffende een gestolen voertuig.

Ter terechtzitting heeft verdachte wat betreft alle gestolen goederen die in zijn bedrijfspand zijn aangetroffen, verklaard, dat hij niets van (de herkomst van) deze goederen afweet en dat deze daar door anderen moeten zijn neergelegd. “Iedereen kon en mocht mijn bedrijf inlopen en daar goederen neerleggen of stallen. Ik maakte me daar niet druk om. Ik vond het prima, zolang ik er maar geen last van had en ze de goederen op den duur ook weer zouden komen ophalen”, aldus verdachte.

Deze verklaring acht de rechtbank niet geloofwaardig. Verdachte kan geen nadere informatie verstrekken over de door hem bedoelde anderen en de verklaring dat die onbekende anderen zonder meer het bedrijf van verdachte mochten inlopen en daar – niet enkel in de werkplaats, maar ook in andere (kantoor-)ruimtes, zelfs op de eerste verdieping, waar ook de woning van verdachte was gelegen – goederen mochten neerleggen of stallen, acht de rechtbank volstrekt onaannemelijk.

Voorts verwijst de rechtbank in dit verband naar hetgeen zij hiervoor in zaaksdossier 50 over de blanco kentekenbewijzen en de stempels heeft overwogen.

Wat betreft de gestolen goederen die in de loods op het perceel [perceel B] te Brunssum zijn aangetroffen, heeft verdachte, zowel ten overstaan van de politie als ter terechtzitting, verklaard, dat deze loods niet van hem is, dat deze loods ook niet door hem, maar door [medeverdachte A], is gehuurd en dat hij niets van (de herkomst van) genoemde goederen afweet.

De verklaring van de eigenaar van de loods, de getuige [getuige 3] (hierna: [getuige 3]), dat hij, verdachte, deze loods in de loop van 2008 heeft gehuurd, is niet geloofwaardig, aldus de verdachte.

De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de beschikking had over een sleutel van de loods en dat hij regelmatig in de loods kwam. Verdachte heeft verklaard dat hij in deze loods spullen stalde dan wel opsloeg, waaronder ook een sauna (zaak 32) en een quad (zaak 43). Voorts heeft verdachte verklaard dat hij ook wel auto’s in en uit deze loods heeft gereden, waaronder de Audi A6 en de Audi A3 van zaak 27 en de Volkswagen Caravelle van zaak 44. Verdachte heeft verklaard dat wanneer hij in verband met deze goederen in de loods kwam, hij de andere, in de nabijheid staande, goederen ook opmerkte. Hij zou die goederen hebben kunnen verplaatsen en soms deed hij dat ook.63

Voorts is hiervoor in zaaksdossier 27 overwogen dat verdachte in de Audi A3 (zaak 27) heeft gereden, in zaaksdossier 30 dat verdachte aan de Volkswagen Multivan heeft gesleuteld en in zaaksdossier 35 dat verdachte de 22 blanco kentekenplaten in een kast in de loods heeft gelegd en dat hij wist dat men zonder vergunning dergelijke platen niet in zijn bezit mag hebben.

Gelet op het bovenstaande en ook gelet op het na te noemen tapverslag van 14 oktober 2008 en de nader te noemen verklaring van [medeverdachte B], acht de rechtbank de verklaringen van [getuige 3] over de verhuur van de loods aan verdachte geloofwaardig en bezigt zij die verklaringen mede tot het bewijs.64

Op grond van het bovenstaande staat vast dat verdachte, naast de aangetroffen goederen in zijn bedrijfspand op het perceel [perceel A], tevens juridische en feitelijke zeggenschap had over de goederen in de loods op het perceel [perceel B].

Overwegingen met betrekking tot de wetenschap

Met betrekking tot de wetenschap van verdachte van de (criminele) herkomst van de in de tenlastelegging onder 1 primair genoemde goederen, overweegt de rechtbank het volgende.

Op 14 oktober 2008 heeft een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte A] en verdachte. Zakelijk weergegeven, blijkt uit dit gesprek dat [medeverdachte A] en verdachte zaken met elkaar doen. Verdachte heeft – al dan niet na een voorafgaande bestelling – meermalen auto’s aan [medeverdachte A] verkocht. Verdachte heeft ook auto’s voor [medeverdachte A] besteld, die [medeverdachte A] vervolgens niet heeft afgenomen. Voorts heeft verdachte tijdens dit telefoongesprek gezegd dat hij een hal/loods heeft gehuurd, waarin hij auto’s heeft gehad.65

Op 16 oktober 2008 heeft wederom een telefoongesprek plaatsgevonden tussen [medeverdachte A] en verdachte. Tijdens dit gesprek heeft [medeverdachte A] verdachte gevraagd of verdachte nog wat interessants heeft staan. Verdachte heeft [medeverdachte A] daarop geantwoord, dat hij momenteel even niks heeft, dat hij wel wat op bestelling heeft, dat hij een aanbod heeft gehad van een demoauto en dat [medeverdachte A] maar even moet kijken of hij daar wat mee kan.66

[medeverdachte B] heeft, zoals hiervoor in de zaaksdossiers 5 en 12 al ter sprake is gekomen, zowel ten overstaan van de politie als tegenover de rechter-commissaris (op 5 augustus 2009) verklaard dat [medeverdachte A] meerdere auto’s van de verdachte heeft gekocht. Bij de rechter-commissaris heeft hij daarover verklaard: 67

“Ik ben hooguit 10 keer met [medeverdachte A] naar Brunssum geweest naar de garage van [verdachte]. Dat is vorig jaar geweest in en rond de zomer. Ik ging met [medeverdachte A] auto’s halen, kijken of meenemen. [medeverdachte A] kocht de auto’s daar. (…)

(…)

Ik weet van 5 auto’s dat [medeverdachte A] die bij [verdachte] heeft afgehaald. Ik heb die auto’s in mijn politieverklaring ook genoemd. Ik was er bij toen deze auto’s werden opgehaald. (…)

Als ik met [medeverdachte A] in Brunssum was, (…) bleef ik meestal bij de jongen die bij [verdachte] in dienst was. [medeverdachte A] en [verdachte] gingen dan samen naar een auto kijken. Daarbij liepen ze ook wel naar de overkant (de rechtbank begrijpt: naar het perceel [perceel B]). [medeverdachte A] heeft mij verteld dat hij die auto’s van [verdachte] kocht. Ik heb gezien dat hij een mapje van die gekochte auto meekreeg.”

Bij vonnis van 11 november 2009 is [medeverdachte A] door deze rechtbank veroordeeld ter zake van een groot aantal vermogensdelicten, waaronder in het bijzonder diverse diefstallen en helingen van auto’s uit het luxe segment.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij ervan op de hoogte was dat [medeverdachte A] en diens vrienden criminelen waren, nu zij dit hem zelf hebben verteld. Over [medeverdachte A] heeft verdachte verder verklaard, dat hij altijd met “BMW-tjes” bezig was, dat hij vaak met kentekenplaten rondliep, dat hij altijd een pak geld (“een pakket vijftigjes”) bij zich had, dat hij vaak van telefoonnummer wisselde en dat hij volgens hem een wapen bij zich droeg.68

Ter terechtzitting is verdachte geconfronteerd met de inhoud van de telefoongesprekken tussen hem en [medeverdachte A] op 14 en 16 oktober 2008 alsmede met de verklaringen van [medeverdachte B].

Verdachte heeft daarop bij herhaling verklaard dat hij nooit een auto aan [medeverdachte A] heeft verkocht (en dat de zaken die hij met [medeverdachte A] heeft gedaan, beperkt zijn gebleven tot het uitvoeren van autoreparaties en dergelijke alsmede het chippen van auto’s).69

De rechtbank merkt deze verklaring van verdachte – gelet op de telefoongesprekken van 14 en 16 oktober 2008 en de verklaringen van [medeverdachte B] – aan als kennelijk leugenachtig en bezigt deze verklaring mede tot het bewijs van de ten laste gelegde feiten. In het licht van al hetgeen hiervoor is overwogen, kan het niet anders dan dat verdachte zijn leugenachtige verklaring heeft afgelegd om de waarheid te verdoezelen.

Deze waarheid is naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte met [medeverdachte A] zaken heeft gedaan in gestolen voertuigen. Verdachte heeft via andere kanalen gestolen voertuigen tot zijn beschikking gekregen, deze gestald in zijn bedrijfspand op het perceel [perceel A] dan wel in de loods op het perceel [perceel B] en een aantal van deze voertuigen verkocht aan [medeverdachte A]. Gelet op hetgeen in met name het bedrijfspand van verdachte is aangetroffen, gaat de rechtbank er daarbij van uit dat, voordat verdachte de voertuigen (door-)verkocht, hij eerst de voertuigen “leeg haalde” (zaak 26 (het boodschappenkrat met administratie) en zaak 46 (de kindersportrolstoel)) en/of onderdelen demonteerde (zaak 51) en/of het voertuig van een vals chassisnummer voorzag (feit 2 primair).

Voor het bestaan van de wetenschap bij verdachte over de criminele herkomst van de goederen vindt de rechtbank voorts nog steun in:

- Een telefoongesprek van 5 februari 2009, tijdens welk gesprek verdachte een onbekende man een nieuwe, nog ingepakte A6 aanbiedt die “van de vrachtwagen is gevallen” en nul kilometer op de teller heeft.70

- De in zaaksdossier 31 vermelde telefoongesprekken van 3 maart 2009, waarin wordt gesproken over “een heet ijzer” en waarin verdachte heeft verklaard: “Zoveel is een heler niet waard”.

Ten slotte heeft de rechtbank in haar bewijsoverwegingen betrokken dat verdachte zich zowel bij de politie als op de terechtzitting op veel vragen op zijn zwijgrecht heeft beroepen, dit terwijl het dossier – inhoudende hetgeen hierboven is weergegeven – vaak schreeuwt om een verklaring.

Naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad mag de rechter indien de verdachte voor een omstandigheid die redengevend is voor het bewijs, geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende verklaring heeft gegeven, dit in zijn overwegingen betrekken (onder meer Hoge Raad 15 juni 2004, NJ 2004, 464).

Vrijspraak medeplegen

De officier van justitie heeft gevorderd dat bewezen zal worden verklaard dat verdachte de feiten “tezamen en in vereniging met een ander of anderen” heeft gepleegd. De rechtbank zal de officier van justitie in zoverre niet in zijn betoog volgen, aangezien naar haar oordeel voor het medeplegen onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

primair

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 3 maart 2009 te Brunssum een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van opzetheling, immers heeft verdachte meermalen goederen, te weten:

- (zaak 5) in de periode van 17 januari 2008 tot 19 september 2008 een personenauto (merk Audi, type A3) en

- (zaak 12) in de periode van 16 april 2008 tot en met 31 juli 2008 een personenauto (merk Peugeot, type 206) en

- (zaak 26) in de periode van 4 november 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Golf) en een boodschappenkrat met boeken en mappen met daarin offertes van het bedrijf [bedrijf A] en

- (zaak 27) in de periode van 10 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Audi, type A6) en een personenauto (merk Audi, type A3, (origineel) gekentekend [kenteken 1]) en autosleutels en

- (zaak 28) in de periode van 18 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Renault, type Megane Scenic) en

- (zaak 29) in de periode van 5 februari 2009 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Sharan TDI) en

- (zaak 30) in de periode van 28 december 2008 tot en met 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan) en

- (zaak 31) in de periode van 31 januari 2009 tot en met 3 maart 2009 een jetski, merk Bombardier, en

- (zaak 32) in de periode van 28 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een aanhanger, merk Dassen, en

- (zaak 33) omstreeks de periode van 10 oktober 2008 tot en met 3 maart 2009 een doos met plastic tassen (met opdruk IMAGO, fashion with style) en rode tassen (met opdruk ANGELS jeans wear) en een zwart krat met alarmlabels en twee vuilniszakken met houten kledinghangers en

- (zaak 35) op 3 maart 2009 22 blanco kentekenplaten en

- (zaak 44) in de periode van 31 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 een auto (merk Volkswagen, type T4 Caravelle, oorspronkelijk chassisnummer [chassisnummer A]) en

- (zaak 46) in de periode van 29 december 2005 tot 3 maart 2009 een personenauto (merk Volkswagen, type Multivan (Duits kenteken [kenteken 2])) en een kindersportrolstoel met serienummer [serienummer 1]en

- (zaak 50) omstreeks de periode van 26 juli 2008 tot en met 3 maart 2009 een computer, merk Fujitsu Siemens, serienummer [serienummer 2], en tien blanco Duitse kentekenbewijzen, volgnummers [1] t/m [2] en [3] t/m [4], en 30 stempels voor afstempeling Duitse kentekenbewijzen en een stempelhouder,

verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die goederen telkens wist, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof.

Feit 2

primair

hij op tijdstippen in de periode van 1 oktober 2007 tot en met 3 maart 2009 te Brunssum telkens een chassisnummer, zijnde een ander merk dan de in artikel 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, dat krachtens wettelijk voorschrift op een motorvoertuig moet worden aangebracht, telkens valselijk heeft geplaatst, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk valselijk:

- (zaak 43) het motorvoertuig, een QUAD van het merk Honda, voorzien van een ander chassisnummer, te weten [chassisnummer B], met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was en

- (zaak 44) in de periode van 31 augustus 2008 tot en met 3 maart 2009 het echte chassisnummer, te weten [chassisnummer C], van het motorvoertuig, van het merk Volkswagen T4 Caravelle, verwijderd en vervolgens dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer ([chassisnummer D]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was en

- (zaak 47) in de periode van 9 november 2008 tot en met 3 maart 2009 het echte chassisnummer, te weten [chassisnummer G], van het motorvoertuig, van het merk Volkswagen Golf, Cabrio, kleur wit, verwijderd en vervolgens dit echte chassisnummer vervangen door een ander chassisnummer (te weten [chassisnummer H]) met het oogmerk om dat motorvoertuig te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof laatstbedoeld chassisnummer krachtens wettelijk voorschrift, echt en onvervalst was.

Hetgeen aan verdachte onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

De raadsman van de verdachte heeft betoogd dat zijn cliënt ten aanzien van feit 2 primair, voor wat betreft zaak 43, moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aangezien dit feit niet strafbaar zou zijn. Ter onderbouwing daarvan heeft de raadsman (enkel) verwezen naar de politieverklaring van zijn cliënt op pagina 7981 van het dossier, onder meer inhoudende:

“De verdachte heeft zijns inziens niets verkeerds gedaan met het inslaan van het chassis-nummer omdat dit altijd gebeurd met Duitse frames. De verdachte had een Honda dealer in Duitsland gebeld met de vraag wat het kostte om het framenummer in te slaan (…). De verdachte heeft toen aangegeven dat hij het inslaan van het chassisnummer net zo goed zelf kon doen.”

De rechtbank gaat aan dit (weinig onderbouwde) betoog voorbij.

Naar Nederlands recht is het bewezen verklaarde onder 2 primair, voor wat betreft zaak 43, strafbaar (artikel 219 Sr). Hetgeen verdachte ten overstaan van de politie heeft verklaard, doet hier – wat er overigens ook van die verklaring zij – niet aan af.

De rechtbank merkt in dit verband tevens op – in het kader van de na te melden strafbaarheid van verdachte – dat verdachte er ook niet gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat de door hem gepleegde handelingen niet strafbaar zouden zijn. Immers, niet duidelijk is van wie verdachte de door hem gestelde informatie heeft ontvangen en niet is gebleken dat verdachte daaromtrent vervolgens navraag heeft gedaan bij de bevoegde Nederlandse autoriteiten, zoals de Dienst Wegverkeer (RDW).

Het bewezen verklaarde is strafbaar en levert op:

Feit 1 primair:

Van het plegen van opzetheling een gewoonte maken.

Feit 2 primair:

Andere dan de in de artikelen 217 en 218 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde merken, die krachtens wettelijk voorschrift op goederen moeten of kunnen worden geplaatst, daarop valselijk plaatsen, met het oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en onvervalst waren, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de straf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het reclasseringsrapport van 3 september 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op grote schaal en gedurende een lange periode bezig gehouden met de heling van diverse voorwerpen. Verdachte heeft (al dan niet na voorafgaande bestelling) veel gestolen auto’s – waaronder Audi’s en andere merken uit het luxe segment – verworven, deze gestald in zijn bedrijfspand en/of in een door hem gehuurde loods daartegenover en vervolgens deze auto’s overgedragen, dan wel geprobeerd dat te doen, aan geïnteresseerden in de auto’s, onder wie medeverdachte [medeverdachte A]. Daarbij heeft verdachte – zoals hiervoor onder 4.2. reeds is overwogen – voorafgaande aan de verkoop de auto’s veelal leeg gehaald en/of onderdelen van de auto’s gedemonteerd, hetgeen hij vervolgens in zijn bedrijfspand en/of de loods heeft opgeslagen. Beide panden waren, zo is tijdens de doorzoekingen wel duidelijk geworden, omvangrijke opslagruimtes van één en al gestolen waar.

Verdachte heeft met zijn grootschalige handel een onmisbare schakel gevormd tussen enerzijds de aanbieders (veelal de dieven) en anderzijds de uiteindelijke afnemers (helers) van de gestolen auto’s en heeft daarmee een belangrijke rol gespeeld bij het in stand houden van deze illegale handel in gestolen voertuigen (“zonder helers geen stelers”). De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Het kan niet anders dan dat verdachte bij zijn handelen enkel oog heeft gehad voor zijn eigen financiële gewin en dat hij zich op geen enkel moment en op geen enkele wijze heeft bekommerd om de schade en overlast die hij met zijn handelen mede heeft veroorzaakt. Rechthebbenden (of in hun plaats de verzekeringsmaatschappijen die tot uitkering zijn overgegaan) zijn voor honderd duizenden euro’s gedupeerd.

Daarnaast heeft verdachte twee auto’s en een quad omgekat door deze valselijk te voorzien van een ander chassisnummer, met het oogmerk deze motorvoertuigen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof deze chassisnummers echt en onvervalst waren.

Met dit handelen heeft verdachte het vertrouwen dat in de juistheid van identificatienummers moet worden gesteld ernstig aangetast. De beide auto’s bleken bovendien te zijn gestolen. Door het omkatten van die auto’s zijn derhalve tevens opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie onttrokken.

Ook dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan.

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat alleen een gevangenisstraf van lange duur als straf in aanmerking komt.

Bij het bepalen van de duur van deze gevangenisstraf heeft de rechtbank – naast vooral de duur en de omvang van de handel van verdachte en zijn onmisbare schakelpositie – ten nadele van verdachte in aanmerking genomen dat hij reeds eerder is veroordeeld wegens soortgelijke strafbare feiten.

Daarnaast laat de rechtbank ten nadele van verdachte meewegen dat verdachte tijdens de politieverhoren en tijdens het onderzoek ter terechtzitting geen enkele verantwoordelijkheid voor zijn handelen heeft genomen en de schuld telkens bij anderen heeft willen leggen, door welke anderen hij zou zijn gebruikt. Verdachte plaatst zichzelf daarmee ten onrechte in de rol van slachtoffer. Het is verdachte – die ter zitting kennelijk leugenachtig en ongeloofwaardig heeft verklaard – geweest die de strafbare feiten heeft gepleegd en die door zijn handelen vele slachtoffers heeft gemaakt dan wel nader heeft gedupeerd.

De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

8. Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1. Verbeurdverklaring

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen die op de beslaglijst onder de nummers 3, 4, 22, 20106, 20118 en 50112 staan vermeld – gelet op het bepaalde in de artikelen 33 en 33a Sr – dienen te worden verbeurd verklaard.

Met betrekking tot het bij de verdachte tijdens de fouillering aangetroffen geld van in totaal € 8.600,00 (nummers 3 en 4) is de rechtbank van oordeel dat het redelijkerwijs niet anders kan dan dat dit geldbedrag, dat aan de verdachte toebehoort, gezien ook de hoogte van dit contante geldbedrag, geheel of grotendeels door middel van het onder 1 primair bewezen verklaarde is verkregen. Verdachte heeft zich immers gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan de handel in gestolen spullen, welke handel qua omvang – gelet op het dossier en met name hetgeen tijdens de doorzoekingen op 3 maart 2009 is aangetroffen – zijn legale activiteiten binnen het bedrijf [bedrijf B] ver moet hebben overstegen en met welke handel verdachte het nodige moet hebben verdiend. De verklaring van verdachte ter terechtzitting dat het bedrag van € 8.600,00 geld betreft dat hij in maart/april 2008 met de verkoop van een speciale VW Golf heeft verdiend en dat hij dit geld op 3 maart 2009 – een jaar later – op zak had omdat hij die dag net wat rekeningen wilde betalen, acht de rechtbank ongeloofwaardig.

Ten aanzien van de in de loods op het perceel [perceel B] te Brunssum aangetroffen quad (nummer 22) is de rechtbank van oordeel dat deze quad, die aan verdachte toebehoort, voor verbeurdverklaring vatbaar is, omdat het onder 2 primair bewezen verklaarde (zaak 43) met behulp van dit voorwerp is begaan.

Met betrekking tot de voorwerpen vermeld onder de nummers 20106, 20118 en 50112 is de rechtbank tot slot van oordeel dat deze voorwerpen, waarvan verdachte de eigenaar moet zijn, voorwerpen betreffen met behulp van welke het onder 1 primair en/of 2 primair bewezen verklaarde is begaan of voorbereid.

8.2. Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat de voorwerpen die op de beslaglijst onder de nummers 1 en 10102 staan vermeld – gelet op het bepaalde in de artikelen 36b en 36c Sr – dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 2 primair bewezen verklaarde (zaak 47 respectievelijk zaak 43) met betrekking tot deze voorwerpen is begaan. Voorts is het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen – een omgekatte personenauto en quad – in strijd met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank is voorts van oordeel dat ook de voorwerpen die op de beslaglijst onder de nummers 24 en 29 staan vermeld, dienen te worden onttrokken aan het verkeer.

Deze voorwerpen behoren de verdachte toe en zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar de door hem begane feiten. Het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen – een patroon en een omgekatte personenauto (Mercedes Benz) – is in strijd met de wet en het algemeen belang. Op grond van artikel 36d Sr kunnen ook deze voorwerpen aan het verkeer worden onttrokken.

8.3. Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

Onder nummer 2 is op de beslaglijst vermeld de blauwe Volkswagen Caravelle, voorzien van het kenteken [kenteken 14] (zaak 44).

Onder nummer 10101 is op de beslaglijst vermeld de groene Volkswagen Golf Cabrio, voorzien van het kenteken [kenteken 15] (zaak 45).

Beide voertuigen zijn omgekat en voorzien van een vals chassisnummer.

De officier van justitie heeft zich wat betreft deze twee voertuigen op het standpunt gesteld dat nu zich – in tegenstelling tot de onder 8.2. genoemde voertuigen – rechthebbenden te goeder trouw op deze voertuigen hebben gemeld, de voertuigen aan die rechthebbenden kunnen worden teruggegeven onder de voorwaarde dat de rechthebbende het voertuig zal (laten) legaliseren en dat dit door de Duitse respectievelijk de Nederlandse RDW zal worden erkend.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de rechthebbenden die zich voor deze voertuigen hebben gemeld, te weten:

- Württembergische Versicherung AG te Keulen (Duitsland) voor de Volkswagen Caravelle;

- [getuige 2] te Brunssum voor de Volkswagen Golf Cabrio,

redelijkerwijs als rechthebbenden op deze voertuigen kunnen worden aangemerkt en ook als rechthebbenden te goeder trouw.

Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd zal de rechtbank – gelet op de stand van zaken op dit moment – echter niet de teruggave onder voorwaarde van deze voertuigen gelasten. Immers, deze voertuigen zijn nog steeds voorzien van een vals chassisnummer en het bezit van de voertuigen is om die reden in strijd met de wet en het algemeen belang en de rechtbank vermag niet in te zien, op welke wijze zou moeten worden gecontroleerd dat de door de officier van justitie gevorderde voorwaarde strikt wordt nageleefd.

Nu de rechtbank anderzijds met de officier van justitie wel het belang inziet van de gestelde rechthebbenden op de voertuigen, zal zij met betrekking tot deze voorwerpen de navolgende beslissing nemen. De rechtbank zal gelasten dat de voertuigen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbenden, teneinde gedurende de tijd van deze bewaring de officier van justitie en/of de rechthebbenden – voor zover nodig in onderling overleg – de gelegenheid te bieden tot (erkende) legalisatie van de voertuigen over te gaan, waarna de officier van justitie tot feitelijke teruggave van de voertuigen kan overgaan.

8.4. Overige beslissingen

Ten aanzien van de overige in beslag genomen en niet teruggeven voorwerpen zal de rechtbank beslissen overeenkomstig hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd, nu deze beslissingen de rechtbank geraden voorkomen. Door of namens de verdachte is ter zake geen verweer gevoerd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 33, 33a, 36b, 36c, 36d, 57, 219 en 417.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk in de vervolging van feit 2 primair, voor wat betreft zaak 45.

Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, voor wat betreft zaak 10, ten laste is gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat verdachte voor het overige de onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1 primair en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens deze feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van 40 (veertig) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslagbeslissingen als vermeld in vonnis.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. S. Jongeling, voorzitter,

mr. F.F.W. Brouwer en mr. A. Eichperger, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. D. Ket en mr. M.M.L.A. Zwiersen-Dekker,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 11 november 2009.

Eindnoten:

1 De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

De in de voetnoten vermelde schriftelijke bescheiden worden – tenzij anders is vermeld – slechts tot het bewijs gebezigd in verband met de inhoud van de overige bewijsmiddelen.

2 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

3 Proces-verbaal van doorzoeking [perceel A] te Brunssum (hoofddossier, map 3.00).

4 Schriftelijk bescheid, te weten de index van de in beslag genomen goederen (map 4, pagina 1341-1344).

5 Proces-verbaal van doorzoeking [perceel B] te Brunssum (hoofddossier, map 3.00).

6 Zie voetnoot 4.

7 Proces-verbaal Algemeen (map 16, pagina 7470-7476).

8 Schriftelijk bescheid, te weten een bijlage in beslag genomen goederen A340 (map 16, pagina 7216).

9 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7206);

- Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] (map 16, pagina 7207-7212);

- Proces-verbaal van verhoor aangever (map 16, pagina 7213-7214);

- Schriftelijk bescheid, te weten een print van een email van aangever (map 16, pagina 7215-7218);

- Schriftelijk bescheid, te weten een bewijs van ontvangst (nazendingen, pagina 99-100).

10 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7267-7268).

11 De rechtbank verwijst naar de:

- Schriftelijke bescheiden, te weten een aantal in de Duitse taal opgestelde stukken (map 16, pagina 7245-7266);

- Schriftelijke bescheiden, te weten een Duitse aangifte en bijbehorende stukken van diefstal personen-auto’s d.d. 10 februari 2009 [bedrijf C] te Wegberg (zaak 27) (aanvulling bij brief van 16 september 2009);

- Schriftelijke bescheiden, te weten een beëdigde vertaling uit het Duits van uitvoeringsstukken van het Rechtshulpverzoek van 17 april 2009 (aanvulling bij brief van 7 oktober 2009).

12 Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 27 (map 16, pagina 7241-7242).

13 Proces-verbaal van bevindingen (map 16, pagina 7272-7274).

14 Proces-verbaal van observeren 17 februari 2009 (map 16, pagina 7275-7279).

15 Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 27 (map 16, pagina 7242) en een schriftelijk bescheid, te weten een zogeheten uitdraai van de signalering (map 16, pagina 7280).

16 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7309-7310).

17 Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] (map 16, pagina 7311-7313).

18 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7337).

19 Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van de Belgische aangifte van [aangever 3] (nazendingen, pagina 20-23).

20 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7363-7364).

21 Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] (map 16, pagina 7365-7367).

22 Zie noot 20.

23 Schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag (map 16, pagina 7368-7369).

24 Schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag (map 16, pagina 7369).

25 Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7398-7406).

26 Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van de Belgische aangifte van [aangever 5] (map 16, pagina 7394-7397).

27 Zie noot 25.

28 Proces-verbaal van identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 16, pagina 7439-7440).

29 De rechtbank verwijst naar het:

- Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] (map 16, pagina 7441-7444);

- Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van de aankoopfactuur van de aanhanger (map 16, pagina 7445).

30 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

31 Zie noot 7.

32 Zie noot 7.

33 De rechtbank verwijst naar het:

- Schriftelijk bescheid, te weten een kopie van het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] (ZD 33) (aanvulling bij brief van 7 oktober 2009);

- Proces-verbaal van verhoor aangever (map 16, pagina 7477-7480).

34 Proces-verbaal van bevindingen (map 16, pagina 7504-7506).

35 Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 35 (map 16, pagina 7502).

36 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

37 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 17, pagina 7967-7972);

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 17, pagina 7973-7977).

38 Proces-verbaal van verhoor verdachte (map 17, pagina 7980-7981).

39 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

40 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 17, pagina 7988-7999);

- Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 44 (map 17, pagina 7985);

- Schriftelijk bescheid, te weten een email van [aangever 8] aan de officier van justitie, gedateerd 12 oktober 2009, overgelegd ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

41 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

42 De rechtbank verwijst naar het:

- Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 44 (map 17, pagina 7986);

- Nader proces-verbaal van bevindingen onderzoek Volkswagen T4 (ZD 44) (aanvulling bij brief van 7 oktober 2009).

43 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

44 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 17, pagina 8073-8074);

- Schriftelijk bescheid, te weten twee in de Duitse taal opgestelde prints (map 17, pagina 8075-8076).

45 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal identiteitsonderzoek vervoermiddel (map 17, pagina 8102-8109);

- Schriftelijk bescheid, te weten een Duitse aangifte van diefstal personenauto met kenteken [kenteken 8] (aanvulling bij brief van 16 september 2009).

46 Zie noot 45 en het:

- Proces-verbaal van bevindingen (map 17, pagina 8110-8111).

47 Proces-verbaal van verhoor van [persoon C] (map 17, pagina 8116-8125).

48 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

49 Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 50 (map 18, pagina 8325).

50 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal van bevindingen (map 18, pagina 8328);

- Proces-verbaal van digitaal onderzoek (map 18, pagina 8337-8344);

- Relaas proces-verbaal van onderzoek (map 18, pagina 8325-8326);

- Schriftelijk bescheid, te weten een aantal in de Duitse taal opgestelde stukken (map 18, pagina 8329-8336 en 8345-8350) alsmede de vertaling van een aantal van deze stukken (aanvullende stukken MK REGIE van 25 juni 2009);

- Schriftelijk bescheid, te weten een (vertaalde) Duitse aangifte van inbraak in kantoor van het bureau voor afgifte van kentekenbewijzen (aanvulling bij brief van 16 september 2009).

51 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

52 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] (map 9, pagina 3862-383871).

53 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 10] (map 9, pagina 3876-3878).

54 Schriftelijk bescheid, te weten een politiemutatie (map 9, pagina 3884).

55 Proces-verbaal van aanhouding (map 9, pagina 3885-3886).

56 Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte A] (map 9, pagina 3893-3895).

57 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte B] (map 9, pagina 3928-3929);

- Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte B] (map 9, pagina 3940-3942);

- Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte B] door de rechter-commissaris op 5 augustus 2009 (hoofddossier, map 2.00).

58 Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 12 (map 12, pagina 5088).

59 Proces-verbaal van aangifte van [aangever 11] (map 12, pagina 5092-5094).

60 De rechtbank verwijst naar de/het:

- Processen-verbaal van verhoor van [persoon D] (map 12, pagina 5104-5112);

- Processen-verbaal van bevindingen (map 12, pagina 5095-5099);

- Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 12 (map 12, pagina 5089).

61 De rechtbank verwijst naar het:

- Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte B] (map 12, pagina 5187-5188);

- Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte B] door de rechter-commissaris op 5 augustus 2009 (hoofddossier, map 2.00).

62 De rechtbank verwijst naar de stukken vermeld in de voetnoten 3 tot en met 6 en het/de:

- Relaas proces-verbaal van onderzoek zaak 51 (map 18, pagina 8371-8375);

- Processen-verbaal van bevindingen (map 18, pagina 8376-8412);

- Schriftelijke bescheiden, te weten een groot aantal Duitse aangiftes van diefstal van personenauto (aanvulling bij brief van 16 september 2009).

63 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

64 De rechtbank verwijst naar de/het:

- Processen-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] (map 3, pagina 1091-1095);

- Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3] door de rechter-commissaris op 17 augustus 2009 (hoofddossier, map 2.00).

65 Schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag (map 2, pagina 634-639).

66 Schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag (map 2, pagina 640-641).

67 Proces-verbaal van verhoor van getuige [medeverdachte B] door de rechter-commissaris op 5 augustus 2009 (hoofddossier, map 2.00).

68 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

69 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 14 oktober 2009.

70 Schriftelijk bescheid, te weten een tapverslag (map 2, pagina 710).