Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3486

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
15-07-2009
Datum publicatie
23-07-2009
Zaaknummer
417554/ CV EXPL 09-2590
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Haviltex-maatstaf. Partijen verschillen van mening over de uitleg van de tussen hen geldende managementsovereenkomst in het licht van een later opgestelde beëindigingsbrief. De kantonrechter is van oordeel dat het bij de uitleg van deze stukken aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de managementovereenkomst en de beëindigingsbrief mochten toekennen en op wat partijen op dit punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 417554/ CV EXPL 09-2590

datum uitspraak: 15 juli 2009

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[XXX] HOLDING B.V.

te Heemstede

eiseres

hierna te noemen [eiseres]

gemachtigde mr. M. Stokvis

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WAGENWEG VASTGOED B.V.

te Overveen

gedaagde

hierna te noemen Wagenweg

gemachtigde mr. Ch. M. Moons

De procedure

[eiseres] heeft Wagenweg gedagvaard op 6 maart 2009. Wagenweg heeft schriftelijk geantwoord. De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 27 mei 2009 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 6 juli 2009 en waarbij de griffier aantekeningen heeft gemaakt van hetgeen partijen naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. Omstreeks april 2000 hebben [eiseres] en de rechtsvoorgangster van Wagenweg, [XXX] Huizen B.V., een managementovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is in artikel 3 het volgende vastgelegd:

3.a. [XXX] Huizen B.V. betaalt [XXX] Holding B.V. voor haar werkzaamheden uit hoofde van deze overeenkomst een all in vaste management fee van f 125.000 per jaar, inclusief (…)

3.b. Daarnaast betaalt [XXX] Huizen B.V. aan [XXX] Holding B.V.:

- een extra management fee van f 12.500 voor iedere eerste f 100.000 courtage-omzet van [XXX] Huizen BV

-een tweede extra management fee van f 12.500 voor de tweede f 100.000 courtage-omzet van [XXX] Huizen BV

- alsmede 25% van de winst (na aftrek van alle kosten waaronder de management fee, behalve deze 25%) als bonus, nadat die winst is verminderd met de verliezen uit voorgaande jaren die niet tot zo’n aftrek hebben geleid.

2. In augustus 2007 en september 2007 heeft [eiseres] twee overeenkomsten gesloten, op grond waarvan in het totaal € 10.000 aan courtage in rekening is gebracht. Deze courtage was op 31 september 2007 niet geïncasseerd.

3. De managementovereenkomst is met wederzijds goedvinden beëindigd per 1 november 2007. In een door Wagenweg opgestelde aan [eiseres] gerichte brief zijn de volgende afspraken met betrekking tot de beëindiging vastgelegd:

2. De in de managementovereenkomst neergelegde beloningsafspraak zal worden toegepast over de periode 1 januari 2007 tot 1 oktober 2007.

3. De concept berekening van de uit hoofde van punt 2 te betalen beloning wordt door uw (ktr: [eiseres]) accountant aan mij (ktr: Wagenweg) voorgelegd en binnen 14 dagen door mij gecontroleerd.

4. De beloning wordt binnen 14 dagen na mijn controle, indien daaruit de juistheid van de conceptberekening is gebleken, uitbetaald.

5. Indien de uitbetaling als bedoeld onder punt 4 niet tijdig plaatsvindt zal een rente van 5% per maand worden vergoed.

4. In november 2007 heeft [eiseres] een door R.A. van der Aar RA opgestelde conceptberekening aan Wagenweg gestuurd. Wagenweg heeft deze conceptberekening niet goedgekeurd.

5. In de conceptberekening is in de winst- en verliesrekening over de periode 1 januari tot 30 september 2007 een omzet van € 140.074,00 opgenomen en een winst van € 4.031,25.

De vordering

[eiseres] vordert (samengevat) veroordeling van Wagenweg tot betaling van een totaal bedrag van € 3.335,25. [eiseres] legt aan haar vordering tot betaling van een bedrag van

€ 1.599,06 artikel 2 van de beëindigingsbrief jo artikel 3.b derde liggende streepje van de managementovereenkomst ten grondslag (vgl. de feiten onder 1). Zij vordert een bedrag van € 1.416,19 aan rente op grond van artikel 5 van de beëindigingsbrief (vgl. de feiten onder 3) en een bedrag van € 320,00 aan buitengerechtelijke kosten.

Het verweer

Wagenweg betwist de vordering. Zij voert aan dat zij de berekening die [eiseres] aan haar heeft voorgelegd niet heeft goedgekeurd, omdat [eiseres] ten onrechte eventueel uit lopende opdrachten te ontvangen courtage bij de gerealiseerde courtageomzet heeft betrokken. Ter comparitie heeft Wagenweg haar verweer nader toegelicht door aan te voeren dat [eiseres] in de omzet een bedrag van € 10.000,00 aan courtage heeft opgenomen, terwijl de twee panden waarop die courtage zag nog niet waren getransporteerd, zodat die courtage op dat moment nog niet was geïncasseerd. De omzet bedroeg derhalve niet ruim € 140.000,00 maar

€ 130.000,00 zodat er geen winst is gemaakt en [eiseres] derhalve op die grond geen extra beloning toekomt. Verder betwist Wagenweg de buitengerechtelijke kosten.

De beoordeling van het geschil

Partijen verschillen van mening over de wijze waarop de winst in artikel 3 van de managementovereenkomst in het kader van artikel 2 van de beëindigingsbrief moet worden bepaald. [eiseres] heeft bij het bepalen van de winst in de omzet de courtage van twee lopende opdrachten betrokken, terwijl deze op 30 september 2007 nog niet was ontvangen. Wagenweg stelt zich op het standpunt dat nog te ontvangen courtage in de omzet niet moet worden meegenomen.

De kantonrechter oordeelt dat de tekst van de managementovereenkomst en van de beëindigingsbrief niet duidelijk is over wat partijen op dit punt zijn overeengekomen. Bij de uitleg van deze stukken komt het daarom aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de managementovereenkomst en de beëindigingsbrief mochten toekennen en op wat partijen op dit punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

De strekking van artikel 3 van de managementovereenkomst is dat [eiseres] en Wagenweg, naast een vaste beloning, een vorm van prestatiebeloning zijn overeengekomen. Hoe meer [eiseres] omzet, hoe hoger zijn variabele beloningscomponent. Aangezien Wagenweg ter comparitie heeft erkend dat [eiseres]’ inspanningen hebben bijgedragen aan en/of hebben geleid tot de verkoop van de twee panden in respectievelijk augustus en september 2007 en Wagenweg niet heeft gesteld dat de courtage die ziet op deze twee panden door Wagenweg na de beëindiging van de overeenkomst niet is ontvangen, is de kantonrechter, anders dan Wagenweg, van oordeel dat deze courtage wel bij de omzet moet worden betrokken, ook al was deze courtage op 30 september 2007 nog niet geïncasseerd. Deze courtage is immers gerelateerd aan de inspanningen van [eiseres].

Dat, zoals Wagenweg heeft aangevoerd, de courtage in de relatie met [eiseres] steeds werd meegenomen in de omzet van het jaar waarin zij werd ontvangen maakt dit niet anders. Ook in die situatie kwam de door [eiseres]’ inspanningen geïncasseerde courtage immers in de aan [eiseres] uit te keren beloning tot uitdrukking, alleen op een later moment. In de thans voorliggende situatie is dat (latere) moment door de beëindiging niet meer aan de orde. In de door Wagenweg voorgestane benadering zou dit tot gevolg hebben dat deze courtage, alhoewel door [eiseres]’ inspanningen verkregen, hem niet (meer) ten goede komt. Deze benadering verdraagt zich naar het oordeel van de kantonrechter niet met de strekking van artikel 3 van de managementovereenkomst.

Het verweer van Wagenweg dat met deze courtage al rekening is gehouden in de waardebepaling van de aandelen faalt eveneens, omdat Wagenweg dit verweer onvoldoende heeft onderbouwd en [eiseres] bovendien (onbetwist) heeft gesteld dat de waardebepaling op zijn laatst medio 2007 heeft plaatsgevonden, terwijl de twee opdrachten dateren van augustus 2007 en september 2007.

Wagenweg heeft, voor het geval de door [eiseres] voorgestane benadering zou worden gevolgd, de hoogte van de hoofdsom erkend, zodat het bedrag van € 1.599 zal worden toegewezen. Ten aanzien van de rente heeft Wagenweg geen verweer gevoerd, zodat ook deze voor toewijzing in aanmerking komt.

De buitengerechtelijke kosten worden eveneens toegewezen, nu deze door Wagenweg niet gemotiveerd zijn betwist en voorts zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen. De proceskosten komen voor rekening van Wagenweg omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.

De beslissing

De kantonrechter:

- veroordeelt Wagenweg tot betaling aan [eiseres] van € 3.335,25 te vermeerderen met de contractuele rente van 5% over een bedrag van € 3.015,25 vanaf 1 februari 2009 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt Wagenweg tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 72,25

vastrecht € 208,00

salaris gemachtigde € 350,00,

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.