Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ4945

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
03-08-2009
Datum publicatie
11-08-2009
Zaaknummer
AWB 09/3157
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Sloop (zout)loods te Neck; geen monumentenstatus; geen weigeringsgronden voor slopen; bouwvallige staat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 09 - 3157

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 augustus 2009

in de zaak van:

Stichting Behoud Cultuur Historie Wijdewormer,

gevestigd te Wormerland,

verzoekster,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Wormerland,

verweerder,

derde partij

Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK),

gevestigd te Edam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 23 juni 2009 heeft verweerder aan het HHNK vergunning verleend voor het slopen van een loods op het perceel kadastraal bekend WMR00, sectie A nr 639, plaatselijk bekend Ringdijk 10 te Wijdewormer.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 2 juli 2009 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 2 juli 2009 is tevens verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Vergunninghoudster heeft bericht met de sloop te zullen wachten totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.

Verzoekster heeft bij brief van 19 juli 2009 geantwoord op een vraagstelling van de rechtbank.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 28 juli 2009, alwaar voor verzoekster [naam] is verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door E. Kluijskens, werkzaam bij de gemeente Wormerland. Voor het HHNK zijn J. Ulle en R. Vriend verschenen, beiden werkzaam bij het HHNK.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen, indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Daarbij gaat het om een afweging van belangen van de verzoekende partij bij een onverwijlde voorziening tegen het belang dat is gemoeid met onmiddellijke uitvoering van het besluit. Voorzover deze toetsing een beoordeling van de hoofdzaak meebrengt, is dat oordeel voorlopig van aard.

2.2 Gelet op haar statuten en op de inhoud van haar brief van 19 juli 2009 omtrent haar (beoogde) feitelijke werkzaamheden is verzoekster belanghebbende zoals bedoeld in artikel 1:2, eerste en derde lid, Awb, en kan zij derhalve in haar beroep worden ontvangen.

2.3 De sloop betreft een zeer oude loods, die direct aan en deels ook in de ringdijk is gebouwd. Het gebouw fungeerde als opslagplaats van gereedschap en dergelijke voor de medewerkers van het in de directe nabijheid en ook aan de ringdijk gelegen Polderhuis, in gebruik door het toenmalige waterschap. Het diende tevens ter opslag van strooizout en wordt daarom ook wel aangeduid als zoutloods. Het Polderhuis dient inmiddels niet meer als huisvesting voor het waterschap (dat bij de fusie is opgegaan in het HHNK) en de loods is thans feitelijk door omwonenden in gebruik als opslagplaats.

2.4 Verzoekster meent dat de loods behouden moet blijven omdat deze cultuurhistorische waarde heeft, als enige in het dorp Neck overgebleven historische en beeldbepalende zoutloods, op een locatie met meer historische gebouwen zoals het naastgelegen Polderhuis, dat een rijksmonument is, de voormalige burgemeesterswoning met secretarie en de bovenmeesterswoning, die gemeentelijke monumenten zijn en de nabij gelegen monumentwaardige stolpboerderij “De Kuil”.

2.5 Verweerder heeft de sloopvergunning verleend omdat de loods geen rijks- of gemeentelijk monument is en zich geen van de in artikel 8.1.6 van de Bouwverordening genoemde weigeringgronden voordoen. Hij heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat, aangezien bouw- en woningtoezicht heeft geconstateerd dat het pand in zeer slechte staat verkeert, de loods een gevaar voor de omgeving vormt, mede omdat de zijgevel grenst aan de openbare weg.

2.6 Het HHNK heeft ter zitting toegelicht dat de slechte staat van de loods aanleiding is voor de aanvraag van sloopvergunning, waarbij een belangrijk aspect is dat de loods op en gedeeltelijk in de dijk, dus in de waterkering staat. Ter zitting is onweersproken gesteld dat de muren van het gebouw aan de binnenzijde met kabels bijeen worden gehouden en zijn voorts foto’s overgelegd ter adstructie van het bouwvallige uiterlijk van de buitenzijde van het gebouw.

Verder zijn er waterkeringtechnische redenen voor het verwijderen van de loods, nu het gebouw deels in de dijk is gebouwd en (verdere) versterking van de dijk ter plaatse niet mogelijk is als de loods op die plaats blijft bestaan.

Ten tijde van de aanvraag heeft het HHNK geconstateerd dat de loods geen officiële monumentenstatus heeft. Wel is toen bezien of er niettemin zodanige monumentale waarde aan het gebouw moest gegeven dat de loods behouden zou moeten worden. Met foto’s heeft het HHNK ter zitting aangegeven dat er geen elementen in of aan het gebouw zijn die daartoe aanleiding geven.

Voorts heeft het HHNK aangegeven en toegelicht dat restauratie, mede door waterkeringtechnische eisen aan de bouwconstructie, bijzonder kostbaar zou zijn en dat in elk geval verplaatsing van enkele meters naar de binnenkant van het (te verbreden) dijklichaam noodzakelijk zou zijn.

2.7 De voorzieningenrechter overweegt dat vastgesteld moet worden dat, nu de loods geen gemeentelijke of rijksmonumentenstatus heeft, geen monumentenvergunning voor de sloop is vereist. Er doen zich ook geen andere weigeringgronden voor. Er zijn derhalve geen gronden om de sloopvergunning te weigeren en er zijn evenmin andere redenen op grond waarvan verweerder gehouden zou zijn geen sloopvergunning te verlenen.

2.8 Gezien het bovenstaande is niet te verwachten dat de beslissing in de bezwaarprocedure geen stand zal kunnen houden.

2.9 Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening wordt dan ook afgewezen. Er zijn geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

3. Beslissing

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Heyning-Huydecoper, voorzieningenrechter, en op 3 augustus 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. M. Hekelaar, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.