Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ8155

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-09-2009
Datum publicatie
22-09-2009
Zaaknummer
15/740985-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Geldigheid dagvaarding; bewezenverklaring van medeplegen van afpersing en diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740985-08

Uitspraakdatum: 2 september 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 19 augustus 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

PRIMAIR

hij op of omstreeks 16 oktober 2008 te Zandvoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldbedrag van circa 200 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een DVD-map (met daarin ongeveer vijftien DVD's), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde verdachte en/of zijn mededader met bovenaangehaald oogmerk

- (dreigend) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] afgelopen en/of voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gaan staan (waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hun weg niet konden vervolgen) en/of

- met een zwaard (een zogenaamd Samuraizwaard) in de hand en/of met een bivakmuts op/over het hoofd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gelopen en/of

- dat zwaard (dreigend) in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden en/of (vervolgens) (de punt van) dat zwaard tegen de kin en/of de keel, in elk geval in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (dreigend) de woord(en) toegevoegd: "ik wil geld" en/of "ik wil je spullen" en/of "ik wil je portemonnee" en/of "wat heb je daar", althans woord(en) van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

SUBSIDIAIR

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op op of omstreeks 16 oktober 2008 te Zandvoort tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud, waaronder een geldbedrag van circa 200 euro), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een DVD-map (met daarin ongeveer vijftien DVD's), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

hebbende en/of zijnde verdachte en/of zijn mededader met bovenaangehaald oogmerk

- (dreigend) op die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] afgelopen en/of voor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gaan staan (waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] hun weg niet konden vervolgen) en/of

- met een zwaard (een zogenaamd Samuraizwaard) in de hand en/of met een bivakmuts op/over het hoofd in de richting van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] gelopen en/of

- dat zwaard (dreigend) in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden en/of (vervolgens) (de punt van) dat zwaard tegen de kin en/of de keel, in elk geval in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] gehouden en/of

- die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (dreigend) de woord(en) toegevoegd: "ik wil geld" en/of "ik wil je spullen" en/of "ik wil je portemonnee" en/of "wat heb je daar", althans woord(en) van gelijke (dreigende) aard en/of strekking;

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf

verdachte op 16 oktober 2008 te Zandvoort en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

- die [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] in zijn, verdachtes voertuig, naar Zandvoort te vervoeren.

2. Voorvragen

Ter terechtzitting heeft de verdediging aangevoerd dat de dagvaarding voor wat betreft het primair tenlastegelegde medeplegen van afpersing nietig is. Blijkens de aangehaalde wetsartikelen, is namelijk primair medeplegen van afpersing en/of diefstal in vereniging ten laste gelegd. In geval van afpersing dienen de feitelijkheden in de tenlastelegging opgenomen te worden. In casu zijn de feitelijkheden echter uitsluitend bij de diefstal in vereniging en niet bij de afpersing opgenomen. Daarom dient de dagvaarding voor zover deze ziet op het medeplegen van afpersing nietig te worden verklaard nu de tenlastelegging van de afpersing onvoldoende feitelijk is.

De rechtbank verwerpt dit verweer, nu uit de plaatsing van de feitelijkheden in de tenlastelegging duidelijk is dat deze betrekking hebben op zowel de afpersing als de diefstal in vereniging, nu beide feiten zijn gepleegd door middel van dezelfde handelingen van de daders. Ook overigens stelt de rechtbank vast dat er geen grond is voor het oordeel dat de dagvaarding geheel of gedeeltelijk nietig is.

Voorts heeft de rechtbank vastgesteld dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde feiten;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 216 dagen, waarvan 120 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en aftrek van het voorarrest;

- oplegging van de bijzondere voorwaarde, zoals verwoord in het voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, van 2 juni 2009;

- oplegging tot het verrichten van 40 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 20 dagen hechtenis.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1. Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de primair tenlastegelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen:

• de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (dossierpagina 189-196);

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] (dossierpagina 198-199);

• het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] (dossierpagina 94).

4.2. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de primair tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

hij op 16 oktober 2008 te Zandvoort tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee met inhoud, waaronder een geldbedrag van circa 200 euro, toebehorende aan [slachtoffer 1],

en

tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen, een DVD-map met daarin ongeveer vijftien DVD's, toebehorende aan [slachtoffer 1],

hebbende verdachte en zijn mededaders

- dreigend op die [slachtoffer 1] afgelopen en voor die [slachtoffer 1] gaan staan en

- met een zwaard (een zogenaamd Samuraizwaard) in de hand en met een bivakmuts op/over het hoofd in de richting van die [slachtoffer 1] gelopen en

- dat zwaard dreigend in de richting van die [slachtoffer 1] gehouden en vervolgens de punt van dat zwaard tegen de keel van die [slachtoffer 1] gehouden en

- die [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd: “ik wil geld” en “ik wil je spullen” en “ik wil je portemonnee” en “wat heb je daar”.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Medeplegen van afpersing

en

Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sancties

Bij de beslissing over de sancties die aan verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte

zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van het vanwege de Reclassering Nederland uitgebrachte rapport van 2 juni 2009 is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich samen met twee mededaders schuldig gemaakt aan afpersing en diefstal. Verdachte en één van zijn mededaders hebben rond middernacht twee jongens van 15 en 18 jaar op straat aangesproken en gezegd dat zij hun geld en spullen wilden hebben. De andere mededader heeft een Samuraizwaard tegen de keel van één van de jongens gehouden, terwijl verdachte de portemonnee van de jongen heeft aangewezen, waardoor deze tot afgifte ervan is bewogen. De eerstgenoemde mededader heeft intussen een mapje met DVD’s uit de zak van de andere jongen gepakt.

Dit zijn zeer ernstig feiten, die bij de slachtoffers veel angst en schade teweegbrengen. Daarnaast vergroten dergelijke feiten het gevoel van onveiligheid in de samenleving.

Bij de strafmaat houdt de rechtbank ten voordele van verdachte rekening met het feit dat hij niet eerder in aanraking is geweest met politie en justitie. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte als gevolg van de onderhavige strafzaak zijn baan bij de landmacht is verloren.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat een gedeelte daarvan vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van twee jaar opdat verdachte er tijdens die proeftijd van wordt weerhouden strafbare feiten te begaan. Daarbij acht de rechtbank verplicht contact met de Reclassering Nederland gedurende de proeftijd noodzakelijk. Een voorwaarde van die strekking zal aan het voorwaardelijk deel van de op te leggen straf worden verbonden.

Tenslotte is de rechtbank van oordeel dat verdachte een werkstraf van na te noemen duur moet worden opgelegd. Gezien het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de door de officier gevorderde werkstraf onvoldoende recht doet aan de aard en de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten. De werkstraf die de rechtbank zal opleggen is derhalve langer dan door de officier van justitie gevorderd.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 311, 317.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 216 dagen.

Beveelt dat een gedeelte, groot 120 dagen, niet zal worden tenuitvoergelegd, en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaar.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging kan worden gelast, indien:

– verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

– verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland, regio Alkmaar-Haarlem, zolang die instelling dat nodig acht, ook als zulks inhoudt dat verdachte meewerkt aan een intake bij het Psychotrauma Diagnostisch Centum (PDC) en een mogelijk hieruit volgende behandeling, en hij een training gericht op arbeidsvaardigheden (ARVA-training) gaat volgen.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Veroordeelt verdachte tot het verrichten van 80 uren taakstraf in de vorm van een werkstraf, bij het niet naar behoren verrichten te vervangen door 40 dagen hechtenis.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. F.S.N. Nasrullah-Oemar, voorzitter,

mrs. M.J.A. Plaisier en L.M. Kos, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 september 2009.