Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4566

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
17-11-2009
Datum publicatie
26-11-2009
Zaaknummer
441506 AO VERZ 09-952
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst om bedrijfseconomische redenen. De werkgeefster is een grafisch bedrijf, dat de omzet drastisch heeft zien dalen. Na diverse kostenbesparende maatregelen te hebben getroffen heeft zij voor haar grafisch ontwerpers een ontslagvergunning aangevraagd en gekregen. Omdat verweerster arbeidsongeschikt is, richt werkgeefster zich tot de kantonrechter met het verzoek de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Het beroep van verweerster op de reflexwerking van het opzegverbod tijdens ziekte treft geen doel. Het beroep van verzoekster op de Habe Nichts exceptie wel. De kantonrechter acht geen aanleiding aanwezig om verweerster een uitzonderingspositie toe te kennen ten opzichte van de andere grafische ontwerper, wiens arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding door opzegging is geëindigd, en de medewerkers die vrijwillig salaris hebben ingeleverd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0894
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 441506/ AO VERZ 09-952

datum uitspraak: 17 november 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HOLLANDS LOF ONTWERPERS B.V.

te Haarlem

verzoekster

hierna: Hollands Lof

gemachtigde: mr. L.A. Stienstra

tegen

[verweerster]

te [woonplaats]

verweerster

hierna: [verweerster]

gemachtigde: mr. A.L. van ‘t Spijker

De procedure

Op 13 oktober 2009 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Hollands Lof. [verweerster] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 10 november 2009. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. Hollands Lof exploiteert een bureau voor grafische vormgeving.

2. [verweerster], 38 jaar oud, is sedert 1 mei 1997 bij Hollands Lof in dienst, laatstelijk in de functie van grafisch ontwerper voor 23 uur per week, tegen een salaris van € 2.134,52 bruto per maand exclusief vakantiegeld.

3. [verweerster] is vanaf 11 mei 2009 arbeidsongeschikt.

4. Hollands Lof heeft in verband met de terugloop in het aantal opdrachten aan haar bureau haar omzet vanaf 2007 zodanig zien dalen, dat zij diverse kostenbesparende maatregelen heeft moeten treffen, zoals verlagen salarissen en managementfee, gedeeltelijk ontslag en verhuur van een gedeelte van het bedrijfspand.

5. Hollands Lof heeft voor [verweerster] en voor de tweede bij haar in dienst zijnde grafische ontwerper bij UWV WERKbedrijf een ontslagvergunning aangevraagd vanwege bedrijfseconomische redenen.

6. UWV WERKbedrijf heeft beide verzoeken gehononoreerd en Hollands Lof op 4 september 2009 toestemming verleend tot opzegging van de arbeidsovereenkomst met [verweerster].

7. Hollands Lof heeft de arbeidsovereenkomst met de tweede grafische ontwerper opgezegd tegen 1 november 2009.

8. In haar besluit van 4 september 2009 heeft UWV WERKbedrijf onder meer het volgende overwogen:

“De prognose is duidelijk in die zin dat een structurele verbetering van de bedrijfsresultaten en financiële positie niet te verwachten is. [...] Hoewel het eigen vermogen eind 2008 positief is, is duidelijk dat bij een continuering van de verliezen het eigen vermogen in de toekomst geen mogelijkheid meer biedt het verlies op te vangen.”

9. Op 9 november 2009 heeft A.M. Geerlings-de Goede, accountant, een zogenoemde kolommenbalans over de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 september 2009 opgesteld. Hieruit blijkt dat Hollands Lof over de eerste negen maanden van 2009 een verlies heeft geleden van € 56.274,92. In een begeleidend schrijven heeft de accountant onder meer opgemerkt dat, inclusief de afschrijving van verbouwing en inventaris ten bedrage van € 39.715,06, “een totaal verlies over de eerste negen maanden van 2009 van € 95.989,98 resteert”.

Het verzoek

Hollands Lof verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden. Hollands Lof stelt –samengevat – het volgende.

De bedrijfseconomische en financiële situatie van Hollands Lof is zodanig slecht, dat de reeds getroffen kostenbesparende maatregelen niet voldoende zijn om het tij te keren. Hollands Lof rest daarom niets anders dan ook te besparen op haar personeelskosten. De creatief directeur is inmiddels in salaris en functie terug gegaan en de uren van de administratieve bureau-coördinator zijn teruggebracht van 24 naar 12. Om het voortbestaan van het bedrijf te waarborgen heeft Hollands Lof ook moeten besluiten de arbeidsplaatsen van haar grafische ontwerpers te laten vervallen, waaronder die van [verweerster]. Dit levert een zodanige verandering van omstandigheden op dat van Hollands Lof niet kan worden verlangd te arbeidsovereenkomst met [verweerster] te laten voortbestaan. Deze dient dan ook op korte termijn te worden ontbonden. Hollands Lof richt zich met het verzoek tot de kantonrechter, omdat zij geen gebruik kan maken van de ontslagvergunning van UWV WERKbedrijf, nu [verweerster] arbeidsongeschikt is.

Voor toekenning van een vergoeding is, gelet op de penibele financiële situatie van Hollands Lof, geen enkele ruimte.

Het verweer

[verweerster] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. [verweerster] voert daartoe het volgende aan.

Hollands Lof heeft de bedrijfseconomische noodzaak van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerster] onvoldoende aangetoond. Zij heeft de cijfers niet onderbouwd en niet duidelijk gemaakt of zij alle mogelijke andere maatregelen heeft onderzocht om het ontslag van [verweerster] te vermijden. Daar komt bij dat een medewerker wiens tijdelijke arbeidscontract niet is verlengd, thans via een ander ontwerpbureau werkzaamheden voor Hollands Lof verricht, hetgeen extra kosten meebrengt.

Bovendien staat de reflexwerking van het opzegverbod bij ziekte aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerster] in de weg. Hoewel het ontbindingsverzoek geen direct verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [verweerster], heeft [verweerster] meer dan een gezonde werknemer belang bij het behoud van haar dienstverband en haar komt derhalve extra bescherming toe.

Subsidiair, voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerster] om toekenning van een vergoeding van € 19.594,88 bruto. De gevolgen van het verlies van haar arbeidsplaats heeft voor [verweerster] ernstige gevolgen, nu zij door haar ziekte een slechte positie op de arbeidsmarkt inneemt. Haar treft geen enkel verwijt van de ontstane situatie, aldus [verweerster]. Hollands Lof daarentegen laat na een passende financiële voorziening voor [verweerster] te treffen, zonder dat is aangetoond dat zo’n voorziening tot haar faillissement zal leiden. Mede gelet op de lengte van het dienstverband van [verweerster], die al die jaren met veel plezier en inzet voor Hollands Lof heeft gewerkt en heeft meegeholpen bij de opbouw van het bedrijf, is er aanleiding voor de verzochte vergoeding die overeenkomst met de neutrale kantonrechterformule. Voorts dient rekening te worden gehouden met de fictieve opzegtermijn van twee maanden.

De beoordeling

Ontbinding van de arbeidsovereenkomst

De kantonrechter stelt vast dat niet is komen vast te staan dat het ontbindingsverzoek verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van [verweerster]. Aan het opzegverbod tijdens ziekte komt derhalve geen reflexwerking toe.

Hollands Lof heeft gemotiveerd betwist dat zij werkzaamheden laat verrichten via een ander ontwerpbureau. De ter zitting aanwezige directeur van Hollands Lof, [XXX], heeft verklaard dat hij zich soms laat vervangen door twee van zijn voormalige medewerkers, omdat hij onlangs vader is geworden van een tweeling, waardoor hij de komende 2 à 3 maanden wat minder op het werk aanwezig is. Tegenover de betaling van deze hulpkrachten staat, zo heeft [XXX] gesteld, dat hij voor zichzelf geen salaris meer aan het bedrijf onttrekt.

Het bovenstaande in aanmerking nemende en mede gelet op de door Hollands Lof overgelegde financiële gegevens waaronder de kolommenbalans en de brief van de accountant van 9 november 2009, is de kantonrechter van oordeel dat Hollands Lof de bedrijfseconomische noodzaak van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst van [verweerster] genoegzaam heeft aangetoond.

Er is dus sprake van een voldoende gewichtige reden om de arbeidsovereenkomst op korte termijn te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is. De kantonrechter zal de arbeidsovereenkomst ontbinden per 1 december 2009.

Vergoeding

Ook is voldoende gebleken dat voor toekenning van een vergoeding bij Hollands Lof geen financiële ruimte bestaat. Het verweer van [verweerster] dat rekening moet worden gehouden met haar moeilijke positie op de arbeidsmarkt treft geen doel. De enkele omstandigheid dat [verweerster] thans arbeidsongeschikt is, kan er niet toe leiden dat haar ten opzichte van de andere grafische medewerker, wiens arbeidsovereenkomst zonder toekenning van een vergoeding door opzegging is geëindigd, en de medewerkers die vrijwillig salaris hebben ingeleverd, een uitzonderingspositie toekomt. Daarbij is van belang dat [verweerster] relatief jong is en gesteld noch gebleken is dat zij arbeidsongeschikt zal blijven. Het beroep van Hollands Lof op de Habe Nichts exceptie zal daarom worden gehonoreerd. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden zonder toekenning van een vergoeding aan [verweerster].

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking, omdat dit niet tot een andere beslissing leidt.

Vanwege de aard van deze procedure draagt iedere partij de eigen kosten.

De beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 december 2009;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. W. Aardenburg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.