Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ6194

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-08-2009
Datum publicatie
27-08-2009
Zaaknummer
428987 VV EXPL 09-171
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering in kort geding tot ontruiming van een woning wegens overlast.

In verband met klachten over geluidsoverlast heeft eiseres (een woningbouwvereniging) aan gedaagde (huurster) aangeboden een andere woning voor haar te zoeken. Eiseres heeft dit aanbod ingetrokken, nadat de partner van gedaagde een van de omwonenden lichamelijk letsel heeft toegebracht.

Voor toewijzing van de vordering tot ontruiming is noodzakelijk dat komt vast te staan dat gedaagde zich, in het licht van de gedragingen van haar partner, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. De kantonrechter is van oordeel dat vooralsnog niet is gebleken van zodanige samenhang tussen het gebruik van de woning door gedaagde en de gedragingen van haar partner om de conclusie te rechtvaardigen, dat de mishandeling in die mate aan gedaagde kan worden toegerekend, dat de huurovereenkomst dient te worden ontbonden wegens schending door gedaagde van de op haar rustende verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. Voor nader onderzoek biedt de kort geding procedure geen plaats, zodat de voorlopige voorziening wordt geweigerd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 428987 / VV EXPL 09-171

datum uitspraak: 20 augustus 2009 (bij vervroeging)

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake

de stichting STICHTING ELAN WONEN

te Haarlem

eiseres

hierna te noemen Elan Wonen

gemachtigde mr. G.P. Poiesz

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde

hierna te noemen [gedaagde]

gemachtigde mr. P.H. van Dijck

De procedure

Elan Wonen heeft [gedaagde] op 13 juli 2009 gedagvaard. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 13 augustus 2009. De gemachtigden hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht. Partijen hebben nog stukken in het geding gebracht.

De feiten

1. Elan Wonen verhuurt sinds 13 juni 2008 aan [gedaagde] woonruimte aan de [adres] te [woonplaats]. [gedaagde] bewoont de woning samen met haar drie minderjarige kinderen en de vader van de kinderen, [XXX] ([XXX]).

2. Op de huurovereenkomst zijn de door Elan Wonen gehanteerde algemene voorwaarden van toepassing. Artikel 6.8 van de algemene voorwaarden luidt, voor zover van belang, als volgt:

“U veroorzaakt geen overlast of hinder aan omwonenden. Dit geldt ook voor uw huisgenoten [...[ of derden. Hinder of overlast bedoelen we in de meest ruime zin.”

3. Vanaf de aanvang van de huurovereenkomst hebben diverse omwonenden van [gedaagde], onder wie de benedenbuurman [YYY] (hierna: [YYY]), bij Elan Wonen geklaagd over geluidsoverlast uit de woning van [gedaagde], bestaande uit (met name) babygehuil, geren van de kinderen over de laminaatvloer en ruzie tussen [gedaagde] en [XXX].

4. Op 9 februari 2009 heeft [ZZZ] (hierna: [ZZZ]), medewerker Sociaal Beheer van Elan Wonen, met [gedaagde] en haar gemachtigde en de heer en mevrouw [YYY] een bemiddelingsgesprek gevoerd. Bij brief van 16 februari 2009 heeft [ZZZ] aan [gedaagde] bevestigd dat bij dit gesprek onder meer de volgende afspraken zijn gemaakt:

“U spant zich in om uw woning nog beter in te richten.

Feestjes of logeerpartijen worden van te voren aangekondigd.”

5. Op 14 maart 2009 heeft [YYY] aangifte gedaan van bedreiging met de dood door [XXX]. Volgens het proces-verbaal van aangifte van die datum heeft [YYY] onder meer het volgende verklaard:

“[..] zaterdag 14 maart 2009 omstreeks 10.30 bevond ik mij in mijn woning. [...] plotseling hoorde ik oorverdovend geschreeuw. [...] ik herkende het stemgeluid van mijn bovenbuurvrouw, mevrouw [gedaagde]. [...] Ik kreeg toen door dat het geschreeuw plaatsvond [...] op de vijfde etage. [...] ik zag dat de mannelijke bewoner van perceel 250 zich ook op de vijfde etage bevond. [...] Hij riep: “Jij bent de vuile aanstichter van alles [...] Ik maak je af, ik trek die kankerkop van je kankerlijf. [...]”Hij vervloekte me en gaf me de schuld van alle meldingen van overlast [...].”

6. Op 23 maart 2009 heeft wederom een gesprek plaatsgevonden tussen [ZZZ] en [gedaagde]. Daarbij heeft Elan Wonen [gedaagde] aangeboden om voor haar een andere woning te zoeken.

7. Bij brief van 28 april 2009 heeft [ZZZ] onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“Het volgende hebben wij dan nu met u afgesproken.

• Wij bieden u geheel onverplicht eenmalig een andere woning aan. [...]

• Wanneer u de nieuwe woning heeft geaccepteerd [...] maken wij € 900,00 aan u over voor een tegemoetkoming in de herinrichtingskosten.”

8. Op 18 mei 2009 heeft [AAA] (hierna: [AAA]) aangifte gedaan van mishandeling door [gedaagde] op 17 mei 2008, tijdens een bezoek aan zijn vriendin [BBB], woonachtig op nummer 152 van het flatgebouw aan de [adres]. Volgens het proces-verbaal van aangifte heeft [AAA] daarbij onder andere verklaard door [gedaagde] in het gezicht te zijn geslagen en tegen de knieën te zijn getrapt.

9. Eveneens 18 mei 2009 heeft [gedaagde] aangifte gedaan van mishandeling door de partner van de bewoonster van nummer 152. Volgens het proces-verbaal van aangifte heeft [gedaagde] onder meer verklaard door deze man met een scherp voorwerp in de hand te zijn gestoken, op de grond te zijn gegooid, te zijn geschopt en over de galerij van de flat te zijn gesleept.

10. Op 19 juni 2009 heeft [XXX] [YYY] bewusteloos geslagen. Op dezelfde datum heeft [YYY] aangifte gedaan van zware mishandeling door [XXX]. Volgens het proces-verbaal heeft [YYY] onder meer het volgende verklaard:

“Op vrijdag 19 juni 2009 omstreeks 18.50 uur stond ik op het balkon aan de voor zijde van mijn woning [...] een sigaret te roken. Opeens voelde ik iets in mijn nek vallen het bleek een rochel/spuug te zijn. Dit kwam van de boven buren. [...] De boven buurman en ik schreeuwde nog over en weer [...] Ik ben naar binnen gelopen en ben aan de achterzijde, waar de galerij zit verder gegaan met mijn sigaret roken en mijn kop koffie op te drinken. Opeens zag ik dat mijn boven buurman [...] mijn kant op kwam lopen. [...] Mijn boven buurman zei tegen mij “wat ben je toch een zielig mannetje” Ik zei tegen hem “jij bent zelf een zielig mannetje” Ik zag dat de boven buurman een dreigende houding aan nam. Ik heb toen mijn kop koffie over hem heen gegooid. Opeens sloeg hij mij op het gezicht. Ik voelden denk wel tien (10) of vijftien (15) klappen op mijn gezicht en in mijn nek.”

11. Bij brief van 22 juni 2009 heeft [ZZZ] onder meer het volgende aan [gedaagde] geschreven:

“Helaas heeft er afgelopen vrijdag een incident plaatsgevonden tussen uw vriend en een andere bewoner. Hierbij is deze bewoner uiteindelijk met letsel in het ziekenhuis behandeld. [...] U bent verantwoordelijk voor de personen die u in uw woning laat. Wij hebben nu besloten onze zoektocht naar een andere woning per direct te stoppen. [..] Wij vragen de rechter de huurovereenkomst met u te ontbinden en de woning te (laten) ontruimen.”

12. Op 9 juli 2009 is [gedaagde] door de politie gehoord als getuige in het incident tussen [YYY] en [XXX]. In het proces-verbaal van die datum is onder meer de volgende verklaring van [gedaagde] opgenomen:

“Na het eten heb ik de kinderen op het balkon gelaten, daar waren ze een ijsje aan het eten. Ineens kwam mijn dochtertje van 7 jaar naar mij toe, Zij zei dat de buurman hun voor hoer uitschold. [...] Ik ben naar het balkon gegaan en ik heb [YYY] gevraagd waar hij mee bezig was. De buurman [...] schreeuwde toen naar mij: zwartjoekel, kankerwijf en nog meer van dat soort woorden.

[YYY] dacht dat mijn kinderen naar beneden aan het spugen waren, maar [...] het was ijs dat neer beneden viel. Ik heb het ijsstokje nog laten zien. Mijn vriend Glendomar is hierna sigaretten gaan halen. Toen is er het een en ander gebeurd tussen Glendomar en de onder buurman, [YYY]. Ik ben hier zelf niet getuige van geweest.”

De vordering

Elan Wonen vordert bij wijze van voorlopige voorziening (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot ontruiming van de woonruimte binnen 7 dagen na betekening van het ten deze te wijzen vonnis, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

Elan Wonen stelt daartoe het volgende.

Vanaf meet af aan heeft [gedaagde] en haar partner [XXX] aan de direct omwonenden overlast bezorgd. Die overlast bestaat uit het produceren van overmatig lawaai en het intimideren, beledigen, bedreigen en mishandelen van omwonenden. [gedaagde] schendt daarmee de op haar rustende contractuele verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. Ingevolge artikel 6.8 van de algemene voorwaarden is [gedaagde] ook aansprakelijk voor de gedragingen van haar huisgenoten, in casu haar kinderen en [XXX].

Elan Wonen heeft talloze malen geprobeerd om [gedaagde] en de haren tot aanvaardbaar gedrag te bewegen. De bemiddelinggesprekken met [gedaagde] en haar gemachtigde hebben echter niet tot enig resultaat geleid. Sinds het incident op 19 juni 2009 is de situatie zodanig ernstig en bedreigend, dat van Elan Wonen niet langer kan worden verwacht [gedaagde] in het genot van de woning te laten. Op Elan Wonen rust immers de verplichting om alle bewoners het ongestoorde genot van de door hen gehuurde woningen te verschaffen. Aan die verplichting kan Elan Wonen ten gevolge van de gedragingen van [gedaagde] en haar partner niet voldoen.

Gelet op de gespannen situatie die ten gevolge van het ernstige voorval op 19 juni 2009 onder de medebewoners heerst, heeft Elan Wonen een spoedeisend belang bij de vordering tot ontruiming van de woning, vooruitlopend op de ontbinding van de huurovereenkomst door de rechter in de bodemprocedure.

Het verweer

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe het volgende aan.

Elan Wonen heeft geen spoedeisend belang bij de ontruiming van de woning, want de situatie is op dit moment rustig. Na dagvaarding hebben zich geen escalaties meer voorgedaan.

Ten onrechte geeft Elan Wonen [gedaagde] de schuld van hetgeen is voorgevallen en gaat voorbij aan haar eigen aandeel hierin. In de eerste plaats had Elan Wonen nooit de woning aan de [adres] aan Elan Wonen moeten toewijzen, omdat deze woning ongeschikt is voor een gezin met drie kleine kinderen. De flat is zeer gehorig, de boven- en benedenburen zijn geen kleine kinderen gewend en staan bovendien, gelet op de problemen die de vorige bewoonster heeft veroorzaakt, niet onbevooroordeeld tegenover [gedaagde]. Met name [YYY] heeft zich vanaf het begin vooringenomen en onverdraagzaam jegens [gedaagde] opgesteld. Elan Wonen heeft onvoldoende gedaan om tussen partijen te bemiddelen.

[gedaagde] heeft op haar beurt er alles aan gedaan om de geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken. Zij heeft kleden neergelegd en meubels geplaats; de kinderen mogen geen schoenen in huis dragen en mogen niet hollen en schreeuwen. Van [gedaagde] kan echter niet worden verwacht dat ieder normaal leefgeluid wordt onderdrukt.

Het incident op 17 mei 2009 wordt door Elan Wonen eenzijdig ingekleurd. [gedaagde] en haar kinderen worden door omwonenden regelmatig uitgescholden en beledigd wegens hun huidskleur. Ook op 17 mei 2009 was dit het geval: de kinderen van [BBB] hadden de kinderen van [gedaagde] bespuugd. [gedaagde] wilde voor haar kinderen opkomen. [AAA] heeft [gedaagde] niet alleen weggeduwd, maar haar met een mes in haar hand gestoken.

In de vechtpartij van 19 juni 2009 heeft [gedaagde] geen enkel aandeel gehad. Zij kan niet op het gedrag van [XXX] worden afgerekend. Omdat [gedaagde] huurster is van de woning en niet [XXX], kan slechts haar eigen gedrag grond vormen voor ontruiming van de woning.

De beoordeling

Vanaf 14 maart 2009 hebben zich diverse incidenten voorgedaan in het flatgebouw aan de [adres], waarbij [gedaagde] en/of haar partner waren betrokken. Het incident op 14 maart 2009 was voor [YYY] aanleiding om aangifte te doen van bedreiging door [XXX]. Op 19 juni 2009 is de situatie geëscaleerd door de zware mishandeling van [YYY] door [XXX]. Aannemelijk is dat dit laatste incident onder diverse omwonenden grote onrust en spanningen teweeg heeft gebracht.

Het omslagpunt in de bereidheid van Elan Wonen om een oplossing te zoeken voor de problemen die tussen [gedaagde] en diverse omwonenden zijn ontstaan, is gelegen in het incident van 19 juni 2009. Elan Wonen laat daarover geen twijfel bestaan: voor haar is dat incident de spreekwoordelijke druppel geweest die de emmer heeft doen overlopen. Terwijl Elan Wonen tot die datum nog bereid was om [gedaagde] vervangende woonruimte aan te bieden, voelt zij zich daarna in geen enkel opzicht meer verantwoordelijk om [gedaagde] aan andere woonruimte te helpen.

Uit het voorgaande volgt dat Elan Wonen een spoedeisend belang heeft bij de door haar gevorderde voorziening tot ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning. Elan Wonen kan derhalve worden ontvangen in haar vordering.

De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een vordering van Elan Wonen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woonruimte zal worden toegewezen.

Bij de beoordeling van de vraag of de gedragingen van [XXX] de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning kunnen rechtvaardigen, is beslissend of kan worden vastgesteld dat [gedaagde] zich, in het licht van die gedragingen, zelf niet als een goed huurder heeft gedragen. Daarbij dient rekening te worden gehouden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de vraag of er een voldoende verband bestaat tussen die gedragingen en het gebruik van het gehuurde. Daarvan is in ieder geval sprake indien de huurder van (het voornemen tot) die gedragingen op de hoogte was of daarmee ernstige rekening had te houden, maar heeft nagelaten de in verband daarmee redelijkerwijs van hem te verlangen maatregelen te treffen.

Gelet op de verschillende lezingen die [gedaagde] en [YYY] tegenover de politie hebben gegeven van hetgeen aan het incident op 19 juni 2009 is voorafgegaan, bestaat naar het oordeel van de kantonrechter vooralsnog onvoldoende duidelijkheid omtrent de samenhang tussen het gebruik van de woning door [gedaagde] en dit incident om de conclusie te rechtvaardigen, dat de mishandeling van [YYY] door [XXX] in die mate aan [gedaagde] kan worden toegerekend dat de huurovereenkomst dient te worden ontbonden wegens schending door [gedaagde] van de op haar rustende verplichting om zich als een goed huurder te gedragen.

Om vast te kunnen stellen of de gedragingen van [XXX] in zodanig verband staan met de wijze waarop [gedaagde] haar leven als huurder van de woning inricht, dat deze een grond vormen voor de ontbinding van de huurovereenkomst en, daarop vooruit lopend, de ontruiming van de woning, is nader onderzoek nodig. Zo’n onderzoek dient in een bodemprocedure aan de orde te komen, nu de onderhavige procedure, gelet op het spoedeisend karakter daarvan, daarvoor geen plaats biedt.

Het incident van 19 juni 2009 staat los van de door Elan Wonen aannemelijk gemaakte geluidsoverlast die [gedaagde] bij voortduring veroorzaakt en die bij de beoordeling van de gronden voor ontbinding van de huurovereenkomst een rol zal spelen. Elan Wonen heeft evenwel uitdrukkelijk op grond van de confrontatie tussen [YYY] en [XXX] thans in kort geding de ontruiming van het gehuurde gevorderd, zodat aan de overige als relevant aan te merken gedragingen van [gedaagde] in dit geding geen zelfstandige betekenis kan worden toegekend.

Het voorgaande leidt ertoe dat de vordering tot ontruiming van de woning zal worden geweigerd.

De proceskosten komen voor rekening van Elan Wonen omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- weigert de voorlopige voorziening;

- veroordeelt Elan Wonen tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag worden begroot op € 400,00 aan salaris gemachtigde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Dubois en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.