Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ5922

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-07-2009
Datum publicatie
25-08-2009
Zaaknummer
15-750001-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank Haarlem veroordeelt een minderjarige verdachte voor diverse gekwalificeerde diefstallen die hij samen met zijn broer heeft gepleegd, tot een jeugddetentie van 141 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk. Aan dit voorwaardelijk deel wordt een proeftijd van twee jaar verbonden met de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Bureau Jeugdzorg, afdeling jeugdreclassering, ook indien zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan een Functionele Familie Therapie en een behandeling bij de Waag. In afwijking van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming gaat de rechtbank niet over tot het opleggen van de gedragsbeïnvloedende maatregel. Verdachte is niet eerder voor vermogensdelicten veroordeeld. Hoewel thans sprake is van een flink aantal diefstallen, gaat het hier niet om de zwaarste categorie misdrijven. De voorgestelde FFT en behandeling bij de Waag kunnen naar het oordeel van de rechtbank ook gerealiseerd worden in het kader van een bijzondere voorwaarde. Een gedragsbeïnvloedende maatregel wordt nog niet opportuun geacht. De rechtbank is van oordeel dat in het licht van een redelijke opbouw van na elkaar op te leggen straffen en maatregelen thans nog een strafvorm de voorkeur verdient die evengoed recht doet aan alle genoemde omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/750001-09

Uitspraakdatum: 30 juli 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het achter gesloten deuren gehouden onderzoek op de terechtzitting van 16 juli 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd:

Feit 1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 januari 2009 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (Volkswagen Polo, [kenteken]) heeft weggenomen een frontje van een radio/cd-speler (merk Sony) en/of autopapieren en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Feit 2

hij in of omstreeks de periode van 11 januari 2009 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een personenauto (merk Peugeot 206, [kenteken]) heeft weggenomen (klein)geld en/of diverse goederen (o.a een frontje van een geluidsinstallatie (merk JVC), kleding en/of een APK-keuringsbewijs), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s);

Feit 3

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 22 december 2008 tot en met 28 december 2008 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een schuur (behorend bij perceel [adres]) heeft weggenomen (een) (of meerdere) goed(eren) (o.a. videobanden, DVD's, een platenspeler, een CD-speler, een breedbeeldtelevisie, 2 boxen en een subwoofer, een keyboard (Sanyo), een CD-rom , een laptop (Acer) en/of een vest), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 4

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 november 2008 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hieronder te noemen fiets(en) en/of (snor)fiets(en), welke (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen rechthebbende(n), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s):

- een damesfiets, merk Montego Distinction, toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of

- een (moeder)fiets, merk Sparta Amazone, toebehorende aan [slachtoffer 6] en/of

- een fiets, merk Batavus Live, toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of

- een (of meer) (dames) fiets(en), merk Batavus Alabama en/of Giant City, toebehorende aan [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of

- een (of meer)snorfiets(en), merk Sparta met, toebehorende aan [slachtoffer 10] en/of

- een fiets, merk Puch City 315, toebehorende aan [slachtoffer 11];

Feit 5

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 7 november 2008 tot en met 8 november 2008 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit de achtertuin van perceel [adres] (telkens) heeft weggenomen een (of meerdere) krat(ten) met (volle en/of lege) bierflesjes, in elk geval (telkens) enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 12], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

Feit 6

hij op een (of meer) tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 april 2009 tot en met 27 april 2009 te Haarlemmerliede, gemeente Haarlemmerliede Ca, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen verschillende geldbedragen (90, 50 en 26 euro, in totaal 166 euro), in elk geval enig goed, (telkens) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 13], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Oordeel van de rechtbank

3.1 Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen verdachte onder 5 ten laste is gelegd. Verdachte heeft weliswaar verklaard dat hij zich kon herinneren dat hij in de buurt van de shoarma-tent [naam] kratjes bier had weggenomen, maar hiermee is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende komen vast te staan dat dit de tuin/schuur van aangever [slachtoffer 12] betrof, temeer daar verdachte heeft aangegeven dat hij wel vaker kratjes bier wegnam. Verdachte moet derhalve van het onder feit 5 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

3.2 Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 4 en onder 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat

Feit 1

hij in de periode van 11 januari 2009 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto, Volkswagen Polo, [kenteken], heeft weggenomen een frontje van een radio/cd-speler, merk Sony, toebehorende aan [slachtoffer 1];

Feit 2

hij in de periode van 11 januari 2009 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een personenauto, merk Peugeot 206, [kenteken], heeft weggenomen kleingeld en een frontje van een geluidsinstallatie, merk JVC en een APK-keuringsbewijs toebehorende aan [slachtoffer 3];

Feit 3

hij in de periode van 22 december 2008 tot en met 28 december 2008 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een schuur, behorend bij perceel [adres], heeft weggenomen een vest geheel toebehorende aan [slachtoffer 4], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van inklimming;

Feit 4

hij op meer tijdstippen in de periode van 6 november 2008 tot en met 12 januari 2009 te Haarlem tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen de hieronder te noemen fietsen, welke telkens toebehoorden aan de hierna te noemen rechthebbenden:

- een damesfiets, merk Montego Distinction, toebehorende aan [slachtoffer 5] en

- een moederfiets, merk Sparta Amazone, toebehorende aan [slachtoffer 6] en

- een fiets, merk Batavus Live, toebehorende aan [slachtoffer 7] en

- damesfietsen, merk Batavus Alabama en Giant City, toebehorende aan [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] en

- snorfietsen, merk Sparta met, toebehorende aan [slachtoffer 10] en

- een fiets, merk Puch City 315, toebehorende aan [slachtoffer 11].

Feit 6

hij op meer tijdstippen in de periode van 20 april 2009 tot en met 27 april 2009 te Haarlemmerliede, gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude, telkens met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen verschillende geldbedragen, € 90, € 50 en € 26, in totaal € 166, geheel toebehorende aan [slachtoffer 13].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1 Bewijs

Gelet op de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 16 juli 2009 ten aanzien van de in rubriek 1. van dit vonnis onder 1 tot en met 4 en 6 ten laste gelegde feiten, en het standpunt van zijn raadsvrouw dat ook zij deze feiten wettig en overtuigend bewezen acht, volstaat de rechtbank met een opsomming van de bewijsmiddelen.

Ten aanzien van feit 1:

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 2] d.d. 12 januari 2009 (dossierpagina 225 e.v.);

Ten aanzien van feit 2:

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 3] d.d. 16 januari 2009 (dossierpagina 229 e.v.);

Ten aanzien van feit 3:

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 4] d.d. 28 december 2008 (dossierpagina 233 e.v.);

Ten aanzien van feit 4:

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 5] d.d. 7 november 2008 (dossierpagina 247 e.v.);

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 6] d.d. 21 januari 2009 (dossierpagina 275 e.v.);

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 7] d.d. 1 december 2008 (dossierpagina 282 e.v.);

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 8] d.d. 15 januari 2009 (dossierpagina 286 e.v.);

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 10] d.d. 22 januari 2009 (dossierpagina 293 e.v.);

- Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte gedaan door [slachtoffer 11] d.d. 25 december 2008 (dossierpagina 299 e.v.);

Ten aanzien van feit 6:

Een in wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, nummer PL1222/09-502494, gedaan door [slachtoffer 13] d.d. 28 april 2009 (dossierpagina 13 e.v.).

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

- diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 2:

- diefstal door twee of meer verenigde personen;

Ten aanzien van feit 3:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van inklimming;

Ten aanzien van feit 4:

- diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 6:

- diefstal, meermalen gepleegd.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties en van overige beslissingen

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van 155 dagen waarvan 66 dagen voorwaardelijk met aftrek van de tijd die verdachte reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht met een proeftijd van twee jaar, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich onder begeleiding van Bureau Jeugdzorg/jeugdreclassering zal stellen en dat de rechtbank aan Bureau Jeugdzorg opdraagt aan de verdachte ter zake Hulp en Steun te verlenen. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd de maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige voor de duur van 12 maanden op te leggen met vervangende jeugddetentie voor de duur van 6 maanden. Met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen heeft de officier van justitie gevorderd:

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] wordt toegewezen tot een bedrag van € 59,95 en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard;

- de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] in het geheel wordt toegewezen voor een bedrag van € 300;

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] wordt toegewezen tot een bedrag van € 17,95 en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard;

- de vordering van de benadeeld partij [slachtoffer 5] wordt toegewezen tot een bedrag van € 300 en voor het overige niet-ontvankelijk wordt verklaard;

- de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 8] in het geheel wordt toegewezen voor bedrag van € 63,60;

- de vordering van de benadeeld partij [slachtoffer 11] in het geheel wordt toegewezen voor een bedrag van € 178;

met bepaling dat de vorderingen van de benadeelde partijen [slachtoffer 1], [slachtoffer 3], [slachtoffer 4], [slachtoffer 8] en [slachtoffer 11] hoofdelijk worden toegewezen. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd ten behoeve van alle hiervoor genoemde slachtoffers.

7.2 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting en uit de bespreking aldaar van de na te noemen rapportages is gebleken. Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister met betrekking tot verdachte d.d. 15 januari 2009 waaruit blijkt dat verdachte in het verleden eerder met justitie in aanraking is gekomen.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich in een betrekkelijk korte tijd schuldig gemaakt aan een reeks diefstallen van goederen, te weten uit niet afgesloten auto’s en een schuur van de buren. Daarnaast nam verdachte een groot aantal, niet afgesloten, fietsen weg van de straat of uit een schuur of uit een voortuin. Verdachte deed dit meestal samen met zijn broer, terwijl er soms nog anderen jongens bij waren. Verdachte pleegde de diefstallen met name voor de kick en voor eigen gebruik want verdachte ging een aantal van de gestolen fietsen zelf berijden.

Voorts heeft verdachte gedurende een stage in een horecabedrijf geld gestolen uit de portemonnee van de manager

Feiten zoals door verdachte gepleegd gaan niet alleen gepaard met veel overlast en financiële schade voor de gedupeerden, maar zorgen ook voor een groot gevoel van onveiligheid in de maatschappij.

Ten nadele van verdachte strekt de omstandigheid dat hij na zijn aanhouding en de daarop volgende schorsing van de voorlopige hechtenis wederom een strafbaar feit heeft gepleegd.

De rechtbank heeft kennis genomen van

- het Psychologisch Pro Justitia Rapport van [psycholoog] d.d. 27 april 2009;

- het Advies Gedragsbeïnvloedende Maatregel van de Raad voor de Kinderbescherming d.d. 16 juni 2009 opgesteld door gedragsdeskundigen [gedragsdeskundige 1] en [gedragsdeskundige 2];

- het rapport van Bureau Jeugdzorg, afdeling Noord-Holland, Jeugdreclassering, locatie Haarlem, inzake de haalbaarheid van de voorgestelde maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige d.d. 26 juni 2009, opgesteld door [medewerker Bureau Jeugdzorg 1] en [medewerker Bureau Jeugdzorg 2].

Uit het psychologisch Pro Justitia rapport van drs. [psycholoog] komt naar voren dat

er bij [verdachte] sprake is van een gedragsstoornis waarbij er sprake is van een bedreigde persoonlijkheidsontwikkeling. [verdachte] heeft erg veel behoefte aan spannende ervaringen en zoekt zo de grenzen van het toelaatbare op waarbij hij die ook makkelijk overschrijdt.

Hij heeft een gebrekkige gewetensfunctie die mogelijk basis vindt in een niet voldoende tot stand gekomen veilige hechting. De psycholoog adviseert [verdachte] in relatie tot het hem ten laste gelegde als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen. De kans op recidive wordt door de psycholoog vrij groot geacht wanneer er geen intensieve begeleiding volgt. [verdachte] heeft weinig zelfreflectie en zelfkritiek. Hij reageert sterk vanuit persoonlijk gewin en ziet niet goed in wat het gevolg van zijn handelen voor de ander is. [verdachte] zal voor een verdere gunstige ontwikkeling kunnen profiteren van een intensieve behandeling waarbij hij leert zelf goede gedragskeuzes te maken en zich rekenschap te geven van de gevolgen van onwenselijk gedrag en zijn verantwoordelijkheid hierin. Geadviseerd wordt om als bijzondere voorwaarde op te leggen bij een voorwaardelijke straf, een intensieve begeleiding, waarbij er zowel ingezet wordt op [verdachte] als op het gezinssysteem, Gedacht wordt aan Functionele Familie Therapie (FFT) en daarnaast zou hij geholpen kunnen worden bij het houden van stevig toezicht op het doen en laten van hem en dat zou vorm gegeven kunnen worden door Individuele Traject Begeleiding (ITB). Wanneer dit onvoldoende effectief mocht uitpakken dan zou naar het oordeel van de psycholoog een gedragsbeïnvloedende maatregel een alternatief vormen. Een voorwaardelijke detentie wordt aanbevolen als stok achter de deur.

Uit het Advies Gedragsbeïnvloedende Maatregel van de Raad voor de Kinderbescherming komt ook naar voren dat er bij [verdachte] sprake is van een gedragsstoornis beginnende in de adolescentie. Daarnaast is er sprake van een opvoedingsproblematiek van de ouders. De gedragsstoornis bij [verdachte] laat zich kenmerken door veelal zijn eigen gang te gaan, delicten te plegen, met verkeerde vrienden om te gaan en weinig spijt en schuldbesef te hebben ten aanzien van de delicten. Risicofactoren die een grote rol spelen zijn de opvoedingsonmacht van de ouders, zijn verhoogde agressie, slecht ontwikkelde geweten, moeilijk grijpbaar gedrag hebben, het opzoeken van spanningen, impulsiviteit en alcohol- en drugsgebruik. Ook speelt de band met zijn broertje [naam broertje] een rol en zijn positie in de groep. Functionele Family Therapie (FFT) wordt door de psycholoog geadviseerd. Binnen dit traject worden de broers en de ouders gezamenlijk en afzonderlijk begeleid. Na dit traject kan er een individuele behandeling opgestart worden bij de Waag. De psycholoog adviseert het voorgaande op te leggen in het kader van een gedragsbeïnvloedende maatregel (GBM) voor de duur van 1 jaar.

Uit het haalbaarheidsonderzoek van Bureau Jeugdzorg naar de GBM blijkt dat de gedragsbeïnvloedende maatregel uitgevoerd zou kunnen worden en voor de duur van 1 jaar opgelegd zou moeten worden. De behandeling bestaat uit het volgen van een Functionele Familie Therapie door [verdachte], zijn ouders en zijn broer [naam broertje]. Daarna is het de bedoeling dat [verdachte] naar de Waag in Haarlem zal gaan voor een individueel traject, waarbij wordt er gedacht aan een Equiptraining, om zijn vaardigheden te vergroten. De intake voor de FFT heeft op 29 juni 2009 reeds plaatsgevonden.

Ter terechtzitting heeft mevrouw [gedragsdeskundige 2], gedragsdeskundige bij de Raad voor de Kinderbescherming, het advies toegelicht en gehandhaafd, met dien verstande dat een behandeling bij de Waag ook had moeten worden vermeld in het advies. Namens Bureau Jeugdzorg heeft de heer [medewerker Bureau Jeugdzorg 1] de voorgestelde invulling van de maatregel eveneens toegelicht en gehandhaafd met dien verstande dat met de ouders nader moet worden bezien op welke tijdstippen er uitvoering er aan de FFT kan worden gegeven, dit laatste in verband met het eigen bedrijf van vader.

De rechtbank neemt over de conclusie van de psycholoog [psycholoog] om [verdachte] als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.

De maatregel betreffende het gedrag van de jeugdige kan worden opgelegd indien de ernst van het begane misdrijf, of de veelvuldigheid van de begane misdrijven of voorafgaande veroordelingen wegens misdrijf hiertoe aanleiding geven.

In afwijking van het advies van de Raad voor de Kinderbescherming zal de rechtbank niet overgaan tot het opleggen van de gedragsbeïnvloedende maatregel.

De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

[verdachte] is blijkens zijn justitiële documentatie niet eerder voor vermogensdelicten veroordeeld. Wel heeft hij in 2007 een transactie gehad voor openlijke geweldpleging. Het moge zo zijn dat er thans sprake is van een flink aantal diefstallen, gelet op de wijze waarop deze delicten zijn gepleegd (er is met name geen braak, verbreking of een valse sleutel aan te pas gekomen) gaat het hier echter niet om de zwaarste categorie misdrijven. Een hoog spannings- en kwajongensgehalte moet de delicten wel worden toegedicht.

De voorgestelde FFT en behandeling bij de Waag kan naar het oordeel van de rechtbank ook gerealiseerd worden door deze therapie en behandeling te laten geschieden in het kader van een bijzondere voorwaarde die wordt gekoppeld aan een door de rechtbank op te leggen voorwaardelijke straf. De rechtbank stelt vast dat [verdachte] niet eerder aan een dergelijke therapie en behandeling heeft deelgenomen, en verwacht mag worden dat daarbinnen de opvoedingsproblematiek en de aspecten van de gedragsstoornis van [verdachte] aan de orde komen. De rechtbank gaat er vanuit dat het reeds ingezette FFT-traject ten uitvoer wordt gebracht.

De rechtbank acht, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen alsook op de zwaarte van de gedragsbeïnvloedende maatregel, een dergelijke maatregel thans nog niet opportuun. De rechtbank is van oordeel dat in het licht van een redelijke opbouw van na elkaar op te leggen straffen en maatregelen thans nog een strafvorm de voorkeur verdient die evengoed recht doet aan alle genoemde omstandigheden.

Naar het oordeel van de rechtbank is dan ook een voorwaardelijke jeugddetentie met een bijzondere voorwaarde als toezicht van de jeugdreclassering met de mogelijkheid van FFT en behandeling bij de Waag en een werkstraf van na te noemen aantal uren in deze situatie meer passend.

7.3 Vorderingen benadeelde partijen

7.3.1 Vordering [slachtoffer 1]

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 240,59 ingediend wegens materiële schade die zij als gevolg van onder feit 1 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de aanvraag van een kentekenbewijs en het in laten bouwen van radio, carkit en speakers in de auto.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 30,00 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Dit bedrag bestaat uit het in laten bouwen van de radio. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de schadedatum.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 30,00.

Bepaalt dat genoemd bedrag samen hoofdelijk wordt toegewezen.

Voor het overige moet de benadeelde partij niet ontvankelijk worden verklaard.

7.3.2. Vordering [slachtoffer 3]

De benadeelde partij [slachtoffer 3] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 300,00 ingediend wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder feit 2 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de kosten van gestolen kleding.

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat deze schade rechtstreeks uit het strafbare feit voortvloeit en zal daarom de benadeelde partij niet in haar vordering ontvangen.

7.3.3. Vordering [slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 1.548,48 ingediend wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder feit 3 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de gestolen goederen uit de schuur behorend bij perceel [adres].

De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat deze schade rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 3 bewezenverklaarde feit. Voor wat betreft het gestolen vest merkt de rechtbank op dat dit aan de benadeelde partij is teruggegeven.

De benadeelde partij zal derhalve niet in haar vordering worden ontvangen.

7.3.4 Vordering [slachtoffer 5]

De benadeelde partij [slachtoffer 5] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 390,90 ingediend wegens materiële schade die zij als gevolg van onder feit 4 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de aanschaf van een nieuwe fiets, fietstassen en een slot.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade tot een bedrag van € 300,00 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 4 bewezenverklaarde feit. Dit bedrag bestaat uit de dagwaarde van de gestolen fiets, ten tijd van het wegnemen.

In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de schadedatum.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde feit is toegebracht. Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 300,00.

7.3.5 Vordering [slachtoffer 8]

De benadeelde partij [slachtoffer 8] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 63,60 ingediend wegens materiële schade die hij als gevolg van het onder feit 4 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit een regenbroek en een fietsslot.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade in zijn geheel eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 4 bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de schadedatum.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 63,60

Bepaalt dat genoemd bedrag, hoofdelijk wordt toegewezen.

7.3.6 Vordering [slachtoffer 11]

De benadeelde partij [slachtoffer 11] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 178,00 ingediend wegens materiële schade die zij als gevolg van het onder feit 4 tenlastegelegde zou hebben geleden. De gestelde schade bestaat uit de kosten van een reparatie aan een fiets, Puch City.

De rechtbank is van oordeel dat deze schade in zijn geheel eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 4 bewezenverklaarde feit. De vordering zal dan ook worden toegewezen, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de schadedatum.

De rechtbank stelt vast dat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 4 bewezenverklaarde feit is toegebracht.

Daarom zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte opleggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, te weten € 178,00

Bepaalt dat genoemd bedrag, hoofdelijk wordt toegewezen.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 36f, 77a, 77g, 77i, 77l, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 310, 311.

9. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 5 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 tot en met 4 en 6 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een jeugddetentie voor de duur van 141 (honderd een en veertig) dagen.

Beveelt dat een gedeelte groot 60 (zestig) dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte zich voor het einde van de op twee jaar bepaalde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel dat verdachte niet naleeft de bijzondere voorwaarde dat hij zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Bureau Jeugdzorg, agglomeratie Noord-Holland, afdeling Jeugdreclassering, locatie Haarlem zolang die instelling dat nodig acht, ook indien zulks inhoudt dat verdachte dient mee te werken aan een Functionele Familie Therapie (F.F.T.) en een behandeling bij de Waag

Geeft in het kader van deze bijzondere voorwaarde tevens aan bovengenoemde instelling de opdracht tot het verlenen van hulp en steun ex artikel 77aa Wetboek van Strafrecht.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partijen [slachtoffer 1] geleden schade tot een bedrag van € 30,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 1], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van de slachtoffer [slachtoffer 1] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 30,00.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 3] niet-ontvankelijk in de vordering.

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 4] niet-ontvankelijk in de vordering.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 5] geleden schade tot een bedrag van € 300,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 5], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 5] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 300,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 3 dagen jeugddetentie.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 8] geleden schade voor een bedrag van € 63,60 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 8], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeel¬de partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 8] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 63,60.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij [slachtoffer 11] geleden schade voor een bedrag van € 178,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan [slachtoffer 11], voornoemd, rekeningnummer [rekeningnummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door een medeverdachte is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 11] de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 178,00 bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 1 dag jeugddetentie.

Bepaalt dat, voor zover dit bedrag of een gedeelte daarvan reeds door of namens een medeverdachte aan de benadeelde partij en/of de staat is betaald, verdachte in zoverre van die verplichting zal zijn ontslagen.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Heft op het reeds geschorste bevel voorlopige hechtenis van de verdachte.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. van Santen, voorzitter, tevens kinderrechter,

mr. J. Snitker en mr. A.M.S.P. Evers-Ederveen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.H.E. Laffrée

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 juli 2009.

Mr. A.M.S.P. Evers-Ederveen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.