Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6520

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-11-2009
Datum publicatie
15-12-2009
Zaaknummer
148040 - HA ZA 08-910
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In opdracht uitgevoerde werkzaamheden ten behoeve van de zogenaamde De Boxx-projecten. Onbetaald gelaten facturen. Facturen afkomstig van een andere vennootschap dan eiseres kunnen niet als van haar afkomstig worden beschouwd. De gestelde cessie kan eiseres niet baten, omdat niet kan worden aangenomen dat sprake is van een tegen gedaagde uit te oefenen recht dat aan eiseres kan worden overgedragen.

Toerekenbare tekortkoming. Eiseres in reconventie wordt toegelaten tot het bewijs van de door haar gestelde gebreken, alsmede dat verweerster in reconventie dienaangaande in gebreke is gesteld. Tevens wordt eiseres in reconventie in de gelegenheid gesteld de door haar gestelde schade nader te onderbouwen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 148040 / HA ZA 08-910

Vonnis van 4 november 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLTERMAN BOUWSERVICE B.V.,

gevestigd te Markelo,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. J.W. Kobossen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BBTH-PROJECT REALISATIE B.V.,

gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. F.P. Klaver.

Partijen zullen hierna Holterman en BBTH genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 april 2009 en de daarin genoemde stukken,

- het proces-verbaal van comparitie van 17 augustus 2009 en de daarin genoemde stukken,

- de akte na comparitie met bijlagen van BBTH van 2 september 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Holterman houdt zich bezig met het aannemen van timmer- en betonwerken. BBTH houdt zich bezig met het ontwikkelen en begeleiden van bouwprojecten ten behoeve van haar opdrachtgevers.

2.2. BBTH heeft voor haar opdrachtgever projecten genaamd ‘De Boxx’ laten bouwen in Zutphen, Haarlem, Beverwijk, Groningen en Barendrecht. Dit betreffen verzamelgebouwen waarin zich diverse opslagruimten (boxen) bevinden die worden verkocht aan bedrijven en particulieren.

2.3. In de periode 2005-2006 heeft Holterman in opdracht en voor rekening van BBTH diverse werkzaamheden uitgevoerd ten behoeve van de De Boxx-projecten. Deze werkzaamheden bestonden onder meer uit het leveren en aanbrengen van funderingskisten en wapening, het stellen van ankers, het leveren en storten van betonmortel en het aanbrengen en afwerken van vloeren.

2.4. Een deel van voormelde werkzaamheden is feitelijk uitgevoerd door Keyzer Bouwtechniek B.V. (hierna: Keyzer).

2.5. Bij faxberichten van 26 augustus 2005, 2 september 2005, 6 september 2005, 9 september 2005 en 21 oktober 2005 heeft BBTH aan Holterman verschillende opleverpunten meegedeeld met betrekking tot de De Boxx-projecten in Haarlem en Beverwijk, waaronder het herstel van scheuren in de vloeren.

2.6. Bij brief van 1 november 2005 heeft [A] van Bartels Ingenieursbureau te Lochem als volgt aan Holterman bericht:

“Naar aanleiding van de afspraak tussen u en mijn collega (…), ben ik jl. donderdag 26 oktober ter plaatse geweest om de situatie te bekijken. Het betreft de nieuwbouw van lichte opslagruimten (…) te Beverwijk. (…) Aan ons is gevraagd om de scheuren in de afwerklaag van de begane grond te beoordelen. (…)

De problemen zijn ontstaan of ten gevolge van een niet volledig technisch ontwerp of ten gevolge van uitvoeringsaspecten of een combinatie hiervan. (…)

Conclusie

Naast het gekozen vloertype spitsen de problemen zich toe op de druklaag. Hierbij is het dikteverschil in combinatie met de toegepaste hoeveelheid wapening hoogst waarschijnlijke een oorzaak. Ook problemen tijdens de uitvoering zijn mede bepalend. Eenduidige oorzaak is op basis van de beschikbare gegevens niet vast te stellen. Reparatie of het injecteren van de aanwezige scheuren is constructief niet noodzakelijk en accentueren de scheuren in grote mate. Hiervoor zijn vanwege het ontbreken van vooraf gestelde criteria aan de bovenzijde van het betonoppervlak, geen eisen en zullen in overleg met de opdrachtgever moeten worden bepaald.”

2.7. BBTH heeft Holterman bij brief van 3 november 2005 als volgt meegedeeld:

“Door Holterman (…) zijn er werkzaamheden uitgevoerd bij de projecten De BOXX te Zutphen, Haarlem, Beverwijk, Groningen en Barendrecht. Holterman is bij de uitvoering van deze werkzaamheden op diverse punten in gebreke gebleven, wij hebben diverse keren (…) gemeld dat de gebreken verholpen diende te worden, zonder dat er afdoende actie door Holterman is ondernomen. (…) Wij stellen u hierbij nogmaals in de gelegenheid de gebreken, welke reeds enkele maanden (…) bekend zijn, binnen 5 werkbare dagen na dagtekening van dit schrijven op te lossen. Na afhandeling uwerzijds van de gebreken, zullen deze aan BBTH opgeleverd dienen te worden, hetgeen tot op heden in zijn geheel op alle projecten nog steeds niet gebeurd is door uw firma. De financiële afwikkeling van de openstaande posten zal na oplevering in behandeling genomen worden”.

2.8. Bij brief van 10 november 2005 heeft BBTH als volgt aan Holterman bericht:

“Bij de uitvoering van Barendrecht zijn bij de door u uitgevoerde werken de volgende fouten geconstateerd:

1 De bovenzijde van de gestorte randbalk is over het gehele project niet horizontaal ongelijk, de hoogte ten opzichte van peil=0 varieert van -210mm tot -253mm, dit moet overal peil -210mm zijn. Om de bovenzijde afgewerkte vloer volgens plan uit te voeren moet er (…) extra beton worden gestort. De kosten hiervan zullen bij u in rekening worden gebracht.

2 De ingestorte ankers tbv. staalkolommen zijn te niet op de juiste hoogte gesteld. (…) Ik stel u bij deze in de gelegenheid om uiterlijk maandag 15-11-2005 voor 12:00 uur aan te geven hoe u dit probleem oplost. Alle kosten voor de oplossing (…) zult u voor uw rekening moeten nemen. Om verdere kosten te voorkomen mag de voortgang van het project geen vertraging oplopen.

3 De ingestorte ankers tbv. staalkolommen staan op zeer veel plaatsen niet op de juiste positie en/of zijn gedraaid. (…) Ik stel u bij deze in de gelegenheid om uiterlijk maandag 15-11-2005 voor 12:00 uur aan te geven hoe u dit probleem oplost. Alle kosten voor de oplossing (…) zult u voor uw rekening moeten nemen. Om verdere kosten te voorkomen mag de voortgang van het project geen vertraging oplopen”.

2.9. BBTH heeft bij brief van 17 november 2005 aan Holterman meegedeeld dat zij, omdat Holterman geen gebruik heeft gemaakt van de in de (hiervoor in 2.8 genoemde) brief van 10 november 2005 gegeven mogelijkheid tot herstel van de ankers, actie heeft ondernomen en dat Holterman de kosten van die oplossing voor haar rekening zal moeten nemen.

2.10. Bij faxbericht van 21 november 2005 heeft BBTH met betrekking tot het De Boxx-project in Barendrecht onder meer aan Holterman bericht:

“Alle ankers zouden vrijdag 18-11-2005 gereed zijn vervolgens hebben we telefonisch afgesproken dat we de opleverdatum naar maandag 21-11-2005 om 07:00. De werkzaamheden zijn niet gereed maar ook niet goedgekeurd. Zoals de ankers nu zijn opgelengd kan de betonstort van de begane grondvloeren van woensdag 23-11-2005 niet doorgaan, hiervoor zal vertraging opgelopen worden.

U moet er voor zorgen dat de ankers allen zij opgelengd op een juiste wijze waarbij de werkzaamheden gereed zijn vóór de genoemd betonstort. Wanneer (…) wordt geconstateerd dat de vereiste werkzaamheden niet zijn uitgevoerd zal de stort worden afgelast met alle gevolgen in planning en kosten van dien. De gevolg kosten zullen voor uw rekening zijn”.

2.11. Met betrekking tot het De Boxx-project in Barendrecht heeft BBTH bij brief van 23 november 2009 voorts onder meer aan Holterman bericht:

“Na een laatste controleronde op het werk (in Barendrecht; rechtbank) mbt. de ankers heb ik op 8 plaatsen een steekproef gehouden waarvan op 8 plaatsen er afwijkingen zijn geconstateerd. (…) Op dinsdag 22-11-2005 hebben [B] en ik op het werk afgesproken dat vóór de stort woensdag, alle ankers zullen voldoen aan de gestelde eis. (…) Middels de fax. dd. 23-11-2005 (…) geeft u aan dat alle ankers door u zijn gecontroleerd en dat ze allen voldoen aan de gestelde eisen. Tevens geeft u aan dat daardoor de stort van de vloeren doorgang kan vinden”.

En bij brief van 9 december 2005:

“In de uitvoering is tijdens het plaatsen van het staal het volgende geconstateerd. Op diverse plaatsen zijn de ankers niet op de juiste hoogte aangebracht. De ankers zijn door u wellicht gemeten ten opzichte van de funderingsbalken maar deze funderingsbalken lagen niet waterpas, e.e.a. zoals reeds gemeld in voorgaande correspondentie. Er zal geïnventariseerd worden om hoeveel ankers het gaat en de vertraging tijdens de uitvoering tot een minimum te beperken zullen de benodigde actie ondernemen. De kosten voor deze oplossing zal door BBTH Projectrealisatie worden geïnventariseerd en bij u in rekening worden gebracht”.

2.12. Bij brief van 27 december 2005 heeft BBTH (onder meer) aan Holterman bericht:

“Naar aanleiding van uw schrijven d.d. 22-12-2005 willen gaarne het volgende onder uw aandacht brengen.

Op uw schrijven d.d. 01 november 2005, hebben wij reeds op 03 november 2005 een schriftelijke reactie aan u gegeven met betrekking tot de openstaande facturen. In dit schrijven worden de gebreken met betrekking tot de projecten de BOXX in Zutphen, Haarlem, Beverwijk, Groningen en Barendrecht welke tot betreffende datum bekend zijn bij uw firma gemeld. (…) Tot op heden is er nog geen enkele actie door Holterman bouwservice / Keyzer Bouwtechniek ondernomen om te voldoen aan het gestelde in ons schrijven 03 november 2005. Wij stellen vast dat Holterman bouwservice / Keyzer Bouwtechniek zich niet houdt aan zijn verplichtingen en zullen de werkzaamheden, welke bovengenoemde verzuimd heeft uit te voeren, door derden laten uitvoeren. De kosten met betrekking tot deze werkzaamheden en de eventuele gevolgschade zullen in mindering gebracht worden op de openstaande facturen. (…)”.

2.13. Bij e-mailbericht van 3 januari 2006 zijn aan Holterman de volgende opleverpunten meegedeeld:

“Haarlem:

- schadeclaim boxxnr. 1 (2000 euro?, let op bedrag wat overhandigd is aan de koper is lager) van rekening Holterman af

- scheuren in vloeren conform opleveringslijsten

- 1e verdiepingsvloer is niet opgeleverd

- secustrip deur technische ruimte moet nog aangebracht worden

Beverwijk:

- vloer technische ruimte afsmeren, flink hoogte verschil

- secustrip deur technische ruimte moet nog aangebracht worden

- scheuren in vloer conform opleveringslijsten, alleen de mensen welke bezwaar hebben gemaakt

- 1e verdiepingsvloer is niet opgeleverd

- Funderingsbalk/aansluiting vloer bij boxxnr. 14 (…) loopt uit naar buiten

Barendrecht:

- extra hoeveelheden beton voor afwerkvloer begane grond tgv. Peilmaten fundatiebalken

- deel van de funderingsbalk aan de voorzijde is door v.d. Hogen aangebracht ipv. Holterman dus minderwerk

- ankers te laag afgesteld na oplengen

- overige dingen welke Remco weet conform correspondentie en dagboeken

Groningen:

- extra hoeveelheden beton voor afwerkvloer begane grond tgv. peilmaten fundatiebalken”.

2.14. Bij brief van 5 januari 2006 heeft BBTH aan Holterman (nogmaals) een aanvullende lijst met opleverpunten toegestuurd met betrekking tot de De Boxx-projecten in Haarlem en Beverwijk.

2.15. Holterman heeft in reactie op voormelde brief bij (ongedateerde) brief onder meer aan BBTH meegedeeld dat de vloer van de technische ruimte van het De Boxx-project in Beverwijk wordt geëgaliseerd, de 1e verdiepingsvloeren van de projecten in Beverwijk en Haarlem opleveringsgereed zijn en dat kleine reparaties zullen worden uitgevoerd.

2.16. BBTH heeft een deel van de aan haar voor de werkzaamheden verstuurde facturen onbetaald gelaten. Bij brief van 4 mei 2006 heeft zij aan Holterman doen berichten dat zij zich dienaangaande op opschorting beroept.

2.17. Op 21 juni dan wel 22 juli 2006 heeft BBTH aan Holterman een ‘Overzicht tegenclaim Holterman/Keyzer Bouwtechniek’ gestuurd van in totaal EUR 71.164,80 exclusief BTW.

2.18. In een in opdracht van BBTH op 6 juli 2009 opgesteld rapport door bouwkundig adviesbureau Van den Berg B.V. (hierna: Van den Berg) uit Rotterdam wordt onder meer als volgt geconcludeerd:

“De scheurvormingen in de druklaag worden met de grootste waarschijnlijkheid veroorzaakt door uitvoeringsaspecten. Een essentieel onderdeel van dit type vloeren is de betonnen druklaag, deze dient conform de berekening van de hoofdconstructeur een onderdeel uit te maken van de schijfwerking in de constructie, hiervoor is ook extra wapening opgenomen in de druklaag. Gezien het aantal scheurvormingen in de druklaag, kan gesteld worden dat de schijfwerking in deze vloer mogelijk niet voldoet aan de uitgangspunten als opgesteld door de hoofdconstructeur.

De betonsamenstelling, weersomstandigheden en de nabehandeling van de druklaag zijn bepalend voor de afleveringsstaat van de druklaag. Voor zover de informatie strekt hebben wij moeten constateren dat het consistentie gebied van het aangebrachte beton niet conform het gestelde als in het bestek is geleverd, dit heeft tot gevolg een grotere krimpontwikkeling in de druklaag.

Tevens is de toegepaste wapening in de druklaag afwijkend ten opzichte van het vereiste in het bestek, wat eveneens negatieve gevolgen heeft voor de scheurvorming in de druklaag. (…) Scheuren ten gevolge van krimp is bij dit vloertype onvermijdelijk, wel kan gesteld worden dat de scheurvorming als geconstateerd bij de diverse projecten de grens van acceptabel overschrijdt en afdoet aan de constructieve kwaliteiten van dit vloertype”.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Holterman vordert – na vermindering van eis en samengevat weergegeven - veroordeling van BBTH tot betaling van

1. EUR 141.540,17, vermeerderd met rente,

2. EUR 2.000,- wegens buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met rente, en

3. de kosten van het geding, de nakosten daaronder begrepen.

3.2. Holterman heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij werkzaamheden voor BBTH heeft verricht, daarvoor facturen heeft verstuurd en dat BBTH deze facturen ten onrechte onbetaald heeft gelaten.

3.3. BBTH voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. BBTH vordert samengevat weergegeven - veroordeling van Holterman tot betaling van EUR 84.686,-, vermeerderd met rente en kosten.

3.5. BBTH heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat Holterman toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Ter onderbouwing van deze stelling heeft BBTH aangevoerd dat (i) de afwerklaag over de prefab-betoncombinatievloer bij de De Boxx-projecten in Beverwijk, Zutphen en Haarlem gebrekkig is, (ii) de funderingsbalken bij de projecten Groningen en Barendracht niet waterpas zijn, (iii) de ankers van de staalconstructie bij de projecten in Groningen en Barendrecht verkeerd zijn aangebracht en (iv) er diverse andere, kleinere opleverpunten zijn.

3.6. Holterman voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Tussen partijen is niet in geschil dat Holterman werkzaamheden voor BBTH heeft verricht en dat de voor die werkzaamheden door Holterman verstuurde facturen in beginsel moeten worden betaald. Tevens is tussen partijen niet in geschil dat de door BBTH onbetaald gelaten facturen van Holterman (met uitzondering van de facturen voor het De Boxx-project in Zutphen) een bedrag van in totaal EUR 47.362,92 betreffen.

4.2. Holterman vordert daarnaast betaling van door Keyzer aan BBTH gestuurde facturen (van in totaal EUR 94.177,25), stellende dat deze facturen als van haar afkomstig moeten worden beschouwd. BBTH heeft betwist dat dit deel van de vordering kan worden toegewezen, omdat de facturen niet van Holterman afkomstig zijn. Dienaangaande geldt als volgt. Vast staat dat Keyzer een zelfstandige vennootschap is. Om die reden kunnen de door haar aan BBTH verstuurde facturen niet zonder meer als van Holterman afkomstig worden aangemerkt. Dat zij, zoals Holterman heeft gesteld, in groepsverband met Holterman is verbonden en als het ware als één onderneming functioneert, doet daar niet aan af. Ditzelfde geldt voor de omstandigheid dat Keyzer, zoals Holterman verder heeft betoogd, de werkzaamheden waarvoor de betreffende facturen zijn verstuurd, in onderaanneming heeft uitgevoerd. Dit kan immers niet tot het oordeel leiden dat de facturen van Keyzer als van Holterman afkomstig moeten worden beschouwd. Ook de omstandigheid tot slot dat, zoals Holterman voorts nog heeft aangevoerd, BBTH reeds eerder facturen van Keyzer aan Holterman heeft betaald, maakt dat niet anders nu gesteld noch gebleken is waarvoor deze betalingen zijn verricht. Anders dan Holterman heeft betoogd, kunnen de door Keyzer verstuurde facturen dan ook niet als van Holterman afkomstig worden beschouwd.

4.3. Ook de omstandigheid dat Keyzer, zoals Holterman ter comparitie heeft betoogd, haar uit de facturen blijkende vordering op BBTH aan Holterman heeft gecedeerd, kan Holterman niet baten. Tussen partijen is niet in geschil dat tussen BBTH en Keyzer geen contractuele verhouding bestaat, zodat die grondslag voor de gestelde vordering van Keyzer op BBTH ontbreekt. Nu ook overigens geen grondslag voor de vordering is gesteld of gebleken, kan niet worden aangenomen dat sprake is van een tegen BBTH uit te oefenen recht dat aan Holterman kan worden overgedragen.

4.4. De vordering is voor zover deze op de door Keyzer verstuurde facturen ziet, dan ook niet toewijsbaar.

4.5. BBTH heeft zich in dit verband allereerst op opschorting beroepen, omdat Holterman volgens haar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de aan de verrichte werkzaamheden ten grondslag liggende overeenkomsten en uit dien hoofde schadevergoeding aan haar verschuldigd is. Dienaangaande geldt als volgt. BBTH is bevoegd de nakoming van haar verbintenis (de betaling van de facturen) op te schorten, indien zij een opeisbare vordering op Holterman heeft. De door haar gestelde vordering tot schadevergoeding is opeisbaar vanaf het moment dat de schade is geleden en aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid is voldaan. Nu echter, zoals hierna in reconventie wordt overwogen, nog niet vast staat dat aan de voorwaarden voor aansprakelijkheid is voldaan en in dat verband een bewijsopdracht wordt gegeven, ziet de rechtbank aanleiding de beoordeling van het beroep op opschorting aan te houden totdat op de gestelde aansprakelijkheid is beslist. Ditzelfde geldt voor het beroep van BBTH op verrekening.

4.6. Met betrekking tot de door Holterman gevorderde wettelijke rente geldt dat een beslissing dienaangaande eveneens zal worden aanhouden totdat op het beroep op opschorting is beslist.

4.7. Holterman heeft tot slot gesteld buitengerechtelijke kosten van in totaal

EUR 2.000,- te hebben gemaakt en vergoeding daarvan gevorderd. Voldaan dient te worden aan het vereiste dat alleen redelijke kosten die in redelijkheid zijn gemaakt kunnen worden toegewezen. In dit geval is niet gebleken dat niet aan dit vereiste is voldaan, zodat de rechtbank de vergoeding van de gevorderde buitengerechtelijke kosten zal toewijzen. Met betrekking tot de daarover gevorderde wettelijke rente geldt dat, nu niet is gesteld of gebleken wanneer de buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, de rente eerst per datum dagvaarding, te weten 4 juli 2008, toewijsbaar is.

4.8. Iedere beslissing zal worden aangehouden.

in reconventie

4.9. Holterman heeft in de eerste plaats als verweer gevoerd dat de vordering, voor zover deze op het De Boxx-project in Zutphen ziet (EUR 7.000,-), gelet op het vonnis in incident niet kan worden toegewezen. Nu BBTH in haar akte na comparitie stelt dat aan Holterman kan worden toegegeven dat dit project geen onderdeel van de procedure is, slaagt dit verweer.

Toerekenbare tekortkoming

Vloeren

4.10. Zoals hiervoor in 3.5 onder (i) is weergegeven, heeft BBTH ter onderbouwing van haar stelling dat van een toerekenbare tekortkoming van Holterman sprake is, gesteld dat de afwerklaag over de prefab-betoncombinatievloeren in Beverwijk en Haarlem gebrekkig is en aan oplevering van de De Boxx-projecten in de weg staat. Ter adstructie van deze stelling heeft BBTH het (hiervoor in 2.18 genoemde) rapport van Van den Berg overgelegd. Holterman heeft hiertegen aangevoerd dat het om krimpscheuren gaat die geen constructieve betekenis hebben en horen bij een dergelijke vloer en dat om die reden (naar de rechtbank begrijpt:) de werkzaamheden niet gebrekkig zijn uitgevoerd. Dienaangaande geldt als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat zich in de vloeren van de projecten scheuren bevinden. Blijkens het rapport van Van den Berg worden deze scheuren ‘met de grootste waarschijnlijkheid’ veroorzaakt door uitvoeringsaspecten, overschrijdt de scheurvorming de grens van hetgeen acceptabel is en doet het af aan de constructieve kwaliteiten van de vloer. Nu deze conclusie echter, zoals Holterman ook heeft betoogd, in het rapport niet, althans onvoldoende is onderbouwd en Holterman ook niet bij de totstandkoming van dit rapport betrokken is geweest, kan het rapport niet zonder meer als bewijs van de stelling van BBTH dienen. Dat ook in de door Holterman ter adstructie van haar verweer overgelegde (hiervoor in 2.6 genoemde) brief van Bartels Ingenieursbureau wordt opgemerkt dat de scheurvorming door uitvoeringsaspecten kan zijn ontstaan, doet daar niet aan af. Nu voorts weliswaar in deze brief van Bartels Ingenieursbureau wordt gesteld dat het herstel van de scheuren constructief niet noodzakelijk is, maar daar niet zonder meer uit volgt dat de vloeren daarom niet gebrekkig zijn, zal BBTH, overeenkomstig haar aanbod daartoe, worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat de afwerklaag over de prefab-betoncombinatievloeren in Beverwijk en Haarlem gebrekkig is.

4.11. Indien en voor zover BBTH in dit bewijs slaagt, geldt dat Holterman bij de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot de vloeren toerekenbaar tekort is geschoten. Nu Holterman dienaangaande overigens geen verweer heeft gevoerd, is zij in beginsel, overeenkomstig de vordering van BBTH, gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.

Funderingsbalken en ankers

4.12. BBTH heeft voorts ter onderbouwing van haar stelling dat van een toerekenbare tekortkoming van Holterman sprake is, gesteld dat de funderingsbalken bij de De Boxx-projecten Groningen en Barendrecht niet waterpas zijn en dat de ankers bij die projecten verkeerd zijn aangebracht. Tussen partijen is niet in geschil dat, hoewel deze werkzaamheden feitelijk door Keyzer zijn uitgevoerd, Holterman voor de uitvoering daarvan kan worden aangesproken. Holterman heeft echter betwist dat de werkzaamheden gebrekkig zijn uitgevoerd. Hoewel BBTH haar stelling niet nader heeft onderbouwd, ziet de rechtbank in de (hiervoor in 2.8 en 2.11 weergegeven) brieven en het (hiervoor in 2.13 weergegeven) e-mailbericht van BBTH aan Holterman een begin van bewijs van haar stelling en zal BBTH, overeenkomstig haar aanbod daartoe, worden toegelaten tot het bewijs dat de funderingsbalken bij de projecten Groningen en Barendracht niet waterpas zijn en dat de ankers bij die projecten verkeerd zijn aangebracht.

4.13. Eerst bij akte na comparitie heeft BBTH nog gesteld dat ook bij het project in Beverwijk de ankers verkeerd zijn aangebracht. De enkele onderbouwing dat deze gebreken identiek zijn aan de fouten in Barendrecht en Holterman daarvan op gelijke wijze op de hoogte is gesteld, vindt echter geen steun in de overige stellingen van partijen en de stukken van het geding. Omdat voorts met betrekking tot deze stelling – bij gebreke aan een nadere onderbouwing daarvan – ook van een begin van bewijs niet is gebleken, is voor bewijslevering van deze stelling geen plaats.

4.14. Indien en voor zover BBTH in het hiervoor in 4.12 genoemde bewijs slaagt, geldt als volgt. Nu de gebreken aan de ankers en de fundering, zoals BBTH onweersproken heeft gesteld, meteen moesten worden hersteld en uit de hiervoor in 2.8 en 2.10 weergegeven brieven volgt dat BBTH, anders dan Holterman heeft betoogd, Holterman in de gelegenheid heeft gesteld de gebreken aan de ankers in Barendrecht te herstellen, verkeerde Holterman met betrekking tot de ankers bij dit project in verzuim. Om die reden is zij in beginsel gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden. Uit de stellingen van BBTH volgt voorts dat zij Holterman ook met betrekking tot de funderingsbalken van het De Boxx-project in Barendrecht en de ankers en funderingsbalken van het De Boxx-project in Groningen in gebreke heeft gesteld. Holterman heeft echter betwist dat zij in gebreke is gesteld en ook is van een dergelijke ingebrekestelling niet gebleken. Nu uit de hiervoor in 2.7 en 2.12 genoemde brieven wel blijkt dat Holterman in de gelegenheid is gesteld ‘de gebreken met betrekking tot de projecten de BOXX in Zutphen, Haarlem, Beverwijk, Groningen en Barendrecht welke (…) bekend zijn bij uw firma’ te herstellen, zal BBTH worden toegelaten tot het bewijs van haar stelling dat Holterman met betrekking tot de funderingsbalken van het De Boxx-project in Barendrecht en de ankers en funderingsbalken van het De Boxx-project in Groningen in gebreke is gesteld.

4.15. Indien en voor zover BBTH in dit bewijs slaagt, verkeerde Holterman ook met betrekking tot deze onderdelen van de projecten in verzuim en is zij in beginsel gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.

4.16. Indien BBTH niet in dit bewijs slaagt, kan niet worden aangenomen dat Holterman dienaangaande in verzuim verkeerde, zodat de vordering van BBTH, voor zover deze op de schade ten gevolge van de funderingsbalken van het De Boxx-project in Barendrecht en de ankers en funderingsbalken van het De Boxx-project in Groningen ziet, reeds om die reden niet toewijsbaar is. Het ligt daarom in de rede dat BBTH vooreerst tot het bewijs van haar stelling dat zij Holterman in gebreke heeft gesteld, zal overgaan.

Overige kleine opleverpunten

4.17. Met betrekking tot de gestelde overige kleine opleverpunten, geldt tot slot als volgt. Uit de stellingen van partijen en de stukken van het geding volgt dat Holterman naar aanleiding van de door BBTH aan haar meegedeelde opleverpunten verschillende herstelwerkzaamheden heeft verricht. Het had dan ook op de weg van BBTH gelegen (nader) te substantiëren ten aanzien van welke werkzaamheden Holterman (alsnog) tekort is geschoten. Nu zij dit heeft nagelaten, kan haar stelling dat op dit punt van een toerekenbare tekortkoming sprake is, niet slagen. Dat BBTH in dit verband in haar akte na comparitie heeft gesteld dat de door Holterman gemaakte dorpels de verkeerde afmetingen hadden en daardoor onbruikbaar waren voor de eerste verdiepingsvloer, doet daar niet aan af. Anders dan BBTH heeft aangevoerd, blijkt deze tekortkoming immers niet uit de overgelegde ‘diverse opleverlijsten en ingebrekestellingen’ en bij gebreke aan een nadere, voor bewijs vatbare, onderbouwing, is voor bewijslevering daarvan, ondanks haar uitdrukkelijke aanbod daartoe, geen plaats.

De schade

4.18. Indien en voor zover komt vast te staan dat Holterman ten aanzien van de werkzaamheden met betrekking tot de vloeren bij de De Boxx-projecten in Beverwijk en Haarlem en de werkzaamheden met betrekking tot de funderingsbalken en de ankers bij de projecten in Groningen en Barendrecht toerekenbaar tekort is geschoten, geldt als volgt.

Vloeren

4.19. BBTH heeft gesteld dat de herstelkosten van de vloeren moeten worden geschat op EUR 500,- per box. Blijkens de door haar (hiervoor in 2.18 genoemde en als productie 7 bij de conclusie van antwoord) overgelegde tegenclaim betreft het in totaal 60 boxen, zodat de schade in totaal op EUR 30.000,- wordt geschat. Ter onderbouwing van deze schade heeft BBTH verder aangevoerd dat haar opdrachtgever een bedrag van EUR 30.000,- achterhoudt totdat de problemen met de vloeren zijn opgelost. Holterman heeft op haar beurt betwist dat herstelwerkzaamheden noodzakelijk zijn en dat de herstelkosten EUR 500,- per box bedragen. Dienaangaande geldt als volgt. Zoals BBTH ter gelegenheid van de comparitie onbestreden heeft verklaard, hebben (uiteindelijke) kopers van de boxen over de scheuren in de vloeren geklaagd en willen zij dat dit wordt hersteld. Het verweer van Holterman dat herstelwerkzaamheden niet noodzakelijk zijn, treft in zijn algemeenheid dan ook geen doel. Omdat BBTH echter eveneens ter comparitie heeft verklaard dat de vloer van een deel van de boxen is hersteld, kan niet worden gezegd dat in alle 60 boxen herstelwerkzaamheden nodig zijn. Voorts geldt dat nu de gestelde herstelkosten van EUR 500,- per box een schatting is die BBTH niet, althans onvoldoende heeft onderbouwd en Holterman de juistheid van dit bedrag heeft betwist, niet kan worden aangenomen dat de schade

EUR 500,- per box zal bedragen. BBTH zal dan ook, mits zij in het haar hiervoor in 4.10 opgedragen bewijs is geslaagd, in de gelegenheid worden gesteld bij akte nader te onderbouwen bij welke boxen in de projecten Beverwijk en Haarlem herstelwerkzaamheden nodig waren en zijn, alsmede dat de herstelkosten EUR 500,- per box bedragen. Holterman zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld daarop bij antwoordakte te reageren.

Funderingsbalken en ankers

4.20. Ter onderbouwing van de schade bij het De Boxx-project in Barendrecht heeft BBTH, blijkens haar (als productie 7 bij conclusie van antwoord overgelegde) tegenclaim, aangevoerd dat de ankers zijn gesteld (EUR 1.680,-), extra beton in verband met het verschil in fundering is gestort (EUR 4.485,-), 8 stuks bekisting in verband met de fundering is geleverd (EUR 157,20), een controlemeting van de ankers heeft plaatsgevonden

(EUR 1.227,-), daarbij assistentie is verleend (EUR 1.571,-) en dat de ankers zijn verlengd (EUR 2.000,-). Nu BBTH ter adstructie van deze posten, met uitzondering van het verlengen van de ankers, facturen heeft overgelegd waaruit volgt dat werkzaamheden met betrekking tot de ankers en fundering zijn verricht en Holterman deze werkzaamheden als zodanig niet heeft betwist, is (mits BBTH in het haar hiervoor in 4.12 en 4.14 opgedragen bewijs slaagt) deze schade (van in totaal EUR 9.120,20) toewijsbaar. Met betrekking tot de gestelde schade wegens het verlengen van de ankers (ten bedrage van EUR 2.000,-), geldt echter dat BBTH deze schade, ondanks daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, niet nader heeft onderbouwd. Een vergoeding voor deze schade is dan ook, in het licht van de betwisting daarvan door Holterman, niet toewijsbaar.

4.20. Met betrekking tot de schade bij het De Boxx-project in Groningen heeft BBTH gesteld dat extra beton is gestort op de begane grondvloer, extra bekisting is aangebracht en extra kosten zijn gemaakt in verband met het afmaken van de begane grondvloer en dat de kosten daarvan in totaal EUR 4.983,15 bedragen. Ter adstructie van deze stelling heeft BBTH een offerte van Bouter Bouw overgelegd met betrekking tot bekisting- en betonwerkzaamheden ten bedrage van EUR 4.819,44. Nu Holterman deze werkzaamheden als zodanig niet heeft betwist, is ook deze schade tot het door BBTH onderbouwde bedrag van EUR 4.819,44 toewijsbaar, mits BBTH in het haar hiervoor in 4.12 en 4.14 opgedragen bewijs slaagt.

4.21. In afwachting van de hiervoor in 4.10, 4.12 en 4.14 bedoelde bewijslevering zal iedere verdere beslissing worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. houdt iedere beslissing aan,

in reconventie

5.7. draagt BBTH op te bewijzen dat:

- de afwerklaag over de prefab-betoncombinatievloeren in Beverwijk en Haarlem gebrekkig is,

- zij Holterman met betrekking tot de funderingsbalken bij het De Boxx-project in Barendrecht en de funderingsbalken en ankers bij het De Boxx-project in Groningen in gebreke heeft gesteld,

- de funderingsbalken bij de De Boxx-projecten in Groningen en Barendracht niet waterpas zijn gemaakt en de ankers bij die projecten verkeerd zijn aangebracht,

5.8. bepaalt dat BBTH, indien zij getuigen wil laten horen, binnen twee weken na de datum van dit vonnis schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de zittingsadministratie van de sector civiel - de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden november tot en met februari 2009 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.9. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van

mr. K.I. de Jong in het gerechtsgebouw te Haarlem aan het Florapark 1,

5.10. Bij het oproepen van de getuigen moet er rekening mee worden gehouden dat het verhoor van een getuige gemiddeld 60 minuten duurt. De namen en woonplaatsen van de getuigen en de tijdstippen waartegen zij zijn opgeroepen, dienen ten minste een week voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier van de rechtbank te worden opgegeven.

5.11. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.12. bepaalt dat BBTH, indien hij het bewijs niet door getuigen wil leveren maar (uitsluitend) door overlegging van bewijsstukken en / of door een ander bewijsmiddel, zij dit binnen twee weken na de datum van deze uitspraak schriftelijk aan de rechtbank ter attentie van de zittingsadministratie van de sector civiel - en aan de wederpartij moet opgeven,

5.13. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.C. Hofman, mr. K.I. de Jong en mr. T.A.M. Tijhuis en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2009.?