Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1650

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
21-10-2009
Datum publicatie
30-10-2009
Zaaknummer
awb 09-4806
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Het geschil betreft het verzoek om een voorlopige voorziening […] hangende bezwaar gericht tegen de aan […] verleende bouwvergunning […] met vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, […] WRO voor het bouwen van 210 woningen, een ruimte voor sociaal maatschappelijke doeleinden, een winkelruimte en een parkeerkelder […]. Bij fax van 19 oktober 2009 is het verzoek beperkt tot de omvang van de supermarkt. Ter zitting is gebleken dat vergunninghouder bij de aanvang van de bouw zal beginnen met het slaan van damwanden en het uitgraven van de ondergrondse parkeerkelder. Gelet hierop en nu het geschil (met name) is beperkt tot de grootte van de winkelruimte van AH in de nieuwbouw en niet is aangevoerd dat het gebouw in zijn huidige omvang niet mag worden gebouwd, acht de voorzieningenrechter met inachtneming van de ter zitting verstrekte informatie geen spoedeisend belang aanwezig, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09/4806

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 oktober 2009

in de zaak van:

V.o.f. Plus Drie

gevestigd te Haarlem,

en:

Plus Vastgoed B.V.,

gevestigd te De Bilt,

verzoeksters,

gemachtigde: mr. M. Lanen, advocaat te Utrecht,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,

verweerder,

gemachtigde: drs. J.R. Hartmans, werkzaam bij de gemeente Haarlem,

derde partij:

Preferent Projectontwikkeling,

vergunninghouder,

gevestigd te Haarlem,

gemachtigde: mr. H.J. van der Hauw, advocaat te Velsen-Zuid.

Tegenwoordig: mr. A.C. Terwiel-Kuneman, voorzieningenrechter en mr. J. Poggemeier griffier.

Zitting: 21 oktober 2009.

Verschenen: Alle partijen zijn verschenen bij gemachtigde. Tevens is verschenen P. van Honk, werkzaam voor Preferent Projectontwikkeling.

Het geschil betreft het verzoek om een voorlopige voorziening d.d. 29 september 2009 hangende bezwaar gericht tegen de aan Preferent Projectontwikkeling verleende bouw-vergunning van 20 juli 2009 met vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor het bouwen van 210 woningen, een ruimte voor sociaal maatschap-pelijke doeleinden, een winkelruimte en een parkeerkelder aan de [adres] en omge-ving. Bij fax van 19 oktober 2009 is het verzoek beperkt tot de omvang van de supermarkt.

Bij mondelinge uitspraak van 21 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek af-gewezen. De voorzieningenrechter heeft daartoe het volgende overwogen.

Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is gebleken dat het bouwplan onder meer tot doel heeft het winkelcentrum aan [adres] ‘op te waarderen’ tot het winkelcentrum van Haarlem-Noord. De bezwaren van verzoeksters richten zich tegen de vestiging van de -thans nog aan de [adres] gevestigde- Albert Heijn (AH) in een deel van de te bouwen winkelruimte. Deze bezwaren houden verband met de door verweerder in het verleden ge-dane toezegging -zulks is van de zijde van verweerder ter zitting ook met zoveel woorden erkend- aan verzoeksters dat de Plus Supermarkt aan [adres] de grootste supermarkt zou blijven qua winkelvloeroppervlak, nadat uitvoering zal zijn gegeven aan het bouwplan. Blijkens het verhandelde ter zitting spitst de discussie zich met name toe op de vraag welke onderdelen van de totale bedrijfruimten tot het winkelvloeroppervlak dienen te worden gerekend en welke niet. Beide partijen komen tot een verschillend aantal m2 voor wat betreft de bestaande Plus Markt; verzoeksters komen uit op een winkelvloeroppervlak van 1.028 m2, waar verweerder uitkomt op 1.086 m2. Beide uitkomsten zijn derhalve klei-ner dan het niet in geschil zijnde aantal m2 winkelvloeroppervlak van de nieuwe AH, name-lijk 1.119 m2. Verweerder concludeert op basis van zijn berekening tot een marginaal verschil en kent aan het belang bij de verplaatsing van de AH doorslaggevende betekenis toe boven het gestand doen van de toezegging aan verzoeksters. Verzoeksters zijn van mening dat verweerder de gedane toezegging dient na te komen. Daarnaast verschillen partijen van mening over de rechtsgrondslag van de aan de bouwvergunning verbonden vrijstelling. Verzoeksters zijn van mening dat verweerder niet kon volstaan met een vrijstelling ex artikel 19, tweede lid, WRO maar dat een vrijstelling op grond van het eerste lid van dat artikel diende te worden afgegeven.

De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting aangegeven dat over ruim twee weken een besluit op de bezwaren van verzoeksters zal worden genomen. Voorts wordt nagedacht over de mogelijkheid de Plusmarkt te laten groeien. Namens vergunninghouder is aangegeven dat besloten is niet te gaan bouwen totdat er over de rechtmatigheid van de bouwvergunning meer duidelijkheid bestaat. Ter zitting is gebleken dat vergunninghouder bij de aanvang van de bouw zal beginnen met het slaan van damwanden en het uitgraven van de ondergrondse parkeerkelder. Gelet hierop en nu het geschil (met name) is beperkt tot de grootte van de winkelruimte van AH in de nieuwbouw en niet is aangevoerd dat het gebouw in zijn huidige omvang niet mag worden gebouwd, acht de voorzieningenrechter met inachtneming van de ter zitting verstrekte informatie geen spoedeisend belang aanwezig, dat noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.