Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4750

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
25-11-2009
Datum publicatie
30-11-2009
Zaaknummer
155733 - HA ZA 09-416
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk portretrecht. Eiser is imam van een islamitische moskee en heeft landelijke bekendheid gekregen door uitspraken te doen in religieuze en maatschappelijke kwesties. In een publicatie van weekblad Panorama wordt eiser op één lijn gesteld met personen die vanwege ernstige terroristische misdrijven strafrechtelijk veroordeeld zijn. Aldus wordt de suggestie gewekt dat eiser zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan terroristische misdrijven. Eiser is nooit strafrechtelijk veroordeeld zodat sprake is van een onterechte suggestie. Aangezien eiser een geestelijk leider is, heeft een dergelijke associatie invloed op zijn aanzien en positie.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2010, 139

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 155733 / HA ZA 09-416

Vonnis van 25 november 2009

in de zaak van

[Eiser],

wonende te Rotterdam,

eiser,

advocaat mr. S. Karkache,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SANOMA UITGEVERS B.V.,

gevestigd te Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

gedaagde,

advocaat mr. P. Wieringa.

Partijen zullen hierna [eiser] en Sanoma genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser] is als imam in dienst van de islamitische moskee As Soenah te Den Haag. [eiser] heeft landelijke bekendheid gekregen door uitspraken te doen in religieuze en maatschappelijke kwesties. [eiser] is nimmer strafrechtelijk veroordeeld.

2.2. Sanoma is uitgeefster van het weekblad Panorama. Panorama kent een oplage van 100.000 exemplaren per week.

2.3. In de Panorama-editie van 14 mei 2008 heeft Sanoma – zonder toestemming van [eiser] – een foto geplaatst van [eiser], tezamen met Samir A. en Mohammed B. Samir A. is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 11 jaar voor het plegen van terroristische activiteiten. Mohammed B. is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens de moord op Theo van Gogh. Voornoemde afbeelding is geplaatst in de rubriek Crimeweek en is een bewerking van de filmposter van de Amerikaanse speelfilm “No country for old men”. De foto’s van de daadwerkelijke acteurs zijn vervangen door die van [eiser], Samir A. en Mohammed B. Het opschrift is vervangen door de tekst: “No country for moslim men”. Naast de foto is als bijschrift opgenomen: “Zou Hollywood iets kunnen met de Nederlandse misdaad ? Wij denken van wel…”.

2.4. Bij brief van 8 juli 2008 heeft [eiser] Sanoma aansprakelijk gehouden voor de door hem geleden immateriële schade ten bedrage van EUR 75.000,-.

2.5. Bij brief van 10 juli 2008 heeft Sanoma met een beroep op de parodie-exceptie elke aansprakelijkheid afgewezen.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van Sanoma tot betaling van EUR 75.000,- vermeerderd met rente en kosten, alsmede tot rectificatie.

3.2. Sanoma voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. [eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat Sanoma met de publicatie van zijn foto inbreuk heeft gemaakt op zijn portretrecht. [eiser] is hierdoor publiekelijk beledigd en aangetast in zijn eer en goede naam. Door middel van het plaatsen van [eiser] op één lijn met plegers van misdrijven met een terroristisch oogmerk wordt door Sanoma een verband gelegd of gesuggereerd tussen [eiser] en het terrorisme. Sanoma heeft daarmee de kans aanvaard dat derden op de gedachte kunnen worden gebracht om [eiser] wat aan te doen. [eiser] geniet binnen zijn gemeenschap aanzien als religieus leider. Nu hij wordt geassocieerd met het terrorisme is afbreuk gedaan aan zijn aanzien, aldus nog steeds [eiser].

4.2. Sanoma heeft aangevoerd dat [eiser] een bekende Nederlander is die zich het nodige moet laten welgevallen, dat [eiser] als gevolg van de publicatie niet een groter veiligheidsrisico dan voorheen loopt omdat hij zelf met confronterende uitspraken de publiciteit heeft gezocht en voorts dat sprake is van een parodie en van een bagatel.

4.3. De rechtbank overweegt als volgt. Nu vaststaat dat de foto van [eiser] is geplaatst zonder zijn toestemming, is op grond van artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw) openbaarmaking daarvan niet geoorloofd voor zover een redelijk belang van [eiser] zich tegen openbaarmaking verzet.

In dit geval moet het belang van [eiser] bij zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer en zijn recht op bescherming van zijn eer en goede naam worden afgewogen tegen het belang van Sanoma bij haar recht op persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Bij deze belangenafweging dienen alle bijzondere omstandigheden van het onderhavige geval te worden betrokken.

4.4. [eiser] is, zoals hij zelf ook erkent, door zijn controversiële uitspraken over religieuze kwesties een publiek figuur. Als publiek figuur heeft [eiser] dan ook enige aandacht van de media te dulden. In de onderhavige publicatie wordt hij echter op één lijn gesteld met personen die vanwege ernstige terroristische misdrijven strafrechtelijk veroordeeld zijn. Aldus wordt de suggestie gewekt dat [eiser] zich eveneens schuldig heeft gemaakt aan terroristische misdrijven. [eiser] is nooit strafrechtelijk veroordeeld zodat sprake is van een onterechte suggestie. De context waarin de foto is afgebeeld, namelijk de rubriek Crimeweek, en de naast de foto geplaatste tekst verhogen deze suggestie. Aangezien [eiser] een geestelijk leider is, heeft een dergelijke associatie invloed op zijn aanzien en positie. De oorspronkelijke film is bovendien niet van zodanige bekendheid dat bij de gemiddelde Panorama-lezer bekend zal zijn dat [eiser] staat afgebeeld op de plek van de “good guy” zoals Sanoma nog heeft aangevoerd. Daar komt bij dat de publicatie geen nieuws- of informatiewaarde heeft. Gesteld noch gebleken is voorts dat Sanoma met de publicatie bepaalde misstanden aan de kaak wilde stellen, zodat evenmin sprake is van een bijdrage aan het publieke debat. Van een geoorloofde parodie is, voor zover artikel 18b Aw al analoog van toepassing kan worden geacht op een portret, naar het oordeel van de rechtbank geen sprake. Ook in het kader van een kennelijk humoristisch bedoelde publicatie is het niet geoorloofd [eiser] op één lijn te stellen met personen die vanwege terroristische misdrijven zijn veroordeeld. Gelet op de grote oplage van Panorama is evenmin sprake van een bagatel. Onder de hiervoor geschetste omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het belang van [eiser] zwaarder dient te wegen dan het belang van Sanoma. Sanoma heeft derhalve onrechtmatig gehandeld en is aansprakelijk voor de dientengevolge door [eiser] geleden schade.

4.5. Ten aanzien van de door [eiser] gevorderde immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank als volgt. [eiser] heeft gesteld dat de schade is gelegen in aantasting van de eer en goede naam, te weten afbreuk aan zijn aanzien, en angst voor represailles. Sanoma heeft betwist dat [eiser] door de publicatie gevaar zal lopen en heeft voorts aangevoerd dat het gevorderde bedrag disproportioneel is in relatie tot de (in haar ogen) qua omvang bescheiden publicatie van het portret. Tegenover de betwisting door Sanoma heeft [eiser] niet nader onderbouwd waaruit het (als gevolg van de publicatie) concrete gevaar voor [eiser] heeft of zal bestaan. Aan dit aspect zal daarom voorbij worden gegaan. Sanoma heeft echter niet weersproken dat de publicatie afbreuk heeft gedaan aan het aanzien van [eiser] als geestelijk leider. Tegenover dit nadeel acht de rechtbank, gelet op art. 6:106 lid 1 sub b BW en rekening houdend met alle omstandigheden, een vergoeding van EUR 3.500,- evenredig en billijk.

4.6. De gevorderde rectificatie zal worden toegewezen met dien verstande dat rectificatie dient plaats vinden op de hierna door de rechtbank aan te geven wijze.

4.7. Sanoma zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van [eiser] op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 85,97

- in debet gesteld vast recht 1.531,00

- betaald vast recht 119,00

- salaris advocaat 768,00 (2,0 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 2.503,97

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt Sanoma om aan [eiser] te betalen een bedrag van EUR 3.500,- (drie en een half duizend euro),

5.2. veroordeelt Sanoma in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot op heden begroot op EUR 2.503,97, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer,

5.3. veroordeelt Sanoma om, binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis, in de alsdan eerstvolgende te verschijnen Panorama-editie op pagina 15 of 17, linkerkolom in het onderste deel van de pagina, welke pagina geen advertentiepagina mag zijn, een rectificatie te publiceren over de breedte van één kolom en omkaderd, in een lettertype en lettergrootte welke gelijk is aan het lettertype en de lettergrootte van de overigens op die pagina te publiceren artikelen en/of columns, en het woord "rectificatie" in een voor een publicatie van dit formaat gebruikelijk lettertype en lettergrootte, en met de navolgende inhoud en zonder nadere toevoeging:

“Op 14 mei 2008 verscheen in het weekblad Panorama een bewerkte filmposter waarop het portret van [eiser] is afgebeeld naast de portretten van Mohammed B. en Samir A. Bij vonnis van 25 november 2009 heeft de rechtbank Haarlem geoordeeld dat met deze publicatie ten onrechte de suggestie is gewekt dat [eiser] zich, evenals Mohammed B. en Samir A. schuldig heeft gemaakt aan terroristische misdrijven en zijn wij veroordeeld tot het plaatsen van deze rectificatie. Er zijn aan ons geen feiten bekend waaruit blijkt dat die suggestie juist is. Redactie Panorama”

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, mr. M.P.J. Ruijpers en mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2009.?