Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4964

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-10-2009
Datum publicatie
01-12-2009
Zaaknummer
156650-2009-467
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De minderjarige verblijft al vanaf januari 2009 in een justitiële jeugdinrichting (JJI). De kinderrechter is het eens met het door de gezinsvoogd benadrukte belang van gesloten plaatsing voor [naam minderjarige]. Nu deze plaatsing echter niet binnen redelijke termijn in een gepaste plek kan worden omgezet, is de kinderrechter van oordeel dat voortzetting van de vrijheidsbeneming van de minderjarige in een JJI zonder adequate behandeling niet (langer) proportioneel is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

verlenging machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg in het kader van een ondertoezichtstelling

zaak-/rekestnr.: 156650/2009-467

beschikking van de kinderrechter van 15 oktober 2009

naar aanleiding van een verzoek van

de Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Holland, afdeling Jeugdbescherming, Locatie Haarlem,

gevestigd te Haarlem,

hierna te noemen: de Stichting,

strekkende tot verlenging van de uithuisplaatsing van de jeugdige:

- [naam minderjarige], geboren op [datum] 1993 in de gemeente [plaats],

verblijvende in de Doggershoek te Den Helder,

kind van

[naam moeder], wonende op een geheim adres,

hierna te noemen: de moeder,

en

[naam vader], wonende in [plaats],

hierna te noemen: de vader.

Het gezag over de jeugdige wordt uitgeoefend door de ouders.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 18 september 2009 en de daarin genoemde stukken;

- het faxbericht van de Stichting van 14 oktober 2009.

1.2 Mr. A.S. Kamphuis, kantoorhoudende te Amsterdam, is als advocaat aan de jeugdige toegevoegd.

1.3 De kinderrechter heeft het verzochte behandeld op de zitting met gesloten deuren van 15 oktober 2009. Hierbij zijn verschenen en gehoord:

- mr. Kamphuis voornoemd;

- de moeder;

- de vader;

- oma (m.z.);

- de Stichting, vertegenwoordigd door de heer A. van Zoen.

De jeugdige [naam minderjarige] is in raadkamer gehoord, bijgestaan door haar advocaat.

2 De verdere beoordeling

2.1 Bij eerdergenoemde beschikking van 18 september 2009 is de machtiging uithuisplaatsing gesloten jeugdzorg verlengd tot 9 december 2009 en is de behandeling van het verzoek voor het overige aangehouden. Thans is aan de orde het aangehouden verlengingsverzoek voor de periode van 9 december 2009 tot het einde van de ondertoezichtstelling op 9 juni 2010.

In rechtsoverweging 2.8 en 2.9 van voormelde beschikking is het volgende opgenomen:

“Vast staat de moeder op de goede weg is en dat er gewerkt moet worden aan thuisplaatsing van [naam minderjarige] bij moeder. Partijen zijn het erover eens dat [naam minderjarige] al onwenselijk lang in de Doggershoek verblijft. Vast staat ook dat behandeling van [naam minderjarige] noodzakelijk is. Op grond van de stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gekomen, blijkt dat [naam minderjarige] veel baat heeft bij structuur en duidelijkheid. Daarom is het uitgangspunt dat het in het belang van [naam minderjarige] is als zij vanuit de Koppeling bij moeder wordt teruggeplaatst. Indien plaatsing in de Koppeling echter niet op zeer korte termijn tot de mogelijkheden behoort, dan moet een alternatief voor plaatsing worden geboden en besproken. In dat geval zal de kinderrechter in overleg met partijen een nieuwe afweging maken.

[…]

Indien het ernaar uitziet dat de plaatsing van [naam minderjarige] in de Koppeling niet in oktober kan worden gerealiseerd, dient de gezinsvoogd nadere informatie verschaffen over bestaande alternatieven van ambulante hulp, zodat vanuit de Doggershoek kan worden toegewerkt naar een thuisplaatsing bij moeder”.

2.2 Ter zitting heeft de Stichting aangegeven dat de prognose op dit moment is dat [naam minderjarige] pas in december zal kunnen worden geplaatst in De Koppeling. Andere jeugdigen hebben van het Ministerie voorrang gekregen. [naam minderjarige] verblijft sinds januari 2009 in de Doggershoek en is in mei 2009 aangemeld voor de Koppeling.

De Stichting blijft bij haar standpunt dat [naam minderjarige] gesloten behandeld moet worden. Uit de fax van 14 oktober jl. en de toelichting ter zitting blijkt dat er in feite geen alternatieven voorhanden zijn voor behandeling bij verblijf in de Doggershoek. Aanvullende ondersteuning vanuit de Doggershoek zelf is voorlopig niet mogelijk. Verder is het niet duidelijk of thuisbegeleiding via functional family therapy (FFT) kan starten zonder dat [naam minderjarige] al feitelijk in de Koppeling geplaatst is. Voor de besproken ambulante hulp vanuit OCK/[naam] bestaat een wachtlijst van drie tot vier maanden en [naam minderjarige] komt niet in aanmerking voor behandeling op een open behandelgroep aldaar. De door de advocate op de vorige zitting genoemde behandeling bij De Waag is door de gezinsvoogd nog niet onderzocht.

2.3 De raadsvrouwe heeft namens [naam minderjarige] gepleit voor een thuisplaatsing bij moeder met gezinsbehandeling en het volgen van therapieën zoals MST of FFT. [naam minderjarige] is daarvoor gemotiveerd.

2.4 De ouders vinden dat het verblijf van [naam minderjarige] in de Doggershoek veel te lang duurt. Moeder geeft aan dat [naam minderjarige] al vijf maal achtereen een dag op weekendverlof bij haar is geweest en dat dit goed verloopt. Het zwaarste aspect is dat ze steeds weer terug moet naar de Doggershoek. Moeder is ervan overtuigd dat zij de thuisplaatsing van [naam minderjarige] aan kan. Het gezin staat open voor therapie.

2.5 De minderjarige verblijft al vanaf januari 2009 in een justitiële jeugdinrichting (JJI). De kinderrechter is het eens met het door de gezinsvoogd benadrukte belang van gesloten plaatsing voor [naam minderjarige]. Nu deze plaatsing echter niet binnen redelijke termijn in een gepaste plek kan worden omgezet, is de kinderrechter van oordeel dat voortzetting van de vrijheidsbeneming van de minderjarige in een JJI zonder adequate behandeling niet (langer) proportioneel is. Dit weegt des te zwaarder nu partijen ervan uitgaan dat de beoogde plaatsing in de Koppeling aanstaande december gelet op het daar toegepaste verlofbeleid met zich meebrengt dat zij rond de feestdagen niet thuis bij haar familie kan zijn, terwijl zij in de JJI al ruime verlofrechten heeft weten op te bouwen.

2.6 De moeder van de minderjarige heeft ook onderbouwd dat het beter met haar gaat en dat zij met ondersteuning thuis voor [naam minderjarige] kan zorgen. Zij is het eens met de daarbij door de gezinsvoogd gestelde voorwaarden. De machtiging gesloten jeugdzorg loopt tot 9 december 2009 en zal niet verder worden verlengd. De gezinsvoogd kan de periode tot 9 december a.s. benutten om de nodige middelen in te zetten ter voorkoming van het opnieuw ontsporen van de minderjarige in de thuissituatie.

3 Beslissing

De kinderrechter:

3.1 Wijst het (resterende) verzoek van de Stichting af.

3.2 Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. van Keken, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van mr. S. Kuijs, griffier, op 15 oktober 2009.

Tegen deze beschikking kan door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze aan hen op andere wijze bekend is geworden.