Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4497

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
23-09-2009
Datum publicatie
25-11-2009
Zaaknummer
15/801321-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Bevel gevangenhouding verdachte met verblijfplaats in EU lidstaat.

De raadsman stelt dat het gevaar voor vlucht - als enige grond voor de voorlopige hechtenis - ten onrechte wordt gebaseerd op het feit dat de verdachte verblijft op een (geregistreerd) adres in het buitenland, in Antwerpen. Dit verhoudt zich niet met de vrijheid van verkeer en van personen zoals dit wettelijk geldt binnen de EU lidstaten. De rechtbank overweegt dat niet zozeer de mogelijkheid van het uitwijken naar Belgiƫ kan worden beschouwd als gevaar voor vlucht, maar wel het gegeven dat met de thans voorhanden zijnde administratieve systemen geen controle buiten Nederland kan worden uitgeoefend op het opgegeven adres en op wijzigingen van dat adres. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een andere behandeling dan van een Nederlands ingezetene bij wie een dergelijke controle ook niet kan worden uitgevoerd, zoals een Nederlander zonder vaste woon- of verblijfplaats.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

SECTOR STRAFRECHT

VESTIGING SCHIPHOL

BEVEL GEVANGENHOUDING

Parketnummer: 15/801321-09

De rechtbank;

Gezien de vordering van de officier van justitie, strekkende tot gevangenhouding van:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans verblijvende: PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag;

gelet op het tegen de verdachte verleende bevel tot bewaring van 15 september 2009, welk bevel van kracht is tot 29 september 2009;

gehoord de officier van justitie;

gehoord de verdachte;

overwegende, dat de raadsman heeft betoogd dat het gevaar voor vlucht - als enige grond voor de voorlopige hechtenis - ten onrechte wordt gebaseerd op het feit dat de verdachte verblijft op een (geregistreerd) adres in het buitenland, in Antwerpen. De raadsman is van mening dat dit standpunt zich niet verhoudt met de vrijheid van verkeer en van personen zoals dit wettelijk geldt binnen de EU lidstaten. De rechtbank volgt deze visie van de raadsman echter niet, aangezien niet zozeer de mogelijkheid van het uitwijken naar Belgiƫ kan worden beschouwd als gevaar voor vlucht, maar wel het gegeven dat

met de thans voorhanden zijnde administratieve systemen geen controle buiten Nederland kan worden uitgeoefend op het opgegeven adres en op wijzigingen van dat adres. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van een andere

behandeling dan van een Nederlands ingezetene bij wie een dergelijke controle ook niet kan worden uitgevoerd, zoals een Nederlander zonder vaste woon- of verblijfplaats. De rechtbank sluit niet uit dat deze situatie verandert na invoering van het Europees Kaderbesluit Surveillancebevel. Een en ander betekent niet uit dat in een concreet geval geen andere afweging zou kunnen worden gemaakt, maar de enkele mededeling van de verdachte over waar in Antwerpen hij woont en zijn mededeling ter zitting dat hij niet zal vluchten, acht de rechtbank daarvoor onvoldoende.

overwegende, dat de rechtbank na onderzoek is gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden, die tot het bevel tot bewaring van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan;

overwegende, dat het bestaan van deze gronden blijkt uit gedragingen, feiten en omstandigheden zoals die zijn vermeld in het tegen verdachte verleende bevel tot bewaring d.d. 15 september 2009, welke de rechtbank als hier overgenomen beschouwt;

overwegende, dat de rechtbank geen termen aanwezig acht het mondeling zoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis in te willigen

gelet op de artikelen 65, 66, 67, 67a en 78 Wetboek van Strafvordering;

beveelt de gevangenhouding van verdachte voor een termijn van negentig dagen ingaande op het ogenblik der tenuitvoerlegging en bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring hier te lande.

Wijst af het mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis.

Aldus gedaan op 23 september 2009 door:

mrs. G.F.H. Lycklama A Nijeholt, voorzitter,

P.M. Schuyt, rechter,

W.B. Klaus, rechter,

in tegenwoordigheid van H. Brinks, griffier.