Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6392

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
13-10-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
15/700918-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Tussentijdse toets ISD; voortzetting tenuitvoerlegging.

De rechtbank Haarlem bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD maatregel moet worden voortgezet. Op verzoek van de raadsman van veroordeelde vond een tussentijdse beoordeling van de maatregel plaats. De rechtbank is van oordeel dat het recidivegevaar van veroordeelde en de beveiliging van de maatschappij vorderen dat de tenuitvoerlegging van de ISD maatregel in onvoorwaardelijke vorm wordt voortgezet. Uit het advies blijkt dat veroordeelde zich ondanks intensieve begeleiding nauwelijks heeft ontwikkeld en de kans op recidive nog aanwezig is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige raadkamer

Parketnummer: 15/700918-07

Uitspraakdatum: 13 oktober 2009

Beslissing tussentijdse beoordeling plaatsing inrichting stelselmatige daders.

Beschikking van de rechtbank Haarlem, openbare raadkamer belast met de behandeling van strafzaken, naar aanleiding van een tussentijdse beoordeling van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (artikel 38s Sr.) inzake

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans verblijvende in P.I. Vught, Nieuw Vosseveld 2, te Vught.

1. Ontstaan en loop van de procedure

Bij vonnis van deze rechtbank d.d. 18 maart 2008 is veroordeelde de maatregel opgelegd van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD maatregel) voor de duur van twee jaar.

Op 17 juli 2009 is op het parket van de officier van justitie in het arrondissement Haarlem ingekomen een verzoek, gedateerd 15 juli 2009, van mr. G.Th. Offreins, raadsman van veroordeelde, tot een tussentijdse beoordeling van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer waaronder:

- het vonnis van deze rechtbank van 18 maart 2008;

- een evaluatierapportage ISD van rapporteur/trajectbegeleider [trajectbegeleider] en [unitdirecteur], unitdirecteur bij de P.I. Haaglanden, voor deze ondertekend door [getuige-deskundige], vestiging Zoetermeer, d.d. 8 september 2009;

- een, ongedateerd, schrijven van de P.I. Vught omtrent het functioneren van [veroordeelde] in de P.I. Vught per 8 september 2009

De rechtbank heeft op 29 september 2009 de officier van justitie, de veroordeelde en diens raadsman mr. Offreins, alsmede de getuige-deskundige [getuige-deskundige] in openbare raadkamer gehoord.

2. Beoordeling

Uit voornoemde evaluatierapportage ISD maatregel blijkt onder meer het volgende:

Veroordeelde heeft in de P.I. Haaglanden, vestiging Zoetermeer, aangegeven mee te willen doen aan het ISD traject. Hierop is door [trajectbegeleider], trajectbegeleider, een verblijfsplan opgemaakt, dat veroordeelde heeft ondertekend. Er is gekozen voor een individueel traject, omdat bij de eerste groepstraining waaraan hij meedeed direct is gebleken dat een groepstraining niet haalbaar was, veroordeelde zich niet coöperatief opstelde en de sfeer in de groep verstoorde. Gedurende het voor hem opgestarte individuele ISD traject heeft veroordeelde intensieve begeleiding gekregen van een trainer van de Forensische Polikliniek van GGZ reclassering Palier, een inrichtingspsycholoog, een mentor en een trajectbegeleider. Veroordeelde beleefde veel ups en downs gedurende zijn verblijf in de inrichting, maar kon desondanks na elke terugval in negatief gedrag wederom gestabliliseerd en gemotiveerd worden om het ISD-traject te vervolgen. In het rapport wordt een overzicht gegeven van de reeks van incidenten die vanaf 6 mei 2008 zijn gerapporteerd, welke voornamelijk betrekking hebben op verbale en fysieke agressie van veroordeelde richting personeel cq medegedetineerden. Bij de laatste (reeks) incidenten in juni 2009 heeft veroordeelde echter naar het oordeel van de rapporteurs dusdanig afwijkend gedrag vertoond dat een verder verblijf binnen de P.I. Haaglanden niet langer wenselijk was en is besloten veroordeelde over te plaatsen naar een zogenaamde afdeling BGG (beperkt gemeenschapsgeschikt) binnen de Penitentiare Inrichting te Vught, om te stabiliseren in zijn gedrag. Wanneer veroordeelde voldoende gestabiliseerd is qua gedrag en voor een reguliere afdeling geselecteerd wordt, zal worden bekeken, in samenspraak met het Ambulante Crisis Team van de Forensische Polikliniek van GGZ reclassering Palier, of een hernieuwde invulling voor zijn verblijfsplan ISD traject kan worden gerealiseerd. In het verblijfsplan zullen nieuwe leerdoelen worden opgesteld en zal de mogelijkheid worden bekeken of deelname aan de extramurale fase ISD haalbaar is.

De conclusie is dat veroordeelde zich tijdens de intramurale fase van de P.I. Haaglanden nauwelijks heeft ontwikkeld en dat het hem ondanks de geboden structuur en intensieve dagelijkse begeleiding niet lukte om zich zelfstandig te handhaven op een reguliere afdeling.

Om de kans op recidive zoveel mogelijk te reduceren en gezien de ontwikkelingen binnen het ISD traject van veroordeelde is het advies om de ISD maatregel voort te zetten, zodat de begeleiding van en het toezicht op veroordeelde voortgezet kan worden.

De getuige-deskundige, [getuige-deskundige], heeft ter zitting een toelichting gegeven en gepersisteerd bij voornoemd advies.

In het ongedateerde schrijven van de PI Vught wordt vermeld dat veroordeelde, nadat hij aanvankelijk goed functioneerde, 14 dagen in de isoleercel heeft gezeten na een vechtpartij met een medegedetineerde en verzet tegen het personeel, en dat hij ook nadien nog dreigende taal heeft geuit.

De veroordeelde heeft ter zitting – zakelijk weergegeven - verklaard dat hij regelmatig door het personeel werd uitgedaagd en onder deze omstandigheden agressief wordt. Hij wil de maatregel niet voortzetten, omdat er te weinig gebeurt.

De officier van justitie vordert voortzetting van de maatregel op grond van het volgende. Er hebben zich diverse incidenten voorgedaan, in verband waarmee veroordeelde ook is overgeplaatst naar de PI Vught en vervolgens naar Nieuw Vosseveld. Het recidivegevaar is hoog. Er heeft wel al behandeling plaatsgevonden en veroordeelde zal zich goed moeten inzetten en meewerken aan behandelingen.

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de ISD maatregel moet worden beëindigd omdat niet is voldaan aan de formaliteiten van het behandelplan en omdat er geen behandeling heeft plaatsgevonden. Zo is het onduidelijk wanneer het verblijfsplan is opgemaakt, is de ISD vorm er niet in opgenomen en blijkt niet dat er een programma is aangeboden. Subsidiair verzoekt de raadsman om het resterende deel om te zetten in een voorwaardelijke ISD maatregel, eventueel met een verplicht reclasseringscontact.

Gelet op de stukken en het verhandelde in de raadkamer, gezien artikel 38n, lid 1, van het Wetboek van Strafrecht, is de rechtbank van oordeel dat het recidivegevaar van veroordeelde en de beveiliging van de maatschappij vorderen dat de tenuitvoerlegging van de ISD maatregel in onvoorwaardelijke vorm wordt voortgezet. Nu uit het advies blijkt dat betrokkene zich ondanks intensieve begeleiding nauwelijks heeft ontwikkeld en de kans op recidive nog aanwezig is, leidt opheffing van de maatregel thans tot een groot risico voor de veiligheid en tot te verwachten overlast, nu de behandeling tot nu toe onvoldoende vruchten heeft afgeworpen. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat, gelet op de in de rapportage genoemde incidenten, niet kan worden gezegd dat dit zijn oorzaak vindt in omstandigheden buiten de macht van betrokkene. De rechtbank vindt het voorts van belang dat veroordeelde wordt begeleid bij zijn terugkeer naar de maatschappij. Aan dit alles doet naar het oordeel van de rechtbank niet af dat eventueel aan de formaliteiten van een verblijfsplan niet zou zijn voldaan.

3. Beslissing

De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD maatregel wordt voortgezet.

4. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beschikking is gegeven door

mr. E.P.W. van de Ven, voorzitter,

mrs. R.E.A. Toeter en F.G. Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van W. van den Bergh

en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2009.