Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BL1048

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
28-01-2010
Zaaknummer
15-994978-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Flora- en Faunawet. Wet op de economische delicten. Partiele nietigheid dagvaarding: onvoldoende feitelijk. Handel in en bezit van beschermde dieren. Overtredingen: 3 afzonderlijke geldboetes opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Economische Politierechter

Parketnummer: 15/994978-08

Uitspraakdatum: 29 oktober 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [1972] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 22 november 2007 te Den Ilp, gemeente Landsmeer, opzettelijk, een dier, te weten een Goffini kakatoe (cacatua Goffini) behorende tot een uitheemse beschermde diersoort, als aangewezen door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in bijlage A behorende bij de basisverordering EG nr. 338/97, heeft gekocht en/of ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft gehad en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of onder zich heeft gehad;

2.

hij op of omstreeks 14 oktober 2006 te Andijk en/of te Den Ilp, gemeente Landsmeer heeft gehandeld in strijd met een bij een vrijstelling, ontheffing of vergunning gesteld voorschrift of gestelde beperking, immers heeft verdachte toen en daar een Goffini kakatoe (cacatua Goffini) gekocht, terwijl op het EU-certificaat (nummer 48557) dat bij deze vogel hoorde in vakken 19 en 20 als voorwaarde was opgenomen dat alleen de houder genoemd in vak 1, te weten [betrokkene 1], commerciële activiteiten (als bedoeld in artikel 8 Verordening EG 338/97) met deze vogel mocht uitoefenen;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot 28 februari 2008 te Den Ilp, gemeente Landsmeer, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk, 27, althans een of meer vogels, te weten:

- 4 soldatenara's (ara militaris); en/of

- 2 geelvleugelara's (scarlet macaw); en/of

- 6 Molukken kakatoe's (cacatua Moluccensis); en/of

- 1 Goffini kakatoe (cacatua Goffini); en/of

- 3 dubbele geelkop amazone's (Amazone ochrecephala oratrix); en/of

- 8 oranjekuif kakatoe's (cacatua s. citrinocristata); en/of

- 1 kleine geelkuif kakatoe ( cacatua s. sulpherea); en/of

- 1 Cuba amazone (Amazona Leucocephala); en/of

- 1 palm kakatoe (Probosciger aterrimus);

behorende tot een uitheemse beschermde diersoort, als aangewezen door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in bijlage A behorende bij de basisverordering EG nr. 338/97, ten verkoop voorhanden en/of in voorraad heeft gehad en/of ten verkoop heeft aangeboden en/of heeft verkocht en/of heeft gebruikt voor commercieel gewin en/of onder zich heeft gehad;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2002 tot 28 februari 2008 te Den Ilp, gemeente Landsmeer, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten, door geen registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze regeling bij te houden, terwijl hij specimens van soorten bedoeld in dit artikellid onder zich had en/of daarmee handelingen heeft verricht als bedoeld in artikel 13 eerste lid Flora- en faunawet.

2. Voorvragen

2.1 Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte heeft bepleit dat de dagvaarding ten aanzien van de feiten 1, 3 en 4 nietig verklaard dient te worden, aangezien in de tenlastelegging niet nader door vermelding van certificaat-, chip- of Citesnummer is aangegeven op welke vogels de tenlastelegging precies ziet. Het is daardoor niet duidelijk om welke vogels het gaat. De tenlastelegging is om voornoemde reden onvoldoende feitelijk omschreven en voldoet niet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering (Sv.).

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat in het proces-verbaal de kenmerken en registratienummers van de diverse vogels zijn opgenomen en dat daaruit duidelijk is welke vogels op de tenlastelegging bedoeld zijn, in elk geval ten aanzien van de onder 1 en 4 tenlastegelegde feiten.

De economische politierechter is met de officier van justitie van oordeel dat de tenlastelegging wat betreft de onder 1 en 4 tenlastegelegde feiten voldoende duidelijk is en uit de behandeling ter zitting is gebleken dat ook voor verdachte helder was waartegen hij zich moest verdedigen. In zoverre acht de economische politierechter de dagvaarding dan ook niet nietig.

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit ligt dat anders. Het proces-verbaal moge, door de aldaar gehanteerde categorie-indeling, redelijk overzichtelijk zijn, dat betekent niet dat zulks ook geldt voor de tenlastelegging. Juist doordat de volgorde en indeling van het dossier niet is gevolgd bij het opstellen van de tenlastelegging en mede doordat in het dossier meer en andere vogels voorkomen dan op de tenlastelegging zijn vermeld, is onduidelijk welke van de in het dossier genoemde vogels in de tenlastelegging bedoeld worden. Weliswaar zijn de vogels per soort vermeld maar de individuele vogels zijn niet met een nader specifiek kenmerk aangeduid, hetgeen wel mogelijk zou zijn geweest zoals blijkt uit het dossier. Ook indien de tenlastelegging in combinatie met het dossier wordt gelezen is onvoldoende duidelijk op welke vogels de tenlastelegging ziet, zoals ook is gebleken bij de behandeling ter zitting. De tenlastelegging voldoet derhalve ten aanzien van feit 3 niet aan de eisen van artikel 261 Sv., zodat de economische politierechter de dagvaarding in zoverre nietig zal verklaren.

Voor het overige heeft de economische politierechter vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 , 3 en 4 tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een geldboete van 10.000 euro te vervangen door 85 dagen hechtenis, waarvan 5.000 euro, te vervangen door 60 dagen hechtenis, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat van de in beslaggenomen vogels te weten een Goffini, een Cuba Amazone NB972FUQ1, een Palm kaketoe 528210000812901 en een Geelkuif kaketoe 528210000971672 onttrokken zullen worden aan het verkeer.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden(1)

Ten aanzien van feit 1 en 2:

Op 22 november 2007 heeft een controle plaatsgevonden door de AID bij Kwekerij [naam bedrijf verdachte] te Den Ilp, gemeente Landsmeer, de eenmanszaak van verdachte. Aldaar werd een Goffins kaketoe aangetroffen. De Goffins kaketoe (cacatua goffini) is een uitheems beschermde diersoort en staat vermeld op bijlage A van verordening 338/97.(2) De aangetroffen kaketoe is, volgens de eveneens aangetroffen administratie, op 14 oktober 2006 door verdachte gekocht van [betrokkene 2] te Andijk met het daarbij behorende EUcertificaat 48557. Op dit certificaat is in vak 19 en 20 aangegeven dat het certificaat slechts geldig was voor eenmalige overdracht door [betrokkene 1] te Gorinchem.(3) [betrokkene 2] heeft voornoemde vogel gekocht van [betrokkene 1] te Gorinchem en verkocht aan [naam bedrijf verdachte] en aan [verdachte] certificaat 48557 overgedragen.(4) Verdachte heeft aangegeven de Goffini te hebben voor in het vogelpark.(5)

De economische politierechter stelt vast dat verdachte door de vogel van [betrokkene 2] te kopen in strijd met de voorwaarde op het EUcertificaat heeft gehandeld. Voorts heeft verdachte -door de vogel in zijn park te hebben, terwijl hij niet beschikte over een vergunning of vrijstelling- opzettelijk in strijd met artikel 13 van de Flora- en faunawet heeft gehandeld.

Ten aanzien van feit 4:

Op 28 februari 2008 is een onderzoek ingesteld bij [naam bedrijf verdachte] te Den Ilp; alle vogels zijn bekeken, evenals de daarbij behorende documenten. Een aantal vogels, zijnde beschermde vogels in de zin van artikel 13 van de Flora- en faunawet waarvan geen documenten aanwezig waren, zijn in beslaggenomen. (6/7) Vervolgens is bij verdachte de ontbrekende administratie opgevraagd.

De aldus verkregen administratie bevindt zich als bijlage 5 in het dossier; vermeld zijn de rubrieken datum, naam, adres en land afnemer/leverancier, diersoort, aantal, nr. CITES-document en opmerkingen.(8) Verdachte heeft ter zitting zelf aangegeven weliswaar vanaf eind 2004/begin 2005 een administratie te hebben bijgehouden, maar niet op de hoogte te zijn geweest van wat hij precies moest registreren. Pas na februari 2008, na voormelde controle en inbeslagname, is hem dat duidelijk geworden.(9)

De economische politierechter stelt op grond van het vorenstaande vast dat verdachte niet alle gegevens in zijn administratie heeft vermeld, die op grond van artikel 3 van de Regeling administratie bezit en handel in beschermde dier- en plantensoorten dienen te worden opgenomen.

De economische politierechter is derhalve van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte hiermee artikel 79 lid 2 van de Flora- en faunawet heeft overtreden. Dit is op grond van artikel 1 a 3 ojuncto artikel 2 lid 4 van de Wet op de economische delicten (WED) een overtreding, zodat de economische politierechter – gelet op de regeling van de verjaring van art. 70 van het Wetboek van Strafrecht – de bewezenverklaring zal beperken tot het nog niet verjaarde deel van de tenlastegelegde periode, zijnde de periode van 4 september 2006 tot 28 februari 2008.

4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de economische politierechter wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 en 4 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 22 november 2007 te Den Ilp, gemeente Landsmeer, opzettelijk een dier, te weten een Goffini kakatoe (cacatua Goffini), behorende tot een uitheemse beschermde diersoort als aangewezen door de minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij in artikel 4 van de Regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet en genoemd in bijlage A behorende bij de basisverordering EG nr. 338/97, voorhanden heeft gehad;

2.

hij op 14 oktober 2006 te Andijk of te Den Ilp, gemeente Landsmeer heeft gehandeld in strijd met een bij een vrijstelling, ontheffing of vergunning gesteld voorschrift of gestelde beperking, immers heeft verdachte toen en daar een Goffini kakatoe (cacatua Goffini) gekocht, terwijl op het EU-certificaat (nummer 48557) dat bij deze vogel hoorde in vakken 19 en 20 als voorwaarde was opgenomen dat alleen de houder genoemd in vak 1, te weten [betrokkene 1], commerciële activiteiten (als bedoeld in artikel 8 Verordening EG 338/97) met deze vogel mocht uitoefenen;

4.

hij in de periode van 4 september 2006 tot 28 februari 2008 te Den Ilp, gemeente Landsmeer, opzettelijk heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van de Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten, door geen registratie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van deze regeling bij te houden, terwijl hij specimens van soorten bedoeld in dit artikellid onder zich had en/of daarmee handelingen heeft verricht als bedoeld in artikel 13 eerste lid Flora- en faunawet.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1, 2 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1:

opzettelijke overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 13, eerste lid, van de Flora- en faunawet.

Feit 2:

handelen in strijd met een bij een vrijstelling, ontheffing of vergunning van het verbod van artikel 13 van de Flora- en faunawet gesteld voorschrift of gestelde beperking.

Feit 4:

opzettelijk handelen in strijd met een bij een vrijstelling, ontheffing of vergunning van het verbod van artikel 13 van de Flora- en faunawet gesteld voorschrift of gestelde beperking.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de economische politierechter zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon en de draagkracht van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de economische politierechter het navolgende in aanmerking genomen.

De handel in en het bezit van beschermde dieren is in principe verboden en is alleen dan toegestaan indien men zich aan de diverse voorschriften en regels houdt. Die regels en voorschriften zijn nu juist gesteld om de bescherming van die dieren zo goed mogelijk te waarborgen. Dat iemand als verdachte, die professioneel werkzaam is in de papegaaien-handel, zich niet aan de op dit terrein van toepassing zijnde regelgeving en vergunningsvoorschriften houdt, vindt de economische politierechter extra kwalijk.

De officier van justitie heeft terzake van vier misdrijven één geldboete geëist.

De economische politierechter is echter van oordeel dat feit 2 en feit 4 overtredingen zijn, aangezien ten deze het verbod van artikel 79 lid 2 van de Flora- en faunawet is overtreden, hetgeen in artikel 1 a 3 o juncto artikel 2 lid 4 van de WED als overtreding wordt aangemerkt. Dat de opsteller van de tenlastelegging voormeld artikel van de Flora- en faunawet ook voor ogen heeft gehad, blijkt niet alleen uit de tekst van de tenlastelegging, maar ook uit de vermelding van dit artikel onder de beide tenlastegelegde feiten. Dit betekent dat de economische politierechter drie afzonderlijke straffen zal opleggen.

Op grond van het vorenoverwogene is de economische politierechter van oordeel dat drie boetes van na te noemen hoogte op zijn plaats zijn. Voor het opleggen van een deels voorwaardelijke straf, als door de officier van justitie gevorderd, ziet de economische politierechter geen aanleiding.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1 Onttrekking aan het verkeer

De economische politierechter is van oordeel dat de inbeslaggenomen Goffini kaketoe dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezenverklaarde feit met betrekking tot die vogel is begaan.

Ten aanzien van de ander drie op de beslaglijst staande vogels is bij de behandeling ter zitting niet aannemelijk geworden dat daarmee een strafbaar feit is begaan, zodat de economische politierechter de teruggave aan verdachte zal gelasten.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Feit 1:

Art. 13 lid 1 Flora- en faunawet,

art 4 van de regeling aanwijzing dier- en plantensoorten Flora- en faunawet,

art. 1a 1? , 2 en 6 Wet op de economische delicten en

art. 36b, 36c van het Wetboek van Strafrecht;

Feit 2:

Art. 79 lid 2 Flora- en faunawet,

art. 10 Regeling vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten,

art. 1a 3?, 2 en 6 Wet op de economische delicten;

Feit 4:

Art. 79 lid 2 Flora- en faunawet,

art. 18 Besluit vrijstelling beschermde dier- n plantensoorten,

art. 2, 3 en 6 van de Regeling administratie bezit van en handel in beschermde dier- en plantensoorten,

art 1a 3?, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

Feiten 1, 2 en 4

Art. 23, 24, 24 c, 62 en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De wetsartikelen zijn van toepassing zoals zij luidden ten tijde van het begaan van het strafbare feit.

11. Beslissing

De economische politierechter:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder 1, 2 en 4 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Ten aanzien van feit 1:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 1.000,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Ten aanzien van feit 2:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 250,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 5 dagen hechtenis.

Ten aanzien van feit 4:

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van € 500,--, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Onttrekt aan het verkeer:

- 1.00 stk Vogel Goffins cackatoo (cacatua goffini)

Gelast de teruggave aan verdachte van:

- 1.00 stk Vogel Cuba amazone NB972FUQ1

- 1.00 stk Vogel Palm kakatoe 528210000812901

- 1.00 stk Vogel kleine geelkuif kakatoe 528210000971672

(1) De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

(2) Proces-verbaal van de algemene inspectiedienst, proces-verbaalnr.: 46386 bij Opsporing nr.: 51043 (blad 4).

(3) Bijlage nr 46386-2 bij proces-verbaal van de algemene inspectiedienst, proces-verbaalnr.: 46386 bij Opsporing nr.: 51043 (blad 11).

(4) Proces-verbaal van verhoor verdachte van de algemene inspectiedienst proces-verbaal nr.: 51043 bij Opsporing nr.: 51043 (blad 13).

(5) Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 oktober 2009.

(6) Proces-verbaal van de algemene inspectiedienst nr.: 53121 bij Opsporing nr.: 48583 (blad 4 e.v.).

(7) Lijst van inbeslag genomen dieren bij [naam bedrijf verdachte] te Den Ilp (Bijlage 1, dossierpagina 12).

(8) Bijlage 5 bij het proces-verbaal van de algemene inspectiedienst nr.: 53121 bij Opsporing nr.: 48583 (dossierpagina 59 e.v.).

(9) Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 15 oktober 2009.

Samenstelling economische politierechter en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

Mr. H.M. van Dam, economische politierechter,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. W.J. de Baat,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2009.