Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK2184

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-11-2009
Datum publicatie
05-11-2009
Zaaknummer
15/840117-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op 26 augustus 2008 zijn er uit een winkel te Schiphol 64 diamanten met een totale waarde van € 117.047 (taxfree verkoopprijs) ontvreemd. Aan de zich in het dossier bevindende stukken met betrekking tot de vaststelling van de identiteit van één van de betrokken personen heeft geen rechtshulpverzoek ten grondslag gelegen. Evenmin kan worden vastgesteld of de daartoe bevoegde justitiële autoriteiten van Spanje toestemming hebben verleend om deze informatie als bewijsmiddel in een Nederlandse strafprocedure te gebruiken. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de informatie ook niet als zodanig kan worden gebruikt en dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde feit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/840117-08

Uitspraakdatum: 5 november 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 26 augustus 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen 64, althans een of meer diamanten, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en heeft gevorderd dat verdachte ter zake daarvan zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien (15) maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd en moet verdachte daarvan worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Op basis van de zich in het dossier bevindende stukken stelt de rechtbank het volgende vast.

Op 26 augustus 2008 omstreeks 11.04 uur zijn er uit een winkel van [slachtoffer], gevestigd in lounge 2 van het beveiligde gebied van Amsterdam Airport Schiphol, 64 diamanten met een totale waarde van € 117.047 (taxfree verkoopprijs) ontvreemd. (*1)

Aan de hand van veiliggestelde en geanalyseerde beelden van een drietal bewakingscamera´s (*2) is het vermoeden ontstaan dat bij de diefstal negen personen betrokken waren, drie vrouwen en zes mannen en dat deze personen op 26 augustus 2008 met een vlucht vanaf de D-pier zijn vertrokken. Nader onderzoek van de politie heeft vervolgens uitgewezen dat op genoemde datum om 12.10 uur de vlucht KL1615 naar Istanbul (Turkije) is vertrokken en dat zich aan boord tien passagiers bevonden met Spaanse familienamen, zeven mannen en drie vrouwen. Onder hen bevond zich een man genaamd [naam 1].

Uit het onderzoek blijkt verder dat alle tien de passagiers op 23 augustus 2008 in Madrid exact dezelfde reis (26-8 Parijs-Amsterdam-Istanbul en 4-9 Istanbul-Amsterdam-Parijs) hebben geboekt, van wie acht bij hetzelfde reisbureau en met opeenvolgende ticketnummers. Ook volgt uit onderzoek dat alle tien de passagiers op 26 augustus 2008 op Schiphol in een tijdsbestek van 9 minuten aan boord van de vlucht naar Istanbul zijn gegaan, dat zij - op één persoon na - bij elkaar in de buurt hebben gezeten en dat geen van deze passagiers op 4 september 2008 vanuit Istanbul via Amsterdam naar Parijs is teruggereisd. (*3)

Uit informatie van de Dienst Nationale Recherche Informatie te Zoetermeer is gebleken dat er zich in Madrid (Spanje) een onderzoeksteam bevindt dat zich bezig houdt met diefstallen van sieraden en/of diamanten door personen van Zuid-Amerikaanse afkomst.

Door tussenkomst van deze dienst zijn er door het opsporingsteam foto´s van de camerabeelden van de vermoedelijk bij de diefstal op Schiphol betrokken personen, genummerd persoon 1 tot en met persoon 7, verzonden aan de Spaanse autoriteiten.

De rechtbank stelt op basis van het dossier vast dat de hiervoor bedoelde foto´s kennelijk zijn geanalyseerd door een onderzoeksteam van de Spaanse politie (National Police Force team II of the National Organized Crime Squad). In verband hiermee bevinden zich in het dossier diverse stukken.

Allereerst betreft het twee in het Engels opgestelde brieven respectievelijk gedateerd 3 oktober 2008 en 1 december 2008, waarbij elke pagina is voorzien van de tekst "confidential information for police use only" (*4). Volgens deze stukken zou - zakelijk weergegeven - het hiervoor genoemde onderzoeksteam van de Spaanse politie op de door het Nederlandse onderzoeksteam verstuurde foto´s onder meer persoon 1 hebben herkend als zijnde een persoon (onder meer) bekend onder de naam [naam 2], zijnde verdachte, waarbij wordt opgemerkt dat door de slechte kwaliteit van de foto´s van een volledig betrouwbare herkenning geen sprake kan zijn.

De rechtbank stelt ten aanzien van deze stukken vast dat hieraan geen rechtshulpverzoek ten grondslag heeft gelegen en dat deze informatie duidelijk alleen is bedoeld voor (intern) gebruik door de politie. Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat de inhoud daarvan in deze procedure dan ook niet als bewijs kan worden gebruikt.

Daarnaast bevindt zich in het dossier een ongedateerde en ongetekende brief van J[naam], hoofdinspecteur/hoofd van de afdeling georganiseerde misdaad, ressorterend onder het Spaanse Ministerie van Binnenlandse Zaken (tezamen met de vertaling hiervan opgenomen in het Algemeen Dossier, dossierpagina’s 151 tot en met 154). In deze brief wordt gesteld dat na het bekijken van de toegezonden foto’s van de diefstal, drie politiebeambten aangesloten bij Groep 2 Georganiseerde Misdaad van de Spaanse politie van drie van de vermoedelijke daders van de roof zonder enige vorm van twijfel de identiteit hebben vastgesteld. Eén van deze personen, namelijk persoon 1, wordt herkend als een persoon die in Spanje bekend is onder verschillende namen, waaronder die van [naam 2] en [naam 1], zijnde deze verdachte.

Op 8 oktober 2009 is door het openbaar ministerie dezelfde Spaanse brief aan het dossier toegevoegd, nu voorzien van een handtekening en een datum, te weten 8 oktober 2009.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting toegelicht dat zij, toen haar bleek dat de brief in het dossier niet was ondertekend, alsnog aan de betreffende Spaanse hoofdinspecteur om een wel ondertekende versie heeft verzocht. De officier van justitie kon ter terechtzitting geen antwoord geven op de vraag hoe de oorspronkelijke, niet ondertekende brief in de tijd moet worden geplaatst, nu deze ongedateerd is.

Ook voor deze stukken geldt dat, voor zover dat althans uit het dossier blijkt, daaraan geen rechtshulpverzoek ten grondslag heeft gelegen terwijl de inhoud van de stukken ook niet wordt gedekt door het later op 11 februari 2009 aan de bevoegde autoriteiten van Spanje gedane rechtshulpverzoek. (*5) De in dat kader verstrekte informatie door de Decaan van de rechtbank in Madrid d.d. 26 juni 2009 (*6) betreft immers specifieke informatie over boekingsgegevens van de verdachte tien personen bij de reisbureau´s in Madrid en een daarbij gebruikte creditcard en tenaamstellingen van in het rechtshulpverzoek genoemde Spaanse telefoonnummers waarmee op 26 augustus 2008 rondom het tijdstip van de diefstal gesprekken zouden zijn gevoerd. Daarnaast wordt er aanvullende informatie verstrekt over de mogelijk herkende personen en de groep waarvan zij deel uitmaken. De in het kader van het rechtshulpverzoek verstrekte informatie betreft echter niet de herkenning dan wel vaststelling van de identiteit van persoon 1 als zijnde verdachte door Spaanse politiebeambten.

Nu de hiervoor bedoelde schriftelijke informatie van de Spaanse hoofdinspecteur van politie niet in het kader van enig rechtshulpverzoek is verstrekt en op grond van de zich in het dossier bevindende stukken evenmin kan worden vastgesteld of de daartoe bevoegde justitiële autoriteiten van Spanje toestemming hebben verleend om deze informatie als bewijsmiddel in een Nederlandse strafprocedure te gebruiken, is de rechtbank van oordeel dat de informatie ook niet als zodanig kan worden gebruikt.

Door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) is op basis van de beschikbare videobeelden een lengtemeting uitgevoerd waarbij zij in haar rapport d.d. 17 juli 2009 heeft geconcludeerd dat de lengte van persoon 1 wordt geschat op een waarde in een betrouwbaarheidsinterval van 95 % tussen 162 cm en 172 cm. Een gezichtsvergelijking teneinde vast te stellen of verdachte overeenkomt met persoon 1 op de geanalyseerde beelden, werd door het NFI vanwege de slechte kwaliteit van het beeldmateriaal niet mogelijk geacht. (*7)

Gelet op al het voorgaande en bij gebrek aan enig ander bewijsmateriaal dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde. Ten overvloede overweegt de rechtbank nog dat zelfs indien veronderstellenderwijs ervan wordt uitgegaan dat eerder bedoelde informatie van het Hoofd van de Spaanse afdeling georganiseerde misdaad, waarin persoon 1 op de foto zonder enige vorm van twijfel wordt geïdentificeerd als verdachte, moet worden aangemerkt als een ‘schriftelijk stuk’ als bedoeld in artikel 344 lid 1 onder sub 5° van het Wetboek van Strafvordering en als zodanig als bewijsmiddel kan worden gebruikt, dit eveneens onvoldoende is om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde te komen. Het dossier bevat immers geen andere bewijsmiddelen ter ondersteuning van de veronderstelling dat verdachte de in het dossier als ‘persoon 1’ aangeduide persoon zou zijn.

Verdachte dient derhalve van het hem ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.

5. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

6. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Hoendervoogt, voorzitter,

mrs. M. Daalmeijer en K.G. Witteman, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffiers mrs. R. Verberne en A. Blijleven,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 5 november 2009.

(*1) Proces-verbaal van aangifte d.d. 30 oktober 2008, Algemeen Dossier, pagina 0027 e.v.

(*2) Processen-verbaal van bevindingen d.d. 3 november 2008, 10 september 2008 en 4 november 2008, Algemeen Dossier, pagina´s 0041 tot en met 0095.

(*3) Proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 november 2008, Algemeen Dossier, pagina´s 0096 tot en met 0113.

(*4) Algemeen Dossier, pagina´s 134 tot en met 148.

(*5) Algemeen Dossier, pagina 0155 e.v.

(*6) Aanvullend Dossier, pagina 0018 e.v.

(*7) Proces-verbaal d.d. 26 augustus 2009, Aanvullend Dossier, pagina 0004 e.v. en Deskundigenrapport d.d. 17 juli 2009, Aanvullend Dossier, pagina 0007 e.v.