Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK4103

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-10-2009
Datum publicatie
23-11-2009
Zaaknummer
15-700437-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

PROMIS; bewijsverweer spiegelconfrontatie; beroving en poging zware mishandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700437-09

Uitspraakdatum: 8 oktober 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 24 september 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] (Nederlandse Antillen),

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord, Zuyder Bos te Heerhugowaard.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 13 juni 2009 tot en met 14 juni 2009 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een ketting, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en), met vorenomschreven oogmerk, dat hij en/of zijn mededader

- die [slachtoffer 1] bij zijn T-shirt, in elk geval bij zijn kleding, heeft vastgepakt en/of

- (vervolgens) een kopstoot heeft gegeven, in elk geval zijn, verdachtes hoofd (krachtig) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft bewogen en/of

- (vervolgens) over/aan de kleding van die [slachtoffer 1] heeft gevoeld en/of de kleding heeft betast en/of (daarbij) hem (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "geef je geld", in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) achter die [slachtoffer 1] heeft gerend en/of hem daarbij (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "ik maak je dood" en/of "jullie gaan dood", in elk geval woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- (vervolgens) met een bierfles, in elk geval een hard voorwerp, (krachtig) tegen het gezicht of het hoofd, in elk geval tegen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen/gegooid;

Feit 2 primair

hij op of omstreeks 14 juni 2009 te Krommenie, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een fles(je bier), in elk geval een hard voorwerp (krachtig) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair

hij op of omstreeks 14 juni 2009 te Krommenie, gemeente Zaanstad, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een fles(je bier), in elk geval een hard en/of glazen voorwerp (krachtig) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 2] geslagen;

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 en 2 primair tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd als bijzondere voorwaarde aan dit voorwaardelijk deel te bepalen dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen van de Brijder Verslavingsreclassering ook als dat inhoudt dat verdachte wordt opgenomen in een forensische verslavingskliniek als dat noodzakelijk blijkt te zijn.

4. Bewijs

4.1. Bewijsoverweging

Door de raadsman van verdachte is ter terechtzitting bepleit dat de gehouden spiegelconfrontatie niet is uitgevoerd door een opsporingsambtenaar die hiertoe was opgeleid en dat de aangever wist dat het hier om de verdachte ging. Aldus is gehandeld in strijd met het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek (hierna: ‘Besluit’) en dient het resultaat van de spiegelconfrontatie te worden uitgesloten van het bewijs.

De rechtbank verwerpt het verweer en overweegt daartoe het volgende:

Het Besluit geeft regels met betrekking tot maatregelen in het belang van het onderzoek in het algemeen en confrontaties, waaronder ook de enkelvoudige spiegelconfrontatie. In het Besluit is geregeld dat de confrontatie dient te geschieden door een daartoe aangewezen terzake deskundige politieambtenaar. Uit het Besluit is ten aanzien van een enkelvoudige confrontatie (in tegenstelling tot de meervoudige confrontatie) niet geregeld dat deze dient te geschieden door een politieambtenaar die niet weet of de getoonde persoon de verdachte is. Dit laatste is ook moeilijk voorstelbaar aangezien het bij een enkelvoudige confrontatie voor de hand lijkt te liggen dat de getoonde persoon de verdachte is.

In onderhavige zaak is niet gebleken dat de verbalisant aangewezen is als terzake deskundig. Het door de verbalisant opgemaakte proces-verbaal ten aanzien van de spiegelconfrontatie (dossierpagina 68) vermeldt hieromtrent immers niets. Mogelijk is aldus gehandeld in strijd met het Besluit. Er van uitgaand dat in strijd met het Besluit is gehandeld, beperkt de rechtbank zich evenwel tot de enkele vaststelling hiervan. Niet valt in te zien, noch is dit door de verdediging onderbouwd, op welke wijze dit enkele verzuim verdachte in zijn belangen heeft geschaad.

Ten aanzien van de vraag of er aanleiding is om aan de betrouwbaarheid van de uitkomst van de spiegelconfrontatie te twijfelen, oordeelt de rechtbank dat dit niet het geval is, nu geen omstandigheden zijn gebleken waaruit zou moeten worden afgeleid dat aangever anders heeft verklaard dan uit eigen wetenschap of dat hij op enige wijze zou zijn beïnvloed. Daarnaast was het toepassen van de enkelvoudige in plaats van een meervoudige confrontatie in casu gerechtvaardigd nu het hier een verdachte betrof die kort na de beroving is aangehouden in de omgeving van de plaats-delict en de voortvarendheid van het onderzoek hiermee gediend was. Voorts vindt de uitkomst van de spiegelconfrontatie steun in verklaringen van aangever en getuigen. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het resultaat van de enkelvoudige spiegelconfrontatie kan meewerken voor het bewijs.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden [1]

Op 13 juni 2009 heeft op het fietspad tussen het Rosariumplein en de Landzichtlaan in Krommenie, gemeente Zaanstad, een beroving plaatsgevonden.[2] Het slachtoffer van deze beroving, [slachtoffer 1], heeft verklaard dat hij laat op die avond op het fietspad een jongen met een Marokkaans uiterlijk en een negroïde jongen tegenkwam. Door deze jongens is het slachtoffer gedwongen te stoppen. De Marokkaanse jongen heeft het slachtoffer bij de kraag van zijn shirt gepakt en het slachtoffer heeft vervolgens van de negroïde jongen een kopstoot gekregen. Tijdens deze schermutselingen is de ketting van het slachtoffer op de grond gevallen en is deze door een van de daders, de Marokkaanse jongen, van de grond geraapt. Het slachtoffer is door de negroïde jongen vervolgens aan zijn kleding onderzocht en hem is gezegd geld te geven. Op enig moment heeft het slachtoffer kans gezien aan zijn belagers te ontkomen. Door de negroïde jongen is hem toegevoegd: ‘ik maak je dood’ waarna de Marokkaanse jongen een bierflesje in de richting van het slachtoffer heeft gegooid waardoor het slachtoffer in het gezicht is geraakt en ten val is gekomen. Van de negroïde jongen heeft het slachtoffer nog twee kopstoten gekregen. Over de negroïde man heeft aangever, onder meer, verklaard dat deze een donkere broek droeg met veel merken er op.[3] De vraag die ter beantwoording voorligt, is of verdachte de genoemde negroïde man is die met een ander de beroving op [slachtoffer 1] heeft gepleegd. Deze vraag zal aan de orde komen na de overwegingen ten aanzien van feit 2 hieronder.

Later die nacht, het is dan inmiddels 14 juni 2009, heeft op de Heiligeweg in Krommenie, gemeente Zaanstad, een vechtpartij plaatsgevonden. Verbalisanten die ter plaatse kwamen hebben aldaar met aangever [slachtoffer 2] gesproken, die verklaarde dat hij met vrienden op de Heiligeweg liep en dat zij ter hoogte van de Supercoop een negroïde jongen tegenkwamen. Op het moment dat zij elkaar tegemoet liepen werd de negroïde man agressief en zei tegen aangever dat hij hem dood ging maken. De negroïde man pakte iets van onder zijn kleding en ging met versnelde pas op het slachtoffer af. Vervolgens sloeg de negroïde man met een bierflesje richting het slachtoffer die deze slag afweerde met zijn arm teneinde zijn hoofd tegen de klap te beschermen. De negroïde man sloeg het bierflesje kapot op de arm van het slachtoffer.[4] Nadat verbalisanten deze verklaring hebben aangehoord zijn zij naar een negroïde man gegaan die verderop stond met een vol en een kapot bierflesje in de hand. Deze man, verdachte, is aangehouden.[5] Volgens verbalisanten, die eerder die nacht de aangifte van de beroving van [slachtoffer 1] hadden opgenomen, droeg de verdachte een zwarte broek met hierop diverse tekens.[6]

Verbalisant [verbalisant] heeft gerelateerd dat hij zag dat een negroïde persoon in zwarte kleding met op de broekspijpen opvallende merken/stiksels de confrontatie aanging met een aantal jongens op straat [7] en dat deze persoon vervolgens door voornoemde verbalisanten is aangehouden.

Op basis van het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Door te slaan met een bierfles in de richting van het hoofd van [slachtoffer 2] heeft verdachte immers gepoogd hem zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

Ten aanzien van de vraag of verdachte ook degene is geweest die de eerdere beroving op [slachtoffer 1] heeft gepleegd, overweegt de rechtbank het volgende.

Een getuige heeft die avond gezien dat een donkere jongen op de Heiligeweg in Krommenie een groepje jongens te lijf ging. Inmiddels heeft de rechtbank vastgesteld dat deze persoon verdachte was. Voorts heeft deze getuige aangegeven dat zij deze jongen eerder die avond heeft gezien in het Rosariumpark te Krommenie samen met een jongen die zij kent als [naam 1].[8] Verbalisant [verbalisant] heeft een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt omtrent hetgeen hij heeft gehoord van zijn dochter en haar vriendin die de avond van 13 juni 2009 in het Rosariumpark waren. Deze getuigen hebben aan de verbalisant verklaard dat in het park die avond ook [voornaam verdachte] en een jongen genaamd [voornaam medeverdachte] waren.[9]

Voorts acht de rechtbank van belang dat aangever [slachtoffer 1] heeft aangegeven dat de negroïde persoon een donkere broek met veel merken erop droeg. Met betrekking tot verdachte heeft een spiegelconfrontatie plaatsgevonden. Hierbij heeft aangever [slachtoffer 1] verklaard dat hij verdachte voor 100% herkende.[10] De medeverdachte, genaamd [medeverdachte], is door aangever [slachtoffer 1] door middel van een meervoudige fotoconfrontatie herkend als een van de daders van de beroving op hem.[11]

Het voorgaande laat zich als volgt samenvatten. Verdachte droeg in de avond van 13 op 14 juni 2009 een opvallende broek met stiksels/opdrukken die door meerdere getuigen waaronder aangever [slachtoffer 1] is omschreven. Voorts is verdachte samen gezien met ene [voornaam medeverdachte] of [naam 1]. Door middel van een meervoudige fotoconfrontatie heeft aangever [slachtoffer 1] [medeverdachte] herkend als een van zijn belagers. Voorts heeft hij verdachte zelf door middel van een enkelvoudige confrontatie herkend. Tot slot heeft verdachte tijdens de vechtpartij op de Heiligeweg zeer agressief gedrag vertoond dat strookt met het geweldadige beeld van de beroving eerder die avond. Op basis van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de beroving eerder die avond op [slachtoffer 1] tezamen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 1 en feit 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

hij in de periode van 13 juni 2009 tot en met 14 juni 2009 te Krommenie, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een ketting, toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestonden, met vorenomschreven oogmerk, dat hij en/of zijn mededader

- die [slachtoffer 1] bij zijn T-shirt heeft vastgepakt en

- vervolgens een kopstoot heeft gegeven en

- vervolgens aan de kleding van die [slachtoffer 1] heeft gevoeld en de kleding heeft betast en daarbij hem dreigend de woorden heeft toegevoegd: "geef je geld" en

- vervolgens achter die [slachtoffer 1] heeft gerend en hem daarbij dreigend de woorden heeft toegevoegd: "ik maak je dood" en

- vervolgens een bierfles krachtig tegen het gezicht van die [slachtoffer 1] heeft gegooid;

Feit 2 Primair

hij op 14 juni 2009 te Krommenie, gemeente Zaanstad, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet met een flesje bier, krachtig in de richting van het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal voorafgegaan door, vergezeld van en gevolgd door geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit is begaan door twee of meer verenigde personen

Feit 2 primair: poging tot zware mishandeling

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Brijder Verslavingsreclassering uitgebrachte rapport van 18 september 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich met zijn mededader schuldig gemaakt aan een straatroof door laat op de avond een jongen op een fiets tot stoppen te dwingen en vervolgens na het uitoefenen van grof geweld zijn ketting af te pakken. Op het moment dat het slachtoffer dan eindelijk aan zijn belagers ontkomt krijgt hij een bierflesje in het gezicht gegooid. Ten gevolge van het vele geweld dat verdachte en zijn mededader hebben uitgeoefend heeft het slachtoffer flinke verwondingen in met name zijn gezicht opgelopen. Een dergelijk strafbaar feit is zeer ernstig nu verdachte en zijn mededader zich louter hebben laten leiden door hun eigen behoeften en zich geen moment hebben bekommerd om het slachtoffer. Naast de materiële schade die het slachtoffer hierdoor lijdt vanwege de ketting die hij is kwijtgeraakt, laten dit soort feiten vaak diepe sporen na in het emotionele welzijn van een slachtoffer. Daarnaast brengt een feit als het onderhavige gevoelens van onrust en onveiligheid met zich voor de samenleving in het algemeen.

Verdachte heeft zich bovendien schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft, onder invloed van grote hoeveelheden alcohol, een willekeurige voorbijganger geprobeerd tegen het hoofd te slaan met een flesje. Slechts doordat het slachtoffer deze klap kon afweren is zeer ernstig letsel voorkomen. Dat neemt niet weg dat het slachtoffer doordat het flesje op zijn arm is stukgeslagen zich wel onder doktersbehandeling heeft moeten stellen. Een dergelijk strafbaar feit is ernstig nu verdachte zonder enige reden geprobeerd heeft iemand zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Slachtoffers van dergelijke feiten kunnen nog geruime tijd de gevolgen daarvan met zich dragen. Bovendien veroorzaken dergelijke feiten gevoelens van onrust en onveiligheid voor de samenleving in het algemeen, te meer daar dit feit zich afspeelde op de openbare weg op een moment dat er kennelijk nog veel mensen op straat waren.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank voorts in aanmerking dat verdachte in het verleden eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke strafbare feiten.

Bij de bepaling van de aan verdachte op te leggen straf heeft de rechtbank mede betrokken hetgeen in soortgelijke gevallen wordt opgelegd. Om die reden zal de straf die de rechtbank aan verdachte oplegt lager zijn dan door de officier van justitie is geëist.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar met het doel dat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Brijder Verslavingszorg gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Ten aanzien van de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarde tot plaatsing in een forensische verslavingskliniek vanwege de gesignaleerde alcoholproblematiek, overweegt de rechtbank als volgt.

Het adviesrapport van Brijder Verslavingszorg biedt geen basis om te komen tot het oordeel dat sprake is van noodzaak tot plaatsing en behandeling in een gesloten setting. Ook de Brijder acht ter onderbouwing van deze noodzaak een oordeel van een gedragsdeskundige noodzakelijk. Het voorstel van de officier van justitie om aan verdachte de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht op te leggen ook als dat inhoudt dat verdachte wordt opgenomen in een forensische verslavingskliniek als dat noodzakelijk blijkt, acht de rechtbank in strijd met het beginsel dat het aan de rechter is te bepalen of er noodzaak bestaat tot een dergelijke plaatsing. Het vaststellen van deze noodzaak overlaten aan de reclassering (op basis van een nader te verkrijgen advies van een deskundige) zou betekenen dat deze instelling oordeelt over de plaatsing van verdachte in een dergelijke kliniek.

Overigens ziet de rechtbank vooralsnog geen aanleiding hieromtrent zelfstandig een oordeel van een deskundige te vragen. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting en het daar aan de orde gekomen ontbreken van enige hulpverleningsgeschiedenis, ligt het in de rede vooralsnog te volstaan met het opleggen van een regulier reclasseringstoezicht door de Brijder. Het zwaardere middel van verplichte opname (en vooral de noodzaak daartoe) zal dan ook niet worden onderzocht.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Artikel 14a, 14b, 14c, 45, 57, 63, 302, 310, 312 van het Wetboek van Strafrecht

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 (twintig) maanden met bevel dat van deze straf een gedeelte groot 10 (tien) maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel dat verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Brijder Verslavingszorg, zolang die instelling dat nodig acht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Candido, voorzitter,

mr. D.H. Steenmetser-Bakker en mr. A.J. Medze, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P. de Klerk,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 oktober 2009.

Voetnoten:

[1] De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen

[2] Proces-verbaal van aangifte door aangever [slachtoffer 1] d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 53)

[3] Proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 16 juni 2009 (dossierpagina 56-57)

[4] Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2 ] d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 43-45)

[5] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 48)

[6] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 63-64)

[7] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 50-51)

[8] Proces-verbaal van verhoor van de getuige [getuige] d.d. 14 juni 2009 (dossierpagina 70)

[9] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 juni 2009 (dossierpagina 66-67)

[10] Proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juni 2009 (dossierpagina 68)

[11] Proces-verbaal simultane fotobewijsconfrontatie (dossierpagina 72-75)