Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ7385

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
31-08-2009
Datum publicatie
10-09-2009
Zaaknummer
432698 VV EXPL 09-204
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eiser (piloot bij Transavia) is op staande voet ontslagen na misdragingen tijdens een 'stop over'. Eiser stelt dat zijn gedrag hem niet kan worden verweten, omdat het zich heeft voorgedaan onder invloed van een (eerst op een later tijdstip gediagnosticeerde) bipolaire stoornis. Hij vordert in kort geding wedertewerkstelling en doorbetaling van zijn salaris.

Vooropgesteld wordt dat de enkele omstandigheid dat de werknemer van de gedraging geen verwijt valt te maken, niet zonder meer voldoende is om een ontslag op staande voet wegens die gedraging te blokkeren. Ook zonder verwijtbaarheid kan een gedraging van de werknemer dus een dringende ontslagreden opleveren, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval.

De kantonrechter is van oordeel dat het gedrag eiser niet kan worden verweten, omdat hij heeft gehandeld onder invloed van een psychische stoornis die zijn gedrag zodanig heeft bepaald dat hij daar zelf geen normale kijk op heeft gehad. Ook levert het gedrag geen dringende reden voor ontslag op staande voet op, omdat eiser op het moment dat het gedrag zich voordeed, nog niet kon weten dat hij aan een ernstige psychische stoornis leed.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 677
Burgerlijk Wetboek Boek 7 678
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 166
JAR 2009/239
AR-Updates.nl 2009-0684
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 432698/ VV EXPL 09-204

datum uitspraak: 31 augustus 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

[eiser]

te [woonplaats]

eiser

hierna te noemen [eiser]

gemachtigde mr. J.W. Stam

tegen

de commanditaire vennootschap met een beherende vennoot

TRANSAVIA AIRLINES C.V.

te Luchthaven Schiphol

gedaagde

hierna te noemen Transavia

gemachtigde mr. P.M. Klinckhamers

De procedure

[eiser] heeft Transavia bij niet betekende dagvaarding opgeroepen voor de kantonrechter te Haarlem. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 augustus 2009, tezamen met een door Transavia ingediend (voorwaardelijk) verzoekschrift tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [eiser] (zaak/rep.nr.: 432522/ AO VERZ 09-737). Transavia is vrijwillig ter zitting verschenen. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

1. [eiser], 40 jaar oud, is op 1 maart 2008 bij Transavia in dienst getreden in de functie van Junior First Officer Boeing 737, tegen een salaris van € 4.621,26 bruto per maand, exclusief vakantietoeslag en overige emolumenten.

2. Op 11 juli 2009 is [eiser] door Transavia ingezet op een vlucht van Amsterdam naar Hurghada, met op de volgende dag een terugvlucht naar Amsterdam. Naast [eiser] waren gezagvoerder [AAA] (hierna: [AAA]) en nog vier cabincrewleden op de vlucht werkzaam.

3. Op 12 juli 2009 heeft [AAA] vanuit Hurghada aan Transavia gemeld dat [eiser] niet in staat was om terug te vliegen. Transavia heeft een vervangende copiloot ingezet.

4. Bij emailbericht van 13 juli 2009 heeft [AAA] onder meer het volgende aan Transavia medegedeeld:

“In Hurghada spreken we af in de hotelbar. [...] [eiser] komt met een aantal sexistische opmerkingen die bij sommige crewleden in het verkeerde keelgat schiet. [...] hij gaat gewoon door met deze opmerkingen. [...] De pickuptijd was om 21.30 uur [...] Om 21.15 was iedereen bij de receptie van het hotel in Uniform. Alleen [eiser] stond er nog in t-shirt te wachten op de rekening en een hamburger die nog gegeten moest worden. [...] [eiser] kon de rekening niet meer betalen en probeerde iemand uit Hurghada zover te krijgen dit voor hem te doen. [...] Ik heb uiteindelijk de rekening (34 euro) voor hem betaald en m’n excuses aangeboden aan de receptiemedewerkers [...]. [eiser] vertelde in de taxi dat hij de hele nacht niet geslapen had [...]. Hij verzocht mij te vliegen naar Amsterdam omdat hij niet fit was.”

5. Eveneens op 13 juli 2009 heeft cabin attendant [BBB] een emailbericht met onder andere de volgende inhoud aan Transavia gezonden:

“[eiser] begon te praten over homoseksuelen. Deze zouden altijd vieze seks hebben [...] Dit kwam op mij over als een belediging en heeft mij zeer gekwetst. [...] Deze man heeft dringend psychische hulp nodig.”

6. Bij e-mail bericht van 14 juli 2009 heeft purser [CCC] onder meer het volgende aan Transavia geschreven:

“Tijdens de reis van de Airport naar onze accommodatie begon hij erg provocerend en intimiderend te spreken. [...] Bij de naborrel in het hotel begon de heer [eiser] wederom over het ATM verhaal [...] hierop volgde een te gore uitleg [...] op een hele intimiderende en grove manier. [...] Tegen een cabine collega zei hij alle homo’s zijn vies [...] Ik [...] was letterlijk bang voor hem. [...] Hij is zeer onbeschoft geweest tegen het hotel personeel [...] heel neerbuigend. Hij had geen geld om zijn rekening te betalen toen hij uitcheckte dus hij wilde het hotel verlaten zonder te betalen [...] uiteindelijk heeft de captain zijn rekening betaald. [...] Aan boord terug naar Amsterdam heeft hij eten en drinken besteld wat hij pertinent niet wilde afrekenen. En daar heeft hij aan boord ook stennis over lopen maken, hij zei ik heb al genoeg gezeik gehad waar passagiers bij waren.”

7. Eveneens op 14 juli 2009 heeft cabin attendant [DDD] een schriftelijke verklaring afgelegd, waarin zij onder meer het volgende heeft opgemerkt:

“Aangekomen in Hurgada [...] maakt hij allerlei seksuele opmerkingen [...] [CCC] zegt hierop [...] of hij wil stoppen met dit onderwerp. [eiser] [...] gaat gewoon door. [...] Tegen [BBB] maakt hij opmerkingen over zijn seksuele voorkeur [...] Het was zeer discriminerend.”

8. Transavia heeft [eiser] naar aanleiding van de klachten over zijn gedragingen op 14 juli 2009 geschorst en hem bij brief van 15 juli 2009 uitgenodigd voor een gesprek op 20 juli 2009.

9. [eiser] heeft per emailbericht van 18 juli 2009 zijn versie van de gebeurtenissen in Hurghada aan Transavia gestuurd en in een emailbericht van 19 juli 2009 aan zijn collega’s (onder andere) laten weten de gebeurtenissen te betreuren.

10. In de ochtend van 20 juli 2009 is [eiser] opgenomen op de (open) afdeling Psychiatrie van het Kennemer Gasthuis te Haarlem, nadat hij in de voorgaande nacht het interieur van zijn woning had vernield en de politie door de buren was gealarmeerd.

11. Op 20 juli 2009 is [eiser] door zowel de Vereniging van Nederlandse Verkeersvliegers (hierna: VNV) als zijn moeder telefonisch bij Transavia ziek gemeld.

12. Bij brief van dezelfde datum heeft Transavia aan [eiser] medegedeeld dat de gebeurtenissen op 11 en 12 juli 2009 voor haar een dringende reden opleveren voor ontslag op staande voet en dat zij, alvorens hiertoe over te gaan, [eiser] een laatste mogelijkheid geeft om op 22 juli 2009 schriftelijk dan wel mondeling te reageren.

13. Bij brief van 21 juli 2009 heeft de VNV Transavia verzocht om het besluit tot het geven van ontslag op staande voet aan te houden, totdat meer helderheid over de psychische gesteldheid van [eiser] bekend zou zijn.

14. Op 22 juli 2009 heeft [eiser] zich schriftelijk ziek gemeld met ingang van 20 juli 2009 en aangegeven die dag niet op kantoor te kunnen verschijnen.

15. Bij brief van 22 juli 2009 heeft Transavia [eiser] op staande voet ontslagen, waarbij zij onder meer het volgende heeft opgemerkt:

“U heeft de gestelde termijn ongebruikt laten passeren. [..] Uw ziekmelding hebben wij meegewogen, maar brengt voor ons geen verandering in de situatie.”

16. Bij brief van 27 juli 2009 heeft de VNV namens [eiser] de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

17. Bij brief van 6 augustus 2009 heeft E. Fletterman, behandelend psychiater van [eiser], onder meer het volgende aan [eiser] geschreven:

“Uw gedrag, en het vermoeden dat dit werd veroorzaakt door een psychiatrisch toestandsbeeld, is aanleiding geweest om u een opname aan de bieden. [...] De voorlopige diagnose op dat moment was een ‘manisch psychotisch’ toestandbeeld [...] De symptomen die passen bij een dergelijk toestandbeeld, en waarvan ook bij u ten tijde van opname in meer of mindere mate sprake was, zijn een eufore of gemengd eufoor-depressieve stemming, verhoogd associatief denkvermogen, versneld denken, sterk verminderde slaapbehoefte, achterdochtige gedachten, waan(achtige) ideeën, ontremming in het gedrag en oordeels- en kritiekstoornissen. [...] Meestal ontstaat een dergelijke toestand niet van het ene op het andere moment: terugkijkend zijn meestal, in de dagen of weken daaraan voorafgaand, al aanwijzingen te vinden voor een verandering. Bijvoorbeeld [...] verhoogde spreekdrang, geen tegenspraak dulden, [...] seksueel gedrag dat sociaal niet of nauwelijks aanvaardbaar is [...] Ook in uw geval is het waarschijnlijk dat symptomen van de ziekte al voor 20 juli zijn ontstaan. [...] Het is heel waarschijnlijk dat ook uw gedrag op 11 en 12 juli gekleurd werd door het manisch-psychotisch ziektebeeld. [...] De kans is groot dat [...] de patiënt zelf op dat moment niet het idee heeft anders te zijn en zich niet bewust is van de impact die zijn gedrag heeft [...].”

De vordering

[eiser] vordert, na zijn vordering te hebben gewijzigd, bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van Transavia tot betaling van het salaris vanaf

22 juli 2009 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente en de wettelijke verhoging, en wedertewerkstelling in de eigen of een andere, passende functie vanaf het moment dat hij arbeidsgeschikt is, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Transavia daarmee in gebreke blijft, met veroordeling van Transavia in de kosten van de procedure.

[eiser] legt aan zijn vordering het volgende ten grondslag.

Het ontslag is nietig omdat een dringende reden ontbreekt en daarom heeft [eiser] recht op doorbetaling van het salaris, en -na zijn herstel- op hervatting van zijn werkzaamheden.

Na het incident op 11/12 juli 2009 is geconstateerd dat hij aan een bipolaire stoornis lijdt, welke tot soms bizar en extreem gedrag leidt, dat door de patiënt zelf niet als zodanig wordt ervaren. Zoals blijkt uit de brief van de behandelend arts van [eiser] van 6 augustus 2009, kondigt deze ziekte zich meestal al enige dagen of weken van tevoren aan doordat de patiënt afwijkend en onaangepast gedrag gaat vertonen. Bij [eiser] heeft de ziekte zich voor het eerst gemanifesteerd toen hij op 24 juni 2009 in Denemarken last kreeg van een hevige angstaanval, waardoor hij het hotel in Malmö waar hij verbleef, is uitgevlucht, zich tot de politie heeft gewend en de volgende dag aan zijn ouders een SMS-bericht heeft gestuurd met de tekst “Ik leef nog. Zit in een hotel in Kopenhagen. Bel na 10.00 uur of lees het in de krant”.

Het is dan ook zeer aannemelijk dat ook het gedrag van [eiser] op 11 en 12 juli 2009 is ingegeven door de bipolaire stoornis waaraan hij lijdt. Dit gedrag vertoonde precies dezelfde kenmerken, als door de behandelend psychiater in zijn brief genoemd, zoals verhoogde spreekdrang, geen tegenspraak dulden, snel geagiteerd zijn. Dat [eiser] zich niet bewust was van zijn afwijkend en asociaal gedrag, past in het ziektebeeld.

Omdat de ziekte [eiser] niet kan worden toegerekend, kan het gedrag dat er rechtstreeks uit voortvloeit en er onlosmakelijk mee is verbonden, geen dringende reden vormen voor het ontslag op staande voet, zodat dit ontslag niet in stand kan blijven. Van Transavia had bovendien mogen worden verwacht dat zij eerst de uitslag van medisch onderzoek naar de oorzaak van de gebeurtenis op 11/12 juli 2009 had afgewacht, alvorens de zwaarste sanctie toe te passen.

Daar komt bij dat het gedrag van [eiser] in objectieve zin wellicht onacceptabel is, maar dat het hier gaat om een eerste overtreding. Daarvoor is een officiële waarschuwing op zijn plaats.

[eiser] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering tot loondoorbetaling en werkhervatting. In het bijzonder geldt dat hij vanaf 22 juli 2009 van inkomsten is verstoken.

Het verweer

Transavia betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

Het gedrag dat [eiser] op 11 en 12 juli 2009 heeft vertoond, vormt zowel objectief als subjectief een dringende reden voor het ontslag op staande voet. Daarbij is niet doorslaggevend of [eiser] van dit gedrag een verwijt treft.

[eiser] heeft zich ernstig misdragen. Hij heeft zijn collega’s seksueel geïntimideerd en gediscrimineerd. Hij heeft zowel in het hotel als tijdens de terugvlucht naar Amsterdam de goede naam van Transavia in diskrediet gebracht. Ook heeft [eiser] de veiligheid van passagiers en bemanningsleden in gevaar gebracht door niet ‘fit to fly’ te zijn op de terugvlucht.

Dat [eiser] op 11 en 12 juli 2009 heeft gehandeld onder invloed van de door hem gestelde bipolaire stoornis, kan uit de verklaring van de psychiater van 6 augustus 2009 niet zonder meer worden afgeleid. Uit [eiser]’ verklaring van 18 juli 2009 en de e-mail aan zijn collega’s van 19 juli 2009 blijkt juist dat hij heel goed heeft begrepen dat zijn gedrag onacceptabel was.

Daar komt bij dat [eiser] geen open kaart heeft gespeeld jegens Transavia, maar slechts heeft getracht zijn gedragingen te ontkennen of te bagatelliseren.

Dit alles vormt bij elkaar een zodanig dringende reden dat van Transavia niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst met [eiser] te laten voortbestaan. Het ontslag op staande voet is dan ook rechtsgeldig gegeven. Afweging van de persoonlijke omstandigheden van [eiser] kan niet tot een andere conclusie leiden. [eiser] is nog relatief jong en, gelet op zijn voorgeschiedenis op de arbeidsmarkt, niet afhankelijk van zijn functie als piloot om in zijn bestaan te kunnen voorzien.

De vordering tot wedertewerkstelling in zijn eigen functie van Junior First Officer Boeing 737 is reeds niet toewijsbaar, omdat volgens de functie-eisen, zoals neergelegd in de JAR-FCL, de uitoefening van die functie niet mogelijk is voor degene die aan een psychiatrische stoornis lijdt of heeft geleden.

Wedertewerkstelling in een andere passende functie is evenmin aan de orde. Alleen al door het verschil in salaris tussen de eigen functie van [eiser] en andere functies, is voor [eiser] geen andere, passende functie bij Transavia voorhanden.

De beoordeling

1. De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van [eiser] zal worden toegewezen.

2. [eiser] stelt ter onderbouwing van zijn (loon)vordering dat de door Transavia aangevoerde dringende reden het ontslag op staande voet niet kan dragen, omdat hem, doordat hij lijdend was aan een bipolaire stoornis, van zijn gedrag op 11 en 12 juli 2009 geen verwijt kan worden gemaakt.

Transavia stelt daar tegenover dat de vraag naar de verwijtbaarheid van het gedrag niet relevant is, maar dat het gaat om de ernst van de gedragingen en de overige feiten en omstandigheden. Volgens Transavia heeft [eiser] zich niet alleen op 11 en 12 juli 2009, maar ook daarna onbetamelijk gedragen door geen open kaart te spelen over de achtergrond van zijn gedragingen, maar deze zelfs te bagatelliseren, terwijl uit zijn schriftelijke uitlatingen van 18 en 19 juli 2009 blijkt dat hij toen heel goed inzicht had in de ongepastheid van zijn gedrag van een paar dagen eerder. Van Transavia kon daarom niet worden verwacht dat zij het dienstverband na 22 juli 2009 met [eiser] zou voortzetten, aldus Transavia.

3. Vooropgesteld wordt dat de enkele omstandigheid dat de werknemer van de gedraging geen verwijt valt te maken, niet zonder meer voldoende is om een ontslag op staande voet wegens die gedraging te blokkeren. Ook zonder verwijtbaarheid kan een gedraging van de werknemer een dringende ontslagreden opleveren, mits afweging van de concrete omstandigheden van het geval niet tot een andere conclusie moet leiden.

4. Hoewel het eerdergenoemde gedrag van [eiser] als een ernstige misdraging valt aan te merken, die in beginsel een dringende ontslagreden kan opleveren, dient naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter de vraag of dit gedrag het ontslag op staande voet van [eiser] rechtvaardigt, ontkennend te worden beantwoord. Daarbij wordt het volgende overwogen.

5. Gelet op de diagnose van de behandelend psychiater, waarin deze bepaalt dat de gedragingen van [eiser] op 11 en 12 juli 2009 waarschijnlijk het gevolg zijn geweest van een manisch psychotische aandoening, moet vooralsnog worden aangenomen dat [eiser] heeft gehandeld onder invloed van een psychische stoornis die zijn gedrag zodanig heeft bepaald dat hij daar zelf geen normale kijk op heeft gehad. Om die reden kunnen zijn gedragingen ten opzichte van zijn collega’s en anderen op 11 en 12 juli 2009 alsook zijn uitlatingen jegens Transavia in de dagen en weken daarna dan ook niet aan hem worden toegerekend.

6. Vervolgens moet worden beoordeeld of het gebrek aan verwijtbaar gedrag in de concrete omstandigheden van dit geval meebrengt dat de gevolgen van dat gedrag (toch) voor rekening van [eiser] dienen te komen.

7. In dit verband is van belang dat de psychische aandoening waar [eiser] aan lijdt, zich voor het eerst op 11 en 12 juli 2009 op een voor zijn omgeving schadelijke wijze heeft gemanifesteerd. [eiser] zelf zegt daarover dat hij zich toen in het geheel niet bewust was van zijn afwijkende gedrag en deze verklaring past volgens de verklaring van de psychiater ook in de later gediagnosticeerde stoornis. Ook in zijn omgeving zijn pas alarmbellen gaan rinkelen op het moment dat hij in de nacht van 19 op 20 juli 2009 het interieur van zijn woning had vernield, waarna de buren de politie hebben gealarmeerd en [eiser] direct is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Vervolgens is voor het eerst medisch vastgesteld dat [eiser] leed aan een “manisch psychotisch toestandsbeeld”.

Uit deze feiten blijkt wel dat [eiser] tijdens de stop-over met de crew in Egypte op 11 en 12 juli 2009 nog niet kón weten dat hij aan een ernstige psychische stoornis leed, die zijn handelen in de greep had.

8. Onder deze omstandigheden kunnen zijn misdragingen ten opzichte van zijn collega’s en Transavia dan ook niet alleen niet aan [eiser] worden verweten, maar ook niet aan hem worden toegerekend. Dit brengt mee dat de genoemde gedragingen van [eiser] geen geldige grond voor ontslag op staande voet opleveren.

9. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering tot betaling van het salaris zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente voor zover Transavia met betaling in verzuim is gekomen.

10. De vordering tot wedertewerkstelling zal worden geweigerd. Nu vooralsnog niet duidelijk is wanneer [eiser] weer arbeidsgeschikt zal worden verklaard, ontbreekt aan deze vordering de spoedeisendheid. Daarnaast is van belang dat -als niet door [eiser] betwist- is komen vast te staan dat de mogelijke arbeidsgeschiktheid van [eiser] niet per definitie meebrengt dat hij ook beroepsgeschikt zal zijn voor zijn huidige functie, gelet op de daarvoor vereiste wettelijke voorwaarden. Of te zijner tijd voor [eiser] een alternatieve passende functie kan worden gevonden, valt buiten het beoordelingskader van dit geding.

11. De proceskosten komen voor rekening van Transavia omdat deze voor het grootste deel in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Transavia bij wijze van voorlopige voorziening om uiterlijk binnen twee dagen na betekening van dit vonnis, aan [eiser] te betalen het salaris vanaf 22 juli 2009 tot het rechtsgeldig einde van de arbeidsovereenkomst, ad € 4.621,26 bruto per maand, vermeerderd met vakantietoeslag en eventuele overige toeslagen, waaronder mede begrepen de toekomstige en verplichte CAO verhogingen, alsmede de wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW over het achterstallige salaris en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag der algehele voldoening, onder gelijktijdige afgifte van een specificatie;

- veroordeelt Transavia tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiser] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

vastrecht € 208,00

salaris gemachtigde € 400,00;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.