Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK3278

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
13-11-2009
Zaaknummer
15-700582-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontucht met 13-jarig meisje; immateriële schadevergoeding, gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700582-09

Uitspraakdatum: 5 november 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord – HvB Zwaag te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1. Primair

hij op of omstreeks 22 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

hebbende verdachte die [slachtoffer 1] gedwongen te dulden dat verdachte zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] heeft geduwd/gebracht,

en/of hebbende verdachte de borst(en) van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt en/of die [slachtoffer 1] gekust op de mond en/of getongzoend,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- de deur (van de badkamer) op slot heeft gedaan en/of (vervolgens)

- de broek en/of onderbroek van die [slachtoffer 1] naar beneden en/of uit heeft getrokken en/of

- die [slachtoffer 1] naar voren en/of naar achter heeft geduwd en/of

- een/de arm(en) en/of een/de be(e)n(en) en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] met kracht heeft vastgepakt en/of vastgehouden

terwijl die [slachtoffer 1] gedurende deze handelingen meermalen huilend heeft gezegd: "Nee nee nee" en/of "Nee wil ik niet",

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair:

hij op of omstreeks 22 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met [slachtoffer 1] (geboren op 07 juni 1996), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn, verdachtes, penis en/of vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer 1] geduwd/gebracht en/of hebbende verdachte de borst(en) van die [slachtoffer 1] betast en/of aangeraakt en/of die [slachtoffer 1] gekust op de mond en/of getongzoend;

2.

hij op of omstreeks 22 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 2], hebbende verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [slachtoffer 2] gedwongen te dulden dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of de mond en/of de anus van die [slachtoffer 2] heeft geduwd/gebracht, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- met geweld het shirt en/of de legging(s) en/of de string van die [slachtoffer 2] heeft/hebben uitgetrokken en/of

- de nek van die [slachtoffer 2] heeft/hebben vastgepakt en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer 2] aan haar nek op de grond heeft/hebben getrokken en/of

- die [slachtoffer 2] stevig heeft/hebben vastgepakt/vastgehouden en/of

- met zijn knieën op de schouder van die [slachtoffer 2] is gaan zitten terwijl zij op de grond lag en/of

- aan de haren van die [slachtoffer 2] heeft/hebben getrokken en/of

- tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "ik ga er pas vanaf als je mij gepijpt hebt" terwijl die [slachtoffer 2] gedurende deze handelingen meermalen huilend heeft gezegd: "ik wil dit niet, ik wil weg"

en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde feit en van het onder 2 tenlastegelegde feit. Voorts heeft de officier van justitie gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Tenslotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 1] zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat niet is bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en 2 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank – nu verdachte een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering is – zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (dossierpagina 74, 81, 83);

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina 29-30).

4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 22 juli 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met [slachtoffer 1], geboren op 7 juni 1996, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte zijn, verdachtes, vinger in de vagina van die [slachtoffer 1] gebracht en hebbende verdachte de borsten van die [slachtoffer 1] betast en die [slachtoffer 1] gekust op de mond en getongzoend.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan ontuchtige handelingen met een meisje van 13 jaar door haar op de mond te zoenen, te tongzoenen, aan haar borsten te betasten en zijn vinger in haar vagina te brengen. Verdachte heeft toen het slachtoffer – naar hij heeft verklaard – hevig ontredderd was vanwege in haar nabijheid verrichte seksuele handelingen van haar tante met een ander, misbruik gemaakt van die situatie door haar mee te nemen naar de badkamer en aldaar, terwijl de deur van die badkamer was afgesloten, met haar die ontuchtige handelingen te plegen. Verdachte wist daarbij dat het slachtoffer pas 13 jaar oud was en dat hij gelet op zijn leeftijd en – mede vanwege de omstandigheden, waarin het slachtoffer toen verkeerde – fysiek en psychisch overwicht op het slachtoffer had, maar hij heeft zich desondanks laten meeslepen door zijn lustgevoelens. Dit is een zeer ernstig feit dat naast veel angst bij het slachtoffer ook grote en langdurige psychische problemen kan veroorzaken. Blijkens de slachtofferverklaring heeft deze gebeurtenis enkele maanden later nog steeds veel invloed op haar functioneren.

In het voordeel van verdachte zal de rechtbank wegen dat verdachte er blijk van heeft gegeven het kwalijke van zijn handelen in te zien. Hij heeft ter terechtzitting er blijk van gegeven dat hij oprecht spijt heeft van zijn daad.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van 2 jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.000,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade tot een bedrag van € 1.000,- billijk voor. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.605,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het onder 2 tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet in haar vordering ontvangen, nu zij verdachte zal vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde feit.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.000.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 14a, 14b, 14c, 36f, 245.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair en 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van TWAALF (12) MAANDEN.

Beveelt dat een gedeelte, groot ZEVEN (7) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd, en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.000,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.000,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vordering.

11. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. R.E.A. Toeter, voorzitter,

mrs. D.G.M. van den Hoogen en W.B. Klaus, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 november 2009.

Mr. Van den Hoogen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.