Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ8879

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-08-2009
Datum publicatie
30-09-2009
Zaaknummer
15-740651-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

flessentrekkerij, oplichting, criminele organisatie; Verdachte bestelde bij een willekeurig gekozen bedrijf goederen ter waarde van duizenden euro’s. Vervolgens deed hij zich voor als een medewerker van een bank of van het hoofdkantoor van dit bedrijf en deelde mee dat het geld was overgemaakt op de rekening van het bedrijf, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Het bedrijf zette vervolgens de bestelling klaar om te worden afgehaald. Verdachte (of een van zijn medeverdachten) schakelde een koerier in die de goederen moest afleveren op een adres in Amsterdam. Het in ontvangst nemen van de goederen gebeurde voornamelijk door één van de medeverdachten of een door hen ingeschakelde persoon. De goederen werden vervolgens doorverkocht door de medeverdachten. Per afgeleverd goed ontving verdachte een van te voren afgesproken deel. Verdachte heeft louter gehandeld uit het oogpunt van financieel gewin. GEV 42 maanden, 12 maanden voorwaardelijk, proeftijd 3 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740651-08

Uitspraakdatum: 31 augustus 2009

Tegenspraak

verkort strafvonnis (art. 138b Sv)

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 17 augustus 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de PI Midden Holland, Huis van Bewaring Haarlem te Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

Feit 1

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 december 2007 tot en met 6 mei 2008 en/of 4 november 2008 tot en met 7 november 2008 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder (volledige) betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten (onder meer):

- (zaak 1) in of omstreeks de periode van 10 april 2008 tot en met 24 april 2008 bij [benadeelde 1]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 78 stuks) en/of

- (zaak 2) in of omstreeks de periode van 16 april 2008 tot en met 18 april 2008 bij [benadeelde 2]: vijf, althans een of meer laptop(s) (merk Targus) en/of

- (zaak 3) in of omstreeks de periode van 27 maart 2008 tot en met 2 april 2008 bij [benadeelde 3]: vier, althans een of meer laptop(s) (merk Hewlett Packard) en/of

-(zaak 4) in of omstreeks de periode van 27 februari 2008 tot en met 13 maart 2008 bij [benadeelde 4]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 57 stuks) en/of

-(zaak 5) in of omstreeks de periode van 1 februari 2008 tot en met 25 februari 2008 bij [benadeelde 5], twee, althans een foto camera('s) (merk Canon) en/of

- (zaak 6) in of omstreeks de periode van 25 februari 2008 tot en met 3 maart 2008 bij [benadeelde 6]: drie, althans een of meer laptop('s) (merk Asus) en/of

- (zaak 7) in of omstreeks de periode van 30 januari 2008 tot en met 1 februari 2008 bij [benadeelde 7]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 89 stuks) en/of

- (zaak 8) in of omstreeks de periode van 30 januari 2008 tot en met 1 februari 2008 bij [benadeelde 8]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 109 stuks) en/of

- (zaak 9) in of omstreeks de periode van 2 februari 2008 tot en met 4 februari 2008 bij [benadeelde 9]: twaalf, althans een of meer spelcomputers (merk XBOX arcade en/of XBOX pro) en/of

- (zaak 10) op of omstreeks 24 januari 2008 bij [benadeelde 10]: een televisie (merk JVC) en/of

- (zaak 11) op of omstreeks 18 januari 2008 bij [benadeelde 11]: vijf, althans een of meer laptop(s) (merk Lifetec) en/of

- (zaak 12) in of omstreeks de periode van 11 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 12]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 160 stuks) en/of

- (zaak 13) in of omstreeks de periode van 17 januari 2008 tot en met 18 januari 2008 bij [benadeelde 13]: zeven, althans een of meer spelcomputer(s) (merk XBOX) en/of

- (zaak 14) in of omstreeks de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 14]: drie, althans een of meer laptop(s) (merk Acer en/of HP) en/of

- (zaak 15) in of omstreeks de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 15]: twee, althans een laptop(s) (merk Acer) en/of

- (zaak 16) in of omstreeks de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 16]: twee, althans een laptop(s) (merk Acer) en/of

- (zaak 17) in of omstreeks de periode van 29 december 2007 tot en met 31 december 2007 bij [benadeelde 17]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 90 stuks) en/of

- (zaak 18) op of omstreeks 24 december 2007 bij [benadeelde 18]: drie,althans een of meer televisie(s) (merk Pioneer) en/of

- (zaak 19) in of omstreeks de periode van 12 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 19]: zeven, althans een of meer laptop(s) (merk Hewlett Packard) en/of

- (zaak 20) in of omstreeks de periode van 7 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 20]: vier, althans een of meer laptop(s) (merk MSI) en/of

- (zaak 21) in of omstreeks de periode van 11 april 2008 tot en met 6 mei 2008 bij [benadeelde 21]: een (grote) hoeveelheid parfum (ongeveer 88 stuks) en/of

- (zaak 41) in of omstreeks de periode van 21 januari 2008 tot en met 24 januari 2008 bij [benadeelde 22]: twee, althans een laptop(s) (merk Acer) en/of

- (zaak 47) in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 7 november 2008 bij [benadeelde 23]: een of meer spelcomputer(s) (merk Nintendo en/of V-tech) en/of een of meer (computer)spel(len) en/of een hoeveelheid toebehoren voor spelcomputer(s);

Feit 2

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 januari 2008 tot en met 6 mei 2008 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn, verdachtes mededader(s) voorgenomen misdrijf om een beroep of gewoonte te maken van het kopen van goederen (telkens) met het oogmerk om zonder (volledige) betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren,

(telkens) (telefonisch en/of via internet) zich heeft/hebben voorgedaan als een ander (onder meer de [naam]) en/of als een medewerker van (een) bedrijf/bedrijven (onder meer [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of [naam] en/of (vervolgens) (telkens) (in die valse hoedanigheid) bij navolgende bedrijven - op tijd en plaats daarbij vermeld - navolgende goederen heeft/hebben besteld:

- (zaak 23) op of omstreeks 15 februari 2008 bij [benadeelde 24]: zeventien, althans een of meer telefoon(s) en/of

- (zaak 24) in of omstreeks de periode van 13 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 bij [benadeelde 25]: zes, althans een of meer telefoon(s) en/of vier, althans een of meer cinemaset(s) en/of twee, althans een portable dvd('s) en/of zes, althans een of meer digitale camera('s) en/of

- (zaak 25) op of omstreeks 25 januari 2008 bij [benadeelde 26] : een televisie en/of - (zaak 26) in of omstreeks de periode van 23 januari 2008 tot en met 24 januari 2008 bij [benadeelde 27]: twee, althans een laptop(s) en/of

- (zaak 27) op of omstreeks 17 januari 2008 bij [benadeelde 28]: vijf, althans een of meer XBOX(en) en/of

(vervolgens) (telkens) telefonisch en/of via internet heeft/hebben aangegeven dat hij/zij dat/die bestelde goed(eren) zou(den) betalen en/of (telkens) zich (telefonisch en/of via internet) bij dat/die bedrijven heeft/hebben voorgedaan als medewerker(s) van het hoofdkantoor (van dat bedrijf/die bedrijven) en/of als medewerker(s) van een bankinstelling en/of (daarbij) (telkens)(in die valse hoedanigheid) heeft/hebben aangegeven dat het/de (bestelde) goed(eren) betaald was/waren en/of dat dat/die goed(eren) kon(den) worden geleverd en/of (vervolgens) (telkens) (telefonisch en/of via internet) een afspraak heeft/hebben gemaakt om dat/die goed(eren) op te halen en/of op te laten halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

Feit 3

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 17 november 2008 op na te noemen plaatsen, in elk geval in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een beroep of gewoonte te maken van het kopen van goederen (telkens) met het oogmerk om zonder volledige betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren,

(telkens) (telefonisch en/of via internet) zich heeft voorgedaan als een medewerker van (een) bedrijf/bedrijven (te weten [naam] van [naam]) en/of (vervolgens) (telkens) (in die valse hoedanigheid) bij navolgende bedrijven - op tijd en plaats daarbij vermeld - navolgende goederen heeft besteld:

- (zaak 42) op of omstreeks 15 november 2008 bij [benadeelde 29]: zes, althans een of meer spelcomputer(s) (type playstation 3) en/of

- (zaak 43) op of omstreeks 15 november 2008 bij [benadeelde 30]: vier, althans een of meer fotocamera('s) (merk Canon) en/of

- (zaak 44) in of omstreeks de periode van 15 november 2008 tot en met 17 november 2008 bij [benadeelde 31]: zes, althans een of meer spelcomputer(s) (type playstation 3) en/of

- (zaak 45) in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 15 november 2008 bij [benadeelde 32]: zes, althans een of meer laptop(s) en/of

- (zaak 46) op of omstreeks 15 november 2008 bij speelgoedwinkel [benadeelde 33]: zeven, althans een of meer spelcomputer(s) (type playstation 3) en/of

(vervolgens) (telkens) telefonisch heeft aangegeven dat hij dat/die bestelde goed(eren) zou betalen en/of (telkens) dat hij dat/die (bestelde) goed(eren) op 20 november 2008 op zou komen halen en/of op zou laten halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf (telkens) niet is voltooid;

Feit 4

hij in of omstreeks de periode van 1 december 2007 tot en met 18 november 2008 te Heerhugowaard en/of Amsterdam en/of elders in Nederland als leider heeft deelgenomen aan een organisatie (bestaande uit onder meer [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere perso(o)n(en)), welke organisatie tot het oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk flessentrekkerij (artikel 326a Sr).

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten 1, 2 en 3. Het onder feit 4 ten laste gelegde kan bewezen worden verklaard voor wat betreft de periode 1 december 2007 tot en met 15 mei 2008. Hij heeft gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Voorts heeft hij gevorderd de hierna te noemen door benadeelde partijen ingediende vorderingen tot de genoemde bedragen toe te wijzen, verdachte daarvoor hoofdelijk aansprakelijk te stellen en de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

- [benadeelde 1] (zaak 1): € 4.555,50;

- [benadeelde 9] (zaak 9): € 3.833,-;

- [benadeelde 23] (zaak 47): € 2.601,66;

- [benadeelde 10] (zaak 10): € 1.657,-;

- [benadeelde 14, 15 en 16] (zaken 14, 15 en 16): respectievelijk € 2.697,-, € 2.198,- en € 2.198,-;

- [benadeelde 17] (zaak 17): € 4.747,48;

- [benadeelde 13] (zaak 13): € 3.143,-;

- [benadeelde 19] (zaak 19): € 6.580,70;

- [benadeelde 6] (zaak 6): € 2.697,-.

Ten aanzien van de op de beslaglijst vermelde goederen heeft hij gevorderd deze verbeurd te verklaren.

4. Bewijs

4.1. Partiele vrijspraak

Ten aanzien van feit 2, zaken 23 en 25

Naar het oordeel van de rechtbank is niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte onder zaken 23 en 25 van feit 2 is ten laste gelegd, nu niet is uit te sluiten dat een ander dan verdachte de telefoons en de televisie heeft besteld bij de bedrijven die in de zaken 23 en 25 aangifte hebben gedaan en deze mogelijke ander zich heeft voorgedaan als een medewerker van het hoofdkantoor van deze bedrijven. Ook overigens is enige betrokkenheid van verdachte bij de zaken 23 en 25 niet gebleken. Verdachte moet derhalve hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsoverwegingen

Ten aanzien van feit 1, zaak 9

De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 9, omdat verdachte ontkent iets met deze zaak te maken te hebben, het in die zaak gebruikte telefoonnummer [nummer] niet bij verdachte in gebruik was en zijn betrokkenheid ook overigens niet uit het dossier blijkt.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Uit het zaaksdossier is op te maken dat zowel [benadeelde 9] als de in zaak 9 ingeschakelde koerier is gebeld door iemand die gebruik maakte van telefoonnummer [nummer]. Dit telefoonnummer hoort bij een SIM-kaart die tijdens een doorzoeking in de cel van verdachte op 7 mei 2008 is aangetroffen. Niet aannemelijk is geworden dat een ander dan verdachte van dit telefoonnummer gebruik heeft gemaakt voor het plegen van dezelfde soort strafbare feiten als waarvan verdachte wordt verdacht. Daarbij is van belang dat de bedrijfsleider van [benadeelde 9] heeft verklaard dat de bestelling was geplaatst door een man die accentloos en algemeen beschaafd Nederlands sprak en als een autochtone Nederlander klonk. Uit het verhoor van verdachte ter zitting is gebleken dat de wijze waarop verdachte spreekt aan deze beschrijving voldoet. Voorts komt de in deze zaak door de dader gebruikte werkwijze geheel overeen met de modus operandi die verdachte volgens eigen zeggen in andere zaken ook heeft gebruikt. Ook heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij wel eens Xboxen heeft besteld en dat het zou kunnen dat hij iets met deze zaak te maken heeft. Gelet op het bovenstaande acht de rechtbank zaak 9 van feit 1 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van feit 2, zaak 26

Verdachte heeft ter zitting onder meer ontkend betrokken te zijn geweest bij de onder feit 2 ten laste gelegde zaak 26. Volgens verdachte moet een ander persoon dit feit hebben gepleegd, omdat verdachte nooit tegen zijn slachtoffers zou hebben gezegd dat voor de bestelde goederen is betaald door middel van een elektronische betaling, zoals het slachtoffer in zaak 26 te horen heeft gekregen.

De rechtbank verwerpt dit betoog. Verdachte heeft ter zitting bekend de door een van de daders in zaak 26 opgegeven naam [naam] te hebben gebruikt bij door hem gepleegde oplichtingen. Voorts is de in deze zaak gebruikte modus operandi vrijwel identiek aan de werkwijze die verdachte volgens eigen zeggen in andere oplichtingzaken heeft gebruikt. Dat deze werkwijze afwijkt op een enkel detail, zoals de opmerking dat de betaling elektronisch zou zijn verricht, is onvoldoende om aan te nemen dat verdachte niet bij dit feit betrokken is geweest, te minder nu uit andere – door verdachte bekende – gevallen van oplichting blijkt dat verdachte al eerder op ondergeschikte punten van zijn vaste werkwijze is afgeweken. De rechtbank acht derhalve ook ten aanzien van deze zaak 26 het medeplegen van poging tot flessentrekkerij bewezen.

Ten aanzien van feit 4

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er geen sprake is van een criminele organisatie. Interne regels en uit te oefenen druk om zich aan die regels te houden ontbreken. Er was geen sprake van een gestructureerde situatie, maar eerder van een opportunistische samenwerking. Dat het langere tijd heeft geduurd, doet daar niet aan af. Verdachte dient derhalve van het onder feit 4 ten laste gelegde te worden vrijgesproken, aldus de raadsman. Ook is verdachte volgens de raadsman niet als leider van de criminele organisatie aan te merken. De raadsman voert daartoe aan dat verdachte heeft verklaard dat hij door [medeverdachte 1] gedwongen werd om mee te doen. Dat verdachte door [medeverdachte 1] onder druk werd gezet wordt bevestigd door de dreigende sms-berichten die de vriendin van verdachte, van [medeverdachte 1] heeft ontvangen.

De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende. Gedurende een aantal maanden heeft verdachte zich, samen met onder andere medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1], schuldig gemaakt aan een groot aantal gevallen van flessentrekkerij door middel van een goed uitgedachte vaste methode. Verdachte nam contact op met de bedrijven en plaatste daar bestellingen. Vervolgens deed hij zich voor als medewerker van de bank of het hoofdkantoor van deze bedrijven om te doen voorkomen dat de bestelde goederen waren betaald en werd door verdachte of zijn medeverdachte(n) een koerier gebeld die de bestelde goederen afhaalde bij voornoemde bedrijven. Doorgaans regelden de medeverdachten vervolgens het in ontvangst nemen van de goederen en het verkopen daarvan. Na bestelling van parfums, was het vooral [medeverdachte 1] degene die de ontvangst en verkoop van de goederen regelde, en met betrekking tot de elektronica vervulde ook [medeverdachte 2] deze rol regelmatig. Ook de wijze waarop de winst verdeeld zou worden, was van tevoren afgesproken. Hieruit valt af te leiden dat sprake is geweest van een vast patroon waarmee de strafbare feiten werden gepleegd binnen een structureel, duurzaam en georganiseerd samenwerkingsverband van meerdere personen, waaronder verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]. De rechtbank is van oordeel dat verdachte op basis van het onderliggende dossier niet als leider valt aan te merken. Maar wel is hem een centrale rol in het geheel toe te dichten, dit mede in het licht van het gegeven dat verdachte de bedenker is van de oplichtingmethode, hij de bestellingen plaatste en de bedrijven het vertrouwen wist te geven dat de goederen betaald waren en hij in het verleden dezelfde methode heeft gebruikt om andere bedrijven op te lichten.

De stelling van de verdediging dat [medeverdachte 1] verdachte zou hebben gedwongen de feiten mede te plegen op een dusdanige wijze dat van verdachte niet kon worden gevergd dat hij de feiten naliet, is niet aannemelijk gemaakt en mist derhalve feitelijke grondslag. De door [medeverdachte 1] verzonden sms-berichten zijn, ook naar hun inhoud, in dit verband van onvoldoende gewicht. Ook anderszins is de rechtbank niet gebleken dat verdachte op enigerlei wijze door een ander werd gedwongen om mee te werken aan de hem verweten feiten.

Gelet op dit een en ander acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie.

4.3. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

hij op tijdstippen in de periode van 11 december 2007 tot en met 6 mei 2008 en 4 november 2008 tot en met 7 november 2008 op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met anderen, een beroep of een gewoonte heeft gemaakt van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren, hebben verdachte en/of zijn mededader(s), telkens met voormeld oogmerk, de navolgende goederen - op tijd en plaats daarbij vermeld - gekocht, te weten:

- (zaak 1) in en omstreeks de periode van 10 april 2008 tot en met 24 april 2008 bij [benadeelde 1]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 78 stuks) en

- (zaak 2) in de periode van 16 april 2008 tot en met 18 april 2008 bij [benadeelde 2]: vijf laptops (merk Targus) en

- (zaak 3) in de periode van 27 maart 2008 tot en met 2 april 2008 bij [benadeelde 3]: vier laptops (merk Hewlett Packard) en

- (zaak 4) in de periode van 27 februari 2008 tot en met 13 maart 2008 bij [benadeelde 4]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 57 stuks) en

- (zaak 5) in de periode van 1 februari 2008 tot en met 25 februari 2008 bij [benadeelde 5]: twee fotocamera's (merk Canon) en

- (zaak 6) in de periode van 25 februari 2008 tot en met 3 maart 2008 bij [benadeelde 6]: drie laptops (merk Asus) en

- (zaak 7) in de periode van 30 januari 2008 tot en met 1 februari 2008 bij [benadeelde 7]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 89 stuks) en

- (zaak 8) in de periode van 30 januari 2008 tot en met 1 februari 2008 bij [benadeelde 8]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 109 stuks) en

- (zaak 9) in de periode van 2 februari 2008 tot en met 4 februari 2008 bij [benadeelde 9]: twaalf spelcomputers (merk XBOX arcade en XBOX pro) en

- (zaak 10) op 24 januari 2008 bij [benadeelde 10]: een televisie (merk JVC) en

- (zaak 11) op 18 januari 2008 bij [benadeelde 11]: vijf laptops (merk Lifetec) en

- (zaak 12) in de periode van 11 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 12]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 160 stuks) en

- (zaak 13) in de periode van 17 januari 2008 tot en met 18 januari 2008 bij [benadeelde 13]: zeven spelcomputers (merk XBOX) en

- (zaak 14) in de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 14]: drie laptops (merk Acer en HP) en

- (zaak 15) in de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 15]: twee laptops (merk Acer) en

- (zaak 16) in de periode van 15 januari 2008 tot en met 16 januari 2008 bij [benadeelde 16]: twee laptops (merk Acer) en

- (zaak 17) in de periode van 29 december 2007 tot en met 31 december 2007 bij [benadeelde 17]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 90 stuks) en

- (zaak 18) op 24 december 2007 bij [benadeelde 18]: drie televisies (merk Pioneer) en

- (zaak 19) in de periode van 12 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 19]: zeven laptops (merk Hewlett Packard) en

- (zaak 20) in de periode van 7 december 2007 tot en met 18 december 2007 bij [benadeelde 20]: vier laptops (merk MSI) en

- (zaak 21) in de periode van 11 april 2008 tot en met 6 mei 2008 bij [benadeelde 21]: een hoeveelheid parfum (ongeveer 88 stuks) en

- (zaak 41) in de periode van 21 januari 2008 tot en met 24 januari 2008 bij [benadeelde 22]: twee laptops (merk Acer) en

- (zaak 47) in de periode van 4 november 2008 tot en met 7 november 2008 bij [benadeelde 23]: meerdere spelcomputers (merk Nintendo en V-tech) en computerspellen en een hoeveelheid toebehoren voor spelcomputers;

Feit 2

hij op tijdstippen in de periode van 7 januari 2008 tot en met 6 mei 2008 op na te noemen plaatsen, tezamen en in vereniging met anderen ter uitvoering van het door verdachte en zijn, verdachtes, mededader(s) voorgenomen misdrijf om een beroep of gewoonte te maken van het kopen van goederen, telkens met het oogmerk om zonder betaling zich en/of (een) ander(en) de beschikking over die goederen te verzekeren,

telkens telefonisch zich heeft/hebben voorgedaan als een medewerker van bedrijven (onder meer [naam] en [naam] en [naam]) en vervolgens telkens in die valse hoedanigheid bij navolgende bedrijven - op tijd en plaats daarbij vermeld - navolgende goederen heeft/hebben besteld:

- (zaak 24) in de periode van 13 februari 2008 tot en met 15 februari 2008 bij [benadeelde 25]: zes telefoons en vier cinemasets en twee portable dvd's en zes digitale camera's en

- (zaak 26) in de periode van 23 januari 2008 tot en met 24 januari 2008 bij [benadeelde 27]: twee laptops en

- (zaak 27) op 17 januari 2008 bij [benadeelde 28]: vijf XBOXen en

vervolgens telkens telefonisch heeft/hebben aangegeven dat hij/zij die bestelde goederen zou(den) betalen en telkens zich telefonisch bij die bedrijven heeft/hebben voorgedaan als medewerker van het hoofdkantoor van dat bedrijf en daarbij telkens in die valse hoedanigheid heeft/hebben aangegeven dat de bestelde goederen betaald waren en dat die goederen konden worden geleverd en/of vervolgens telkens telefonisch een afspraak heeft/hebben gemaakt om die goederen op te laten halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;

Feit 3

hij op tijdstippen in de periode van 4 november 2008 tot en met 17 november 2008 op na te noemen plaatsen, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een beroep of gewoonte te maken van het kopen van goederen telkens met het oogmerk om zonder betaling zich de beschikking over die goederen te verzekeren,

telkens telefonisch zich heeft voorgedaan als een medewerker van een bedrijf (te weten [naam] van [naam]) en vervolgens telkens in die valse hoedanigheid bij navolgende bedrijven - op tijd en plaats daarbij vermeld - navolgende goederen heeft besteld:

- (zaak 42) op 15 november 2008 bij [benadeelde 29]: zes spelcomputers (type playstation 3) en

- (zaak 43) op 15 november 2008 bij [benadeelde 30]: vier fotocamera's (merk Canon) en

- (zaak 44) in de periode van 15 november 2008 tot en met 17 november 2008 bij [benadeelde 31]: zes spelcomputers (type playstation 3) en

- (zaak 45) in de periode van 4 november 2008 tot en met 15 november 2008 bij [benadeelde 32]: zes laptops en

- (zaak 46) op 15 november 2008 bij speelgoedwinkel [benadeelde 33]: zeven, spelcomputers (type playstation 3) en

vervolgens telkens telefonisch heeft aangegeven dat hij die bestelde goederen zou betalen en telkens dat hij die bestelde goederen op 20 november 2008 op zou komen halen,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf telkens niet is voltooid;

Feit 4

hij in de periode van 1 december 2007 tot en met 6 mei 2008 te Heerhugowaard en Amsterdam heeft deelgenomen aan een organisatie (bestaande uit onder meer [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en een of meer andere personen), welke organisatie tot het oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk flessentrekkerij (artikel 326a Sr).

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

1. medeplegen van een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

2. medeplegen van een poging tot een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

3. poging tot een beroep of gewoonte maken van het kopen van goederen met het oogmerk om zonder volledige betaling zich of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren;

4. het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het door [naam], klinisch & forensisch psycholoog uitgebracht rapport van 18 mei 2009 en het door Brijder Verslavingszorg uitgebrachte rapport van 25 juni 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich (samen met onder andere de twee medeverdachten) gedurende een aantal maanden schuldig gemaakt aan (pogingen tot) flessentrekkerij en deelname aan een criminele organisatie. Verdachte bestelde bij een willekeurig gekozen bedrijf goederen ter waarde van duizenden euro’s. Vervolgens deed hij zich voor als een medewerker van een bank of van het hoofdkantoor van dit bedrijf en deelde mee dat het geld was overgemaakt op de rekening van het bedrijf, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval was. Het bedrijf zette vervolgens de bestelling klaar om te worden afgehaald. Verdachte (of een van zijn medeverdachten) schakelde een koerier in die de goederen moest afleveren op een adres in Amsterdam. Het in ontvangst nemen van de goederen gebeurde voornamelijk door één van de medeverdachten of een door hen ingeschakelde persoon. De goederen werden vervolgens doorverkocht door de medeverdachten. Per afgeleverd goed ontving verdachte een van te voren afgesproken deel. De intentie om de goederen te betalen heeft bij verdachte nooit bestaan. Verdachte heeft louter gehandeld uit het oogpunt van financieel gewin, met name om zijn gokverslaving te kunnen bekostigen.

Verdachte heeft samen met de medeverdachten gedurende een ruime periode vele bedrijven ernstig financiële schade toegebracht en hierdoor het noodzakelijk vertrouwen in het handelsverkeer geschaad. Daarnaast had verdachte een centrale rol binnen de criminele organisatie, waardoor hij in belangrijke mate verantwoordelijk was voor het feit dat deze organisatie misdrijven kon (blijven) plegen. Verdachte had er geen enkele moeite mee om hiermee door te gaan tijdens zijn detentie in een penitentiaire inrichting, het gevolg van een hem opgelegde gevangenisstraf ter zake soortgelijke oplichtingen. De inbreng van verdachte binnen de organisatie was cruciaal en zonder deze bijdrage van verdachte zou, naar de indruk van de rechtbank, de organisatie niet hebben bestaan.

Bij de ernst van de feiten past een gevangenisstraf van aanmerkelijke duur. De rechtbank houdt echter rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Uit de psychologische rapportage die omtrent de persoon van verdachte is opgemaakt, komt naar voren dat sprake is van een ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling, in casu van pathologisch gokken (gokverslaving), een obsessief-compulsieve stoornis en een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Tevens is op jonge leeftijd van verdachte zijn wat oudere broertje overleden. Als gevolg daarvan is, aldus de psycholoog, waarschijnlijk sprake van zogeheten ‘vervangkind’-problematiek bij verdachte, hetgeen gepaard gaat met sterke insufficiëntiegevoelens en identiteitsproblematiek. Verdachte heeft een bovengemiddelde intelligentie, maar is kinderlijk qua psychische ontwikkeling, heeft een gebrekkige zelfcontrole en een beperkte gewetensontwikkeling. Volgens de psycholoog is gevaar voor recidive aanwezig aangezien grote kans bestaat dat een behandeling weinig succesvol is, gezien de lange duur van de stoornissen, de verwevenheid met de genoemde vervangkind-problematiek en het feit dat verdachte zó goed heeft leren toneelspelen dat het moeilijk zal zijn te bepalen wanneer verdachte oprecht is of niet. De psycholoog concludeert dat verdachte niet voldoende in staat is zichzelf te reguleren en onder controle te houden, met name niet ten aanzien van zijn financiële gedrag en frauduleuze handelen. De psycholoog adviseert verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen en hem binnen het kader van een (deels) voorwaardelijke straf een verplicht reclasseringscontact op te leggen, met als bijzondere voorwaarde behandeling door een forensisch psychiatrische afdeling/kliniek, dubbel-diagnose afdeling/kliniek of soortgelijke instelling. Daarbij acht de psycholoog het risico zeker aanwezig dat behandeling van verdachte slechts zeer beperkte resultaten zal opleveren.

De rechtbank neemt de conclusies van de deskundige [naam] over, maakt deze tot de hare en zal verdachte veroordelen tot een deels (on)voorwaardelijke vrijheidsbenemende straf. Brijder Verslavingszorg stelt in haar rapport dat er geen plan van aanpak kan worden opgesteld gezien het feit dat de Indicatiecommissie Forensische Zorg (IFZ) geen indicatie heeft kunnen stellen voor een klinische opname en De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie, verdachte slechts op vrijwillige basis wil behandelen. De rechtbank zal derhalve geen bijzondere voorwaarde koppelen aan het voorwaardelijk deel van de vrijheidsbenemende straf.

Ten nadele van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte vele malen eerder ter zake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld tot hoge vrijheidsbenemende straffen en dat verdachte zelfs in detentie is doorgegaan met zijn frauduleuze praktijken. De rechtbank ziet in het vrijspreken van twee in feit 2 ten laste gelegde zaken geen reden om een lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist. Gelet op de Wet voorwaardelijke Invrijheidstelling en de wens van verdachte een groot deel van de eventuele gevangenisstraf voorwaardelijk opgelegd te krijgen om hem ervan te weerhouden wederom soortgelijke strafbare feiten te plegen, zal de rechtbank een hoger voorwaardelijk deel opleggen dan door de officier van justitie geëist.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

8. Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank is, met de raadsman van verdachte, van oordeel dat de schade die de benadeelde partijen hebben geleden, bestaat uit de inkoopwaarde van de goederen die verdachte heeft besteld en geleverd heeft gekregen, zonder BTW. Ten aanzien van de door de benadeelde partijen gevorderde BTW is de rechtbank van oordeel dat niet eenvoudig is vast te stellen hoe de verrekening van de BTW met de fiscus zal plaatsvinden. In het geval door de benadeelde partijen geen inkoopwaarde is opgegeven, berekent de rechtbank deze waarde door de verkoopwaarde te verminderen met de BTW en een geschatte winstmarge van 40%. Het aldus vastgestelde bedrag zal als voorschot op de totale schade worden toegewezen. De benadeelde partijen zullen niet-ontvankelijk worden verklaard voor het deel van hun vordering dat hoger is dan het op voornoemde wijze berekende bedrag.

De benadeelde partij [benadeelde 1] (zaak 1) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.555,50 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 1 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 2.296,89 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal derhalve als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 25 april 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 1] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 2.296,89 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 6] (zaak 6) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.697,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 6 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.359,83 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal derhalve als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 29 februari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 6] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.359,83 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 9] (zaak 9) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.833,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 9 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.932,61 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 4 februari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 9] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.932,61, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 10] (zaak 10) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.657,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 10 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 835,46 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 24 januari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 10] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 835,46, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 13] (zaak 13) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 3.143,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 13 zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.584,71 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. In zoverre zal de vordering dan ook als voorschot op de totale schade worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 13] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.584,71.

De benadeelde partij [benadeelde 14] (zaak 14) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.697,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 ten laste gelegde feit 1 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.359,83 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 16 januari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 14] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.359,83, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 15] (zaak 15) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.198,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 15 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.108,24 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 16 januari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 15] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.108,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 16] (zaak 16) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.198,- ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 16 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.108,24 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 16 januari 2008, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 15] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.108,24, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 17] (zaak 17) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 4.747,48 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde feit zaak 17 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 2.393,69 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 31 december 2007, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 17] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 2.393,69, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 19] (zaak 19) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 5.672,80 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 19 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 3.318,- eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook als voorschot op de totale schade worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 18 december 2007, tot aan de dag der algehele voldoening. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 19] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 3.318,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening.

De benadeelde partij [benadeelde 23] (zaak 47) heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.186,27 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de onder feit 1 ten laste gelegde zaak 47 zou hebben geleden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment van het ontstaan van de schade.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 1.266,40 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder 4.3 bewezenverklaarde feit. Voornoemd bedrag zal dan ook als voorschot op de totale schade dan ook worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van levering van de goederen, te weten 7 november 2008, tot aan de dag der algehele voldoening.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij [benadeelde 23] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4.3 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.266,40, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening.

9. Beslissing omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten 1 telefoontoestel kl: zwart Samsung SGH-280, 1 telefoontoestel kl: zwart Samsung SGH-D500 en diverse papieren dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het bewezenverklaarde feit met behulp van deze voorwerpen die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 57, 140, 326a Wetboek van Strafrecht

11. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte partieel vrij van het onder feit 2 ten laste gelegde (zaken 23 en 25).

Verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van tweeënveertig (42) maanden.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot twaalf (12) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd. De rechtbank stelt daarbij een proeftijd vast van drie jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging van dit voorwaardelijke gedeelte kan worden gelast indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 1] (zaak 1) geleden schade tot een bedrag van € 2.296,89 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 1], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.296,89 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 april 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 32 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 6] (zaak 6) geleden schade tot een bedrag van € 1.359,83 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 6], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.359,83 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 9] (zaak 9) geleden schade tot een bedrag van € 1.932,61 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 9], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 9] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.932,61 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 10] (zaak 10) geleden schade tot een bedrag van € 835,46 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 10], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 10] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 835,46 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 16 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 13] (zaak 13) geleden schade tot een bedrag van € 1.584,71 als voorschot en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 13], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 13] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.584,71 als voorschot, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 14] (zaak 14) geleden schade tot een bedrag van € 1.359,83 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 14], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 14] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.359,83 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 23 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 15] (zaak 15) geleden schade tot een bedrag van € 1.108,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 15], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 15] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.108,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 16] (zaak 16) geleden schade tot een bedrag van € 1.108,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 16], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 16] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.108,24 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 januari 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 21 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 17] (zaak 17) geleden schade tot een bedrag van € 2.393,69 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 17], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 17] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 2.393,69 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 33 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 19] (zaak 19) geleden schade tot een bedrag van € 3.318,- als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 19], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 19] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 3.318,- als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 december 2007 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 43 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [benadeelde 23] (zaak 47) geleden schade tot een bedrag van € 1.266,40 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [benadeelde 23], voornoemd, rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 23] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.266,40 als voorschot, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 november 2008 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 22 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de verplichting ingevolge de maatregel tot schadevergoeding ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart verbeurd:

1 1.00 stk Telefoontoestel kl: zwart Samsung SGH-289 serienummer [nummer]

2 1.00 stk Telefoontoestel kl: zwart Samsung SGH-D500 serienummer [nummer]

3 1.00 stk diverse papieren gevoegd als bijlage bij PV

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. Hofstee, voorzitter,

mrs. W.A.F. Jansen en S.M. Bordewijk, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. D.M.A. Richelle,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2009.