Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7498

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
23-12-2009
Zaaknummer
162349 - FA RK 09-3403
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervangende toestemming voor aanvraag van een visum. Nu voldoende aannemelijk is geworden dat het voor de moeder niet mogelijk is om hiervoor de toestemming van de vader te verkrijgen omdat zijn verblijfplaats onbekend is, zal de kinderrechter -ook al is het gezag van de vader op grond van artikel 1:253r jo 1:253q BW feitelijk geschorst- een verklaring van toestemming geven voor de aanvraag van een visum voor de minderjarige voor een reis naar Suriname.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

verzoek geschil gezamenlijke gezagsuitoefening / vervangende toestemming voor de aanvraag van een visum

zaak-/rekestnr.: 162349 / FA RK 09-3403

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 25 november 2009

in de zaak van:

[naam moeder],

wonende te [plaats],

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.J. de Groot, kantoorhoudende te Haarlem.

tegen

[naam vader],

hierna mede te noemen: de vader,

zonder bekende woon-of verblijfplaats binnen en buiten Nederland.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

? het verzoekschrift met bijlagen van de moeder ingekomen op 09 oktober 2009;

? het op 29 oktober 2009 ter griffie van deze rechtbank ontvangen exploot van betekening en het bewijsstuk van de publicatie in het Haarlems Dagblad;

? de brief van 23 november 2009 van mr. M.J de Groot.

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 16 november 2009 in aanwezigheid van mr. M.J. de Groot.

2 Feiten en omstandigheden

Partijen zijn op [datum] 2004 te Paramaribo, Suriname met elkaar gehuwd. De moeder heeft inmiddels een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Haarlem.

2.2 Uit dit huwelijk is geboren de minderjarige [naam]:

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 2005 in de gemeente [plaats].

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarige.

De hoofdverblijfplaats van deze minderjarige is bij de moeder.

3 Verzoek

3.1 Het verzoek van de moeder strekt tot vervangende toestemming ten behoeve van de aanvraag van een visum voor voornoemde minderjarige.

3.2 De moeder is van plan met voornoemde minderjarige op vakantie te gaan naar Suriname waar een familiefeest zal worden gegeven in verband met de verjaardag van oma (moederzijde). De moeder stelt dat zij niet in staat is toestemming van de vader te verkrijgen voor de aanvraag van het visumvoor de minderjarige.

Zij voert daartoe aan dat de vader zich op 22 juni 2007 heeft laten uitschrijven bij de gemeente [plaats] en naar Suriname is vertrokken. Hoewel hij enige tijd een bekend adres in Suriname heeft gehad, is het zowel zijn familie als haar familie niet bekend waar de vader nu woont of verblijft.

De moeder heeft een recent uittreksel GBA van de vader overgelegd.

4 Beoordeling

4.1 Hoewel in de Paspoortwet geen artikelen zijn opgenomen met betrekking tot het verkrijgen van vervangende toestemming voor de aanvraag van een visum, ziet de rechtbank aanleiding het verzoek analoog aan deze wet te behandelen, nu uit de overgelegde stukken is gebleken dat de moeder voor de aanvraag van een visum, net als bij de aanvraag van een paspoort voor de minderjarige, een ondertekende toestemmingsbrief van de andere gezagsouder moet overleggen. Daarnaast moet de moeder nog een kopie van een geldig paspoort van deze gezagsouder overleggen.

4.2 De vader, hoewel behoorlijk opgeroepen, is niet ter zitting verschenen en heeft het verzoek niet tegengesproken.

4.3 Uit artikel 1:253q BW blijkt dat, wanneer één van de ouders die gezamenlijk het gezag over hun minderjarige kinderen uitoefenen, op één der in artikel 1:246 BW genoemde gronden daartoe onbevoegd is, de andere ouder alleen het gezag over de kinderen uitoefent. Conform artikel 1:253r is het bepaalde in artikel 1:253q BW van overeenkomstige toepassing, indien één van de ouders al dan niet tijdelijk in de onmogelijkheid verkeert het gezag uit te oefenen dan wel het bestaan of verblijfplaats van deze ouder onbekend is. Gedurende de tijd waarin een van de voornoemde omstandigheden zich voordoet, is het gezag van die ouder geschorst en wordt het gezag voortaan door de andere ouder alleen uitgeoefend.

4.3 Nu uit de overgelegde stukken voldoende aannemelijk is geworden dat de vader op een voor de moeder onbekend adres verblijft, is de rechtbank van oordeel dat de vader op dit moment in de onmogelijkheid verkeert om het gezag over de minderjarige uit te oefenen.

De rechtbank stelt dan ook vast dat op grond van artikel 1:253r jo 1:253q BW het gezag van de vader is geschorst en dat de moeder het gezag over de minderjarige alleen uitoefent. Hiervan uitgaande zou verzoekster voor de aanvraag van het visum voor de minderjarige in beginsel ook geen toestemming meer behoeven van de vader en zou de rechtbank haar niet ontvankelijk dienen te verklaren in haar verzoek.

4.4 De advocaat van de moeder heeft op verzoek van de rechtbank getracht contact op te nemen met het Consulaat Generaal van de Republiek Suriname om te vragen of een beschikking van de rechtbank waaruit blijkt dat het gezag van de vader is geschorst voor de duur dat zijn verblijfplaats niet bekend is, voor het Consulaat toereikend is om de moeder zelfstandig een visum voor de minderjarige aan te laten vragen. Uit de hierboven vermelde brief van mr. M.J. de Groot van 23 november 2009, blijkt dat zij daarover geen definitief uitsluitsel heeft gekregen.

4.5 De rechtbank acht het in het belang van de minderjarige dat zij met haar moeder voor het familiefeest mee kan reizen naar Suriname en dat voor haar een visum wordt aangevraagd.

Nu voldoende aannemelijk is geworden dat het voor de moeder niet mogelijk is om hiervoor de toestemming van de vader te verkrijgen omdat zijn verblijfplaats onbekend is, zal de kinderrechter -ook al is het gezag van de vader op grond van artikel 1:253r jo 1:253q BW feitelijk geschorst- een verklaring van toestemming geven voor de aanvraag van een visum voor de minderjarige voor een reis naar Suriname.

5 Beslissing

De rechtbank:

Bepaalt dat de verklaring van toestemming van de vader tot het aanvragen van een visum ten behoeve van een reis naar Suriname van de minderjarige [naam]:

- [naam], geboren op [datum] 2005 in de gemeente [plaats],

wordt vervangen door een verklaring van toestemming van de kinderrechter.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 25 november 2009 in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.