Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK7328

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
22-12-2009
Datum publicatie
22-12-2009
Zaaknummer
163664 en 163666
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening op grond van artikel 287b van de Faillesementswet (moratorium).

Hoewel reeds drie ontruimingsvonnissen zijn gewezen op grond van wanbetaling, wordt het moratorium toch verleend omdat verzoekers de huurachterstand binnen korte tijd zullen inlopen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummers: 163664 + 163666

Vonnis van 22 december 2009

In de zaken van

[VERZOEKERS]

beiden wonende [woonplaats],

verzoekers

is door verzoekers tegelijk met het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling een verzoek ingediend tot het instellen van een moratorium als bedoeld in artikel 287b Faillissementswet (Fw).

1. Het verzoek

De gevraagde voorziening richt zich tegen Stichting Pre Wonen (gemachtigde Snijder Gerechtsdeurwaarders) en strekt tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw.

Verzoekers hebben aan het verzoek ten grondslag gelegd dat zij pogen een minnelijke schuldregeling met hun schuldeisers overeen te komen dan wel – als dat niet lukt – toelating tot de schuldsaneringsregeling zullen verzoeken. De gevraagde voorziening is volgens verzoekers noodzakelijk om rust te creëren, zodat de minnelijke schuldregeling kans van slagen heeft.

2. Het verweer

De schuldeiser – Stichting Pre Wonen - op wie de gevraagde voorziening betrekking heeft, is middels haar gemachtigde Snijder Gerechtsdeurwaarders, opgeroepen voor de mondelinge behandeling van het verzoek.

Ter zitting van 3 december 2009 is het verzoek tot het instellen van een moratorium behandeld, waarvan proces-verbaal is opgemaakt.

Mevrouw L. Honig heeft zich namens Stichting Pre Wonen tegen het verzoek verzet en heeft daartoe verklaart dat er voor de derde maal vonnis door de kantonrechter is gewezen. In 2002 en 2006 zijn de heer en mevrouw Minneboo veroordeeld tot betaling van de achterstallige huurtermijnen. Op 4 november 2009 zijn de heer en mevrouw Minneboo door de rechtbank veroordeeld een bedrag van € 8.396,- aan Stichting Pre Wonen te betalen. Gelet op de aanzienlijke huurschuld en het (betaal)verleden van verzoekers is er geen zicht op verbetering van het betaalgedrag en is er dan ook geen vertrouwen dat de lopende termijnen in de (nabije) toekomst zullen worden voldaan.

3. Beoordeling

Gezien de strekking van artikel 287b Fw kan een moratorium worden toegewezen als daarmee kan worden bereikt dat verzoekers in het minnelijk traject tot overeenstemming met hun schuldeisers kunnen komen over een minnelijke schuldregeling. Gezien de doelstelling van de wettelijke regeling is het uitgangspunt dat een moratorium in beginsel dient te worden toegewezen, tenzij zwaarwegende belangen van schuldeisers zich daartegen verzetten.

Het belang van verzoekers is om vanuit een stabiele situatie te kunnen werken aan het oplossen van hun schulden. Het belang van Stichting Pre Wonen is erin gelegen de situatie van het onbetaald laten van de huurpenningen voor de door haar verhuurde woning definitief te beëindigen.

Verzoekers hebben aangevoerd dat zij binnenkort een aanzienlijk bedrag van het UWV van ongeveer € 7.000,- zullen ontvangen. Hiermee willen zij de huurschuld voldoen. Verzoekers zijn in de gelegenheid gesteld om bewijsstukken hiervan aan de rechtbank te overleggen. Na de zitting zijn deze stukken ter griffie van de rechtbank binnengekomen, onder meer een kopie van de brief van het UWV d.d. 18 juni 2009, waaruit blijkt dat er een uitkering ten bedrage van € 10.403,28 is vastgesteld.

Gelet op deze ontwikkeling kan worden aangenomen dat verzoekers de huurachterstand zullen inlopen en dat zij gedurende de termijn van het moratorium hun betaalverplichting jegens Stichting Pre Wonen zullen nakomen. De rechtbank acht de belangen van Stichting Pre Woning voldoende gewaarborgd doordat de voorziening vervalt zodra verzoekers hun lopende betalingsverplichting jegens Stichting Pre Wonen niet nakomen.

De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde voorziening noodzakelijk en gerechtvaardigd is teneinde verzoekers in staat te stellen in het minnelijk traject met hun schuldeisers tot overeenstemming te komen over een minnelijke schuldregeling.

Op de verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal thans nog niet worden beslist. De mondelinge behandeling van deze verzoeken zal plaatsvinden op 3 juni 2010 te 9.40 uur. Indien verzoekers gedurende de looptijd van dit moratorium een minnelijke schuldregeling met hun schuldeisers tot stand brengen, dienen zij dit zo spoedig mogelijk aan de rechtbank te melden en daarbij het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling in te trekken.

Dit leidt tot de volgende beslissing.

Beslissing

De rechtbank:

- schorst de tenuitvoerlegging van het op 4 november 2009 op verzoek van Stichting Pre Wonen uitgesproken vonnis tot ontruiming van de woning aan het adres [adres] voor de duur van deze voorziening en verlengt de huurovereenkomst zoals deze tussen partijen bestaat of bestond voor de duur van deze voorziening;

- bepaalt dat genoemde voorziening geldt voor de duur van ten hoogste zes maanden;

- bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt op het moment dat de verzoeken tot toepassing van de schuldsaneringsregeling worden ingetrokken dan wel een beslissing daarop in kracht van gewijsde is gegaan;

- bepaalt dat genoemde voorziening slechts geldt zolang aan de lopende verplichtingen uit de rechtsverhouding waar het moratorium betrekking op heeft, wordt voldaan;

- bepaalt dat degene die namens verzoekers de buitengerechtelijke schuldregeling uitvoert, uiterlijk vier weken vóór het aflopen van de getroffen voorziening verslag uitbrengt als bedoeld in artikel 287b zesde lid Fw;

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Wolfs en in het openbaar uitgesproken op 22 december 2009.