Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6466

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
06-07-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
15-700200-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

diefstal, medeplegen, modus operandi, teruggave aan rechthebbende van de personenauto, beslag.

De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld voor diefstal in vereniging met braak en inklimming en medeplichtigheid aan diefstal in vereniging met braak tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. Hoofdelijke toewijzing benadeelde partij.

Verdachte heeft zich samen met twee vrienden schuldig gemaakt aan een woninginbraak en is behulpzaam geweest bij een tweede woninginbraak. Er was sprake van een modes operandi waarbij medeverdachten bij verdachte in de auto stapten en verdachten vertelden waar hij heen moest rijden. Medeverdachten zochten vervolgens een woning uit waarvan de bewoners niet thuis waren en verschaften zich de toegang tot de woning met behulp van de inbrekerswerktuigen in de rode tas. Medeverdachten doorzochten de woning op mogelijk waardevollge goederen en keerden daarna met de buit terug naar de auto van verdachte. Ze reden met zijn drieen weg en vervolgens werden de spullen uitgezocht en verdeeld.

Nu uit de stukken geenszins kan worden afgeleid dat de vrouw van verdachte, de eigenaar van de personenauto, wist of in ieder geval redelijkerwijs had moeten vermoeden dat de verdachte de Volkswagen gebruikte voor het plegen van strafbare feiten, is de rechtbank van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen Volkswagen dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/700200-09

Uitspraakdatum: 6 juli 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 juni 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te Emirdag (Turkije),

thans gedetineerd in P.I. Amsterdam, HvB De Weg te Amsterdam.

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Feit 1 incident 1

primair

hij op of omstreeks 16 maart 2009 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam] te Noordwijk) heeft weggenomen sieraden en/of twee, althans één, fotocamera('s) (merk: Nikon) en/of een kentekenbewijs en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 16 maart 2009 te Noordwijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [straatnaam] te Noordwijk) hebben/heeft weggenomen (onder meer) een grote hoeveelheid sieraden en/of twee, althans één, fotocamera('s) (merk: Nikon) en/of een kentekenbewijs en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij deze verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 16 maart 2009 te Noordwijk en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door deze genoemde personen (met een door hem bestuurde auto) naar en van de plaats delict te vervoeren;

meer subsidiair

hij op of omstreeks 16 maart 2009 te Noordwijk en/of te Nieuw-Vennep, in elk geval in Nederland, een paars tasje, inhoudende diverse sieraden heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 2 incident 2

primair

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [straatnaam]) hebben/heeft weggenomen (onder meer) een grote hoeveelheid sieraden, foto/video-apparatuur, een beamer, meerdere zonnebrillen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij deze verdachte(n) en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest, door genoemde personen (met een door hem bestuurde auto) naar en van de plaats delict te vervoeren;

subsidiair

hij op of omstreeks 16 maart 2009, althans in/omstreeks de periode van 12 t/m16 maart 2009 te Haarlem, in elk geval in Nederland, een videocamera en/of een beamer (merk Sony) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die voorwerpen wist dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Feit 3 incident 3

[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] op of omstreeks 13 maart 2009 te Epse, gemeente Lochem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de Lochemseweg 54) hebben/heeft weggenomen (onder meer) een of meer pendules, meerdere zilveren dozen en/of meerdere horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij deze verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 13 maart 2009 te Epse, gemeente Lochem, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door genoemde personen (met een door hem bestuurde auto) naar en van de plaats delict te vervoeren;

Feit 4 incident 9

[medeverdachte 1] op of omstreeks 07 maart 2009 te Overveen, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (aan de [straatnaam]) heeft weggenomen (onder meer) een kluis, een grote hoeveelheid sieraden, een geldbedrag van 1500 euro, diverse rollen muntgeld en verschillende bescheiden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij deze verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 07 maart 2009 te Overveen, gemeente Bloemendaal, en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door genoemde perso(o)n(en) (met een door hem bestuurde auto) naar en van de plaats delict te vervoeren.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gerekwireerd tot:

- vrijspraak van hetgeen onder feit 4 is ten laste gelegd;

- bewezenverklaring van hetgeen onder feiten 1 primair, 2 primair en 3 is ten laste gelegd;

- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van acht (8) maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht;

- verbeurdverklaring van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 2 (Volkswagen Lupo), 15 en 16;

- onttrekking aan het verkeer van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 1, 4, 8, 11, 13 en 18;

- teruggave van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 3, 5, 10, 17, 21 en 22;

- bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de onder verdachte in beslag genomen voorwerpen, te weten de voorwerpen op de beslaglijst vermeld onder de nummers 2 (munten), 6, 7, 9, 12, 14, 19, 20, 23 en 24; en

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer].

4. Bewijs

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder 3 en 4 ten laste is gelegd. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Omstreeks 13 maart 2009 heeft een woninginbraak te Epse plaatsgevonden (incident 3). Het dossier bevat aanwijzingen dat verdachte mogelijk betrokken is geweest bij deze woninginbraak. Zo is verdachte samen met de medeverdachten op 13 maart 2009 in de omgeving van Epse geweest en zijn er goederen afkomstig uit de getroffen woning te Epse aangetroffen bij medeverdachte [medeverdachte 2]] De rechtbank oordeelt echter dat genoemde aanwijzingen onvoldoende zijn om te kunnen komen tot het bewijs van medeplichtigheid aan deze inbraak door verdachte. De rechtbank spreekt verdachte dan ook vrij van het onder 3 tenlastegelegde feit.

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte medeplichtig is geweest bij de inbraak te Overveen (incident 9). Verdachte moet, zoals ook door de officier van justitie gerekwireerd en door de raadsman van verdachte bepleit, worden vrijgesproken van het onder 4 tenlastegelegde feit.

4.2. Redengevende feiten en omstandigheden

Algemeen

In de maand maart 2009 is verdachte enkele weken opgetrokken met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]] Verdachte beschikte over een rode Volkswagen Lupo ([kenteken]) waarmee hij op verzoek van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar verschillende plaatsen in Nederland reed. Op aanwijzing van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] reed [verdachte] naar een bepaald adres toe. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] stapten dan uit en verdachte wachtte in of bij de auto tot zij weer terug kwamen. Op de avond van de 16e maart 2009 is verdachte op aanwijzing van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar Noordwijk gereden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn uitgestapt en na ongeveer 15 minuten bij de auto teruggekeerd. Zij hadden een rode tas bij zich. [verdachte] heeft eerder bemerkt dat deze rode tas bij terugkomst van de medeverdachten voller leek dan toen ze met de tas uit de auto waren gestapt. Bij de aanhouding van de drie verdachten kort daarna op 16 maart 2009 werd de rode tas aangetroffen met daarin onder andere twee breekijzers en een schroevendraaier. In het dossier bevinden zich tapgesprekken die zijn gevoerd door de drie verdachten welke betrekking hebben op een (rode) tas, zoals het gesprek op 5 maart 2009 tussen verdachte en [medeverdachte 2] waarin [medeverdachte 2] het heeft over ‘mijn tas .. het werk wat ik doe met de tas, weet je’. Bij de politie heeft [medeverdachte 1] bekend dat hij op de avond van de 16e maart 2009 in Noordwijk heeft ingebroken en daarbij gebruik heeft gemaakt van evenbedoelde rode tas met inbrekersgereedschap.

De rechtbank concludeert op grond hiervan dat sprake is geweest van een modus operandi waarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij verdachte in de auto stapten en verdachte vertelden waar hij heen moest rijden. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zochten vervolgens een woning uit waarvan de bewoners niet thuis waren en verschaften zich de toegang tot de woning met behulp van de inbrekerswerktuigen in de rode tas. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] doorzochten de woning op mogelijk waardevolle goederen en keerden daarna met hun buit terug naar de auto van verdachte. De drie verdachten reden weg en de spullen werden uitgezocht en verdeeld.

De rechtbank oordeelt dat in ieder geval ten tijde van de woninginbraak op 16 maart 2008 sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachten waarbij een duidelijke rolverdeling bestond. Bij een eerdere, onder feit 2 aan verdachte tenlastegelegde inbraak is verdachte als medeplichtige betrokken geweest. Een en ander blijkt tevens uit het hieronder overwogene betreffende incidenten 1 en 2.

Incident 1

Op 16 maart 2009 rijdt verdachte op aanwijzing van zijn medeverdachten naar Noordwijk en parkeert de Volkswagen Lupo op de [straatnaam]. Verdachte blijft in de auto zitten, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] verlaten de auto. Zij breken in bij de woning op de [straatnaam] 37. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gebruiken de inbrekerswerktuigen, die zij in een rode tas met zich meedragen, om via een raam aan de achterkant van de woning binnen te komen. Ze doorzoeken de woning en nemen verschillende goederen mee, waaronder een grote hoeveelheid sieraden, een Nikon fotocamera, een kentekenbewijs en een hoeveelheid geld in verschillende valuta. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] lopen terug naar de auto van verdachte en stappen in en vervolgens rijden zij naar de woning van de vriendin van [medeverdachte 2] te Nieuw-Vennep. Daar worden de goederen uitgezocht en tussen de drie verdachten verdeeld. Sommige goederen worden daar achtergelaten. De drie verdachten rijden vervolgens naar een afvalcontainer waarin zij de – in hun ogen – minder waardevolle goederen achterlaten.

Ter terechtzitting heeft de raadsman betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde feit (incident 1), omdat – zakelijk weergegeven – er geen sprake is van medeplegen nu verdachte geen opzet op de samenwerking heeft gehad. Verdachte wist niet en had evenmin moeten vermoeden dat de medeverdachten een inbraak aan het plegen waren terwijl hij in de auto op hen wachtte.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

Verdachte is in een periode van enkele weken voor 16 maart 2009 regelmatig met medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op pad geweest in de rode Volkswagen Lupo. Verdachte reed dan op aanwijzingen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] naar een bepaalde plaats en wachtte vervolgens tot zij terug kwamen bij de auto. Op maandagavond 16 maart 2009 is tijdens een observatie vastgesteld dat verdachte zijn auto op verschillende adressen te Noordwijk stilhield waarna [medeverdachte 1] het erf van een tweetal onverlichte woningen opliep. Om 19.10 uur werd tijdens een telefoongesprek gehoord dat [medeverdachte 2] op de achtergrond tegen een derde in de auto zegt: “daar ziet er donker uit die”. Die avond werd om 19.24 uur gezien dat [medeverdachte 1] naar een donkere woning keek en aan de voordeur voelde, waarop hij terugliep in de richting van de Lupo en zei: “is niet goed, is niet goed”. Dezelfde avond zat verdachte om ongeveer 19.50 uur alleen in zijn geparkeerde auto op de [straatnaam] te Noordwijk te wachten op de terugkomst van de enige tijd daarvoor uitgestapte medeverdachten. Vervolgens kwamen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] aanlopen met ieder een gevulde tas in handen. Zij stapten in de auto van verdachte en verdachte reed daarop naar de woning van [medeverdac[medeverdachte 2]] De rode tas, waar de inbrekerswerktuigen in zaten die [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bij de inbraak te Noordwijk hebben gebruikt, heeft blijkens tapgesprekken op 15 maart 2009 op enig moment bij verdachte thuis gestaan. Voorts wordt blijkens tapgesprekken door verdachte in verhulde termen over de tas gesproken. Zo vindt op 15 maart 2009 een telefoongesprek plaats tussen [medeverdachte 1] en verdachte waarbij [medeverdachte 1] aangeeft dat verdachte moet komen om hem iets te geven, namelijk “die andere wat [verdachte] heeft.” Verdachte vraagt daarop of ‘het die tas is’, waarop hij aangeeft dat bedoelde tas bij hem is. Verdachte heeft voorts zowel op 16 maart 2009 als op een eerder moment waardevolle goederen ontvangen van de medeverdachten, waaronder een fotocamera, een beamer, een paspoort en een paars zakje met sieraden erin zodat hij in ieder geval op dat moment moet hebben geweten waar de medeverdachten mee bezig waren. Desondanks is verdachte daarbij als chauffeur blijven fungeren.

De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande dat voldoende aannemelijk is geworden dat verdachte (in ieder geval) op 16 maart 2009 wist dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] bezig waren met het plegen van een inbraak, waaraan hij in nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten heeft bijgedragen. Er was op dat moment sprake van een hecht samenwerkingsverband tussen de verdachten en verdachte heeft daarin als chauffeur van de auto, waarin hij op aanwijzing van de medeverdachten naar de plaatsen reed waar vervolgens door die medeverdachten werd ingebroken, een eigen en onmisbare rol vervuld.

De door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring, inhoudende dat hij op 16 maart 2009 wel doorkreeg dat medeverdachten bezig waren met het plegen van een strafbaar feit, maar geen enkele kans heeft gehad om zich hiervan te distantiëren nu zij die dag werden aangehouden, doet hier naar het oordeel van de rechtbank niets aan af.

Incident 2

Op 12 maart 2009 rond 15.20 uur komt [slachtoffer 2] thuis van zijn werk en bemerkt dat er is ingebroken in zijn woning op de [straatnaam] te Bennebroek, gemeente Bloemendaal. Zijn echtgenote [echtgenote] had de woning om 13.30 uur verlaten en de inbraak moet derhalve plaats hebben gehad tussen de genoemde tijdstippen. De voordeur staat open en het slot is geforceerd. [slachtoffer] constateert dat er verschillende goederen weg zijn, waaronder sieraden, horloges, fotocamera’s, een videocamera, zonnebrillen en een beamer.

Op 16 maart 2009 worden in de woning van de vriendin van medeverdachte [medeverdachte 2] verschillende goederen aangetroffen die afkomstig zijn uit de woning te Bennebroek, onder andere een AH bonuskaart welke in gebruik is bij [echtgenote], een zilveren sieradendoos, diverse sleutels en een tas van Amadee met diverse sieraden. Tevens worden bij verdachte een digitale videocamera en een beamer aangetroffen, welke door de aangeefster [echtgenote] worden herkend als zijnde haar eigendom.

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte voor het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit (incident 2) dient te worden vrijgesproken, omdat – zakelijk weergegeven – er weliswaar goederen zijn aangetroffen bij verdachte welke van de gepleegde inbraak afkomstig zijn, maar dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om verdachte voor medeplichtigheid aan de diefstal van die goederen dan wel voor de heling daarvan te veroordelen.

De rechtbank is, anders dan de raadsman, van oordeel dat het onder 2 primair tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.

[medeverdachte 1] heeft bekend op 16 maart 2009 samen met [medeverdachte 2] te hebben ingebroken in een woning (incident 1), terwijl verdachte op hen wachtte in zijn auto. De drie verdachten zijn, naar verdachte heeft verklaard, regelmatig met elkaar op pad geweest in de rode Volkswagen Lupo in de periode voorafgaand aan 16 maart 2009.

Verder acht de rechtbank relevant dat de inbraak te Bennebroek op 12 maart 2009 heeft plaatsgevonden, terwijl uit een tapgesprek op 12 maart 2009 om 12.42 uur tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat [medeverdachte 1] meedeelt dat “meter”(lees: verdachte) hem heeft gebeld, waarop [medeverdachte 2] antwoordt dat ze moeten gaan. [medeverdachte 1] vindt dit goed. Uit een ander tapgesprek tussen [medeverdachte 1] en verdachte blijkt voorts dat laatstgenoemde aankondigt binnen een paar minuten na 13.36 uur op 12 maart 2009 bij [medeverdachte 1] te zijn. Verdachte heeft ook verklaard dat hij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] eenmaal overdag in Bennebroek heeft afgezet en daar korte tijd op hen heeft gewacht. Tevens heeft verdachte verklaard de in zijn woning aangetroffen goederen die afkomstig zijn van deze woninginbraak te hebben gekregen van [medeverdachte 1] en [medeverdac[medeverdachte 2]] Verdachte heeft tenslotte verklaard zich op geen enkel moment te hebben afgevraagd wat de medeverdachten nou eigenlijk aan het doen waren als hij hen op hun aanwijzingen ergens naartoe moest rijden en moest wachten tot zij terugkwamen.

De rechtbank oordeelt op grond van het voorgaande als volgt. Niet kan worden vastgesteld dat verdachte reeds op 12 maart 2009 precies wist waar zijn medeverdachten mee bezig waren. Daarin ligt besloten dat niet kan worden vastgesteld dat de bijdrage van verdachte aan de inbraken op dat moment kan worden gezien als een nauwe en bewuste samenwerking. Wel had verdachte voldoende reden om te moeten vermoeden dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op dat moment bezig waren met het plegen van een strafbaar feit. Niettemin is verdachte zijn medeverdachten steeds behulpzaam geweest bij de door hen verrichte activiteiten. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam is geweest bij het plegen van de inbraak te Bennebroek op 12 maart 2009 door op te treden als chauffeur voor de medeverdachten. Derhalve is verdachte strafbaar aan medeplichtigheid bij deze woninginbraak.

4.3. Bewezenverklaring

Gezien het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 primair tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 incident 1

primair

hij op 16 maart 2009 te Noordwijk tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning gelegen aan de [straatnaam] 37 te Noordwijk heeft weggenomen sieraden en één fotocamera merk: Nikon en een kentekenbewijs en een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer], waarbij zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak en inklimming;

Feit 2 incident 2

primair

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, tezamen en in vereniging, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning aan de [straatnaam] hebben weggenomen onder meer een grote hoeveelheid sieraden, foto/video-apparatuur, een beamer, meerdere zonnebrillen, toebehorende aan [slachtoffer 2], waarbij zij zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft en de weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak, tot en bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 12 maart 2009 te Bennebroek, gemeente Bloemendaal, opzettelijk behulpzaam is geweest, door genoemde personen met een door hem bestuurde auto naar en van de plaats delict te vervoeren.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Feit 1 primair: diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming.

Feit 2 primair: medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sanctie

Bij de beslissing over de sanctie die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een woninginbraak en is behulpzaam geweest bij een tweede woninginbraak. Bij deze inbraken hebben de medeverdachten zich de toegang tot de woningen verschaft door middel van inklimming en/of braak. De inbraken kenmerken zich door de mate van geraffineerdheid waarbij sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de medeverdachten. De woningen werden doorzocht, overhoop gehaald en goederen werden meegenomen. Verdachte fungeerde daarbij als chauffeur voor de medeverdachten. Er zijn veel goederen bij de inbraken buitgemaakt, waaronder grote hoeveelheden sieraden, foto- en videoapparatuur, persoonlijke bescheiden, geldbedragen, zonnebrillen en een beamer. Door de woninginbraken is aanzienlijke materiele schade toegebracht aan de benadeelden. Ook zijn goederen gestolen, waar de benadeelden emotioneel sterk aan waren gehecht. Bovendien is door de woninginbraken een ernstige inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de bewoners, hetgeen bij hen gevoelens van angst en onveiligheid, en meer in het algemeen maatschappelijke onrust, veroorzaakt.

De rechtbank rekent verdachte dit zwaar aan, waarbij wel zijn - in vergelijking met de medeverdachten - mindere mate van betrokkenheid wordt meegewogen.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank tot slot rekening met het feit dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten met politie en justitie in aanraking is geweest.

Al het voorgaande overwegende is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur passend en geboden is. De rechtbank legt een lagere straf op dan door de officier van justitie is geëist, nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt.

8. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen

8.1. Onttrekking aan het verkeer

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen voorwerp, te weten de rode tas met inhoud vermeld op de beslaglijst onder nummer 4, dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 1 bewezenverklaarde feit met betrekking tot die voorwerpen is begaan. Het ongecontroleerde bezit van voormelde, inbeslaggenomen voorwerp is in strijd met de wet en het algemeen belang.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten de voorwerpen vermeld op de beslaglijst onder nummers 1, 8, 11, 13 en 18, dienen te worden onttrokken aan het verkeer. Deze voorwerpen behoren verdachte toe. Deze voorwerpen zijn aangetroffen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit. Het ongecontroleerde bezit van voormelde inbeslaggenomen voorwerpen is in strijd met de wet en het algemeen belang.

8.2. Teruggave aan rechthebbende

Ter terechtzitting heeft de raadsman aangevoerd dat de onder verdachte inbeslaggenomen personenauto, de Volkswagen Lupo, dient te worden teruggegeven aan de vrouw van verdachte. Genoemde personenauto is op naam van de vrouw van verdachte gesteld en zij dient derhalve als rechthebbende te worden aangemerkt.

De rechtbank overweegt hiertoe het volgende. Een inbeslaggenomen voorwerp, toebehorende aan een derde, kan verbeurd verklaard worden indien het voorwerp ten tijde van de berechting toebehoort aan een derde te kwader trouw. Uit artikel 33a, tweede lid onder a, van het Wetboek van Strafrecht volgt dat degene aan wie het voorwerp toebehoort bekend moet zijn geweest met het gebruik of de bestemming van het voorwerp in verband met het gepleegde strafbare feit óf dit redelijkerwijs had kunnen vermoeden.

Geenszins kan worden afgeleid uit de stukken of het verhandelde ter terechtzitting dat de vrouw van verdachte, eigenaar van de personenauto, wist of in ieder geval redelijkerwijs had moeten vermoeden dat verdachte de Volkswagen Lupo gebruikte voor het plegen van strafbare feiten. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven Volkswagen Lupo, vermeld op de beslaglijst onder nummer 2, dient te worden teruggegeven aan de rechthebbende.

9. Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

9.1. Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.041 ingediend tegen verdachte wegens materië¬le schade die zij als gevolg van het onder 1 tenlastegelegde feit zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit: verschillende sieraden.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot het gevorderde bedrag eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit dit bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen. Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken. De tot op heden door de benadeelde partij gemaakte kosten worden vastgesteld op nihil.

9.2. Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoe¬dingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 1.041.

Daarbij zal de rechtbank bepalen dat, indien een medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

10. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 36b, 36c, 36f, 48, 57, 310 en 311.

11. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van de hem onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten.

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf (5) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer] geleden schade tot een bedrag van € 1.041 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer], voornoemd, rekeningnummer 568113608, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.041, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door twintig (20) dagen hechtenis.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Onttrekt aan het verkeer:

1) 16.00 STK Munitie Kl:goud UMAREX

4) 1.00 STK Tas Kl:rood inhoud:2xbreekijzers, 1x schorvendraaier,2xrumcola

8) 1.00 STK Pepperspray Kl:meerkl. DEFENOL samen met geelpapiertje,en

parkeerbonnentje

11) 1.00 STK Hennep Resten

13) 1.00 STK Pepperspray Kl:meerkl. ONBEKEN

18) 1.00 STK Pepperspray Kl:meerkl. ONBEKEND

Gelast de teruggave aan verdachte van:

3) 1.00 STK Verpakkingsmateriaal APPLE iphone 011775004093815

5) 2.00 STK Schoeisel Kl:wit NIKE sport maat 42.5

10) 1.00 STK Plattegrond Kl:meerkl. stad van lelystad

15) 1.00 STK Lamp Kl:meerkl. ABN AMRO zak

16) 2.00 STK Handschoen Kl:zwart

17) 1.00 STK Navigator Kl:zwart TOMTOM one xl

21) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart APPLE i-phone

22) 1.00 STK Document administra

Gelast de teruggave aan de rechthebbende van:

2) 1.00 STK Personenauto [kenteken] VOLKSWAGEN Lupo Kl:rood TGN S.

Kolemenoglu, zomervaart 44 te Haarlem

23) 1.00 STK Zak Kl:paars inh.:div. sieraden, doosje make-up blusher

24) 1.00 STK Tas Kl:bruin HEDGREN heup inh.:3bossen sleutels,1 hanger van grand cafe

Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van:

2) 4.00 STK Munt Kl:zilver gulden betreft 4x50 gulden munten

6) 1.00 STK Verrekijker Kl:zwart BROCO 78166

7) 1.00 STK Map Kl:zwart MIO opberg voor een mio digi walker

9) 1.00 STK Horloge Kl:meerkl. BEN SHEMAN heren

12) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zilver NOKIA t-mobile

14) 1.00 STK Horloge Kl:meerkl. TIME FORCE heren

19) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart NOKIA n95

20) 1.00 STK Telefoontoestel Kl:zwart NOKIA

Beveelt de opheffing van het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J. Snitker, voorzitter,

mr. E.C.M. van Mierlo en mr. F.G. Hijink, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. Zoethout,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 juli 2009.

mr. E.C.M. van Mierlo is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten:

1. De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen.

2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina’s 207).

3. Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 320 e.v.).

4. Het proces-verbaal van verhoor van [mededader 1] (dossierpagina 32 e.v.).

5. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina 420 e.v.); het proces-verbaal van observeren (dossierpagina 406 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 415 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 436); het proces-verbaal van verhoor van [getuige] (dossierpagina 437 e.v.); het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 22 juni 2009, inhoudende – voor zover van belang – de verklaring van verdachte.

6. Het proces-verbaal van observeren (dossierpagina 406 e.v.).

7. Het proces-verbaal van zaak 1/Noordwijk (dossierpagina 388 e.v.)

8. Het proces-verbaal van observeren (dossierpagina 406 e.v.).

9. Het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 320 e.v.).

10. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] (dossierpagina 457 e.v.).

11. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 101 e.v.); het proces-verbaal van bevindingen (dossierpagina 469), het proces-verbaal van verhoor van [echtgenote] (dossierpagina 466 e.v.).

12. Het proces-verbaal onderzoek woning (dossierpagina 232 e.v.), de processen-verbaal van verhoor van [echtgenote] (dossierpagina’s 466 e.v., 472 e.v.).

13. Het proces-verbaal zaak 2/Bennebroek (dossierpagina 449 e.v.).

14. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte (dossierpagina 150 e.v.); het proces-verbaal van de terechtzitting d.d. 22 juni 2009, inhoudende – voor zover van belang – de verklaring van verdachte.