Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6502

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-07-2009
Datum publicatie
01-09-2009
Zaaknummer
15-740190-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee woninginbraken. Daarbij heeft verdachte zich tot drie maal toe schuldig gemaakt aan opzetheling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740190-09

Uitspraakdatum: 6 juli 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 juni 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in PI Noord Holland Noord - HvB Zwaag te Zwaag.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging met betrekking tot feiten 2 en 3, tenlastegelegd dat:

Feit 1 incident 1

hij op of omstreeks 16 maart 2009 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 1] te Noordwijk) heeft weggenomen (onder meer) een grote hoeveelheid sieraden en/of twee, althans één, fotocamera('s) (merk: Nikon) en/of een kentekenbewijs en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 2 incident 2

primair

hij op of omstreeks 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 2]) heeft weggenomen (onder meer) een grote hoeveelheid sieraden, foto/video-apparatuur, een beamer, meerdere zonnebrillen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 12 tot en met 16 maart 2009 te Nieuw-Vennep en/of Haarlem, althans in Nederland, een mapje sleutels, een zilveren sieradendoos, een tas met diverse sieraden, een beamer en/of een camera heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 3 incident 3

primair

hij op of omstreeks 13 maart 2009 te Epse, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 3]) heeft weggenomen (onder meer) een of meer pendules, meerdere zilveren dozen en/of meerdere horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij in of omstreeks de periode van 13 tot en met 16 maart 2009 te Nieuw-Vennep, althans in Nederland, een zilveren sigarendoos, asbak en/of doosje heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 4 incident 4

primair

hij op of omstreeks 14 februari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 4]) heeft weggenomen een grote hoeveelheid zilveren (sier)voorwerpen en tafelzilver en/of een grote hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

hij op of omstreeks 17 maart 2009, althans in de periode van 14 februari tot en met 17 maart 2009, te Haarlem, in elk geval in Nederland, zilveren (sier)voorwerpen (waaronder een zilveren theezeefje met bloemmotief) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 5 incident 5

hij op of omstreeks 17 maart 2009 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, althans in of omstreeks de periode van 2 september 2007 tot en met 17 maart 2009, in elk geval in Nederland, verschillende sieraden (waaronder een Gucci horloge en een of meer zilveren armbanden) en/of een of meer sleutelbossen en/of een zak met munten heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 6 incident 7

hij op of omstreeks 10 februari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een kinderdagverblijf (aan de [adres 5]) heeft weggenomen een kluis, een geldbedrag, een filmcamera en/of een aantal sleutelbossen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

Feit 7 incident 10

hij op of omstreeks 11 februari 2009 te Santpoort-Zuid, gemeente Velsen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [adres 6]) heeft weggenomen een grote hoeveelheid sieraden (waaronder een ketting van gouden staafjes en kralen van lapis lazuli, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- vrijspraak van hetgeen onder feit 4 primair is ten laste gelegd;

- bewezenverklaring van hetgeen onder feiten 1, 2 primair, 3 primair, 4 subsidiair, 5, 6 en 7 is ten laste gelegd;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van tweeëntwintig (22) maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- verbeurdverklaring van het onder verdachte in beslag genomen voorwerp, te weten het voorwerp op de beslaglijst vermeld onder nummers 5;

- teruggave aan de verdachte van het onder verdachte in beslag genomen voorwerp, te weten het voorwerp op de beslaglijst vermeld onder nummer 4;

- bewaring/teruggave ten behoeve van/aan de rechthebbende van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 1 t/m 3, 6 en 7; en

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 primair, 4 primair, 6 en 7 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Omstreeks 13 maart 2009 heeft een woninginbraak te Epse plaatsgevonden (incident 3). Het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte mogelijk betrokken is geweest bij deze woninginbraak. Zo is verdachte samen met de medeverdachten op 13 maart 2009 in de omgeving van Epse geweest en zijn er goederen afkomstig uit de getroffen woning te Epse aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte 1]. De rechtbank oordeelt echter dat genoemde aanwijzingen onvoldoende zijn om te kunnen komen tot het bewijs van (mede)plegen van deze inbraak door verdachte. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 3 primair tenlastegelegde feit.

Met betrekking tot een inbraak bij een kinderdagverblijf te Haarlem tussen 10 en 11 februari 2009 (incident 7) en een woninginbraak te Santpoort-Zuid op 11 februari 2009 (incident 10), oordeelt de rechtbank als volgt. Uit sporenonderzoek komt naar voren dat bij genoemde inbraken gebruik is gemaakt van een schroevendraaier, die op 16 maart 2009 tijdens de aanhouding van verdachte en zijn medeverdachten bij hen is aangetroffen. Er kan echter niet worden vastgesteld dat verdachte (of één van zijn medeverdachten) deze schroevendraaier al reeds ten tijde van evengenoemde inbraken, meer dan een maand eerder, in zijn bezit had. Voorts biedt het dossier geen enkel ander aanknopingspunt waaruit de betrokkenheid van verdachte bij genoemde incidenten blijkt. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van de onder 6 en 7 tenlastegelegde feiten.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden [1]

Algemeen

In de maand maart 2009 is verdachte enkele weken opgetrokken met medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]. [medeverdachte 3] beschikte over een rode Volkswagen Lupo ([kenteken]) waarmee hij op verzoek van verdachte en [medeverdachte 2] naar verschillende plaatsen in Nederland reed. Op aanwijzing van verdachte en [medeverdachte 2] reed [medeverdachte 3] naar een bepaald adres toe. Verdachte en [medeverdachte 2] stapten en [medeverdachte 3] wachtte in of bij de auto tot zij weer terug kwamen. Op de avond van de 16e maart 2009 is [medeverdachte 3] op aanwijzing van verdachte en [medeverdachte 2] naar Noordwijk gereden. Verdachte en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt en na ongeveer 15 minuten bij de auto teruggekeerd. Zij hadden een rode tas bij zich. [medeverdachte 3] heeft eerder bemerkt dat deze rode tas bij terugkomst van de medeverdachten voller leek dan toen ze met de tas uit de auto waren gestapt.[2] Bij de aanhouding van de drie verdachten kort daarna op 16 maart 2009 werd de rode tas aangetroffen met daarin onder andere twee breekijzers en een schroevendraaier. In het dossier bevinden zich tapgesprekken die zijn gevoerd door de drie verdachten welke betrekking hebben op een (rode) tas, zoals het gesprek op 5 maart 2009 tussen [medeverdachte 3] en verdachte waarin verdachte het heeft over ‘mijn tas .. het werk wat ik doe met de tas, weet je’.[3] Ter terechtzitting heeft verdachte bekend dat hij op de avond van de 16e maart 2009 in Noordwijk heeft ingebroken en daarbij gebruik heeft gemaakt van evenbedoelde rode tas met inbrekersgereedschap.

De rechtbank concludeert op grond hiervan dat sprake is geweest van een modus operandi waarbij verdachte en [medeverdachte 2] bij [medeverdachte 3] in de auto stapten en [medeverdachte 3] vertelden waar hij heen moest rijden. Verdachte en [medeverdachte 2] zochten vervolgens een woning uit waarvan de bewoners niet thuis waren en verschaften zich de toegang tot de woning met behulp van de inbrekerswerktuigen in de rode tas. Verdachte en [medeverdachte 2] doorzochten de woning op mogelijk waardevolle goederen en keerden daarna met hun buit terug naar de auto van [medeverdachte 3]. De drie verdachten reden weg en de spullen werden uitgezocht en verdeeld.

De rechtbank oordeelt dat gedurende enige tijd sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachten waarbij een duidelijke rolverdeling bestond. Dit blijkt tevens uit het hieronder overwogene betreffende incidenten 1 en 2.

Incident 1

Op 16 maart 2009 rijdt verdachte samen met zijn medeverdachten naar Noordwijk en zij parkeren de Volkswagen Lupo op [adres]. [medeverdachte 3] blijft in de auto zitten, verdachte en [medeverdachte 2] verlaten de auto. Zij breken in bij de woning op de [adres 1]. Verdachte en [medeverdachte 2] gebruiken de inbrekerswerktuigen, welke zij in een rode tas met zich meedragen, om via een raam aan de achterkant van de woning binnen te komen. Ze doorzoeken de woning en nemen verschillende goederen mee, waaronder een grote hoeveelheid sieraden, een Nikon fotocamera, een kentekenbewijs en een hoeveelheid geld in verschillende valuta. Verdachte en [medeverdachte 2] lopen terug naar de auto van [medeverdachte 3] en stappen en vervolgens rijden zij naar de woning van de vriendin van verdachte te Nieuw-Vennep. Daar worden de goederen uitgezocht en tussen de drie verdachten verdeeld. Sommige goederen worden daar achtergelaten. De drie verdachten rijden vervolgens naar een afvalcontainer waarin zij de – in hun ogen – minder waardevolle goederen achterlaten.[4]

Verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd betreffende het onder 1 tenlastegelegde feit (incident 1).

Incident 2

Op 12 maart 2009 rond 15.20 uur komt [slachtoffer 2] thuis van zijn werk en bemerkt dat er is ingebroken in zijn woning op de [adres 2] te Bennebroek, gemeente Bloemendaal. Zijn echtgenote [slachtoffer 7] had de woning om 13.30 uur verlaten en de inbraak moet derhalve plaats hebben gehad tussen de genoemde tijdstippen. De voordeur staat open en het slot is geforceerd. [slachtoffer 2] constateert dat er verschillende goederen weg zijn, waaronder sieraden, horloges, fotocamera’s, een videocamera, zonnebrillen en een beamer.[5]

Op 16 maart 2009 worden in de woning van de vriendin van verdachte verschillende goederen aangetroffen die afkomstig zijn uit evengenoemde woning te Bennebroek, onder andere een AH bonuskaart welke in gebruik is bij [slachtoffer 7], een zilveren sieradendoos, diverse sleutels en een tas van Amadee met diverse sieraden.[6] Tevens worden bij medeverdachte [medeverdachte 3] een digitale videocamera en een beamer aangetroffen, welke door de aangeefster [slachtoffer 7] worden herkend als zijnde haar eigendom.[7]

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte voor het onder 2 primair tenlastegelegde feit (incident 2) dient te worden vrijgesproken, omdat – zakelijk weergegeven – er weliswaar goederen zijn aangetroffen bij verdachte die afkomstig zijn van genoemde inbraak, maar dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om verdachte voor de gepleegde inbraak te veroordelen. Verdachte heeft verder ter terechtzitting verklaard de goederen op 14 maart 2009 van ene [betrokkene] te hebben ontvangen.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat het onder 2 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Verdachte heeft bekend samen met [medeverdachte 2] te hebben ingebroken in een woning (incident 1) terwijl [medeverdachte 3] op hen wachtte in zijn auto. [medeverdachte 3] heeft na zijn aanhouding naar aanleiding van die inbraak (incident 1) verklaard dat de drie verdachten in een periode van enkele weken voor 16 maart 2009 regelmatig met elkaar op pad zijn geweest in de rode Volkswagen Lupo.[8] [medeverdachte 3] heeft voorts verklaard dat hij verdachte en [medeverdachte 2] eenmaal overdag in Bennebroek heeft afgezet en daar korte tijd op hen heeft gewacht.[9] Ook heeft [medeverdachte 3] verklaard de in zijn woning aangetroffen goederen die afkomstig zijn van deze woninginbraak te hebben gekregen van verdachte en [medeverdachte 2].[10]

Verder acht de rechtbank relevant dat de inbraak te Bennebroek op 12 maart 2009 heeft plaatsgevonden, terwijl uit een tapgesprek op 12 maart 2009 om 12.42 tussen verdachte en [medeverdachte 2] blijkt dat eerder ‘[medeverdachte 3]' (lees: medeverdachte [medeverdachte 3]) [medeverdachte 2] heeft gebeld waarop verdachte antwoordt dat ze moeten gaan. [medeverdachte 2] vindt dit goed. Vervolgens blijkt uit een tapgesprek tussen de twee medeverdachten dat [medeverdachte 3] aankondigt binnen een paar minuten na 13.36 uur op 12 maart 2009 bij [medeverdachte 2] te zijn.[11]

Door verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij de goederen afkomstig van de inbraak te Bennebroek heeft gekregen van ene [betrokkene]. De rechtbank acht deze enkele, niet nader onderbouwde of verifieerbare verklaring van verdachte in het licht van de overige omstandigheden ongeloofwaardig. Gelet op de aangehaalde bewijsmiddelen, de eerder omschreven modus operandi en het korte tijdsbestek tussen incident 1 en 2, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 primair tenlastegelegde feit (incident 2) heeft begaan.

Incident 3

Op 13 maart 2009 vindt een woninginbraak te Epse plaats, waarbij de voordeur wordt opengebroken en het huis wordt doorzocht. Er zijn door de dader(s) verschillende goederen ontvreemd, waaronder een pendule, een zilveren sigarendoos, een verzilverde snuisterijendoos en drie horloges.[12] Op 16 maart 2009 worden in de woning [adres 7] te Nieuw-Vennep, de verblijfplaats van verdachte, verschillende goederen aangetroffen. De aangever herkent enkele van de bij verdachte aangetroffen goederen als zijn eigendom, te weten een zilveren asbak, een zilveren sigarendoos, een verzilverde snuisterijendoos en een ovaal zilveren doosje.[13]

Door de verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij in Twello de genoemde goederen heeft ontvangen van een persoon waarvan hij de naam niet wil noemen. Verdachte heeft voorts aangevoerd niet te hebben geweten dat de goederen afkomstig waren van diefstal.

De rechtbank overweegt het volgende. De verklaring van verdachte zoals hij die eerst ter terechtzitting heeft afgelegd, inhoudende dat hij niet wist dat de van een ander gekregen spullen van diefstal afkomstig waren, acht de rechtbank ongeloofwaardig, met name omdat hetgeen door verdachte is verklaard op geen enkele wijze te verifiëren is, nu hij de naam van de desbetreffende persoon waar hij de goederen van heeft ontvangen niet wil noemen. Bovendien heeft verdachte geen aannemelijke reden kunnen geven voor het ontvangen van een tas met waardevolle spullen van die (voor de rechtbank) onbekende.

De rechtbank oordeelt dat, gelet op het feit dat de goederen bij verdachte zijn aangetroffen, deze goederen van diefstal afkomstig zijn en verdachte geen duidelijkheid kan of wil verschaffen omtrent de herkomst van de goederen, het onder 3 subsidiair tenlastegelegde feit (incident 3) wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Incident 4

Tussen 14 en 15 februari 2009 vindt er op de [adres 4] te Haarlem een inbraak plaats, waarbij het slot van de voordeur wordt geforceerd en het huis wordt doorzocht. Er zijn door de dader(s) verschillende goederen weggenomen, waaronder een zilveren rond theezeefje met bloemmotief en lepeltje, een zilveren potje met paars glas, een zilveren cocktailshaker, een zilveren broodmand, een zilveren kandelaar en een zilveren sauskom.[14] Op 16 maart 2009 worden in de woning [adres 7] te Nieuw-Vennep, de verblijfplaats van verdachte, verschillende goederen aangetroffen. De aangeefster herkent enkele van de bij verdachte aangetroffen goederen als haar eigendom, te weten een zilveren rond theezeefje met bloemmotief en lepeltje, een zilveren potje met paars glas, een zilveren cocktailshaker, een zilveren broodmand, een zilveren kandelaar en een zilveren sauskom.[15]

Verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd betreffende het onder 4 subsidiair tenlastegelegde feit (incident 4).

Incident 5

Op 2 september 2007 vindt er een inbraak plaats in de woning aan de [adres 8] te Overveen, waarbij de voordeur werd geopend en het huis werd doorzocht. Er zijn door de dader(s) verschillende goederen ontvreemd, waaronder een witte zak gevuld met diverse buitenlandse munten, een Gucci horloge en verschillende zilveren armbanden.[16] Op 16 maart 2009 worden in de woning [adres 7] te Nieuw-Vennep, de verblijfplaats van verdachte, verschillende goederen aangetroffen. De aangever herkent enkele van de bij aangetroffen goederen als zijn eigendom, te weten een witte stoffen zak met als inhoud diverse valuta munten, een Gucci horloge en verschillende sieraden waaronder zilveren armbanden.[17]

Verdachte heeft ter terechtzitting een bekennende verklaring afgelegd betreffende het onder 5 tenlastegelegde feit (incident 5).

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1, 2 primair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 5 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 incident 1

hij op 16 maart 2009 te Noordwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [adres 1] te Noordwijk heeft weggenomen onder meer een grote hoeveelheid sieraden en één, fotocamera merk: Nikon en een kentekenbewijs en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

Feit 2 incident 2

primair

hij op 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [adres 2] heeft weggenomen onder meer een grote hoeveelheid sieraden, foto/video-apparatuur, een beamer, meerdere zonnebrillen, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;

Feit 3 incident 3

subsidiair

hij in de periode van 13 tot en met 16 maart 2009 te Nieuw-Vennep, althans in Nederland, een zilveren sigarendoos, asbak en doosje heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 4 incident 4

subsidiair

hij in de periode van 14 februari tot en met 17 maart 2009, te Haarlem, zilveren siervoorwerpen waaronder een zilveren theezeefje met bloemmotief heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Feit 5 incident 5

hij op 17 maart 2009 te Nieuw-Vennep, gemeente Haarlemmermeer, verschillende sieraden waaronder een Gucci horloge en een of meer zilveren armbanden en een zak met munten heeft verworven en voorhanden, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het door misdrijf verkregen goederen betrof;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 2 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

Feit 3 subsidiair: opzetheling.

Feit 4 subsidiair: opzetheling.

Feit 5: opzetheling.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan twee woninginbraken. Bij deze inbraken heeft verdachte zich de toegang tot een van de woningen verschaft door middel van braak van en inklimming via het raam, bij de andere woning hebben zij de deur geforceerd. De inbraken kenmerken zich door de mate van geraffineerdheid waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (één van) zijn mededaders. De woningen werden doorzocht, overhoop gehaald, goederen werden meegenomen en verdachte maakte zich, samen met zijn mededader, vervolgens uit de voeten met behulp van een chauffeur. Er zijn veel goederen bij de inbraken buitgemaakt, waaronder grote hoeveelheden sieraden, foto- en videoapparatuur, persoonlijke bescheiden, geldbedragen, zonnebrillen en een beamer. Door de woninginbraken is aanzienlijke materiele schade toegebracht aan de benadeelden. Ook zijn goederen gestolen, waar de benadeelden emotioneel sterk aan waren gehecht. Bovendien is door de woninginbraken een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners, hetgeen bij hen gevoelens van angst en onveiligheid, en meer in het algemeen maatschappelijke onrust, veroorzaakt. De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan.

Verdachte heeft zich tot drie maal toe schuldig gemaakt aan opzetheling door goederen aan te nemen en voorhanden te hebben waarvan hij wist dat deze van diefstal afkomstig waren.

Ten nadele van verdachte neemt de rechtbank in aanmerking het grote aantal – soortgelijke – strafbare feiten waaraan verdachte zich in het verleden schuldig heeft gemaakt, blijkens het algemeen uittreksel uit het justitiële documentatieregister.

Al het voorgaande overwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is. De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten een breekijzer vermeld op de beslaglijst onder nummer 5, dient te worden verbeurd verklaard, nu dit voorwerp, welke aan verdachte toebehoort, voor het begaan van het misdrijf is bestemd.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

9.1. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.041 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: verschillende sieraden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

9.2. Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.041

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 33, 33a, 36f, 57, 310, 311 en 416.

11. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem onder 3 primair, 4 primair, 6 en 7 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van negen (9) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 1.041 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.041, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twintig (20) dagen.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart verbeurd:

5) 1.00 STK Gereedschap Kl:zwart ROUCHNECK breekijzer

Gelast de teruggave aan verdachte van:

4) 2.00 STK Schoeisel Kl:bruin CHARLES instap maat 44

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

1) Geld Euro in bruin doosje, enkele munten van div. waar

2) Geld buitenlands div. coupures van div.landen+2x100,1x25gld

3) 3.00 STK Sleutel Kl:zwart DIVERSEN 1xmercedes,1xtoyota,1x verm. volkswagen

6) 1.00 STK Fotolijst Kl:zilver drieluik

7) 1.00 STK Pas LARAS kortingspas of iets dergelijks

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Snitker, voorzitter,

mr. E.C.M. van Mierlo en mr. F.G. Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Zoethout,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 juli 2009.

mr. E.C.M. van Mierlo is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 207).

3. Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 320 e.v.).

4. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] (dossierpagina 420 e.v.); het proces-verbaal van observeren (dossierpagina 406 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 415 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 436); het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] (dossierpagina 437 e.v.); het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 2] (dossierpagina 32 e.v.); het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 22 juni 2009, inhoudende – voor zover van belang – de verklaring van verdachte.

5. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina 457 e.v.).

6. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 101 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 469), het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] (dossierpagina 466 e.v.).

7. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 232 e.v.), de processen-verbaal van verhoor van [slachtoffer 7] (dossierpagina’s 466 e.v., 472 e.v.).

8. De processen-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] (dossierpagina’s 145 e.v., 150 e.v.)

9. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] (dossierpagina 198 e.v.).

10. Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] (dossierpagina 150 e.v.).

11. Het proces-verbaal zaak 2/Bennebroek (dossierpagina 449 e.v.).

12. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] (dossierpagina 480 e.v.).

13. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 232 e.v.); het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 3] (dossierpagina 485 e.v.).

14. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 4] (dossierpagina 509 e.v.).

15. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 232 e.v.); het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 4] (dossierpagina 542 e.v.).

16. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 8] (dossierpagina 550 e.v.).

17. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 232 e.v.); het proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer 9] (dossierpagina 576 e.v.).