Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4241

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
30-11-2009
Zaaknummer
08/7134
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft terecht leges geheven ter zake van het verlenen van de vrijstelling van artikel 19, derde lid, van de WRO nu de verlening van de bouwvergunning en de daarmee samenhangende beslissing tot toepassing van de vrijstelling in rechte vaststaat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2010/199
FutD 2009-2583
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/7134

Uitspraakdatum: 28 april 2009

Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

X, wonende te Z, eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Bij besluiten van 8 april 2008 hebben burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer (hierna: b&w) aan eiser vrijstelling verleend als bedoeld in artikel 19, derde lid, van de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), alsmede een bouwvergunning voor het plaatsen van een dakopbouw met een dakterras op de woning op het perceel a-straat 1 te Z. Bij besluit van dezelfde dag heeft verweerder ter zake van de verleende vrijstelling en bouwvergunning een bedrag van € 1.387 aan leges geheven.

1.2. Eiser heeft bij bezwaarschrift van 2 juni 2008, ontvangen door verweerder op 3 juni 2008, bezwaar gemaakt tegen de heffing van leges in verband met het verlenen van de vrijstelling van artikel 19, derde lid, van de WRO.

1.3. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 9 oktober 2008, verzonden op 13 oktober 2008, de leges verminderd tot € 1.359,50.

1.4. Eiser heeft bij brief van 14 november 2008, door de rechtbank ontvangen op 17 november 2008, beroep ingesteld.

1.5. Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

1.6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 april 2009. Namens verweerder is verschenen A. Eiser is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 13 februari 2009 aan X op het adres a-straat 1 te Z, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Eiser is, zonder kennisgeving aan de rechtbank, niet verschenen. Nu genoemde brief niet ter griffie is terugontvangen en uit informatie van TNT Post is gebleken dat de brief op 16 februari 2009 door een medewerker van TNT Post is afgeleverd bij de geadresseerde, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze, tijdig op het juiste adres is aangeboden.

2. Tussen partijen vaststaande feiten

2.1. Op 24 oktober 2007 is bij b&w binnengekomen een aanvraag van eiser om een bouwvergunning voor het plaatsen van de dakopbouw met een dakterras.

2.2. De gemeentesecretaris heeft namens b&w bij het verlenen van de bouwvergunning eigener beweging de aanvraag mede opgevat als een verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19, derde lid, WRO en die vrijstelling verleend, omdat het bouwproject in strijd zou zijn met het bestemmingsplan.

2.3. Het totaalbedrag aan leges van € 1.359,50 is als volgt opgebouwd:

artikel 8.1.3, sub b, van de tarieventabel: € 609,50

artikel 8.4.2 van de tarieventabel € 750.

De aan eiser in rekening gebrachte leges bestaan enerzijds op grond van artikel 8.1.3, sub b, van de bij de Legesverordening 2007 behorende tarieventabel uit leges voor de aanvraag om een reguliere bouwvergunning en anderzijds op grond van artikel 8.4.2 van de tarieventabel uit leges ter zake van het volgen van de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde lid, van de WRO.

2.4. Voornoemd artikel 8.4.2 van de tarieventabel luidt:

“Het tarief bedraagt 3% van de bouw-/aanlegkosten met een minimum van € 127,00 en een maximum van € 12.145,00 terzake van het behandelen van een verzoek om een procedure ex artikel 15, 16 of 19, lid 3, van de WRO.”

3. Geschil

3.1. In geschil is of verweerder terecht leges heeft geheven in verband met het verlenen van de vrijstelling van artikel 19, derde lid, van de WRO.

4. Beoordeling van het geschil

4.1. Met betrekking tot eisers grief dat ten onrechte de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde lid, van de WRO is gevolgd, overweegt de rechtbank als volgt. Deze grief kan in de onderhavige procedure ten overstaan van de belastingrechter niet aan de orde komen. Aan eiser stonden immers tegen de verlening van de bouwvergunning en de vrijstelling de rechtsmiddelen ter beschikking van respectievelijk bezwaar bij b&w en beroep bij de (algemene) bestuursrechter. Eiser heeft tegen de verlening van de bouwvergunning en de vrijstelling echter geen rechtsmiddelen ingesteld, zodat deze vergunning en de daarmee samenhangende beslissing tot toepassing van de vrijstelling formeel in rechte vaststaat.

4.2. Uitgaande van de hiervoor beschreven formele rechtskracht van het besluit tot verlening van de vrijstelling, moet het ervoor worden gehouden dat verweerder de vrijstellingsprocedure van artikel 19, derde lid, van de WRO terecht heeft gevolgd. Deze – niet meer in rechte te bestrijden conclusie - veronderstelt dat de aanvraag van eiser betrekking had op een met het bestemmingsplan strijdig bouwproject. Verweerder heeft derhalve voor het volgen van deze procedure terecht overeenkomstig de Legesverordening 2007 leges geheven. Nu voor het overige gesteld noch gebleken is dat verweerder de hoogte van de aanslag onjuist heeft berekend, verklaart de rechtbank het beroep van eiser ongegrond.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 28 april 2009 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. C.J. Hummel, rechter, in tegenwoordigheid van mr. S.A. Carter, griffier.

Afschrift verzonden aan partijen op:

De rechtbank heeft geen bezwaar tegen afgifte door de griffier van een afschrift van de uitspraak in geanonimiseerde vorm.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312, 1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.