Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7938

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
29-12-2009
Zaaknummer
15-700507-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is willens en wetens na het gebruik van een grote hoeveelheid alcoholhoudende drank in zijn personenauto gestapt en is daarmee uit stilstand met steeds toenemende snelheid ingereden op een aantal mensen dat zich voor een café bevond. Hij heeft daarbij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard een of meer van die mensen aan te rijden met alle ernstige gevolgen van dien. Hij heeft hierbij het slachtoffer aangereden. De rechtbank acht het niet meer dan een gelukkig toeval dat de gevolgen in zoverre beperkt zijn gebleven, dat – naar het zich laat aanzien - het slachtoffer geen blijvend letsel heeft opgelopen en dat geen andere personen zijn geraakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700507-09

Uitspraakdatum: 5 november 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

Primair

hij op of omstreeks 25 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid tegen die [slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, met hoge snelheid tegen die [slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op of omstreeks 25 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 480 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair en onder 2 tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft de officier van justitie oplegging van een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar gevorderd.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair ten laste is gelegd en moet verdachte daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt in dat verband dat niet aannemelijk is geworden dat verdachte met zijn personenauto met hoge snelheid op personen die zich bevonden voor café Het Pleintje is ingereden. Gelet op de verklaringen van de getuigen en van verdachte met betrekking tot de gebeurtenissen in de nacht van 25 juli 2009 in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank aannemelijk dat verdachte enkele malen vanuit stilstand naar voren en weer naar achteren is gereden over een zodanig beperkte afstand dat de tenlastegelegde hoge snelheid niet wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht. Aan de vermoedelijk door verdachte gereden snelheid kan daarom niet het bewijs worden ontleend dat verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het zich voor zijn auto bevindende slachtoffer dat hij heeft aangereden, daardoor zou komen te overlijden.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden *1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van feit 1 subsidiair en feit 2 op grond van de navolgende, in de voetnoten vermelde, bewijsmiddelen. Uit deze bewijsmiddelen blijken de navolgende feiten en omstandigheden.

Op 25 juli 2009, omstreeks 01:15 uur, wordt politieassistentie gevraagd omdat aan de [adres], te Zaandam, gemeente Zaanstad, een aanrijding heeft plaatsgevonden. Een personenauto zou café ’t Pleintje zijn binnengereden. Op weg naar dat café komen twee agenten van politie verdachte tegen die zich bij hen meldt met de woorden:”Hier ben ik.” Verbalisanten zagen dat verdachte zich bevond in een Suzuki Swift en hoorden via de portofoon dat de verdachte van de aanrijding in een Suzuki Swift was weggereden. Verdachte is daarop aangehouden. *2 Omdat uit het contact met en de waarneming van het gedrag van verdachte werd vermoed dat verdachte te veel had gedronken is hem bevolen mee te werken aan een ademanalyse. Zijn ademalcoholgehalte bleek bij onderzoek 480 microgram per liter uitgeademde lucht te bedragen. *3 Verdachte heeft verklaard dat hij, nadat hij het café ’t Pleintje had verlaten, terwijl hij over de dag en avond ongeveer 20 glazen bier had gedronken, naar zijn auto is gegaan, is ingestapt en er vervolgens mee is weggereden. Hij is toen een paar keer voor- en achteruit gereden richting dit café, terwijl er meerdere mensen in de buurt stonden. Daarna is hij slingerend tussen de mensen door weg gereden. *4

Uit de verklaringen van aangever [slachtoffer] en van meerdere getuigen volgt dat verdachte vanuit stilstand vol gas is gereden in de richting van de gevel van café ’t Pleintje, waar onder meer aangever [slachtoffer] zich voor bevond, waarbij hij tegen die [slachtoffer] is aangereden en de onderbenen van aangever [slachtoffer] met zijn bumper heeft geraakt, die daardoor werd geschept en is gevallen. [slachtoffer] had vanwege die aanrijding pijn aan zijn onderbenen, knie, handen en elleboog. *5

4.3 Bewijsoverweging

Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw van verdachte met betrekking tot feit 1 – kort samengevat – betoogd dat uit de verklaringen niet kan worden opgemaakt dat verdachte tot doel had om tegen iemand of iets aan te rijden. Hierbij acht de raadsvrouw van belang dat de getuigenverklaringen tegenstrijdig zijn en dat uit de beschadiging aan de auto in samenhang met de schade die werd geconstateerd aan de gevel van het café niet zonder meer valt af te leiden dat verdachte het pand dan wel een persoon heeft aangereden. In ieder geval heeft verdachte die opzet niet gehad. Hij voelde zich bedreigd en is weggereden. Daarbij heeft verdachte ter hoogte van het café enkel in de eerste versnelling gereden zodat niet gesproken kan worden van een hoge snelheid, waardoor er dus geen sprake was van een situatie waarin er een aanmerkelijke kans bestond dat er een ongeval zou plaatsvinden met dodelijke afloop dan wel zwaar lichamelijk letsel als gevolg.

De rechtbank merkt allereerst op dat de verklaringen van zowel de aangever [slachtoffer], als die van de verschillende getuigen – zowel bij de politie als ten overstaan van de rechter-commissaris gedaan – grotendeels overeen komen en voldoende consistent zijn om ervan uit te gaan dat de gebeurtenissen op 25 juli 2009 hebben plaatsgevonden op de wijze zoals die door de aangever en de getuigen zijn geschetst. Op grond daarvan kan worden vastgesteld dat verdachte vanuit stilstand vol gas is afgereden op – onder meer – het slachtoffer [slachtoffer]. Door na het nuttigen van een grote hoeveelheid alcoholhoudende drank, waardoor het reactievermogen wordt verminderd, aldus af te rijden op – onder meer – het slachtoffer [slachtoffer] die door de door verdachte bestuurde auto werd geraakt, heeft verdachte, in weerwil van hetgeen de raadsvrouw naar voren heeft gebracht, zich wel degelijk welbewust blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat hij het slachtoffer zou aanrijden en hem daarmee zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen. Dit wordt niet anders, omdat niet is bewezen dat er sprake was van een hoge snelheid, nu de kans op zwaar lichamelijk letsel ook bij een aanrijding met meer dan geringe snelheid aanmerkelijk is te achten. Naar het oordeel van de rechtbank is er dan ook sprake van voorwaardelijk opzet.

4.4 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 25 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet als bestuurder van een personenauto, tegen die [slachtoffer] is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 25 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, als bestuurder van een voertuig, personenauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 480 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 subsidiair en onder 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 Subsidiair

Poging tot zware mishandeling;

Feit 2

Overtreding van artikel 8, tweede lid aanhef en onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.

6. Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Brijder Verslavingszorg uitgebrachte rapport van 30 september 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte is willens en wetens na het gebruik van een grote hoeveelheid alcoholhoudende drank in zijn personenauto gestapt en is daarmee uit stilstand met steeds toenemende snelheid ingereden op een aantal mensen dat zich voor een café bevond. Hij heeft daarbij welbewust de aanmerkelijke kans aanvaard een of meer van die mensen aan te rijden met alle ernstige gevolgen van dien. Hij heeft hierbij het slachtoffer aangereden. De rechtbank acht het niet meer dan een gelukkig toeval dat de gevolgen in zoverre beperkt zijn gebleven, dat – naar het zich laat aanzien - het slachtoffer geen blijvend letsel heeft opgelopen en dat geen andere personen zijn geraakt.

De rechtbank zal een lagere straf opleggen dan door de officier van justitie is gevorderd, nu de rechtbank – anders dan de officier van justitie - het onder 1 primair tenlastegelegde niet bewezen acht, maar het onder 1 subsidiair tenlastegelegde.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur dient te worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaren opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast dient naar het oordeel van de rechtbank voor feit 1 subsidiair een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen te worden opgelegd voor de hierna te noemen duur, nu verdachte het onder 1 subsidiair bewezen geachte feit heeft begaan met behulp van een motorrijtuig.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b,14c, 45, 57, 302 Wetboek van Strafrecht;

8, 176 en179a Wegenverkeerswet 1994.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 subsidiair en feit 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens de feiten tot een gevangenisstraf voor de duur van TIEN (10) MAANDEN.

Beveelt dat een gedeelte, groot VIJF (5) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar. Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Ontzegt verdachte ten aanzien van feit 1, subsidiair, de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van ÉÉN (1) JAAR met aftrek van de tijd gedurende welke het rijbewijs van verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 ingevorderd en ingehouden is geweest.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. W.B. Klaus, voorzitter,

mr. R.E.A. Toeter en mr. D.G.M. van den Hoogen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mr. T. Alexander en mr. S. Ok,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 november 2009.

Mr. D.G.M. van den Hoogen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

*1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gesteld eisen.

*2 Proces-verbaal van bevindingen van 25 juli 2009, pagina 45-46.

*3 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 25 juli 2009, pagina 75, inhoudende de onderzoeksresultaten van het ademonderzoek en het Honac-ademanalyse formulier, betreffende de door verdachte afgelegde ademtest.

*4 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 oktober 2009

*5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], d.d. 25 juli 2009, pagina 22-23, proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1], d.d. 25 juli 2009, pagina 32-35, proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 25 juli 2009, pagina 36-37, proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] ten overstaan van de rechter-commissaris van 6 oktober 2009 en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] ten overstaan van de rechter-commissaris van 6 oktober 2009.