Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK6385

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
01-10-2009
Datum publicatie
14-12-2009
Zaaknummer
15-800599-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opzettelijke invoer van cocaïne; promis; ontkennende verdachte; handschriftonderzoek; algemene controlebevoegdheden Douane.

De rechtbank Haarlem acht bewezen dat verdachte opzettelijk 13.481.8 gram, cocaïne heeft ingevoerd in haar koffer. In de telefoon van verdachte zijn sms-berichten aangetroffen met als inhoud een nummer, zijnde het nummer van zowel de op de instapkaart van verdachte aangetroffen sticker als van het bagagelabel dat aan de reistas, waarin de cocaïne is aangetroffen, zat. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat het de handtekening van verdachte is die op dat bagageleabel staat.

Geen rechtsregel staat er aan in de weg dat de Douane gebruik maakt van de haar toegekende algemene controlebevoegdheden ten aanzien van per vliegtuig vanuit het buitenland in Nederland binnen gekomen ruimbagage. De rechtbank acht nader onderzoek niet noodzakelijk. Aan verdachte wordt een gevangenisstraf van 54 maanden opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/800599-09

Uitspraakdatum: 1 oktober 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 september 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in P.I.V. HvB Nieuwersluis.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 27 april 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, althans bevattende een (ander) middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.1. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 54 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat alle op de lijst van in beslaggenomen goederen voorkomende voorwerpen verbeurd verklaard worden.

3.2.Standpunt van de raadsman

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er gebreken kleven aan het nadere onderzoek dat heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het aantreffen van een koffer met daarin cocaïne op naam van verdachte. Hij acht daarom primair nader onderzoek noodzakelijk. Subsidiair is hij van mening dat op grond van dat onderzoek verkregen bewijsmiddelen uitgesloten dienen te worden van het bewijs. Verdachte dient vrijgesproken te worden van het haar ten laste gelegde feit, omdat niet bewezen kan worden dat de reistas waarin de cocaïne is aangetroffen van verdachte was, zodat van opzettelijke invoer van de in de reistas op naam van verdachte aangetroffen cocaïne geen sprake was.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1. Bewijs

4.1.1. Redengevende feiten en omstandigheden *1

Op 27 april 2009 omstreeks 5.15 uur vond er een verscherpte controle plaats op platform E 24 van de luchthaven Schiphol. Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] waren belast met de controle op de transferbagage waarvoor zij de controle opdracht DFC 5223 hadden gekregen. De controle was specifiek gericht op het securitynummer 48 van een koffer richting Brussel. Bij opening van de koffer troffen verbalisanten een rugtas aan met daarin pakketten, gewikkeld in levensmiddelverpakkingen, waarbij het vermoeden bestond dat het om verdovende middelen ging. Verbalisanten hebben vervolgens de koffer overgedragen aan een collega van de afdeling passagiers. *2

Op 27 april 2009 omstreeks 5.20 uur vond er een verscherpte controle plaats op de luchthaven Schiphol ter hoogte van gate E 24 op een vlucht vanuit Guyaquil (Ecuador) waarbij een selectiegesprek plaats vond met verdachte. Verdachte is vervolgens overgebracht naar een visitatieruimte voor verdere controle. Verbalisant [verbalisant 3] heeft contact gehad met collega’s van FT Cargo welke collega’s belast waren met de controle van de ruimbagage op naam van verdachte. De ruimbagage op naam van verdachte is overgebracht naar de controle ruimte van E 24, omdat het vermoeden bestond dat zich verdovende middelen in de koffer op naam van verdachte bevonden. Het gewicht van de ruimbagage op naam van verdachte, een zwarte koffer van het merk Kings met bagagelabelnummer [nummer] was bruto 17.630 gram.*3 Op het bagagelabel stond een handtekening *4 waarvan verdachte ten overstaan van de Koninklijke Marechaussee heeft verklaard dat het haar handtekening is. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte is op ambtseed opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en is tevens door verdachte ondertekend. *5 Verdachte ontkent op een later tijdstip, en ook ter terechtzitting dat zij die handtekening zou hebben gezet. Naar aanleiding van de betwisting van deze handtekening heeft een handschriftonderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek heeft geleid tot de conclusie dat de handtekening waarschijnlijk door dezelfde persoon is geproduceerd als degene die de vergelijkingshandtekeningen heeft gezet, volgens opgave [naam verdachte], zijnde verdachte. *6

Bij verdachte zijn twee Nokia telefoons aangetroffen, een zwarte en een grijze telefoon.*7 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de zwarte telefoon haar toebehoort en dat zij deze telefoon niet uitleent. De grijze telefoon heeft zij volgens haar eigen verklaring gevonden op een tafel op het vliegveld van Guyaquil. De beide telefoons zijn onderzocht waarbij de werkelijke datum en tijd in de zwarte telefoon (en naar de rechtbank begrijpt de data en tijden van de verzonden SMS-berichten) niet overeenkomen met de datum en tijd die deze telefoons weergaven. *8 Uit onderzoek van de telefoons is gebleken dat in de zwarte telefoon onder de rubriek verzonden berichten de berichten voorkomen met de (in het Nederlands vertaalde ) teksten “weet je ze hebben mij gezegd dat mijn bagage naar Brussel gaat” , “Goed dank je wel maak je geen zorgen ik ben heel rustig” , en “[nummer]”

(zijnde het nummer van het bagagelabel dat aan de zwarte koffer van het merk Kings op naam van verdachte stond). Tevens is uit onderzoek van de zwarte telefoon gebleken dat in de rubriek inbox de berichten voorkomen met de (in het Nederlands vertaalde) teksten “Goed maak vrienden met iemand, maak vriendschap met iemand praat ermee wees niet alleen en blijf maar rustig want alles gaat goed”, “moeder laat me weten wanneer je in de vogel (vliegtuig) bent en goede reis”, Oke laat me weten wanneer je het nummer hebt wat je weet, het is blanco” en “ Mevrouw [naam gelijk aan voornaam verdachte] zeg me iets om te weten waar u bent en waarschuw me wanneer je de doos afgeeft en stuur me een berichtje”. Tevens is gebleken dat in de zwarte telefoon onder de rubriek ontvangen gesprekken het nummer [nummer] voorkomt, welk nummer tevens voorkomt in de grijze telefoon onder de naam [betrokkene]. *9 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij het nummer [nummer] kent als het nummer van haar vriend [betrokkene].

Verdachte was ten tijde van haar aanhouding in het bezit van een blauwe handtas*10 hetgeen zij heeft bevestigd in haar verklaring ter terechtzitting. In voornoemde blauwe handtas hebben verbalisanten een instapkaart aangetroffen op naam van verdachte waarop de reisroute stond beschreven van Guayaguil-Amsterdam op 26 april 2009 met vlucht KL0754 voor stoel 17B. Op de achterkant van deze instapkaart troffen verbalisanten een sticker aan met voormeld nummer [nummer]. *11 De sticker wordt ook wel claimtag genoemd en wordt afgegeven, nadat een passagier bagage heeft afgegeven voor vervoer in het bagageruim. Op vertoon van de claimtag kan een passagier bij de vervoerende maatschappij aantonen dat hij/zij een bagagestuk ter vervoer heeft aangeboden omdat het claimtagnummer overeenkomt met het bagagelabelnummer. *12

Op het bij verdachte aangetroffen vliegticket was af te lezen dat dit ticket geldig was gemaakt voor de routes Guayaquil – Amsterdam – Amsterdam – Brussel. *13

Uit de passagierslijst blijkt dat op naam van verdachte één stuk bagage is ingecheckt met een gewicht van 18 kilogram, dat verdachte stoel nummer 17B was toegewezen en dat daarbij nummer 48 is vermeld. *14

Verbalisanten hebben in de zwarte reistas/koffer van het merk Kings 17 pakketten aangetroffen welke werden genummerd van A t/m G. Het netto gewicht van de stof bedroeg 13.481,8 gram. Er zijn 17 representatieve monsters genomen en ter analyse overgebracht naar het Douane Laboratorium welke - kennelijk abusievelijk - onder nummer 09-030556 A t/m Q in plaats van onder het proces-verbaalnummer 029556 A t/m Q zijn ingeschreven. *15 [Uit de in het dossier gevoegde foto's blijkt dat het nummer 09-029556 is toegekend.]

Uit het rapport van het Douane Laboratorium blijkt dat werd vastgesteld dat het materiaal 09-029556 A t/m Q cocaïne bevatte.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat zij geen ruimbagage heeft ingecheckt.

4.1.2 Bewijsoverwegingen

De rechtbank heeft met betrekking tot het bewijs nog in het bijzonder het volgende overwogen.

De rechtbank stelt voorop dat de onder verdachte in beslaggenomen zwarte Nokia telefoon volgens haar eigen verklaring aan haar toebehoorde en dat zij die niet heeft uitgeleend.

Op grond daarvan concludeert de rechtbank dat verdachte de in die zwarte Nokia telefoon in de inbox en de uitbox aangetroffen en hierboven weergegeven Sms-berichten heeft ontvangen respectievelijk verzonden, waarbij opmerking verdient dat de berichten in de uitbox - kennelijk tengevolge van een verkeerde tijdsaanduiding in die telefoon - niet het juiste verzendtijdstip weergeven. In het licht van de inhoud van die Sms-berichten, in het bijzonder ook het verzonden Sms-bericht met het nummer [nummer], zijnde het nummer van zowel de op de instapkaart van verdachte aangetroffen sticker als van het bagagelabel dat aan de reistas, waarin de cocaïne is aangetroffen, zat en in aanmerking genomen – gelet op de verklaring van verdachte - dat het haar handtekening was die op dat bagagelabel staat, welke verklaring steun vindt in het hiervoor genoemde rapport van handschriftonderzoek – is de rechtbank van oordeel dat verdachte zelf de reistas waarin de cocaïne is aangetroffen, heeft ingecheckt. Haar verklaring dat zij geen ruimbagage heeft ingecheckt, is daarmee kennelijk leugenachtig en bedoeld om de waarheid te bemantelen, te weten dat zij opzettelijk de in de bewezenverklaring genoemde hoeveelheid cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht.

De rechtbank merkt – naar aanleiding van een door de raadsman gevoerd verweer – op dat geen rechtsregel er aan in de weg staat dat de Douane gebruik maakt van de haar toegekende algemene controlebevoegdheden ten aanzien van per vliegtuig vanuit het buitenland in Nederland binnen gekomen ruimbagage, in een geval waarin aan deze controle een opdracht tot controle van een met een securitynummer specifiek aangeduid stuk ruimbagage ten grondslag ligt. Reeds om die reden was nadere informatie met betrekking tot de door de raadsman opgeworpen vraag hoe de Douane bij de gecontroleerde bagage met securitynummer 48 is terechtgekomen niet noodzakelijk.

De rechtbank is - anders dan de raadsman - van oordeel dat het aanvullend onderzoek dat naar aanleiding van de beslissing van de rechtbank ter terechtzitting van 22 juni 2009 is verricht, voldoende is geweest en acht – ook na beraad in raadkamer – aanhouding van het onderzoek ter terechtzitting voor het door de raadsman verlangde nadere onderzoek niet noodzakelijk.

4. 1.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, in dier voege dat

zij op 27 april 2009 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de opzettelijke invoer van 13.481,8 gram van een materiaal bevattende cocaïne. Dit is een zeer grote hoeveelheid van een voor de gezondheid van personen schadelijke stof. De ingevoerde hoeveelheid was van dien aard, dat deze bestemd moet zijn geweest voor verdere verspreiding en handel. De verspreiding van en handel in cocaïne gaan gepaard met vele andere vormen van criminaliteit, waaronder de door gebruikers gepleegde strafbare feiten ter financiering van hun behoefte aan deze stof. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat verdachte er geen blijk van heeft gegeven het laakbare van haar handelen in te zien, is de rechtbank van oordeel dat geen andere straf op haar plaats is dan één die vrijheidsbeneming van na te melden duur met zicht brengt. Die straf is overeenkomstig de straffen die de rechtbank in soortgelijke gevallen pleegt op te leggen.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1 Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen vermeld op de beslaglijst, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezen verklaarde feit met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslaggenomen en niet teruggegeven geld, te weten 500 Euro en 1421 US Dollar dient te worden verbeurdverklaard. Reeds omdat verdachte die niet de Nederlandse, maar de Ecuadoraanse nationaliteit heeft, over voldoende middelen van bestaan moet beschikken om toegang te krijgen tot Nederland, moet worden geconcludeerd dat verdachte dat geld dat aan haar toebehoorde, nodig had om het ten laste van haar bewezenverklaarde feit te kunnen begaan.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

33, 33a van het Wetboek van Strafrecht.

2, 10 van de Opiumwet.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.1.3. weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van VIERENVIJFTIG (54) MAANDEN.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart verbeurd:

– Geld buitenlands 20x50=1000 US dollar

– Geld buitenlands 20x20=400 US dollar

– Geld buitenlands 3x5=15 US dollar

– Geld buitenlands 6x1=6 US dollar

– Geld Euro 4x100=400 euro

– Geld Euro 2x50=100 euro

– 1 Claimtag KLM [nummer] pnr 349bkx

– 1 Reisschema

– 1 Instapkaart KLM ams-bru

– 1 Vliegticket KLM etck guayaquil-ams en ams-bru

– 1 Telefoontoestel Kl:zwart NOKIA Nederland

– 1 Telefoontoestel Kl:grijs NOKIA Nederland

– 1 Claimtag Kl:wit [nummer] aangetr in ruimbagage

– 1 Claimtag Kl:wit [nummer] aangetr in ruimbagage

– 1 Label Kl:wit bagagelabel pnr 349 bkx 1/18

– 2 Rekeningen hotelrek. 26/04/09 met een bedrag van 120,00

– 1 Instapkaart KLM 26/4 gua-ams [nummer]

– 1 Diverse betr betaalbew secure wrap ecuador cia ltda

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.E.A. Toeter, voorzitter,

mr. J. Italianer en mr. J.L. de Vries, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr W. de Baat,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 oktober 2009.

Mrs. Italianer en De Vries zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

*1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen.

*2 Het proces-verbaal van bevinding en overdracht d.d. 27 april 2009, dossierparagraaf 1.1.

*3 Het proces-verbaal van aanhouding en bevinding d.d. 27 april 2009, dossierparagraaf 1.1.

*4 Foto, dossierparagraaf 1.1.

*5 Het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 4 mei 2009, dossierparagraaf 1.3.

*6 Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 3 juni 2009 als bijlage gevoegd bij het proces-verbaal d.d. 19 augustus 2009, aanvullend proces-verbaal.

*7 Het proces-verbaal van onderzoek bagage, overige goederen, bagagelabels, claimtags verdachte d.d. 30 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.3.

*8 Het proces-verbaal onderzoek GSM telefoon Nokia 1680 (zwart) d.d. 7 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.7 en het proces-verbaal onderzoek GSM telefoon Nokia 1208 (grijs) d.d. 7 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.7.

*9 Het proces-verbaal d.d. 6 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.7 en het proces-verbaal onderzoek GSM telefoon Nokia 1680 (zwart) d.d. 7 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.7.

*10 Het proces-verbaal d.d. 5 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.3.

*11 Het proces-verbaal d.d. 5 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.3.

*12 Het proces-verbaal d.d. 3 augustus 2009, aanvullend proces-verbaal.

*13 Het proces-verbaal van onderzoek paspoort en reisbescheiden d.d. 28 april 2009, dossierparagraaf 1.1.2.

*14 Het proces-verbaal d.d. 3 augustus 2009, aanvullend proces-verbaal onder bijlage 2.

*15 Het proces-verbaal verdovende middelen d.d. 1 mei 2009, dossierparagraaf 1.1.4.