Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0618

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
07-10-2009
Datum publicatie
19-10-2009
Zaaknummer
420601 CV EXPL 09-3787
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overeenkomst op afstand. Niet voldaan aan de informatieplicht van artikel 7:46c lid 1 sub f BW. Toepasselijkheid van de wettelijke termijn van ontbinding van drie maanden.

Na inschrijving per e-mail voor een cursus makelaardij, heeft gedaagde de cursus opgezegd. Eiseres beroept zich erop dat gedaagde dit niet binnen de opzegtermijn van zeven dagen heeft gedaan en vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van het cursusgeld. De vordering wordt afgewezen, omdat niet is komen vast te staan dat eiseres gedaagde voorafgaande aan de totstandkoming van de overeenkomst op de hoogte heeft gesteld van de mogelijkheid van ontbinding daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RCR 2010, 6

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 420601 CV EXPL 09-3787

datum uitspraak: 7 oktober 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap [XXX] WERKMAATSCHAPPIJ B.V.

te Utrecht

eiseres

hierna te noemen: [eiseres]

gemachtigde: F.J.M. van der Meer

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. M.J. van der Staaij

De procedure

Voor de loop van het geding verwijst de kantonrechter naar de volgende stukken, waarvan de inhoud als hier ingevoegd is te beschouwen:

- de dagvaarding van 6 april 2009, met producties,

- de conclusie van antwoord, met producties,

- het door de kantonrechter tussen partijen gewezen en op 1 juli 2009 uitgesproken tussenvonnis,

- de aantekeningen van de griffier van de ingevolge dat vonnis op 8 september 2009 gehouden comparitie van partijen,

- de door beide partijen ten behoeve van de comparitie van partijen overgelegde producties.

De feiten

a. E. [gedaagde] (het minderjarige zusje van [gedaagde]) heeft op 3 juli 2008, via de website van [eiseres], voor [gedaagde] een informatiepakket van de cursus Makelaardij OZ aangevraagd.

b. De brief van [eiseres] van 3 juli 2008 aan [gedaagde] luidt onder meer:

betreft: brochure-aanvraag

(…)Hierbij ontvangt u uw nieuwe brochure (…).

c. De e-mail van info@ipd-opleidingen.nl aan “info;info” van 3 juli 2008 luidt onder meer als volgt:

subject: aanmelding

Geachte Mevr. MA [gedaagde],

(…)U heeft zich aangemeld voor de volgende opleiding

Opleiding: 1-jarige dagopleiding Makelaar o.z.

(…)Door het invullen en verzenden van uw aanmelding heeft u verklaard dat u bekend bent en akkoord gaat met de studievoorwaarden van het IPD.

U mag de studieovereenkomst binnen 7 werkdagen na heden opzeggen zonder iets aan het IPD verschuldigd te zijn. Als u opzegt dient dat met een aangetekend verzonden brief(je) te geschieden.

d. [eiseres] heeft bij brief van (eveneens) 3 juli 2008 aan [gedaagde] geschreven:

Geachte mijnheer,

Hierbij bevestig ik de ontvangst van uw inschrijfformulier voor de opleiding:

Cursus: 1-j-Makelaar o.z. (…)

e. [eiseres] heeft op 24 juli 2008 een nota terzake van cursusgeld van € 1.980,-- en een nota voor boekengeld van € 704,-- aan [gedaagde] gezonden.

f. [eiseres] heeft op 9 oktober 2008 een betalingsherinnering aan [gedaagde] gezonden.

g. Bij e-mail van 11 september 2008 schrijft [gedaagde] aan [eiseres] -onder andere-:

(…) Ongeveer een maand geleden heb ik me ingeschreven voor een cursus makelaardij/taxateur o.z.. Door prive omstandigheden is het voor mij volstrekt onmogelijk om nog deel te nemen aan de opleiding (…) Ik heb al telefonisch contact gehad met een collega van de IPD. Deze meneer vertelde mij dat ik maar een week bedenktijd had, maar hier wist ik niks van. (…).

De vordering

[eiseres] vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.297,93. De vordering bestaat voor € 2.684,00 uit de hoofdsom, € 450,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en € 163,93 aan vervallen rente. [eiseres] stelt hiertoe dat [gedaagde] op

3 juli 2008 niet alleen een informatiepakket heeft aangevraagd maar zich ook heeft ingeschreven voor de cursus. Dit blijkt ook uit de e-mail van [gedaagde] van 11 september 2008. [gedaagde] heeft de overeenkomst niet binnen de opzegtermijn van een week opgezegd, en daarom is zij het cursusgeld verschuldigd. Aan [gedaagde] moet duidelijk zijn geweest dat die opzegtermijn is ingegaan op 3 juli 2008. Dit staat op de website en ook in de e mail van 3 juli 2008.

[gedaagde] heeft, ondanks aanmaning, niet aan haar betalingsverplichting voldaan. [eiseres] heeft haar vordering uit handen gegeven. De daarmee gemoeide kosten komen dan ook voor rekening van [gedaagde].

Het verweer

[gedaagde] betwist dat zij een overeenkomst met [eiseres] heeft gesloten. Zij heeft zich op 3 juli 2008 niet ingeschreven voor de cursus, maar alleen een informatiepakket aangevraagd. [eiseres] heeft ook geen via internet door [gedaagde] verzonden inschrijving in het geding gebracht. De e-mail van 3 juli 2008 heeft zij niet ontvangen; deze is ook niet aan haar gericht maar aan “info; info”.

Voor zover er tussen partijen wel een overeenkomst is tot stand gekomen, is dit een overeenkomst op afstand in de zin van artikel 7:46a e.v. BW. [eiseres] heeft verzuimd tijdig, voordat de overeenkomst werd gesloten, aan [gedaagde] duidelijk te maken dat zij de mogelijkheid had om de overeenkomst te ontbinden. Nu [eiseres] dit heeft nagelaten bedraagt de wettelijke termijn van ontbinding drie maanden. Met haar brief van 17 september 2008 heeft [gedaagde] de overeenkomst dan ook tijdig ontbonden.

De beoordeling van het geschil

In de eerste plaats moet worden beoordeeld of tussen partijen een overeenkomst is tot stand gekomen op 3 juli 2008, zoals [eiseres] stelt en door [gedaagde] gemotiveerd is betwist.

Tegenover het verweer van [gedaagde] dat zij zich op 3 juli 2008 niet heeft ingeschreven voor de cursus Makelaardij OZ, heeft [eiseres] geen kopie van de inschrijving van [gedaagde] (via internet) overgelegd, maar de bevestigingsmail van diezelfde datum. Hiermee heeft [eiseres] de grondslag van haar vordering evenwel onvoldoende onderbouwd. Uit de e-mail van [eiseres] van 3 juli 2008 kan niet worden afgeleid dat deze aan [gedaagde] is gestuurd; de adressant is immers: “info; info;”. Bovendien geeft de bevestiging van de zijde van [eiseres] nog geen zekerheid over de vraag of [gedaagde] zich daaraan voorafgaand bij [eiseres] heeft ingeschreven voor de genoemde cursus.

Overigens, ook als er tussen partijen wel een overeenkomst op 3 juli 2008 zou zijn gesloten, dan geldt dat aan de hand van de email van 3 juli 2008 niet kan worden vastgesteld dat [gedaagde] al vóór deze datum op de hoogte was gesteld van de ontbindingsmogelijkheid. [eiseres] heeft evenmin haar stelling onderbouwd dat (destijds, in juli 2008) die mogelijkheid om de overeenkomst binnen 7 dagen te ontbinden op de website gepubliceerd stond en dat [gedaagde] dus tevoren van die optie op de hoogte was. Gevolg hiervan is dat dan de wettelijke opzegtermijn van drie maanden geldt, zodat [gedaagde] de vermeende overeenkomst met haar brief van 17 september 2008 tijdig heeft ontbonden.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering bij gebreke van een deugdelijke grondslag moet worden afgewezen.

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiseres] in de kosten van [gedaagde] begroot op € 350,00 aan salaris gemachtigde, te voldoen aan de griffier door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.833 ten name van MvJ arrondissement Haarlem onder vermelding van "proceskostenveroordeling" en het zaak- en rolnummer;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.