Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BK0352

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-09-2009
Datum publicatie
15-10-2009
Zaaknummer
429505 AO VERZ 09-627
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding van een arbeidsovereenkomst. Verzoekster, een instelling voor onderwijs, verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een van haar docenten, die tijdens het re-integratietraject na (langdurige) arbeidsongeschiktheid, twee maal een leerling die niet wilde gehoorzamen, fysiek heeft aangepakt.

De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden voor de door verzoekster gestelde parttimefactor (partijen verschillen van mening over de omvang van de arbeidsovereenkomst), omdat aan vaststelling van de omvang in het kader van deze procedure geen rechtsgevolg in de zin van gezag van gewijsde toekomt. Aan verweerder wordt een vergoeding toegekend, wegens het tekortschieten van verzoekster in haar (re-integratie)verplichtingen jegens verweerder. Deze vergoeding is (gedeeltelijk) voorwaardelijk, namelijk voor het geval aan verweerder (die recht heeft op een wachtgeldregeling) geen werkloosheidsuitkering(en) worden toegekend, te voldoen in termijnen. Het recht op betaling van genoemde termijnen vervalt indien en voor zover verweerder geen aanvraag voor een uitkering indient of een aan verweerder toegekende uitkering door diens eigen schuld of toedoen wordt ingetrokken of daarvoor een andere uitkering in de plaats gesteld wordt.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 685
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2010, 9
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 429505/ AO VERZ 09-627

datum uitspraak: 30 september 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

STICHTING DUNAMARE ONDERWIJSGROEP

te Haarlem

verzoekster

hierna: Dunamare

gemachtigde: mr. J.P. Dikker

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

in persoon verschenen.

De procedure

Op 1 juli 2009 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van Dunamare. Bij brief d.d. 6 juli 2009 heeft Dunamare de inhoud van het verzoekschrift aangevuld.

Bij brief gedateerd ‘juli 2009’ en ontvangen ter griffie d.d. 8 juli 2009 heeft [verweerder] een groot aantal producties in het geding gebracht.

[verweerder] heeft zich bij brieven d.d. 29 en 31 juli 2009 tegen het verzoek verzet, onder toezending van wederom een groot aantal producties.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 20 augustus 2009. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Dunamare heeft buiten bezwaar van [verweerder] ter zitting een berekening van de wachtgeldaanspraken c.a. van [verweerder] overgelegd. [verweerder] heeft daarop bij brief d.d. 21 augustus 2009 gereageerd.

De gemachtigde van Dunamare heeft ter zitting verzocht te mogen reageren op een aantal hem nog onbekende producties van de zijde van [verweerder] en een nadere berekening van de wachtgeldaanspraken van [verweerder] te mogen maken. [verweerder] heeft verzocht daarop te mogen reageren. Beide verzoeken zijn toegestaan.

De gemachtigde van Dunamare heeft bij brief d.d. 26 augustus 2009 een nadere berekening met toelichting in het geding gebracht, waarop [verweerder] bij brief d.d. 28 augustus 2009 heeft gereageerd. Bij brief d.d. 4 september 2009 heeft de gemachtigde van Dunamare de laatste berekeningswijze gecorrigeerd en daarnaast gereageerd op door [verweerder] overgelegde stukken. De beschikking is nadien nader bepaald op heden.

De feiten

[verweerder], 55 jaar oud, is sinds 6 maart 1995 bij (rechtsvoorgangers van) Dunamare in dienst, laatstelijk in de functie van docent aan het Hoofdvaart College, met een parttimefactor van 0,3846 en tegen een salaris van € 1.355,33 bruto per exclusief vakantiegeld (en overige emolumenten), neerkomend op een salaris inclusief alle emolumenten van € 1.635,66 bruto per maand.

Het verzoek

Dunamare verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt Dunamare – samengevat – het volgende.

1. Dunamare heeft als gevolg van een aantal incidenten, veroorzaakt door [verweerder], doch zonder dat hij de ernst daarvan inziet, het vertrouwen verloren dat [verweerder] nog in staat is een veilig schoolklimaat voor de leerlingen te creëren.

2. [verweerder] heeft immers in juni 2008 een in zijn ogen lastige en ongehoorzame leerling fysiek aangepakt door hem op te tillen, bij zijn nek vast te grijpen en weg te duwen.

3. Nadien heeft [verweerder] op 26 augustus 2008 wederom een leerling ‘in zijn kraag gegrepen’, hem een duw gegeven, waarbij deze met zijn hoofd tegen een balk aankwam en ging schreeuwen. Aan het einde van deze les weigerden de leerlingen aan [verweerder]s opdracht te voldoen het lokaal netjes achter te laten, waarna hij de deur op slot heeft gedaan en een grote chaos met veel kabaal in de klas ontstond.

4. Na dit laatste voorval zijn klachten binnengekomen van ouders en leerlingen.

5. [verweerder] is op zijn gedrag aangesproken, doch hij ziet de ernst er niet van in, hetgeen Dunamare tot de conclusie heeft gebracht dat hij de pedagogisch-didactische kwaliteiten mist die nodig zijn om als docent op het Hoofdvaart College te kunnen functioneren.

6. Inspanningen gericht op het vinden van een andere baan hebben niet het beoogde resultaat gehad.

7. Gelet op de periode van doorbetaalde non-activiteit, alsmede gelet op de ruime wachtgeldaanspraken die [verweerder] kan doen gelden (tot aan zijn 65e), is voor toekenning van enige vergoeding geen plaats.

Het verweer

[verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek.

Ter toelichting voert [verweerder] – zakelijk samengevat – het volgende aan.

1. Dunamare (en haar rechtsvoorgangers) hebben mij gedurende een periode van 10 jaar slecht behandeld, onder meer door mij en mijn moeilijke situatie jarenlang te negeren.

2. De omvang van mijn dienstverband moet wel veel ruimer zijn dan Dunamare aangeeft, omdat ik in 1999 nog een parttime factor had van 1,1154.

3. De schade die ik door een ontslag op mijn 55e jaar lijd is aanzienlijk, ook als ik wachtgeld krijg, waarover ik nog geen zekerheid heb.

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

Dunamare heeft ter onderbouwing van haar verzoek vooraleerst verwezen naar een tweetal incidenten in juni en augustus 2008. Wat daar verder ook van zij, Dunamare heeft verzuimd daarbij aan te geven, althans voldoende duidelijk naar voren te brengen, dat deze incidenten niet los gezien kunnen worden van het re-integratietraject van [verweerder] na een jarenlange afwezigheid wegens ziekte (met ten minste een forse psychische component), van welk re-integratietraject immers beide incidenten niet los gezien kunnen worden.

Op grond van het vorenstaande dienen de door Dunamare aan [verweerder] gemaakte verwijten en het daarop gebaseerde verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst te worden bezien in het licht van het re-integratietraject waarin [verweerder] zich bevond, waarbij tevens bezien dient te worden of beide partijen zich in dat traject voldoende hebben ingespannen teneinde de kans op re-integratie optimaal te benutten.

Door [verweerder] is onweersproken aangevoerd dat hij reeds in augustus 2006 weer arbeidsgeschikt werd geoordeeld, althans voor de omvang van zijn dienstverband als door Dunamare gesteld, doch dat Dunamare tot juni 2007 niets van zich heeft laten horen, terwijl [verweerder] pas in 2008– in een begeleid re-integratietraject – weer als docent, althans als assistent, daadwerkelijk in lessen is ingezet. Voor deze periode van stilzitten aan haar zijde (klaarblijkelijk tegen de wens van [verweerder]) heeft Dunamare slechts voor een gedeelte, doch over het geheel genomen onvoldoende verklaring gegeven. De indruk van [verweerder] dat de schoolorganisatie hem eenvoudig ‘vergeten’ was, is in dat licht niet onbegrijpelijk.

Voorts staat voldoende vast dat Dunamare [verweerder] na een jarenlange afwezigheid niet heeft ingezet als vakdocent in zijn eigen (bouwtechnische) vakgebied, doch in een ander vakgebied (wiskunde). Overwegingen van intern personeelsbeleid zijn daartoe desgevraagd als verklaring aangevoerd, doch niet op voorhand valt in te zien waarom de herstart (na zoveel jaren) niet mede – al dan niet tijdelijk - in zijn eigen vakgebied gerealiseerd kon worden teneinde de kansen op succes te vergroten.

Tot slot staat vast dat Dunamare de schorsing, tegen welke [verweerder] zich bij de Commissie van Beroep heeft verzet, zonder voldoende wettelijke grondslag heeft laten voortduren, zelfs ook nadat de Commissie van Beroep het daartegen gerichte beroep van [verweerder] gegrond had verklaard in haar beslissing d.d. 20 mei 2009. Dit klemt te meer omdat uit de aan Dunamare uitgebrachte adviezen voldoende blijkt dat het van groot belang is om [verweerder] niet langer op afstand van de organisatie te houden.

Op grond van het vorenstaande staat voldoende vast dat Dunamare haar verplichtingen tegenover [verweerder] niet voldoende is nagekomen door hem langdurig te laten ‘zwemmen’, hem niet overeenkomstig de adviezen te re-integreren en het re-integratietraject af te sluiten door middel van een zeer langdurige schorsing, welke Dunamare zelfs heeft laten voortduren nadat deze door de Commissie van Beroep onrechtmatig werd beoordeeld.

De [verweerder] gemaakte verwijten betreffen beide een fysiek ingrijpen door [verweerder] in een door hem als onaanvaardbaar beoordeelde situatie. [verweerder] heeft betwist dat in beide gevallen sprake was van pijn of letsel, maar heeft niet betwist dat hij beide jongens heeft beetgepakt teneinde hen tot een aanpassing van hun gedrag, resp. een vertrek uit de klas te brengen.

Niet onbegrijpelijk is dat een dergelijk fysiek ingrijpen voor Dunamare niet aanvaardbaar was, omdat dit niet overeenstemde met het door haar gevoerde pedagogisch-didactische beleid. Kennelijk is [verweerder] anders gewend (geweest), doch dit had voor hem aanleiding moeten zijn zich op dit punt naar het gewijzigde klimaat te schikken. Het moge zo zijn dat hij zich daar in een eerste gesprek weinig toegankelijk voor toonde, doch de onaanvaardbaarheid van zijn handelwijze had Dunamare hem ook op een andere wijze duidelijk kunnen maken. Haar keuze voor (langdurige) schorsing is niet alleen zonder voldoende rechtsgrond geweest, doch dit heeft ook de terugkeer van [verweerder] op het Hoofdvaart College illusoir gemaakt.

Onder de omstandigheid dat Dunamare [verweerder] langjarig op geen enkele wijze, althans onvoldoende heeft ondersteund tijdens diens afwezigheid wegens ziekte, althans niet op de wijze zoals van haar (onder hedendaagse opvattingen) verwacht mocht worden en zij hem bij de gemelde (ernstige) haperingen in zijn re-integratietraject meteen heeft laten vallen door hem zonder voldoende rechtsgrond langdurig te schorsen en geschorst te houden (ook nadat de onrechtmatigheid daarvan voor Dunamare vaststond) heeft Dunamare de op haar rustende verplichtingen als goed werkgeefster onvoldoende invulling gegeven. Nu de terugkeer van [verweerder] inmiddels als illusoir dient te worden beschouwd – en [verweerder] daar zelf ook blijk van heeft gegeven door niet tot op werkhervatting, althans re-integratie gerichte rechtsmaatregelen over te gaan, ook niet nadat de Commissie van Beroep zijn schorsing als onrechtmatig had beoordeeld, - dient het verzoek te worden toegewezen onder toekenning aan [verweerder] van na te noemen vergoeding.

Bij de vaststelling van een vergoeding dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder leeftijd, salaris, lengte van het dienstverband, de omstandigheden welke als aanleiding en achtergrond voor het einde van het dienstverband dienen te worden beschouwd, alsmede de gevolgen van dat einde, voor zover daarin niet reeds door andere voorzieningen is voorzien.

Het verzoek zal worden toegewezen voor de door Dunamare vermelde parttime factor. Voor zover [verweerder] heeft aangegeven dat deze opgegeven factor onjuist is, dient dit buiten beoordeling in de onderhavige procedure te blijven nu immers aan een vaststelling in het kader van deze procedure geen rechtsgevolg in de zin van gezag van gewijsde toekomt. De arbeidsovereenkomst zal derhalve slechts worden ontbonden voor zover de omvang daarvan tussen partijen niet ter discussie staat.

Volgens de laatste berekening van Dunamare zal [verweerder] gedurende 37 maanden een uitkering ontvangen krachtens de Werkloosheidswet, verhoogd met een kleine aanvulling gedurende het eerste jaar ad in totaal € 1.408 bruto. Nadien zal [verweerder] gedurende 77 maanden een aansluitende uitkering ontvangen ten bedrage van 70% van zijn salaris, neerkomend op € 1.145 bruto per maand.

Voor het geval aan [verweerder] geen werkloosheidsuitkering(en) worden toegekend als door Dunamare zonder enig voorbehoud verondersteld zal de ontbindingsvergoeding worden vastgesteld op € 60.000,00 bruto, te voldoen in gelijke termijnen zoals de uitkering is berekend door Dunamare in de brief van haar gemachtigde d.d. 26 augustus 2009. Het recht op betaling van genoemde termijnen vervalt indien en voor zover [verweerder] geen aanvraag indient of een aan [verweerder] toegekende uitkering door diens eigen schuld of toedoen wordt ingetrokken of daarvoor een andere uitkering in de plaats gesteld wordt.

Naast de op toekomstige inkomensschade ziende vergoeding wordt aan [verweerder] ten laste van Dunamare een vergoeding toegekend van € 5.000,00 bruto wegens de wijze waarop door Dunamare invulling aan haar verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst vorm is gegeven, zoals hiervoor is overwogen, welke handelwijze heeft geleid tot de daarmee onafwendbaar geworden ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Aangezien deze vergoeding hoger is dan door Dunamare aangeboden zal aan Dunamare gelegenheid worden geboden het verzoek in te trekken.

Teneinde [verweerder] en Dunamare gelegenheid te geven zich op het vorenstaande in te stellen zal de arbeidsovereenkomst eerst worden ontbonden per 1 november 2009, met welke datum reeds bij de vaststelling van vorenstaande vergoeding rekening is gehouden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

stelt partijen ervan in kennis voornemens te zijn de arbeidsovereenkomst per 1 november 2009 te ontbinden onder toekenning van een vergoeding als hierna is vermeld;

bepaalt dat Dunamare de gelegenheid heeft het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 8 oktober 2009 te 15.00 uur ter griffie ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

voor het geval Dunamare het verzoek niet intrekt wordt alvast als volgt beslist:

ontbindt de arbeidsovereenkomst, voor zover de omvang daarvan overeenkomt met een parttime factor van 0,3846, per 1 november 2009;

kent aan [verweerder] ten laste van Dunamare een vergoeding toe van:

- € 5.000,00 bruto, ineens te voldoen,

- vermeerderd met € 60.000 bruto voor het geval aan [verweerder] geen werkloosheidsuitkering(en) worden toegekend, te voldoen in gelijke termijnen zoals de uitkering is berekend door Dunamare in de brief van haar gemachtigde d.d. 26 augustus 2009, waarbij het recht op betaling van genoemde termijnen vervalt indien en voor zover [verweerder] geen aanvraag indient of een aan [verweerder] toegekende uitkering door diens eigen schuld of toedoen wordt ingetrokken of daarvoor een andere uitkering in de plaats gesteld wordt.

veroordeelt voor zover nodig Dunamare tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

voor het geval Dunamare het verzoek wel intrekt:

veroordeelt Dunamare in de kosten van de procedure, aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.Th. van der Meer en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.