Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK1567

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
29-10-2009
Datum publicatie
29-10-2009
Zaaknummer
15/740094-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gewapende overvaller; bekennende verdachte; medeverdachte; gevangenisstraf; bijzondere voorwaarde; toewijzing vordering benadeelde partij.

De rechtbank Haarlem veroordeelt verdachte tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarde. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan twee gewapende overvallen op eenzelfde snackbar. De tweede keer heeft verdachte dit feit samen met een medeverdachte gepleegd. De vorderingen van de benadeelde partijen worden toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740094-09

Uitspraakdatum: 29 oktober 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 oktober 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in Penitentiaire Inrichting Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 09 januari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van in totaal 750,- euro, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] en/of snackbar [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s)

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, heeft getoond en/of op/richting die [slachtoffer 1] heeft gericht en/of

- die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden heeft toegevoegd: "Pak geld" en/of "Geld pakken, pak snel geld. Alleen papier. Allemaal", althans woorden van gelijke aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 01 februari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

- een geldbedrag van ongeveer 600,- euro en/of

- een slof sigaretten en/of een hoeveelheid pakjes sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of snackbar [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van

- een geldbedrag van ongeveer 600,- euro en/of

- een slof sigaretten en/of een hoeveelheid pakjes sigaretten,

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of snackbar [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde verdachte en/of zijn mededader(s) met bovenaangehaald oogmerk

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp getoond en/of op die [slachtoffer 2] gericht en/of

- een mes heeft/hebben vastgehouden en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Geld, snel, snel!", althans woorden van gelijke aard en/of strekking

- met een mes richting die [slachtoffer 2] heeft/hebben gehouden en/of gericht en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] (dreigend) de woorden toegevoegd: "Ik wil sigaretten", althans woorden van gelijke aard en/of strekking.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren waarvan 1,5 jaar voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht met een proeftijd voor de duur van twee jaren. De officier van justitie heeft gevorderd dat als bijzondere voorwaarde bij deze deels voorwaardelijke gevangenisstraf wordt bepaald dat verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door of namens Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, Unit Zaandam, ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een leefstijl training bij de Brijder Reclassering en een behandeling bij de Waag.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe te wijzen en de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] hoofdelijk toe te wijzen. De officier van justitie heeft daarnaast gevorderd aan verdachte met betrekking tot beide vorderingen de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

Tot slot heeft de officier van justitie gevorderd het in beslag genomen pakje sigaretten te retourneren aan de rechthebbende en de in beslag genomen handschoenen en het shirt te onttrekken aan het verkeer.

4. Bewijs

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

feit 1:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 10 januari 2009 door [slachtoffer 1] (dossierpagina 90 e.v.);

feit 2:

- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 3 februari 2009 door [slachtoffer 2] (dossierpagina 157 e.v.).

4.2 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

1.

hij op 09 januari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag van 750,- euro, toebehorende aan die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] en snackbar [naam], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp, heeft getoond en op die [slachtoffer 1] heeft gericht en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Pak geld" en "Geld pakken, pak snel geld. Alleen papier. Allemaal";

2.

hij op 1 februari 2009 te IJmuiden, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een slof sigaretten en een hoeveelheid pakjes sigaretten, toebehorende aan [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en snackbar [naam], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken

en

met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] en snackbar [naam],

hebbende verdachte en/of zijn mededader met bovenaangehaald oogmerk

- een pistool, althans een op een pistool gelijkend voorwerp getoond en op die [slachtoffer 2] gericht en

- een mes vastgehouden en

- daarbij die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Geld, snel, snel!" en

- een mes richting die [slachtoffer 2] gehouden en

- daarbij die [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik wil sigaretten".

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1: afpersing;

feit 2: diefstal door twee of meer verenigde personen voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Zaandam uitgebrachte rapport van 12 oktober 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op 9 januari 2009 schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een snackbar bij hem in de buurt. Verdachte heeft die avond in zijn woning ter voorbereiding van de overval een alarmpistool gezocht en zich verkleed. Voorzien van donkere kleding en gezichtsbedekking en met het wapen in zijn hand, is verdachte vervolgens de snackbar binnengegaan waar hij met dat wapen gedreigd heeft en geld heeft geëist van de eigenaren van voornoemde snackbar. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft verdachte vervolgens € 750,- overhandigd, waarna verdachte terug naar huis is gerend.

Drie weken later, op 1 februari 2009, heeft verdachte zich wederom schuldig gemaakt aan een gewapende overval op diezelfde snackbar. Ditmaal heeft verdachte de overval samen met een vriend gepleegd. Ter voorbereiding van deze overval hebben zij een panty van de moeder van medeverdachte opgehaald, die de medeverdachte tijdens de overval ter vermomming op zijn hoofd droeg. Verdachte droeg een bivakmuts op het hoofd. Daarnaast hebben verdachte en zijn medeverdachte zich in donkere kleding gehuld. Nadat zij de snackbar waren binnen gegaan, heeft verdachte het slachtoffer [slachtoffer 2] onder bedreiging van een neppistool € 130,- uit de kassa laten afgeven. Medeverdachte heeft onder bedreiging van een mes sigaretten opgeëist, welke hij uiteindelijk zelf heeft gepakt en meegenomen. Verdachte en zijn medeverdachte zijn vervolgens naar de woning van verdachte gerend, waar zij zich hebben verkleed, hun kleding hebben verstopt en de buit hebben verdeeld.

Zowel verdachte als zijn medeverdachte heeft zich vervolgens diverse maanden stil gehouden. Zelfs nadat zij zichzelf herkenden op beelden in het televisieprogramma Opsporing Verzocht naar aanleiding van de overval op 1 februari 2009 en zij door mensen in hun omgeving werden herkend, hebben verdachte en zijn medeverdachte zich niet bij de politie gemeld. Toen verdachte eerst eind juni 2009 is aangehouden, heeft hij, net als bij de diverse verhoren die volgden, ontkend zich te hebben schuldig gemaakt aan voorgenoemde overvallen. Pas na enige tijd heeft verdachte bekend de overval op 1 februari 2009 te hebben gepleegd en de overval op 9 januari 2009 bekende hij pas weer in een later stadium.

De rechtbank rekent het verdachte sterk aan dat hij tot tweemaal toe op een dergelijke lichtvaardige wijze een gewapende overval heeft gepleegd. Verdachte heeft zich de eerste keer alleen en de tweede keer samen met zijn medeverdachte grondig voorbereid en ten tijde van die voorbereiding heeft verdachte kennelijk niet het laakbare van zijn voorgenomen handelingen ingezien. De rechtbank rekent het verdachte ook sterk aan dat hij bij de overvallen een alarmpistool heeft gebruikt. Op deze wijze is een zeer angstige situatie voor de slachtoffers ontstaan, die immers niet konden weten dat het pistool niet echt was. Het is bekend dat slachtoffers dergelijke gebeurtenissen als zeer traumatisch kunnen ervaren en dat zij nog lange tijd last kunnen hebben van gevoelens van onveiligheid. Uit de onderbouwing van de vorderingen benadeelde partij blijkt dat dit ook voor de slachtoffers van deze overvallen geldt. De rechtbank rekent het verdachte ernstig aan dat hij met deze gevoelens geen rekening heeft gehouden, te meer nu hij dezelfde snackbar twee keer heeft overvallen. Voorts rekent de rechtbank het verdachte aan dat hij aanvankelijk geen openheid van zaken heeft gegeven en aldus geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen.

Met betrekking tot de op te leggen sancties overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsman van verdachte heeft ter terechtzitting gewezen op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en een lagere straf bepleit dan zoals door de officier van justitie is geëist. Hoe eerder verdachte aan het werk kan, hoe beter. Verdachte kan als hij vrij komt direct aan het werk en bij zijn ouders wonen, aldus de raadsman.

De rechtbank houdt ten aanzien van de op te leggen sancties rekening met het feit dat verdachte zich in korte tijd tot tweemaal toe heeft schuldig gemaakt aan een gewapende overval op dezelfde snackbar. Voorts neemt de rechtbank ten nadele van verdachte in aanmerking dat verdachte in het verleden diverse malen met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank is echter van oordeel dat in de persoonlijke omstandigheden van verdachte, met name diens relatief jonge leeftijd, grond is gelegen om ten voordele van verdachte enigszins af te wijken van de straf zoals door de officier van justitie is gevorderd.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Zaandam, thans in de persoon van [reclasseringswerker], ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een leefstijl training bij de Brijder Reclassering en een behandeling bij de Waag gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten motorhandschoenen en een shirt, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezen verklaarde feiten met behulp van die voorwerpen die aan verdachte toebehoren, zijn begaan.

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven pakje sigaretten dient te worden geretourneerd aan de rechthebbende.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.403,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die zij als gevolg van het als feit 1 ten laste gelegde zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit het geldbedrag uit de kassa.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.2 bewezen verklaarde feit 1. De vordering zal dan ook worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2009.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.2 bewezen verklaarde feit 1 is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 2.403,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2009.

De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.783,- ingediend tegen verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het als feit 2 ten laste gelegde zou hebben geleden. De gestelde materiële schade bestaat uit het geldbedrag uit de kassa.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.2 bewezen verklaarde feit 2. De vordering zal dan ook worden toegewezen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.2 bewezen verklaarde feit 2 is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.783,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 9, 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 36f, 57, 310, 312, 317.

11. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig (42) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot achttien (18) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

?- verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

?- verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, Regio Alkmaar-Haarlem, Unit Zaandam, thans in de persoon van [reclasseringswerker], ook als dat inhoudt het volgen en voltooien van een leefstijl training bij de Brijder Reclassering en een behandeling bij de Waag.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 2.403,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2009 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.403,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 januari 2009, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door vierendertig (34) dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de

verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 2] geleden schade tot een bedrag van € 1.783,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 2], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerleggin alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.783,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2009, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door zevenentwintig (27) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voorzover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens de medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart verbeurd:

– 2.00 STK Handschoen Kl:zwart, motor;

– 1.00 STK Shirt Kl: zwart.

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

– 1.00 PAK Sigaret Kl: rood, PALL MALL filter, pakje sigaretten, opschrift 6 euro.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. D.H. Steenmetser-Bakker, voorzitter,

mrs. A.J. Medze en A.M. Hol, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.M. ten Bos,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 oktober 2009.

Mr. A.M. Hol is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.