Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ9919

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-10-2009
Datum publicatie
12-10-2009
Zaaknummer
430209 AO VERZ 09- 216
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst. Verzoeker heeft met verweerder een zogenoemde zorgovereenkomst gesloten, waarbij het salaris van verweerder wordt betaald uit het aan verzoeker op grond van de AWBZ toegekende persoonsgebonden budget.

De kantonrechter kent verweerder geen vergoeding toe, gelet op het bijzondere karakter van de arbeidsrelatie en het gegeven dat verweerder geen juridisch relevant financieel nadeel ondervindt door het verlies van deze werkkring. Voorts is van belang dat verzoeker geen onderneming drijft, maar verweerder heeft geworven voor zijn gesubsidieerde persoonlijke verzorging die gefinancierd wordt uit de publieke middelen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GJ 2009/134
AR-Updates.nl 2009-0763

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Zaandam

zaaknr.: 430209 AO VERZ 09- 216

datum uitspraak: 9 oktober 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

[verzoeker],

wonende te [woonplaats],

verzoekende partij,

hierna: [verzoeker],

gemachtigde: mr. C.I Burger,

tegen

[verweerder],

wonende te [woonplaats],

verwerende partij,

hierna: [verweerder],

gemachtigde: mr. M.A.M. Ansink.

Verloop van de procedure

[verzoeker] heeft op 9 juli 2009 een verzoekschrift ingediend.

[verweerder] heeft op 13 augustus 2009 een verweerschrift ingediend.

Het verzoek is ter zitting van 6 oktober 2009 behandeld.

Hierna is uitspraak bepaald.

Motivering

1.

[verzoeker] verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verandering in omstandigheden. Het betreft een voorwaardelijk verzoek: voor het geval de tussen partijen gesloten beëindigingovereenkomst nietig is, althans de arbeidsovereenkomst niet reeds op 1 september 2008 tot een einde is gekomen.

Ter toelichting op het verzoek heeft [verzoeker] aangevoerd dat als gevolg van de handelwijze van [verweerder] de onderlinge verhoudingen op scherp zijn gezet waardoor deze verstoord is geraakt. Een voorwaardelijke beëindiging van de arbeidsrelatie is noodzakelijk. [verzoeker] biedt [verweerder] geen vergoeding aan omdat een beëindiging van de arbeidsovereenkomst is overeengekomen, althans [verweerder] feitelijk in het ontslag heeft berust, en [verzoeker] geen middelen heeft om een vergoeding te betalen en dit ook overigens niet strookt met de aard van onderhavige overeenkomst (zorgovereenkomst).

2.

[verweerder] voert verweer. Hij beroept zich op het opzegverbod tijdens ziekte. In geval het verzoek zou worden toegewezen maakt hij aanspraak op een vergoeding van € 12.960,- bruto conform de kantonrechtersformule (C=2).

3.

De volgende feiten zijn komen vast te staan omdat deze zijn erkend, dan wel omdat deze niet, althans onvoldoende, zijn betwist.

[verzoeker] (geboortedatum 27 september 1974) heeft met [verweerder] (geboortedatum 5 december 1939, thans 69 jaar oud) een zorgovereenkomst gesloten ingaande 1 september 2007. Partijen zijn overeengekomen dat [verweerder] op zes dagen van de week (maandag tot en met zaterdag) van 9.00 uur tot 12.00 uur werkzaamheden voor [verzoeker] zou verrichten. Deze werkzaamheden bestonden uit: hulp bij het huishouden, persoonlijke verzorging, en ondersteunende/

activerende begeleiding. Het overeengekomen salaris bedroeg € 20,- per uur / € 1.500,- bruto per maand. [verzoeker] is op grond van de AWBZ een persoonsgebonden budget toegekend. [verweerder] werd betaald uit dit budget. [verweerder] heeft zich op 21 februari 2008 ziek gemeld. De verzuimbegeleiding is verzorgd door Achmea. [verzoeker] heeft [verweerder] loon doorbetaald tot en met 31 augustus 2008. [verzoeker] heeft de Sociale VerzekeringsBank (SVB) telefonisch doorgegeven dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen ingaande 1 september 2008 is geëindigd.

[verweerder] heeft [verzoeker] in kort geding gedagvaard op 6 april 2009 en doorbetaling van het loon gevorderd. Bij vonnis van 11 mei 2009 heeft de kantonrechter de vorderingen van [verweerder] afgewezen wegens ontbrekend voldoende spoedeisend belang. Inmiddels heeft [verweerder] gedagvaard in een bodemprocedure.

4.

Hetgeen door partijen in aanvulling op het verzoekschrift en het verweerschrift is meegedeeld, heeft de kantonrechter tot de overtuiging gebracht dat de verhoudingen onherstelbaar zijn verstoord en bovendien ieder perspectief ontbreekt op werkhervatting door [verweerder] gezien de aard van zijn arbeidsongeschiktheid. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen.

5.

Met betrekking tot de vergoeding overweegt de kantonrechter het volgende.

De kantonrechter ziet in de omstandigheden van het geval aanleiding om geen vergoeding toe te kennen.

Het gaat hier om een arbeidsrelatie met een bijzonder karakter. Het betreft een arbeidsrelatie met een gering toekomstperspectief en een aanzienlijk risico op een beëindiging van de relatie op een niet door de werknemer gekozen moment. Immers, de continuïteit van de arbeidsrelatie valt of staat met de behoefte van de werkgever/budgethouder aan (deze vorm van) zorg. Bovendien stelt deze relatie bovengemiddeld hoge eisen aan de kwaliteit van de onderlinge verhouding. Kortom, [verweerder] heeft er altijd rekening mee moeten houden dat de arbeidsovereenkomst op enig moment zou kunnen eindigen.

Daar komt nog bij dat [verweerder], gezien zijn leeftijd, geen juridisch relevant financieel nadeel ondervindt door het verlies van deze werkkring.

Tenslotte kent de kantonrechter bij de vaststelling van de vergoeding gewicht toe aan de omstandigheid dat [verzoeker] geen onderneming drijft maar [verweerder] heeft geworven voor zijn gesubsidieerde persoonlijke verzorging die gefinancierd wordt uit de publieke middelen.

6.

De proceskosten worden gecompenseerd.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen voorwaardelijk met ingang van 9 oktober 2009;

compenseert de proceskosten in die zin, dat partijen de eigen kosten dragen;

Deze beschikking is gegeven door mr. J.S.A.M. Schokkenbroek, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2009.