Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ7433

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
05-08-2009
Datum publicatie
11-09-2009
Zaaknummer
152652 - HA ZA 08-1565
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zorgplicht bank. Bank heeft gewaarschuwd voor risico's en/of-rekening. Bank in casu niet gehouden te adviseren een en/en-rekening te openen. Bank in casu niet gehouden tot extra controle op transacties. Bank in casu niet gehouden de medewerking van alle rekeninghouders te verlangen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 74
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JE 2010, 20
JOR 2009/326
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 152652 / HA ZA 08-1565

Vonnis van 5 augustus 2009

in de zaak van

[eiseres]

wonende te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. M. Zee te Purmerend,

tegen

de coöperatie

COÖPERATIEVE RABOBANK WATERLAND EN OMSTREKEN U.A.,

gevestigd te Purmerend,

gedaagde,

advocaat mr. M. Middeldorp te Haarlem.

In navolging van de comparitie, waar mevrouw [eiseres] te kennen heeft gegeven dat zij bij voorkeur wordt aangesproken met de naam van wijlen haar echtgenoot [eiseres], zullen partijen hierna [eiseres] en Rabobank genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 25 februari 2009

- het proces-verbaal van comparitie van 8 mei 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [A] (hierna: ‘[A]’) is een broer van [eiseres]. In verband met de slechte gezondheid waarin [eiseres] destijds verkeerde, is zij in 2004 met [A] overeengekomen dat hij haar vermogen zou beheren, waarbij maandelijks aan [eiseres] een bedrag van EUR 1.500,00 zou worden betaald voor haar vaste lasten. [eiseres] en [A] zijn in verband met het voorgaande op 16 augustus 2004 met Rabobank een ‘Overeenkomst Rabo TotaalPakket’ (hierna: de overeenkomst) aangegaan. Voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst hebben [eiseres] en [A] een gesprek gehad met mevrouw [B] (hierna: ‘[B]’), werkzaam als accountmanager bij Rabobank.

2.2. Ten behoeve van [eiseres] en [A] is ten name van hen een betaalrekening geopend met nummer [betaalrekeningnummer] (hierna: ‘de betaalrekening’) en een internetspaarrekening met nummer 1101.577.925 (hierna: ‘de internetspaarrekening’), hierna tezamen te noemen ‘de gezamenlijke rekeningen’. In de overeenkomst is - voor zover hier van belang - o.a. het volgende opgenomen:

Rekeninghouder

Voorletter(s) en naam [A]

Adres (…):

Woonplaats [p]

Geboortedatum (…)

hierna te noemen: rekeninghouder 1

Voorletter(s) en naam [eiseres]

Adres (…):

Woonplaats [p]

Geboortedatum (…)

hierna te noemen: rekeninghouder 2

voor zover in deze overeenkomst wordt gesproken over “de rekeninghouder” zonder specificatie met een nummer, dient daaronder begrepen te worden rekeninghouder 1 en rekeninghouder 2, zowel samen als ieder afzonderlijk;

Betalen

Nieuw

Naam betaalrekening Rabo TotaalPakketrekening

Rekeningnummer [betaalrekeningnummer]

De rekening wordt onder de volgende tenaamstelling in de administratie van de bank opgenomen:

Tenaamstelling [A] eo [eiseres]

De bank stuurt correspondentie betreffende deze rekening naar:

Adres (…)

[p]

Frequentie rekeningafschriften Maandelijks

Voorwaarden Van toepassing zijn:

- de Algemene voorwaarden voor betaalrekeningen van de Rabobank 2004

Sparen

Nieuw

Naam betaalrekening Rabo InternetBonusSparen

Rekeningnummer [spaarrekeningnummer]

De rekening(en) word(t)(en) onder de volgende tenaamstelling in de administratie van de bank opgenomen:

Tenaamstelling [A] eo [eiseres]

De bank stuurt correspondentie betreffende deze rekening naar:

Adres (…)

[p]

(…)

Voorwaarden Van toepassing zijn:

- de Algemene voorwaarden voor Rabo InternetBonusSparen 2003

(…).

In afwijking van het voorgaande, is vanaf 18 augustus 2004 [eiseres] aangemerkt in het systeem van Rabobank als rekeninghouder sub 1 en [A] als rekeninghouder sub 2.

2.3. In artikel 3 van de Algemene voorwaarden voor betaalrekeningen van de Rabobank 2004 is - voor zover hier van belang - het volgende opgenomen:

3. Rekening op naam van meer rekeninghouders

Indien de bank de rekening voor meer rekeninghouders aanhoudt, kunnen de rekeninghouders -tenzij schriftelijk anders met de bank is overeengekomen- zowel samen als ieder afzonderlijk over een tegoed op de rekening beschikken ongeacht of een tegoed op enig tijdstip in enige (andere) gemeenschap valt. (…) Hiertoe hebben de rekeninghouders elkaar door het aangaan van de overeenkomst -voor zover nodig- (reeds nu voor alsdan) volmacht verleend met het recht van substitutie, die niet eindigt door overlijden, onderbewindstelling of ondercuratelestelling van de volmachtgever. Hiervoor gelden de volgende bepalingen:

(…)

c. de bank kan in naar haar oordeel bijzondere gevallen de medewerking van alle rekeninghouders verlangen om over een tegoed op de rekening en een krediet te beschikken;

(…)

Artikel 3 aanhef en onder c van de Algemene voorwaarden voor Rabo InternetBonusSparen 2003 houdt mutatis mutandis hetzelfde in.

2.4. Op 18 oktober 2004 is inzake de verkoop van de voormalige woning van [eiseres] via de notaris een bedrag van EUR 444.499,73 bijgeschreven op de betaalrekening met rekeningnummer [betaalrekeningnummer]. Op dezelfde dag is door [A] een bedrag van EUR 400.000,00 van de betaalrekening overgeboekt naar de internetspaarrekening. In de periode 18 oktober 2004 tot en met 12 januari 2005 is door [A] een bedrag van in totaal EUR 441.710,16 overgeboekt van de gezamenlijke rekeningen naar een rekening op naam van [A].

2.5. Bij brief van 27 juni 2005 bericht [B] aan [eiseres], onder meer als volgt:

Afgelopen maandag hadden wij telefonisch contact.

Zoals afgesproken stuur ik bijgaand de betalingsoverzichten toe. (…)

Ook van het verloop van dit saldo treft u een overzicht aan.

Het huidig saldo van rekeningnummer [betaalrekeningnummer] is EUR 2,10

Het huidig saldo van de Internetbonus rekeningnummer [spaarrekeningnummer] is EUR 0,00.

2.6. Op 27 augustus 2005 heeft [eiseres] aangifte van verduistering gedaan tegen [A]. Daarnaast heeft [eiseres] een gerechtelijke procedure tegen [A] geëntameerd.

2.7. Bij (tussen)vonnis van 30 augustus 2006 heeft de rechtbank Amsterdam [A] veroordeeld tot (onder meer) betaling aan [eiseres] van EUR 275.285,16 vermeerderd met wettelijke rente. Daarnaast heeft de rechtbank Amsterdam [A] bij (in kracht van gewijsde gegaan) vonnis van 25 juli 2007 veroordeeld tot (onder meer) betaling aan [eiseres] van bedragen van EUR 200.000,00 en EUR 105.341,00 (terzake van door [eiseres] aan de fiscus betaald schenkingsrecht), te vermeerderen met de wettelijke rente, beslagkosten en proceskosten.

Niet bekend is welk bedrag [eiseres] daarvan inmiddels heeft geïncasseerd.

2.8. Bij brief van 21 december 2007 heeft de raadsman van [eiseres] Rabobank aansprakelijk gesteld wegens, kort samengevat, schending van de bijzondere zorgplicht van Rabobank jegens [eiseres].

2.9. Bij brief van 22 februari 2008 heeft Rabobank aan [eiseres] laten weten geen aansprakelijkheid te erkennen.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeling van Rabobank

- tot betaling aan [eiseres] van EUR 440.729,73, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 18 oktober 2004 tot aan de dag der algehele voldoening;

- onder de voorwaarde dat het door [eiseres] gevorderde zal worden toegewezen tot tenminste een bedrag ad EUR 47.207,--: tot vergoeding aan [eiseres] van een bedrag ad EUR 5.160,-- te vermeerderen met de wettelijke rente over het aldus verkregen bedrag vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

- in de kosten van de procedure.

3.2. [eiseres] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Rabobank in haar jegens [eiseres] in acht te nemen zorgverplichting is tekortgeschoten, als gevolg waarvan [eiseres] schade heeft geleden begroot op een bedrag van EUR 440.729,73.

3.3. Rabobank voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen is in geschil of Rabobank jegens [eiseres] is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen, meer in het bijzonder de op haar als bankinstelling rustende bijzondere zorgplicht, zowel bij het aangaan van de overeenkomst als bij de uitvoering daarvan. [eiseres] heeft Rabobank in dat verband een aantal verwijten gemaakt.

4.2. Voorop wordt gesteld dat Rabobank dient te worden aangemerkt als een professionele instelling die is ingericht op het verrichten van financiële transacties. Van Rabobank mag derhalve worden verwacht dat zij over meer deskundigheid beschikt ten aanzien van het aangaan van financiële overeenkomsten dan een consument als [eiseres]. Voor Rabobank geldt voorts dat zij uit hoofde van haar maatschappelijke functie als bank een bijzondere zorgplicht heeft jegens zowel haar cliënten uit hoofde van de met hen bestaande contractuele verhouding, als ten opzichte van derden met wier belangen zij rekening behoort te houden op grond van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt. De reikwijdte van de bijzondere zorgplicht hangt af van de omstandigheden van het geval (HR 9 januari 1998, NJ 1999/285).

4.3. Rabobank heeft erkend dat zij als bankinstelling een bijzondere zorgplicht heeft jegens haar klanten. Zij betwist echter dat zij jegens [eiseres] in de nakoming van de op haar rustende verplichtingen is tekortgeschoten. Rabobank heeft aangevoerd dat, gelet op de bijzondere zorgplicht, zij het beleid heeft dat klanten bij – in dit geval – het sluiten van een en/of-rekening altijd worden geattendeerd op de risico’s van zo’n rekening en voorts wordt, bij bijvoorbeeld oudere mensen, een inschatting gemaakt of de klant ook heeft begrepen wat de bedoeling en de consequenties van een dergelijke rekening zijn. Als maar enigszins de indruk bestaat dat het niet goed zit of als getwijfeld wordt aan de verstandelijke vermogens van een nieuwe klant, aldus Rabobank, zal zij geen overeenkomst aangaan. Rabobank heeft in dit kader aangevoerd dat [eiseres] overkwam als een vrouw die goed wist waarover gesproken werd en dat er derhalve geen reden was om, bijvoorbeeld gelet op de leeftijd van [eiseres], door te blijven vragen dan wel anders te adviseren. Dat daarnaast nog sprake zou zijn van een verdergaande zorgplicht, zoals door [eiseres] gesteld is, wordt door Rabobank betwist.

4.4. De rechtbank oordeelt als volgt.

[eiseres] heeft ter comparitie verklaard dat zij met haar broer is overeengekomen dat hij haar bankzaken zou doen, waaronder het beheer van haar vermogen en het betalen van rekeningen. Hij zou haar maandelijks EUR 1.500,00 voor haar vaste lasten geven. [eiseres] heeft ook verklaard dat zij met haar broer had afgesproken dat hij “alles eerst met haar zou overleggen”. [eiseres] heeft voorts nog verklaard dat zij en haar broer voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst met de medewerkster van Rabobank, [B], een gesprek hebben gevoerd, waarbij [B] aan [eiseres] heeft gevraagd of zij wist wat een en/of-rekening was en of zij zich realiseerde dat haar broer zelfstandig geld zou kunnen opnemen. [eiseres] heeft hierop geantwoord dat zij dit wist, omdat zij en wijlen haar man ook een en/of-rekening hebben gehad. Namens [eiseres] is ter comparitie aangegeven dat geen sprake is geweest van dwaling aan haar zijde. Naar het oordeel van de rechtbank mocht Rabobank onder deze omstandigheden er van uit gaan dat [eiseres] bij het sluiten van de overeenkomst een juiste voorstelling van zaken had. Zij begreep en wist wat voor rekening zij opende, waarbij Rabobank haar voldoende voor de eventuele risico’s, waaronder het feit dat haar broer zelfstandig over de rekeningen zou kunnen beschikken, had gewaarschuwd en daarmee aan haar mededelingsplicht had voldaan. Het verwijt van [eiseres] dat Rabobank haar desalniettemin had moeten adviseren om een en/en-rekening te openen, faalt. [eiseres] verzuimt te onderbouwen op grond waarvan Rabobank onder de gegeven omstandigheden deze verplichting zou hebben, althans waarom in dit geval het niet adviseren van een ander type bankrekening moet worden aangemerkt als een tekortkoming aan de zijde van Rabobank. Voor zover [eiseres] bedoeld heeft te betogen dat [B], namens Rabobank, haar had moeten waarschuwen voor de slechte financiële situatie van haar broer, overweegt de rechtbank het volgende. Tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Rabobank is namens [eiseres] ter comparitie slechts aangevoerd dat haar broer in 1996/1997 in financiële problemen zat en dat door een andere broer daarover destijds zou zijn gesproken met [B]. Nog daargelaten de vraag of het een bankinstelling vrij staat een derde te informeren over de financiële positie van een klant, is daarmee geenszins komen vast te staan dat de broer van [eiseres] ten tijde van het sluiten van de overeenkomst in financiële problemen verkeerde noch dat [B] c.q. Rabobank daar weet van had. In dat kader heeft Rabobank erop gewezen dat een accountmanager als [B] een kring van zo’n 100 klanten heeft en dat [B] niet de vaste adviseur van [A] was.

4.5. De volgende vraag die moet worden beantwoord, is of in dit geval sprake is van een verdergaande zorgplicht van Rabobank, bij de uitvoering van de overeenkomst, inhoudende dat Rabobank [eiseres] - naast haar vooraf te waarschuwen voor de mogelijke risico’s van een dergelijke rekening - tevens de plicht had [eiseres] te beschermen tegen bepaalde, op zichzelf rechtsgeldige, grote transacties van haar mede-rekeninghouder [A]. Namelijk, zo begrijpt de rechtbank, in het geval die transacties [eiseres] zouden benadelen. Deze vraag dient ontkennend te worden beantwoord. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

4.6. In het geval van een gezamenlijke bankrekening betreft het – anders dan bij bijvoorbeeld aandelen-/optiehandel – een relatief eenvoudig en overzichtelijk financieel product, waarbij de rechten en plichten van de rekeninghouder duidelijk uit de overeenkomst blijken. Dit wordt door [eiseres] ook niet ontkend. Daarmee verdraagt zich niet een zó verreikende zorgplicht van banken dat zij iedere individuele transactie van daartoe gerechtigde (mede)rekeninghouders zou moeten controleren. Gezien het feit dat door klanten dagelijks vele tienduizenden, veelal digitale, transacties worden verricht, zou een dergelijk toezicht de dagelijkse bedrijfsvoering van banken in ernstige mate belemmeren. In meer specifieke gevallen, zoals bijvoorbeeld bij een rekening van een minderjarige, kunnen zich omstandigheden kunnen voordoen die tot een dergelijk verdergaande zorgplicht van de bank zouden kunnen nopen. Van een dergelijke situatie is hier geen sprake. [eiseres] was bekend met het feit dat haar broer zelfstandig over het vermogen zou kunnen beschikken en heeft nu juist te kennen gegeven dat het ook de bedoeling was dat haar broer haar vermogen zou gaan beheren. Het tegoed op de rekening liet de (overigens rechtsgeldig verrichte) transacties toe. [eiseres] heeft geen nadere feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat sprake was van dermate specifieke problemen in die zin dat dit met zich bracht dat Rabobank extra toezicht had moeten houden op de transacties door [A].

4.7. Het verwijt van [eiseres] dat Rabobank, buiten medeweten en zonder toestemming van [eiseres], een bedrag van EUR 400.000,- van de betaalrekening heeft doen bijschrijven op de internetspaarrekening, terwijl door [eiseres] geen ‘tegenrekening’ is opgegeven bij Rabobank, faalt eveneens. Niet alleen miskent [eiseres] daarmee dat het niet Rabobank maar [A] is geweest die de overboekingen heeft verricht, maar ook dat sprake was van interne overboekingen, namelijk van de betaalrekening naar de internetspaarrekening, waartoe [A] als (mede)rekeninghouder eveneens gerechtigd en bevoegd was. Het enkele feit dat het hier ging om een aanzienlijk bedrag maakt dit niet anders, te meer nu op het moment van de overboekingen op de betaalrekening voldoende tegoed aanwezig was. Dat Rabobank daarbij - volgens [eiseres] ten onrechte - geen toepassing heeft gegeven aan art. 3 sub c van de Algemene voorwaarden, maakt dit niet anders. Dit artikellid bevat geen verplichting voor Rabobank, maar de mogelijkheid om - in naar haar [eigen] oordeel bijzondere gevallen - de medewerking van alle rekeninghouders te verlangen om over een tegoed op de rekening te beschikken. Rabobank heeft bij de beoordeling daarvan derhalve een zekere discretionaire bevoegdheid. Dat de rekeningen (slechts) gevoed zouden worden met het vermogen van [eiseres], leidt op zichzelf niet tot de conclusie dat Rabobank derhalve de medewerking van alle rekeninghouders had dienen te verlangen om over de tegoeden te beschikken. Ook de overboekingen door [A] van de gezamenlijke rekening naar zijn eigen rekening kunnen die conclusie niet rechtvaardigen. Zonder nadere onderbouwing – die ontbreekt – valt niet in te zien waarom Rabobank gehouden was aan [eiseres] nadere toestemming te vragen. Hoewel [A] in korte tijd vrijwel alle tegoeden aan het vermogen van [eiseres] heeft onttrokken en daarmee onmiskenbaar onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiseres], kan van Rabobank niet hetzelfde worden gezegd. Het betrof immers rechtmatige overboekingen van een rekeninghouder naar een (andere) rekening van die(zelfde) rekeninghouder.

Gelet op al het voorgaande is het niet onbegrijpelijk dat Rabobank de transacties verricht door [A] niet als een ‘bijzonder geval’ als bedoeld in art. 3 sub c van de Algemene voorwaarden heeft beschouwd. Een tekortkoming in de nakoming van de op Rabobank rustende verplichtingen levert het in ieder geval niet op.

4.8. [eiseres] heeft voorts nog gesteld dat Rabobank zou hebben nagelaten om aan [eiseres] de bankafschriften waaruit de verrichte mutaties konden blijken toe te zenden. Dit betoog faalt. Zowel uit de overeenkomst, als haar verklaring ter comparitie volgt dat het de bedoeling van [eiseres] en [A] was dat de bankafschriften naar [A] gingen. [eiseres] heeft aangegeven dat zij op dat moment geen vast adres had. Voorts is gesteld noch gebleken dat [eiseres] op enig moment na het sluiten van de overeenkomst Rabobank heeft verzocht om toezending van de bankafschriften. Bij brief van 27 juni 2005 heeft Rabobank, na een telefonisch verzoek van [eiseres] daartoe, betalingsoverzichten aan [eiseres] gezonden. Van overige - al dan niet herhaalde - verzoeken door [eiseres] is niet, althans onvoldoende, gebleken.

4.9. Op grond van het voorgaande moet worden geconcludeerd dat Rabobank tegenover [eiseres] noch de op haar rustende bijzondere zorgplicht noch haar overige (contractuele) verplichtingen heeft geschonden. Van een toerekenbare tekortkoming van Rabobank jegens [eiseres] is derhalve geen sprake, zodat op haar ook geen schadevergoedingsverplichting rust. De vorderingen van [eiseres] dienen om die reden dan ook te worden afgewezen.

4.10. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Rabobank worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 5.160,00 (2,0 punten × tarief EUR 2.580,00)

Totaal EUR 5.160,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van Rabobank tot op heden begroot op EUR 5.160,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries en in het openbaar uitgesproken op

5 augustus 2009.?