Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7942

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-12-2009
Datum publicatie
29-12-2009
Zaaknummer
15-741002-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte woont reeds gedurende meerdere jaren samen met een partner die een Anw-uitkering ontvangt. Door de partner van verdachte is niet bij de SVB gemeld dat zij samenwoonde. Aldus handelend, heeft de partner van verdachte de SVB Haarlem en daarmee de gemeenschap opzettelijk voor een aanzienlijk geldbedrag benadeeld. Verdachte heeft door het verzwijgen van die samenwoning opzettelijk voordeel genoten, doordat hij met haar samenwoonde in haar woning, gebruik maakte van de voorzieningen aldaar, bij haar sliep en at en de overige levensbehoeften – op zijn minst genomen mede op haar kosten – door haar werden betaald, terwijl hij wist dat de uitkering uitbetaald werd doordat zijn partner telkens onjuiste inlichtingen verstrekte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/741002-08

Uitspraakdatum: 15 december 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 1 december 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 1999 tot en met 12 mei 2009 te Haarlem, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen voorwerp, althans goed (te weten uitkeringsgelden), voordeel heeft getrokken, immers heeft hij, verdachte, (telkens) opzettelijk gebruik gemaakt van de woning aan de [adres] en/of van de in die woning aanwezige voorziening(en), zoals gas/water/electriciteit en/of levensmiddelen en/of boodschappen en/of meubilair, terwijl hij, verdachte, (telkens) wist ,althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze woning en/of deze voorziening(en) en/of dat meubilair, althans deze goed(eren) geheel of gedeeltelijk werd(en) betaald met een uitkering krachtens de Algemene Nabestaanden Wet, welke door [medeverdachte] (met wie hij, verdachte, samenwoonde, althans een gezamelijke huishouding voerde op het adres [adres]) door verzwijging (ex artikel 227b Wetboek van Strafrecht), althans door enig misdrijf was verkregen.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden;

- oplegging van een werkstraf voor de duur van 240 uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden *1

Op 27 juni 2008 is een anonieme melding bij de Sociale Verzekeringsbank Haarlem (hierna SVB) binnengekomen, inhoudende dat verdachte al ongeveer dertien jaar samenwoont op het adres [adres] met [medeverdachte]. Laatstgenoemde ontvangt sedert 1 december 1989 een uitkering krachtens de Algemene Weduwen- en Wezenwet *2, welke uitkering van rechtswege per 1 juli 1996 is omgezet in een uitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet. Uit een door de SVB ingesteld onderzoek is gebleken dat geen melding van het voeren van een gezamenlijke huishouding met verdachte is gedaan door [medeverdachte]. *3 Verdachte staat ingeschreven op het adres [adres]. *4 Op dit adres komt al jaren post op naam van verdachte binnen. De huidige bewoonster, die sinds augustus 2006 op genoemd adres woont, gooit die post dan in de brievenbus van haar huisbaas. Zij heeft een huurcontract voor de woning en betaalt alle gemeentelijke heffingen en de kosten voor water en energie. *5 Verdachte betaalt voor de inschrijving op het adres € 200,- per maand . Hij gebruikt de woning al tien jaar niet meer en al die tijd wordt de woning door anderen bewoond. Het is voor hem een “papieren” adres. Eerste regelde verdachte zelf onderhuurders die hem de huur betaalden. Sinds anderhalf jaar betaalt hij de kosten per bank aan de huisbaas en ontvangt hij van de huisbaas de kosten contant weer terug. Verdachte woont al vanaf 1995 bij [medeverdachte] in Haarlem. Zijn uitgaven liggen ook in Haarlem. Zij doen iedere vrijdag boodschappen. Ze hebben gezamenlijk in de woning nieuwe vloerbedekking, een televisie, een ijskast en een eethoek aangeschaft. [medeverdachte] betaalt de huur en de energie van de woning. Een jaar of vijf geleden hebben ze gesproken over het feit dat [medeverdachte] een Anw-uitkering heeft en dat het geen goed idee is om verdachte te laten inschrijven op het adres van [medeverdachte], omdat dit mogelijk gevolgen heeft voor haar uitkering. Omdat het inkomen van verdachte onvoldoende is om het gezin te onderhouden, is besloten verdachte niet op haar adres in te laten. *6

De zoon van [medeverdachte], [betrokkene], ziet verdachte al meer dan tien jaar als de vriend van zijn moeder. Ze proberen samen een gezin te vormen. Voor zijn gevoel is verdachte zijn vader. Getuigen die ook in de [adres] wonen, hebben verklaard dat verdachte een aantal jaren na de dood van de echtgenoot van [medeverdachte] bij haar is gaan wonen en niet meer weg is geweest. *7 *8 *9

4.2. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij in de periode van 1 juli 1999 tot en met 12 mei 2009 te Haarlem, telkens opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed (te weten uitkeringsgelden), voordeel heeft getrokken, immers heeft hij, verdachte, telkens opzettelijk gebruik gemaakt van de woning aan de [adres] en van de in die woning aanwezige voorzieningen, zoals gas/water/elektriciteit en levensmiddelen en boodschappen en meubilair, terwijl hij, verdachte, telkens wist, dat deze woning en deze voorzieningen en dat meubilair, geheel of gedeeltelijk werden betaald met een uitkering krachtens de Algemene nabestaandenwet, welke door [medeverdachte] (met wie hij, verdachte, een gezamenlijke huishouding voerde op het adres [adres]) door verzwijging (ex artikel 227b Wetboek van Strafrecht), was verkregen.

Voor zover in de bewezen verklaarde tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

opzettelijk uit de opbrengst van enig door misdrijf verkregen goed voordeel trekken, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte woont reeds gedurende meerdere jaren samen met een partner die een Anw-uitkering ontvangt van de SVB Haarlem. Door de partner van verdachte is niet bij de SVB gemeld dat zij samenwoonde. Aldus handelend, heeft de partner van verdachte de SVB Haarlem en daarmee de gemeenschap opzettelijk voor een aanzienlijk geldbedrag benadeeld. Verdachte heeft door het verzwijgen van die samenwoning opzettelijk voordeel genoten, doordat hij met haar samenwoonde in haar woning, gebruik maakte van de voorzieningen aldaar, bij haar sliep en at en de overige levensbehoeften – op zijn minst genomen mede op haar kosten – door haar werden betaald, terwijl hij wist dat de uitkering uitbetaald werd doordat zijn partner telkens onjuiste inlichtingen verstrekte.

De rechtbank acht op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting zich voldoende geïnformeerd omtrent de persoonlijke situatie van de verdachte en acht een reclasseringsrapportage niet noodzakelijk.

Op grond van de ernst van het feit, met name de lange periode waarin voordeel is getrokken, is de rechtbank van oordeel dat een deels vrijheidsbenemende straf gerechtvaardigd is. Daarnaast zal de rechtbank een taakstraf opleggen in de vorm van een werkstraf van na te noemen duur.

De rechtbank komt tot een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie geëist. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte first offender is.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 9, 22c, 22d, 416 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van twee (2) maanden.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 240 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mrs. A. Eichperger en F.S.N. Nasrullah-Oemar, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier D.L. Meyer,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 15 december 2009.

*1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

*2 PV 27209, bijlage 14: brief Sociale verzekeringsbank d.d. 12 maart 1990.

*3 PV 27209, bijlage19,20: inkomensopgaveformulieren in verband met de inkomensafhankelijke nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet d.d. 22 november 2000 respectievelijk 26 november 2001.

*4 PV 27209, bijlage 26, Proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 maart 2009.

*5 PV 27209, bijlage 9: Proces-verbaal van verhoor d.d. 12 mei 2009.

*6 PV 27209, bijlage 11: Processen-verbaal van verhoor d.d. 12 mei 2009 te 09.35 en 13.30 uur.

*7 PV 27209, bijlage 4: Proces-verbaal van verhoor van 13 november 2008.

*8 PV 27209, bijlage 5: Proces-verbaal van verhoor van 11 maart 2009.

*9 PV 27209, bijlage 8: Proces-verbaal van verhoor van 12 mei 2009.