Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ8861

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
15/750112-08 en 761521-07 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak; minderjarige; fotoconfrontatie; beïnvloeding; signalement; vordering tenuitvoerlegging.

De rechtbank Haarlem spreekt de minderjarige verdachte vrij van (tweemaal) openlijke geweldpleging tegen personen. Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank dat aan het slachtoffer en de getuigen foto's van de verdachten zijn getoond zonder daarbij specifieke voorschriften te hanteren. Nu er verdachten waren aangehouden was een meervoudige fotoconfrontatie meer geboden geweest. Aan de fotoconfrontatie die heeft plaatsgevonden kleven dusdanige manco's dat deze als onvoldoende zorgvuldig en betrouwbaar niet tot het bewijs gebezigd kan worden. Bovendien is beïnvloeding van de uitkomst van de confrontatie niet uit te sluiten. Voorts wijzen de opgegeven signalementen niet eenduidig naar verdachte en het had naar het oordeel van de rechtbank voor de hand gelegen de vriendin van verdachte te horen, gelet op zijn mogelijke alibi. Ten aanzien van feit 2 is slechts sprake van een grof signalement.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750112-08 en 761521-07 (TUL)

Uitspraakdatum: 28 september 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek ter terechtzitting van 14 september 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum en plaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1:

hij in de periode van 12 december 2008 tot en met 13 december 2008 te Haarlem met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Gedempte Oude Gracht en/of de Botermarkt, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk geweld bestond uit het trappen tegen die [slachtoffer 1] en/of tegen de fiets van die [slachtoffer 1] (tengevolge waarvan die [slachtoffer 1] ten val kwam) en/of het meermalen met gebalde vuist slaan tegen het hoofd en/of het oor van die [slachtoffer 1].

Feit 2:

hij op 13 december 2008 te Haarlem met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Barteljorisstraat en/of de Kruisstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of onbekend gebleven personen ([slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5]), welk geweld bestond uit

- het slaan tegen het de slaap van die [slachtoffer 2] en/of

- het slaan in de richting van die [slachtoffer 4] en/of

- het tegen een muur duwen van die [slachtoffer 5] en/of

- het met gebalde vuist slaan tegen het jukbeen en/of het trappen tegen de rug van die [slachtoffer 3].

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gedragsbeïnvloedende maatregel voor de duur van één jaar, met 12 maanden vervangende jeugddetentie. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot 120 dagen jeugddetentie, waarvan 51 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen en voorschriften van de William Schrikker Groep. Ten slotte heeft de officier van justitie gevorderd dat de proeftijd van de vordering tot tenuitvoerlegging met parketnummer 761521-07 met één jaar wordt verlengd.

4. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Ten aanzien van feit 1 overweegt de rechtbank het volgende.

De raadsvrouw heeft ter zitting betoogd dat er sprake is geweest van een fotoconfrontatie die niet voldoet aan de eisen zoals gesteld in artikel 6 en 8 van het Besluit toepassing maatregelen in het belang van het onderzoek (hierna: het Besluit).

De rechtbank overweegt hieromtrent dat de fotoconfrontatie waarop de raadsvrouw doelt, een meervoudige fotoconfrontatie betreft. De rechtbank merkt de in de onderhavige zaak uitgevoerde fotoconfrontatie aan als een enkelvoudige confrontatie, waarmee volgens de Nota van Toelichting bij het Besluit vanuit bewijsrechtelijk perspectief ‘behoedzaam’ dient te worden omgegaan. Een enkelvoudige fotoconfrontatie kan feitelijk beter in het kader van de opsporing gebruikt worden, wanneer er nog geen verdachte is aangehouden.

In de onderhavige strafzaak waren drie verdachten aangehouden. De verbalisanten hebben aangever [slachtoffer 1] op 13 december 2008 de betreffende foto’s van de verdachten laten zien en vervolgens is op 30 december 2008 getuige [getuige] bij zijn verhoor met dezelfde foto’s geconfronteerd. De foto’s zijn beide keren tijdens het verhoor getoond zonder daarbij specifieke voorschriften te hanteren. Nu er verdachten waren aangehouden, was een meervoudige fotoconfrontatie, mede gelet op de waarborgen waarmee deze is omgeven, naar het oordeel van de rechtbank meer geboden geweest, zeker wanneer de uitkomst van een dergelijke confrontatie in bewijsrechtelijk opzicht zou moeten worden gebruikt. Aan de fotoconfrontatie die heeft plaatsgevonden kleven dusdanige manco’s dat deze als onvoldoende zorgvuldig en betrouwbaar niet tot het bewijs gebezigd kan worden. Daar komt nog bij dat beïnvloeding van de uitkomst van de confrontatie niet uit te sluiten is, nu de foto’s met een tussenpoos van 17 dagen in dezelfde volgorde aan aangever [slachtoffer 1] en [getuige], die vrienden van elkaar zijn, zijn getoond.

Voorts overweegt de rechtbank dat de opgegeven signalementen van de getuigen en aangever [slachtoffer 1] niet eenduidig naar verdachte wijzen. Zo wordt door getuige [getuige] gezegd dat verdachte kort blond haar zou hebben, terwijl de rechtbank ter zitting heeft kunnen vaststellen dat verdachte geen blond haar heeft. Voorts heeft de verdachte op het onderzoek ter terechtzitting verklaard dat hij ten tijde van het delict halflang zwart haar had. Bovendien is het opgegeven signalement niet dusdanig specifiek dat het niet anders kan zijn dat alleen verdachte daaraan voldoet.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat het voor de hand zou hebben gelegen om de ontkennende verklaring van verdachte te onderzoeken door het verhoren van zijn vriendin. De verdachte heeft namelijk steeds en consequent verklaard dat hij niet bij de ten laste gelegde openlijke geweldpleging aanwezig is geweest. Hij zou tijdens het gebeuren zijn vriendin naar huis hebben gebracht, bij haar zijn gebleven en na enige tijd weer terug zijn gekeerd naar zijn neef die in de stad was gebleven. Dit verhoor heeft echter niet plaatsgevonden en daarmee is het mogelijke alibi van verdachte niet gecontroleerd. Gelet op het voorgaande is derhalve niet uit te sluiten dat verdachte, zoals hij zelf steeds heeft verklaard, ten tijde van het incident inderdaad niet ter plaatse is geweest.

Ten aanzien van feit 2 overweegt de rechtbank het volgende.

Door de aangevers is een signalement opgegeven van de jongens die met het geweld te maken zouden hebben. Uit dit signalement, slechts een grof signalement, kan niet worden afgeleid dat verdachte met het openlijk geweld te maken heeft gehad. Verdachte lijkt slechts te zijn aangehouden omdat hij de neef is van [medeverdachte] en op het moment van aanhouden van die [medeverdachte] aanwezig was. In het dossier bevindt zich geen wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het ten laste gelegde openlijke geweld heeft gepleegd.

5. Vordering tenuitvoerlegging

De rechtbank is van oordeel dat, nu verdachte is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten, de vordering tot tenuitvoerlegging behoort te worden afgewezen.

6. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem ten laste gelegde feiten.

Wijst af de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van de in de zaak met parketnummer 15/761521-07 opgelegde voorwaardelijke straf.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

7. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. Ph. Burgers, voorzitter,

mrs. A.A.F. Donders en P.P.J. van der Meij, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. de Jong,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 september 2009.

Mr. Van der Meij is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.