Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0683

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-10-2009
Datum publicatie
20-10-2009
Zaaknummer
AWB 09/2972 en 09/4559
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Scootmobiel, verweerder is tekort geschoten in zijn motiveringsplicht als neergelegd in artikel 26 WMO.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 2972 en 09 - 4559

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 12 oktober 2009

in de zaak van:

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

gemachtigde: mr. W.G. Fischer, advocaat,

tegen:

het college van burgemeester en Wethouders van de Gemeente Haarlem,

verweerder.

Tegenwoordig: mr. M. Mateman, voorzieningenrechter, en mr. M.J.M. Oltmans, griffier.

Zitting: 12 oktober 2009

Verschenen: Eiseres in persoon, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder vertegenwoordigd door mr. J.M. Koedooder en A.L.P. Baro, werkzaam bij de gemeente Haarlem.

Het geschil betreft het verzoek om voorlopige voorziening gericht op het verkrijgen van een scootmobiel Delta Favourite type 15 in bruikleen.

Bij mondelinge uitspraak van 12 oktober 2009 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

De voorzieningenrechter heeft daartoe overwogen dat eiseres ter zitting herhaaldelijk heeft gesteld dat haar huidige scootmobiel nog voldoet.

De voorzieningenrechter, gehoord partijen, is van oordeel dat in de hoofdzaak nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling daarvan en dat ook overigens geen beletsel bestaat om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) onmiddellijk uitspraak in de hoofdzaak te doen.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder bij de behandeling van het verzoek van eiseres om verstrekking van een scootmobiel tekort is geschoten in het onderzoek en de verslaglegging terzake. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de indicatie om een scootmobiel in categorie 7b te verstrekken is gebaseerd op een geruime tijd geleden in het kader van de Wet Voorzieningen Gehandicapten opgemaakte medische beoordeling. Verweerder heeft gemeend bij de beoordeling van de onderhavige aanvraag opnieuw van deze rapportage te mogen uitgaan, omdat niet was gebleken dat de situatie van eiseres was verslechterd. Eiseres stelt evenwel dat er wel degelijk sprake is van een verslechtering van haar situatie zodat de indicatie voor een scootmobiel in categorie 7b onjuist is, als gevolg waarvan zij zal worden beperkt in haar normale maatschappelijke participatie. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder, gelet op het voorgaande, onvoldoende gemotiveerd op welke wijze zijn besluit bijdraagt aan het behouden en het bevorderen van de normale maatschappelijke participatie van betrokkene. Daarmee is verweerder in zijn onderzoeksplicht als neergelegd in artikel 26 van de Wet maatschappelijke ondersteuning tekort geschoten.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het besluit van 22 mei 2009;

bepaalt dat verweerder met inachtneming van deze uitspraak een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen;

veroordeelt het college van burgemeester en Wethouders van de Gemeente Haarlem in de door eiseres gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 644,- te betalen aan eiseres;

wijst het meer of anders gevorderde af;

gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 41,- aan eiseres vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Mateman, voorzieningenrechter, en op 12 oktober 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. M.J.M. Oltmans, griffier.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal,

(griffier) (voorzieningenrechter)

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat uitsluitend voorzover het de hoofdzaak betreft hoger beroep open bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.