Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6667

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-12-2009
Datum publicatie
16-12-2009
Zaaknummer
162898 - KG ZA 09-615
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Verstek. Vestigingsplaats gedaagde in Zweden, domiciliekeuze in Nederland. Opschorting tenuitvoerlegging EET.

Dagvaarding, inhoudende vordering tot schorsing tenuitvoerlegging EET, kan op grond van artikel 63 lid 2 Rv worden uitgebracht aan de door gedaagde in verband met executie gekozen woonplaats. Betekening hoeft niet tevens overeenkomstig de EG-Betekeningsverodening plaats te vinden in Zweden, nu gedaagde met het oog op de executie uitdrukkelijk woonplaats heeft gekozen in Nederland.

Omdat de kennisgeving van de Zweedse procedure niet overeenkomstig de EG-Betekeningsverordening heeft plaatsgevonden in een voor eiseres begrijpelijke taal, is zij niet ingevolge de artikelen 16 en 17 EET-Verordening naar behoren ingelicht over de schuldvordering en over de ter betwisting van de schuldvordering noodzakelijke proceshandelingen. Volgt met toepassing van artikel 23 EET-Verordening schorsing van de EET totdat op het verzoek van eiseres ex artikel 10 EET-Verordening tot intrekking van de EET is beslist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JBPR 2010/49 met annotatie van mr. Mirjam Freudenthal
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 162898 / KG ZA 09-615

Vonnis in kort geding van 15 december 2009

in de zaak van

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TP MARINE B.V.,

gevestigd te IJmuiden,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid in oprichting

TP MARINE SPECIAL PRODUCTS B.V. i.o.,

gevestigd te IJmuiden,

eiseressen,

advocaat mr. A.P. Macro de Vree te Amsterdam,

tegen

de rechtspersoon naar het recht van Zweden

MARINE DYNAMICS SWEDEN HB,

gevestigd te Gotenburg, Zweden,

gedaagde,

niet verschenen.

Eiseressen zullen hierna gezamenlijk TP Marine c.s., en ieder afzonderlijk TP Marine en TP Marine SP i.o. genoemd worden. Gedaagde zal Marine Dynamics genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3. Wat betreft de vordering en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen wordt verwezen naar de dagvaarding, die in afschrift aan dit vonnis is gehecht.

2. De beoordeling

2.1. De voorzieningenrechter stelt vast dat Marine Dynamics niet is verschenen.

Uit het exploot van betekening van het European Enforcement Order Cerificate – Judgement (hierna: EET) aan TP Marine, op verzoek van Marine Dynamics, van 7 oktober 2009 blijkt dat Marine Dynamics domicilie heeft gekozen ten kantore van gerechtsdeurwaarder drs. J.G.M. Dekkers te Heemstede tot aan het uiteinde van na te melden executoriale titel [de in executoriale vorm uitgegeven EET uitgevaardigd door The Swedisch Enforcement Authority, Dunning-process section op 23 juni 2009].

TP Marine c.s. heeft de dagvaarding in onderhavig kort geding laten uitbrengen aan het kantoor van voornoemde gerechtsdeurwaarder Dekkers, onder vermelding van de expliciete domiciliekeuze door Marine Dynamics aan dat adres.

2.2. De woonplaatskeuze van Marine Dynamics in het exploot van 7 oktober 2009 van betekening aan TP Marine van de EET van 23 juni 2009 en van het bevel tot betaling kan worden aangemerkt als een in verband met executie gekozen woonplaats. Omdat ingevolge artikel 63 lid 2 Rv alle exploten aan de door Marine Dynamics in verband met de executie gekozen woonplaats kunnen worden gedaan, heeft TP Marine c.s. Marine Dynamics op juiste wijze gedagvaard, door het exploot van dagvaarding waarin zij schorsing van de executie heeft gevorderd te laten uitbrengen aan het adres van gerechtsdeurwaarder Dekkers te Heemstede.

2.3. Omdat Marine Dynamics is gevestigd in Zweden dient voorts te worden beoordeeld of tevens betekening van de dagvaarding had dienen plaats te vinden overeenkomstig de bepalingen in de Verordening (EG) nr. 1393/2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de Lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de EG-Betekeningsverordening). Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is dit niet het geval, nu Marine Dynamics met het oog op de executie uitdrukkelijk woonplaats heeft gekozen in Nederland en de dagvaarding overeenkomstig deze keuze is geschied. Zowel de bij artikel 63 lid 2 Rv voorgeschreven wijze van het uitbrengen van exploten als de regeling van de EG-Betekeningsverordening dient bij uitstek om zoveel mogelijk zekerheid te geven dat een uitgebracht exploot degene voor wie het bestemd is, daadwerkelijk bereikt en – indien het om een dagvaarding gaat zoals in het onderhavige geval – zo tijdig dat deze nog de mogelijkheid heeft verweer te voeren. Aan een dergelijke waarborg bestaat evenwel geen behoefte indien degene voor wie het stuk is bestemd, zelf bij voorbaat zijn wens omtrent de wijze van betekening van dat stuk te kennen heeft gegeven door middel van een uitdrukkelijke, met het oog op die betekening – in het onderhavige geval in verband met de executie – schriftelijk gedane woonplaatskeuze, en de betekening overeenkomstig deze wens geschiedt (vgl. HR 2 februari 1996, NJ 1997, 26). Daarom, en mede gelet op preambule 8 van de EG-Betekeningsverordening, waarin is bepaald dat de verordening niet van toepassing is op de betekening en de kennisgeving van een stuk aan de gevolmachtigde vertegenwoordiger van de partij in de lidstaat waar de procedure plaatsvindt, ongeacht de woonplaats van die partij, hoeft de dagvaarding in onderhavig executiegeschil niet tevens ter betekening naar Zweden te worden gezonden.

2.4. Gelet op het voorgaande zijn bij de dagvaarding de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.

2.5. De voorzieningenrechter stelt vast de vordering mede is ingesteld door TP Marine SP i.o., een besloten vennootschap in oprichting. Een vennootschap in oprichting heeft geen rechtspersoonlijkheid en kan derhalve niet zelfstandig in rechte optreden. TP Marine heeft ter zitting desgevraagd bevestigd dat zij niet de oprichtster is van TP Marine SP i.o. en daarom niet als zodanig als vertegenwoordigster van TP Marine SP i.o. in dit geding optreedt. De voorzieningenrechter zal derhalve de vordering, voorzover ingesteld door TP Marine SP i.o., niet-ontvankelijk verklaren.

2.6. Ten aanzien van de vordering, voorzover ingesteld door TP Marine, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Vast staat dat aan TP Marine een beslissing is betekend tot bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel (EET) van een beslissing van de Zweedse Kronofogdemyndigheten te Uddevalla (Zweden) in een procedure tussen Marine Dynamics en TP Marine, waarin TP Marine is veroordeeld aan Marine Dynamics een bedrag te betalen ad SEK 270.000,00 en een bedrag ad SEK 4.440,00. Voorts staat vast dat TP Marine aan Kronofogdemyndigheten op de voet van artikel 10 van de Verordening (EG) nr. 805/2004 tot invoering van een Europese executoriale titel voor niet-betwiste schuldvorderingen (EET-Verordening) een verzoek heeft gedaan tot intrekking van de afgegeven EET. TP Marine heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de betalingsveroordeling is gericht tot een onjuiste partij, omdat volgens haar niet TP Marine, maar TP Marine SP i.o. contractspartij is van Marine Dynamics, en voorts dat TP Marine het stuk dat de Zweedse procedure heeft ingeleid niet in een voor haar begrijpelijke taal heeft ontvangen. TP Marine heeft gesteld dat zij, nadat zij de oproep van 17 maart 2009 had ontvangen in de Zweedse taal, Kronofogdemyndigheten heeft gevraagd om een vertaling, maar dat zij de toegezegde Engelse vertaling nimmer heeft ontvangen, waardoor zij geen verweer heeft voeren tegen de vordering van Marine Dynamics.

2.7. Ingevolge artikel 23 EET-Verordening kan, wanneer de schuldenaar overeenkomstig artikel 10 om intrekking van de Europese executoriale titel heeft verzocht, het bevoegde gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging op verzoek van de schuldenaar in buitengewone omstandigheden de tenuitvoerleggingsprocedure opschorten.

2.8. TP Marine heeft ter onderbouwing van haar vordering ex artikel 438 lid 2 Rv in onderhavig geding verwezen naar hetgeen zij ten grondslag heeft gelegd aan haar verzoek ex artikel 10 EET-Verordening. Daarnaast heeft TP Marine inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering van Marine Dynamics.

2.9. De stelling van TP Marine dat de Zweedse veroordeling, en daarmee de EET, is gericht tot de verkeerde partij, berust op een onjuiste feitelijke grondslag. Zoals overwogen onder 2.5 bezit TP Marine SP i.o. geen rechtspersoonlijkheid. Zij kan derhalve geen contractpartij zijn van Marine Dynamics. Voorts blijkt uit de licentieovereenkomst van 20 oktober 2008 dat deze is ondertekend door [A] namens TP Marine B.V., zodat het er vooralsnog voor moet worden gehouden dat TP Marine contractpartij is van Marine Dynamics en Marine Dynamics in de Zweedse procedure de juiste partij heeft gedagvaard.

2.10. Uit de artikelen 16 en 17 EET-Verordening volgt dat de schuldenaar naar behoren moet worden ingelicht over de schuldvordering en over de ter betwisting van de schuldvordering noodzakelijke proceshandelingen. Nu de kennisgeving aan TP Marine van de Zweedse procedure in een andere lidstaat – Nederland – heeft plaatsgevonden, dient die kennisgeving ingevolge de EG-Betekeningsverordening tevens zijn gesteld in een voor TP Marine begrijpelijke taal. Vast staat dat TP Marine na ontvangst van de kennisgeving in het Zweeds, Kronofogdemyndigheten heeft verzocht om een vertaling en dat aan haar een vertaling in het Engels – de taal waarin de overeenkomst tussen partijen is opgesteld – is toegezegd. Nu Marine Dynamics in onderhavige procedure niet is verschenen en derhalve geen verweer heeft gevoerd, moet het ervoor worden gehouden dat TP Marine geen vertaling heeft ontvangen van de kennisgeving van de Zweedse procedure, zoals zij heeft gesteld, zodat TP Marine geen voldoende gelegenheid heeft gehad om de vordering van Marine Dynamics in de Zweedse procedure te betwisten. Voorts moet het ervoor worden gehouden dat Marine Dynamics zich niet verzet tegen schorsing van de EET totdat is beslist op het verzoek van TP Marine tot intrekking van de EET. Gelet op die omstandigheden, die als buitengewoon zijn aan te merken, en het gevorderde de voorzieningenrechter ook overigens niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal de voorzieningenrechter de vordering van TP Marine toewijzen als volgt.

2.11. Marine Dynamics zal als de ten opzichte van TP Marine in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van TP Marine worden begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 527,00

Totaal EUR 861,25

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. verleent verstek tegen de niet verschenen Marine Dynamics,

3.2. verklaart TP Marine SP i.o. niet-ontvankelijk in haar vordering,

3.3. schort op de tenuitvoerleggingsprocedure jegens TP Marine op grond van het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel van 23 juni 2009 totdat op het verzoek van TP Marine tot intrekking van het bewijs van waarmerking als Europese executoriale titel is beslist,

3.4. veroordeelt Marine Dynamics in de proceskosten, aan de zijde van TP Marine tot op heden begroot op EUR 861,25,

3.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. J. van der Kluit, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 december 2009.?