Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6940

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
02-09-2009
Datum publicatie
04-09-2009
Zaaknummer
160475 - KG ZA 09-470
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De kans dat de verkoper van de auto deze van de merkdealer zou hebben meegekregen zonder daarvoor te betalen was zodanig klein dat de koper (eveneens merkdealer) daar geen rekening mee hoefde te houden. In combinatie met het door die koper uitgevoerde onderzoek waaruit geen onregelmatigheden waren gebleken, hoefde de koper niet te vermoeden dat de verkoper van de auto beschikkingsonbevoegd was. De koper heeft de auto derhalve te goeder trouw verkregen met als gevolg dat de auto thans haar eigendom is. De vordering van de merkdealer dat de auto haar eigendom is gebleven, is summierlijk ondeugdelijk gebleken. Het beslag op de auto wordt opgeheven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 160475 / KG ZA 09-470

Vonnis in kort geding van 2 september 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SVALA AUTO B.V.,

gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,

eiseres,

advocaat mr. C.I.M. Molenaar te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE MIJL CAR ALBLASSERWAARD B.V.,

mede h.o.d.n. Svenscar en Auto Svenscar,

gevestigd te Alblasserdam,

gedaagde,

advocaat mr. C.A. Mandemakers te Dordrecht.

Partijen zullen hierna Svala en De Mijl genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Svala

- de pleitnota van De Mijl.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De Mijl en Svala zijn beide autodealers die (nieuwe) auto’s van het merk Volvo in- en verkopen.

2.2. Bij orderbevestiging d.d. 29 mei 2009 heeft De Mijl voor een totaalbedrag van € 57.861,00 een nieuwe personenauto uit 2009 van het merk Volvo, type XC 60 2.4D, met kenteken […], (hierna: de auto) verkocht aan [A].

2.3. Nadat [A] een bankafschrift had getoond, waarop was vermeld dat het te betalen bedrag van € 57.861,00 per bank was overgeschreven, is de auto op 17 juli 2009 op zijn naam gesteld en aan hem overgedragen. Nadat later was gebleken dat de betaling niet heeft plaatsgevonden, heeft De Mijl op 31 juli 2009 bij de politie aangifte gedaan van verduistering van de auto door [A].

2.4. Op 30 juli 2009 omstreeks 10.53 uur heeft Autoinkoop.nl de auto gekocht van [A] en is deze aan Autoinkoop.nl geleverd.

2.5. Op 30 juli 2009 heeft Svala de auto van Autoinkoop.nl gekocht en geleverd gekregen. De koopsom bedroeg € 43.250,00, welk bedrag op diezelfde dag door Svala aan Autoinkoop.nl is voldaan.

2.6. In verband met de aangifte van verduistering door De Mijl is de auto op 1 augustus 2009 door de Officier van Justitie te Dordrecht in strafvorderlijk beslag genomen. In overleg met de politie is de auto in verzekerde bewaring bij Svala achtergebleven. Het strafvorderlijke beslag is opgeheven op 10 augustus 2009.

2.7. Met daartoe verkregen verlof heeft De Mijl op 12 augustus 2009 de auto in conservatoir beslag tot afgifte genomen en is deze op 13 augustus 2009 in gerechtelijke bewaring gegeven aan Ames Autobedrijf B.V. te Dordrecht.

3. Het geschil

3.1. Svala vordert – samengevat – het op 12 augustus 2009 gelegde beslag op te heffen, althans De Mijl te veroordelen dit beslag op te heffen, op straffe van een dwangsom, kosten rechtens.

3.2. De Mijl voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient een beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. De voorzieningenrechter moet daarbij beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd.

4.2. Svala heeft met een beroep op het arrest van de Hoge Raad van 7 oktober 2005 (NJ 2006, 351) betoogd dat de door De Mijl aangevoerde gronden de beslaglegging niet rechtvaardigen. Svala heeft de eigendom van de auto verkregen, omdat zij te goeder trouw was bij de verkrijging ervan. Zij heeft zich er immers van overtuigd dat het kentekenbewijs in orde was, zij heeft het kentekenregister gecontroleerd en zij heeft de auto gekocht voor een gangbare marktprijs, aldus Svala.

4.3. De Mijl heeft daartegen het verweer gevoerd dat in de algemene voorwaarden die van toepassing zijn op de overeenkomst tussen haar en [A] een eigendomsvoorbehoud is opgenomen waardoor, nu [A] de auto niet heeft betaald, de auto haar eigendom is gebleven. [A] was derhalve beschikkingsonbevoegd en kon geen geldige overdracht tot stand brengen. Svala had meer moeten doen dan het enkele controleren van het kentekenregister, omdat er sprake was van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigden dat zij uitgebreider onderzoek deed. Svala kreeg immers een auto aangeboden die pas twee weken oud was voor een prijs die ver onder de marktprijs ligt. Ter onderbouwing van deze stelling heeft De Mijl verwezen naar het Simca-arrest van de Hoge Raad van 24 november 1967 (NJ 1968,74) en de uitspraak van de Hoge Raad van 4 april 1986 (RvdW 1986, 71). Nu Svala heeft nagelaten uitgebreider onderzoek te doen, was zij volgens De Mijl niet te goeder trouw, zodat Svala niet de bescherming toekomt van een verkrijger te goeder trouw.

4.4. In dit kort geding draait het om de vraag of Svala voldoende onderzoek heeft gedaan om zich te vergewissen van de beschikkingsbevoegdheid van de verkoper en derhalve of zij de auto al dan niet te goeder trouw heeft verkregen.

4.5. Gezien voornoemde arresten van de Hoge Raad 4 april 1986 en 7 oktober 2005 staat vast dat de verkrijger van een tweedehands auto – wil hij ten tijde van de verkrijging te goeder trouw zijn – ten minste de autopapieren (het kentekenbewijs en de kopie van deel III van het kentekenbewijs) moet hebben onderzocht met het oog op de beschikkingsbevoegdheid van zijn voorman. Volgens de Hoge Raad in zijn arrest d.d. 7 oktober 2005 bestaat er geen grond deze regel te beperken tot het geval dat de eigenaar van de auto het bezit daarvan heeft verloren door diefstal dan wel verduistering. Deze regel geldt ook indien de eigenaar/verkoper zich op het recht van reclame beroept en de in artikel 7:42 lid 1 BW bedoelde derde zich daartegen verweert met de stelling dat hij redelijkerwijs niet behoefde te verwachten dat dit recht zou worden uitgeoefend.

4.6. Gelet op het beroep van De Mijl op het eigendomsvoorbehoud, geldt ook in dit geval voor de verkrijging van een tweedehands auto te goeder trouw de hiervoor in 4.5 door de Hoge Raad geformuleerde onderzoeksplicht. Vast staat dat Svala in ieder geval in zoverre aan haar onderzoeksplicht heeft voldaan. Zo heeft Svala voorafgaand aan de koop van de auto de autopapieren onderzocht en geconstateerd dat alle delen daarvan (deel IA, IB en deel II, voorheen deel III) aanwezig waren en op naam stonden van [A]. Daarnaast heeft Svala het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer geraadpleegd om zich ervan te verzekeren dat de auto niet als gestolen stond geregistreerd, hetgeen niet het geval bleek te zijn. Tot slot heeft Svala de auto zonder problemen gevrijwaard kunnen krijgen.

4.7. Het verweer van De Mijl dat de prijs van de auto niet marktconform was en voor Svala aanleiding had moeten zijn om extra onderzoek te doen door in ieder geval contact met haar op te nemen treft geen doel. Het kan aan De Mijl worden toegegeven dat het prijsverschil van 25% tussen het bedrag waarvoor De Mijl de auto verkocht heeft en het bedrag waarvoor Svala deze gekocht heeft fors is, gegeven het feit dat de auto twee weken oud was en er slechts 1200 kilometer op de teller stond. Het is echter een feit van algemene bekendheid dat een nieuwe auto direct significant in waarde daalt, zodra deze de showroom van de autodealer verlaat. Daarnaast staat als onweersproken vast dat de auto een zogenaamde ‘margeauto’ is, hetgeen betekent dat de auto nieuw gekocht is door een particulier waardoor de BTW reeds in de prijs verankerd zit en deze niet meer kan worden verrekend, en dat dat de prijs van de auto drukt wanneer deze wordt doorverkocht. Ter zitting heeft Svala een kopie overgelegd van een pagina uit het boekje ‘Autotelex’ dat, zoals Svala onbetwist heeft aangevoerd, door autodealers wordt gebruikt om prijzen te bepalen voor door hen aan te kopen en te verkopen auto’s. Hieruit blijkt dat voor eenzelfde type auto in dezelfde uitvoering en leverbaar vanaf november 2008 tweedehands een bedrag van € 40.000,00 redelijk wordt geacht. Gelet op al deze omstandigheden kan voorshands niet worden geoordeeld dat de koopprijs van € 43.250,00 zoals door Svala is betaald niet marktconform is. Svala hoefde in die prijs dan ook geen reden te zien om onraad te ruiken en nader onderzoek te doen. Uiteraard bestond voor Svala de mogelijkheid om contact op te nemen met De Mijl, zoals door De Mijl is gesuggereerd, maar zulks was onder de gegeven omstandigheden niet nodig. De stelling van De Mijl dat hiertoe wel een noodzaak bestond, is ingegeven door de wetenschap achteraf dat [A] wel beschikkingsonbevoegd is gebleken. Dit kan Svala echter niet worden tegengeworpen wat betreft haar handelwijze op het moment van de koop.

4.8. Daarnaast is het volgende van belang. Aangezien alle bij de auto behorende boekjes aanwezig waren, was bij Svala bekend dat de auto in eerste instantie nieuw verkocht was door De Mijl, evenals Svala een merkdealer. Ter zitting hebben beide partijen betoogd dat binnen hun bedrijf zeer strenge disciplinaire maatregelen gelden wanneer een verkoper een verkochte auto aan een koper meegeeft zonder dat hij de absolute administratieve zekerheid heeft dat de koopsom is ontvangen. De kans dat [A] de auto van De Mijl zou hebben meegekregen zonder dat hij daarvoor had betaald, was dan ook zodanig klein, dat Svala met die kans geen rekening hoefde te houden. In combinatie met het door Svala uitgevoerde onderzoek waaruit geen onregelmatigheden waren gebleken, leidt deze omstandigheid ertoe dat Svala niet hoefde te vermoeden dat [A] beschikkingsonbevoegd was om de auto aan Autoinkoop.nl te verkopen.

4.9. Voorshands is de voorzieningenrechter dan ook van oordeel dat Svala de auto te goeder trouw heeft verkregen met als gevolg dat de auto thans haar eigendom is. Daarmee is de vordering van De Mijl die gebaseerd is op de stelling dat zij de eigendom van de auto behouden heeft, summierlijk ondeugdelijk gebleken. De gevorderde opheffing van het beslag zal dan ook worden toegewezen.

4.10. De Mijl zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Svala worden begroot op:

- dagvaarding € 72,25

- vast recht 262,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal € 1.150,25

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. heft op het op 12 augustus 2009 ten laste van Svala op de personenauto van het merk Volvo, type XC 60 2.4D met kenteken 90-JPB-9, gelegde beslag tot afgifte met gerechtelijke inbewaringgeving,

5.2. veroordeelt De Mijl in de proceskosten, aan de zijde van Svala tot op heden begroot op € 1.150,25,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Sicking en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2009.?