Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ8806

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
14-09-2009
Datum publicatie
29-09-2009
Zaaknummer
15-700388-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een meisje van 14 jaar. Hij heeft haar een boxruimte in getrokken, haar bevolen zich uit te kleden en haar vervolgens verkracht. GEV 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700388-09

Uitspraakdatum: 14 september 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Midden Holland, HvB Haarlem.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Primair

hij op of omstreeks 25 mei 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht/geduwd,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] bij de nek heeft gepakt en/of gegrepen en/of die [slachtoffer] een (garage)box heeft ingetrokken en/of

- de deur van die (garage)box op slot heeft gedaan en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Je mag er niet uit" of woorden van gelijke aard of strekking en/of

- die [slachtoffer] bij de armen heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of tegen een muur heeft geduwd en/of gedrukt en/of

- (meermalen) heeft gezegd en/of geschreeuwd "Dit is je straf en doe nu je broek naar beneden" en/of "Als je dat niet doet dan laat ik je gewoon niet meer vrij", althans woorden van gelijke aard of strekking en/of

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] heeft afgepakt en/of

- die [slachtoffer] met kracht heeft vastgepakt en/of vastgegrepen en/of die [slachtoffer] heeft geknepen en/of

- de schoenen van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of de broek en/of de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of afgetrokken van haar be(n)en en/of

- heeft gezegd "Dit is je straf hier moet je voor boeten" en/of "Ik ben heel agressief he en dat komt door jou", althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of

- die [slachtoffer] naar achter op het bed heeft geduwd en/of bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen en/of de benen van die [slachtoffer] met kracht heeft opgetrokken en/of opengeduwd met zijn handen,

en/of (aldus) voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

Subsidiair

hij op of omstreeks 25 mei 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, met [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde feit en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact zoals beschreven in het nader te noemen reclasseringsrapport.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1 Redengevende feiten en omstandigheden *1

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

Op 25 mei 2009 heeft verdachte in Zaandam afgesproken met een veertienjarig meisje genaamd [slachtoffer] om een ketting te overhandigen die hij voor haar zou hebben gekocht. Hij zei tegen haar dat ze naar een boxruimte moest komen, waar zij reeds een keer eerder hadden afgesproken. Toen zij bij die boxruimte waren, wilde [slachtoffer] buiten blijven, maar verdachte zei dat ze binnen moest komen. Vervolgens heeft hij haar bij haar arm de box in getrokken en de deur op slot gedaan. *2 Verdachte zei dat ze er niet uit mocht.

Verdachte werd boos en begon te schreeuwen, omdat [slachtoffer] hem geblokt zou hebben op MSN. Hij pakte haar met twee handen bij haar armen en duwde haar tegen de muur. Ze wilde weg, maar hij hield haar vast. Zij vond dit heel eng en stond te trillen. *3 Verdachte zag dat ze bang was. *4 Toen zei hij: “Dit is je straf, doe nu je broek naar beneden.” Zij zei dat ze dit niet wilde, maar hij begon te schreeuwen dat ze haar broek naar beneden moest doen. Vervolgens is ze op een bed, dat in die box stond, gaan zitten en hij trok heel gauw haar broek naar beneden. Hij zei dat als ze het niet zou doen, hij haar gewoon niet meer vrij zou laten. *5

Hij had daarvoor reeds haar telefoon afgepakt, zodat ze niet meer kon bellen. *6 Zij had gezegd dat hij die moest teruggeven, maar dat deed verdachte niet. Toen begon hij haar heel stevig vast te houden. Hij was agressief. Hij was aan het schreeuwen en begon haar te knijpen. *7

[slachtoffer] heeft gezegd dat ze niet wilde dat verdachte haar broek uit trok. Hij trok vervolgens echter ook haar onderbroek uit. Ze had het gevoel dit te moeten toelaten, omdat hij haar anders nooit meer vrij zou laten. Ze voelde zich gevangen en wilde zo snel mogelijk weg. Ze hield haar benen tegen elkaar aan toen ze haar broek uit had, maar hij was sterk. Ze heeft heel duidelijk gezegd dat ze niet wilde. Hij heeft zijn kleren uitgetrokken. Toen ze zei dat ze niet wilde, zei hij: “Dit is je straf, hier moet je voor boeten.” Hij zei de hele tijd: “Ik ben heel agressief he en dat komt door jou.”

Verdachte heeft [slachtoffer] naar achteren op bed geduwd en is op haar gaan zitten. Hij trok haar benen op. Ze probeerde hem tegen te houden om met zijn handen haar benen open te doen, maar dat lukte niet. Toen ging hij met zijn penis in haar vagina. Hij ging heel hard door en het deed erg pijn. Ze zei dat het pijn deed, maar hij ging gewoon verder. *8

Verdachte heeft verklaard dat hij tijdens de hiervoor beschreven gebeurtenissen dacht dat [slachtoffer] bang was dat hij haar iets aan zou doen. Hij hoorde haar eerst zeggen dat ze het niet wilde, maar toen hij daarna begon te schreeuwen, zei ze niets meer, volgens verdachte waarschijnlijk omdat ze bang was. *9

4.3 Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder primair ten laste gelegde feit heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 25 mei 2009 te Zaandam, gemeente Zaanstad, door geweld en andere feitelijkheden en bedreiging met geweld of andere feitelijkheden,

[slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer],

hebbende verdachte meermalen zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] gebracht,

en bestaande dat geweld en die andere feitelijkheden en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] een (garage)box heeft ingetrokken en

- de deur van die (garage)box op slot heeft gedaan en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd “Je mag er niet uit” en

- die [slachtoffer] bij de armen heeft vastgepakt en tegen een muur heeft geduwd en

- meermalen heeft geschreeuwd “Dit is je straf en doe nu je broek naar beneden” en “Als je dat niet doet dan laat ik je gewoon niet meer vrij” en

- de mobiele telefoon van die [slachtoffer] heeft afgepakt en

- die [slachtoffer] met kracht heeft vastgepakt en die [slachtoffer] heeft geknepen en

- de schoenen van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en de broek en de onderbroek van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en

- heeft gezegd “Dit is je straf hier moet je voor boeten” en “Ik ben heel agressief he en dat komt door jou”, en

- die [slachtoffer] naar achter op het bed heeft geduwd en bovenop die [slachtoffer] is gaan liggen en de benen van die [slachtoffer] met kracht heeft opgetrokken en opengeduwd met zijn handen,

en aldus voor die [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:

Verkrachting.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de Pro Justitia-rapporten d.d. 14 augustus 2009 van [naam], psychiater, en d.d. 18 augustus 2009 van [naam], gezondheidszorgpsycholoog en vast gerechtelijk deskundige, en het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 31 augustus 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een meisje van 14 jaar. Hij heeft haar een boxruimte in getrokken, haar bevolen zich uit te kleden en haar vervolgens verkracht. Verdachte heeft hierbij zijn zin doorgezet, ook al wist hij dat het slachtoffer het niet wilde en hij gezien had dat ze bang was.

Dit is een zeer ernstig feit dat naast veel pijn en angst bij het slachtoffer ook grote en langdurige psychische problemen kan veroorzaken. Blijkens de slachtofferverklaring heeft deze verkrachting maanden na het gebeuren nog steeds veel invloed op haar functioneren.

Bij de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met het gegeven dat verdachte volgens bovengenoemde psychiater en psycholoog verminderd toerekeningsvatbaar te achten is. Er is namelijk bij verdachte sprake van zwakbegaafdheid en hoogstwaarschijnlijk een persoonlijkheidsstoornis NAO met trekken van een ontwijkende persoonlijkheidsstoornis, en een paniekstoornis.

Voorts zal de rechtbank er ten voordele van verdachte rekening mee houden dat hij nog jong is en niet eerder in aanraking is geweest met justitie.

De raadsman heeft verzocht in strafverminderende zin rekening te houden met het vormverzuim dat de officier van justitie niet onverwijld op de hoogte is gesteld van de aanhouding van verdachte. De rechtbank zal echter volstaan met de vaststelling dat sprake is geweest van een vormverzuim, zonder hier verdere consequenties aan te verbinden. Verdachte heeft van dit vormverzuim immers op geen enkele wijze nadeel ondervonden.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan.

Daarnaast acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

8. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 2.250,- ingediend tegen verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot na te melden bedrag rechtstreeks voortvloeit uit het bewezenverklaarde feit. Gelet op de onderbouwing van de vordering en het verhandelde ter terechtzitting komt de rechtbank vergoeding van de schade tot een bedrag van € 1.500,- billijk voor. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet in haar vordering ontvangen.

Voorts heeft de benadeelde partij [slachtoffer] een vordering tot schadevergoeding van € 12,08 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het tenlastegelegde feit zou hebben geleden.

Nu niet eenvoudig is vast te stellen dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het bewezenverklaarde feit, zal de rechtbank haar voor dit deel van de vordering niet ontvankelijk verklaren.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.500,-, te vervangen door 25 dagen hechtenis.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 14a, 14b, 14c, 36f, 242.

10. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat het bewezenverklaarde feit het hierboven onder 5. vermelde strafbare feit oplevert.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 10 maanden, niet zal worden tenuitvoergelegd, en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, thans in de persoon van H. Hofwijk, ook als dit inhoudt dat verdachte zal worden aangemeld bij stichting Mee, Amstel en Zaan, waarbij aan hem intensieve woonbegeleiding en begeleiding op het gebied van seksualiteit en relatievorming zal worden geboden, en dat verdachte aan die aanmelding en die begeleiding zal meewerken.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 1.500,- en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.500,-, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 25 dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

11. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. drs. J.W.H.G. Loyson, voorzitter,

mrs. M.F. Ferdinandusse en E.A. Minderhoud, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 14 september 2009.

Mrs. Ferdinandusse en Minderhoud zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

*1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

*2 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 100, 106-107; proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 119, 129.

*3 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 106; proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 129.

*4 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 119.

*5 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 107-109.

*6 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 107; proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 130.

*7 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 107.

*8 Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 108-110, 112.

*9 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 120.