Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1575

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
15/740361-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overval; bekennende verdachte; medeverdachte; gevangenisstraf; bijzondere voorwaarde; toewijzing van de vordering benadeelde partij.

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarde. Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een snackbar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740361-09

Uitspraakdatum: 29 oktober 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord, Zuyder Bos.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 01 februari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag van ongeveer 130,- euro en/of

- een slof sigaretten en/of een hoeveelheid pakjes sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of snackbar [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van

- een geldbedrag van ongeveer 130,- euro en/of

- een slof sigaretten en/of een hoeveelheid pakjes sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of snackbar [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) met bovenaangehaald oogmerk

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp getoond en/of op die [slachtoffer 1] gericht en/of

- een mes heeft/hebben vastgehouden en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Geld, snel, snel!", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- met een mes richting die [slachtoffer 1] heeft/hebben gehouden en/of gericht en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Ik wil sigaretten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren waarvan één jaar voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht met een proeftijd voor de duur van twee jaren. De officier van justitie heeft gevorderd dat als bijzondere voorwaarde bij deze deels voorwaardelijke gevangenisstraf wordt bepaald dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, Unit Alkmaar, ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een cognitieve vaardigheidstraining en een leefstijltraining voor justitiabelen bij de Brijder Verslavingsreclassering. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] hoofdelijk toe te wijzen. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd aan verdachte de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 3 februari 2009 door [slachtoffer 1] (dossierpagina 157 e.v.).

4.2 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 1 februari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een slof sigaretten en een hoeveelheid pakjes sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en snackbar [naam], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot afgifte van

- een geldbedrag van 130,- euro toebehorende aan die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en snackbar [naam],

hebbende verdachte en/of zijn mededader met bovenaangehaald oogmerk

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp getoond en op die [slachtoffer 1] gericht en

- een mes vastgehouden en

- daarbij die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Geld, snel, snel!" en

- een mes richting die [slachtoffer 1] gehouden en

- daarbij die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik wil sigaretten".

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan en vergezeld van bedreiging

met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en

gemakkelijk te maken en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, uitgebrachte rapport van 8 oktober 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 1 februari 2009 samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een snackbar in IJmuiden. Ter voorbereiding van deze overval hebben verdachte en zijn medeverdachte een panty van de moeder van verdachte opgehaald, die de verdachte tijdens de overval ter vermomming op zijn hoofd droeg. Medeverdachte droeg een bivakmuts op het hoofd. Daarnaast hebben verdachte en zijn medeverdachte zich in donkere kleding gehuld. Nadat zij de snackbar waren binnen gegaan, heeft de medeverdachte het slachtoffer [slachtoffer 1] onder bedreiging van een neppistool € 130,- uit de kassa laten afgeven. Verdachte heeft onder bedreiging van een mes sigaretten opgeëist, welke hij uiteindelijk zelf heeft gepakt en meegenomen. Verdachte en zijn medeverdachte zijn vervolgens naar de woning van medeverdachte gerend, waar zij zich hebben verkleed, hun kleding hebben verstopt en de buit hebben verdeeld.

Zowel verdachte als zijn medeverdachte heeft zich vervolgens diverse maanden stil gehouden. Zelfs nadat zij zichzelf herkenden op beelden in het televisieprogramma Opsporing Verzocht naar aanleiding van de overval en zij door mensen in hun omgeving werden herkend, hebben verdachte en zijn medeverdachte zich niet bij de politie gemeld. Toen verdachte eerst begin juli 2009 is aangehouden, heeft hij, net als bij de diverse verhoren die volgden, ontkend zich te hebben schuldig gemaakt aan voornoemde overval. Pas na enige tijd heeft verdachte bekend de overval te hebben gepleegd.

De rechtbank rekent het verdachte sterk aan dat hij op een dergelijke lichtvaardige wijze een gewapende overval heeft gepleegd. Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte grondig voorbereid en ten tijde van die voorbereiding heeft verdachte kennelijk niet het laakbare van zijn voorgenomen handelingen ingezien. De rechtbank rekent het verdachte ook sterk aan dat hij bij de overval een mes heeft gebruikt en zijn medeverdachte een alarmpistool. Op deze wijze is een zeer angstige situatie voor het slachtoffer ontstaan, die immers niet kon weten dat het pistool niet echt was en bovendien wist hij niet wat verdachte met het mes van plan was. Het is bekend dat slachtoffers dergelijke gebeurtenissen als zeer traumatisch kunnen ervaren en dat zij nog lange tijd last kunnen hebben van gevoelens van onveiligheid. Uit de onderbouwing van de vordering benadeelde partij blijkt dat dit ook voor de slachtoffers van deze overval geldt. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij met deze gevoelens geen rekening heeft gehouden. Voorts rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij aanvankelijk geen openheid van zaken heeft gegeven en aldus geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.

Met betrekking tot de op te leggen sancties overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsvrouw van verdachte heeft ter terechtzitting gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en het feit dat hij open staat voor begeleiding en aan zijn toekomst wil werken. De raadsvrouw heeft bepleit om verdachte een onvoorwaardelijke straf gelijk aan het voorarrest op te leggen.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank is echter van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name zijn relatief jonge leeftijd en zijn toekomstperspectieven, grond is gelegen om ten voordele van verdachte enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd. Anders dan de raadsvrouw heeft bepleit, doet een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest naar het oordeel van de rechtbank geen recht aan de ernst van het door verdachte gepleegde feit.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, thans in de persoon van [reclasseringswerker], ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een cognitieve vaardigheidstraining en een leefstijltraining voor justitiabelen van de Brijder Verslavingsreclassering gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.783,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het ten laste gelegde feit zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit: het geldbedrag uit de kassa.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.2 bewezen verklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot dat bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.2 bewezen verklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.783,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 63, 310, 312, 317.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van eenentwintig (21) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

?- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

?- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, Regio Alkmaar Haarlem, Unit Alkmaar, thans in de persoon van [reclasseringswerker], ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een cognitieve vaardigheidstraining en een leefstijltraining voor justitiabelen bij de Brijder Verslavingsreclassering.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.783,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.783,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zevenentwintig (27) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte inzoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.H. Steenmetser-Bakker, voorzitter,

mrs. A.J. Medze en A.M. Hol, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.M. ten Bos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2009.

Mr. A.M. Hol is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.