Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3315

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
20-07-2009
Datum publicatie
22-07-2009
Zaaknummer
158761 - FA RK 09-2039
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vervangende toestemming paspoort. Problematiek rond minderjarigen, niet in het belang van minderjarigen om op twee weken met vader op vakantie te gaan naar Egypte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

vervangende toestemming voor de aanvraag van een paspoort

zaak-/rekestnr.: 158761 / FA RK 09-2039

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 20 juli 2009

in de zaak van:

[naam vader],

wonende te [woonplaats],

hierna mede te noemen: de vader,

advocaat mr. P.H. Visser, kantoorhoudende te Wormerveer,

tegen

[naam moeder],

wonende te [woonplaats]

hierna mede te noemen: de moeder,

advocaat mr. M.T.N. Whiterod kantoorhoudende te Utrecht.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

? het verzoekschrift met bijlagen van de vader van 17 juni 2009 ingekomen op 17 juni 2009;

? het aanvullend verzoekschrift van de vader van 6 juli 2009 ingekomen op 6 juli 2009;

? het verweerschrift, met bijlagen, van de moeder van 10 juli 2009, ingekomen op 10 juli 2009;

1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 13 juli 2009 in aanwezigheid van vader bijgestaan door mr. P.H. Visser, de moeder bijgestaan door M.T.N. Whiterod.

2 De vaststaande feiten

Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het volgende gebleken:

2.1 Partijen zijn op [datum] 1999 te [plaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van [datum] 2002.

2.2 Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [geslachtsnaam]:

- [naam minderjarige 1], geboren op [datum] 1999 in de gemeente [geboorteplaats],

- [naam minderjarige 2], geboren op [datum] 2002 in de gemeente [geboorteplaats].

2.3 De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarigen.

2.4 De hoofdverblijfplaats van deze minderjarigen is bij de moeder.

3 Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 Het verzoek van de vader strekt tot vervangende toestemming ten behoeve van het aanvragen van een Nederlands paspoort voor voornoemde minderjarigen ex artikel 34 lid 2 van de Paspoortwet.

De vader is voornemens om van 6 juli 2009 tot 20 juli 2009 met de minderjarigen naar Egypte op vakantie te gaan. De vader stelt dat de moeder niettegenstaande zijn herhaaldelijk verzoek aan haar, weigert een verklaring van toestemming te geven voor afgifte van een paspoort voor de minderjarigen.

De vader is van mening dat de moeder hiermee misbruik maakt van haar positie.

3.2 Omdat het verzoek van de vader niet voor 6 juli 2009 bij de rechtbank behandeld kon worden heeft de vader zijn verzoek nader aangevuld en verzocht een verklaring van toestemming te verlenen voor het verblijf van de minderjarige bij hun vader op vakantie in Egypte van 27 juli 2009 tot 10 augustus 2009.

Tevens is verzocht te bepalen dat de moeder haar medewerking dient te verlenen aan voornoemde vakantie van de kinderen met hun vader op straffe van een dwangsom van € 5.000 indien de moeder in gebreke blijft daaraan te voldoen.

3.3 Volgens de vader was de moeder in eerste instantie bereid haar medewerking aan de aanvraag voor de paspoorten van de minderjarigen te verlenen wanneer hij de helft van de kosten voor zijn rekening zou nemen en de paspoorten in beheer zouden blijven bij de moeder. De moeder heeft toen ook toegezegd dat zij de paspoorten aan de vader ter beschikking zou stellen als hij met de minderjarigen naar het buitenland wilde gaan. De gesprekken en de correspondentie hierover hebben plaatsgevonden tussen oktober 2008 en maart/april 2009.

De vader stelt dat was afgesproken dat hij van 6 juli 2009 tot 20 juli 2009 met de kinderen op vakantie naar Egypte zou gaan en dat de moeder van 27 juli 2009 tot 10 augustus 2009 met de kinderen op vakantie zou gaan. Nu door het gedrag van de moeder hij niet met de kinderen op deze datum vakantie heeft kunnen gaan en gedwongen is zijn vakantie aan te passen, is dat vader van mening dat de moeder de door haar geboekte vakantie dient te wijzigen zodat hij alsnog op 27 juli 2009 met de kinderen naar Egypte kan reizen.

4 Het verweer

4.1 De moeder heeft het verzoek gemotiveerd bestreden.

Zij verzoekt primair het verzoek met betrekking tot de aanvraag van de paspoorten af te wijzen en de vader niet ontvankelijk te verklaren in zijn aanvullend verzoek nu dit verzoek ziet op een geschillenregeling als bedoeld in art. 1:253a BW.

De moeder heeft verweer gevoerd tegen de verzochte dwangsom in het aanvullend verzoek van de vader.

4.2 Subsidiair verzoekt de moeder te bepalen dat:

- indien het verzoek van de vader wordt toegewezen de paspoorten van de minderjarigen alleen aan haar worden afgegeven;

- bij wijziging van de omgangsregeling tijdens de vakantie rekening wordt gehouden met de door haar geplande van 27 juli 2009 tot en met 10 augustus 2009;

- de vader de kinderen tijdens de vakantie niet mee naar Egypte mag nemen;

4.3 De moeder heeft voorts bij zelfstandig verzoek verzochte de omgangsregeling, zoals bepaald in de beschikking van deze rechtbank van 22 februari 2005, te wijzigen en te bepalen dat de vader om het weekend van zaterdag 11.00 uur tot zondag 12.00 uur omgang met de minderjarigen zal hebben.

4.4 De moeder erkent dat zij wel met de vader heeft gesproken over de verdeling van de zomervakantie en de paspoorten voor de minderjarigen, maar betwist dat zij de vader een aantal maanden geleden toestemming heeft gegeven om met de kinderen twee weken naar Egypte te reizen.

4.5 De moeder vreest dat [naam minderjarige 1] tijdens de vakantie in Egypte besneden zal worden omdat ze de leeftijd heeft bereikt waarop een dergelijke besnijdenis kan plaatsvinden. Als onderbouwing van haar standpunt heeft zij een artikel over vrouwenbesnijdenis in Egypte overgelegd. Voorts stelt zij dat [naam minderjarige 2] de laatste weken erg angstig is en zich verstopt als hij denkt dat zijn vader langskomt. De moeder maakt zich ernstige zorgen over [naam minderjarige 2]. Hij vertoont sinds enige tijd agressief gedrag. Hij doet zichzelf pijn door zich te krabben en te bijten, huilt vaak en moet regelmatig overgeven, met name voor en na de omgangsregeling. Ook zegt hij dingen als: “Ik wil dood”. Hij slaapt slecht, heeft last van nachtmerries en wordt regelmatig gillend wakker. Sinds [naam minderjarige 2] zijn moeder heeft verteld dat de vader hem mee wil nemen naar Egypte, smeekt hij zijn moeder om niet mee te hoeven. Met name het gedrag van [naam minderjarige 2] is voor de vrouw de directe aanleiding om geen toestemming te verlenen aan de man om een paspoort voor de minderjarigen aan te vragen.

De moeder stelt voorts nog dat de vader de minderjarigen vorig jaar zonder haar toestemming heeft meegenomen naar Egypte en dat de minderjarigen er onverzorgd en vermagerd uitzagen toen zij terugkwamen en volledig van de kaart waren. Zij hebben haar toen gesmeekt om hen nooit meer met de vader mee naar Egypte te laten gaan.

Volgens de moeder is het niet mogelijk hierover met de vader te praten.

5 Beoordeling van het verzoek

paspoort

5.1 Artikel 34 lid 2 juncto artikel 38 lid 2 Paspoortwet voorziet in de mogelijkheid, indien een van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming voor afgifte van een paspoort af te geven, deze verklaring te vervangen door een verklaring van de kinderrechter, die een zodanige beslissing geeft als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.

5.2 De vader stelt dat hij in afwachting van de beslissing van deze rechtbank tickets heeft gereserveerd voor de periode van 27 juli 2009 tot 10 augustus 2009.

5.3 Tegenover de ter zitting gedane betwisting van de vader dat [naam minderjarige 1] tijdens de vakantie in Egypte wordt besneden, heeft de moeder haar stellingen op dit punt niet dan wel onvoldoende nader onderbouwd, zodat de rechtbank aan dit onderdeel van het verweer van de moeder voorbij zal gaan.

5.4 Vast staat dat er naar aanleiding van een melding bij het AMK in het voorjaar van 2008 over mogelijk seksueel misbruik van de minderjarigen een onderzoekstraject voor hen is ingezet. Deze omstandigheden zijn onderdeel geweest van een door de man ingestelde kort geding procedure over het hervatten van de door de vrouw gestaakte omgangsregeling. Hoewel het AMK na gesprekken met de moeder en de vader het dossier gesloten heeft, heeft de zedenpolitie het onderzoek voortgezet. Op advies van de politie is [naam minderjarige 2] destijds niet gehoord in het kader van een studioverhoor, maar is hij voor nader onderzoek verwezen naar het [plaats] Medisch Centrum. Na observatie door een kinderpsycholoog van [naam instelling] is [naam minderjarige 2] doorverwezen naar het Kinder- en Jeugdtraumacentrum, het Jeugd Riagg, te [plaats]. Laatstgenoemde instelling heeft het onderzoek naar de situatie rond [naam minderjarige 2] nog niet afgerond. De vader is bij dit onderzoek betrokken en is uitgenodigd voor een eindgesprek in de week van 10 augustus 2009.

5.5 De rechtbank stelt voorop dat het belang van de vader om met zijn kinderen de vakantie door te brengen in zijn land van herkomst zwaar dient te wegen. De rechtbank ziet evenwel aanleiding het belang van de kinderen in deze zwaarder te laten wegen. De vader zal niet gevolgd worden in zijn standpunt dat er geen beletselen zijn om met beide kinderen twee aaneengesloten weken in Egypte te verblijven.

Zoals hiervoor is overwogen is sprake van een zorgelijke ontwikkeling van met name [minderjarige 2], die ook aanleiding is geweest tot nader onderzoek. Hoewel de aard en de ernst van de problematiek rondom [naam minderjarige 2] nog niet duidelijk is, is de rechtbank van oordeel dat het niet in het belang van de kinderen wordt geacht dat zij deze zomer met de vader meegaan naar Egypte. De rechtbank betrekt daarbij ook dat de vader ter zitting de problematiek rondom beide kinderen niet herkent, terwijl de vader in ieder geval bekend is met de onderzoeken van [naam minderjarige 2]. Ook is hem bekend dat dochter [naam minderjarige 1] gediagnosticeerd is met PDD-Nos. Gelet op de bij beide kinderen aanwezige problematiek en de onduidelijkheid over ernst en omvang bij [naam minderjarige 2], acht de rechtbank onder deze omstandigheden een tweeweekse vakantie in een voor hen vrijwel vreemde omgeving op dit moment niet in hun belang.

De mededeling van de advocaat van de moeder dat de behandelend psycholoog heeft medegedeeld dat [naam minderjarige 2] niet met vader naar Egypte wil, wordt buiten beschouwing gelaten nu dit een uitlating is zonder toelichtende context en niet kenbaar voor de vader.

Alles overwegende zal het verzoek van de vader worden afgewezen. Van een noodzaak tot het verlenen van vervangende toestemming is bij deze stand van zaken niet gebleken.

Een en ander belet de vader niet om, rekening houdend met de vakantieplannen van de moeder, twee aaneengesloten weken met de minderjarigen in de zomervakantie in Nederland door te brengen.

de overige verzoeken

5.7 Gelet op bovenstaande beslissing, behoeft het aanvullende verzoek van de vader geen bespreking meer.

Het zelfstandige verzoek van de moeder tot wijziging van de omgangsregeling zal in het kader van de onderhavige procedure niet behandeld worden nu de aard van de onderhavige procedure zich daarvoor niet leent en daarmee onvoldoende samenhang heeft.

6 Beslissing

De rechtbank:

Wijst het verzoek van de vader af.

Deze beschikking is gegeven door mr. R.A. Otter tevens kinderrechter en in het openbaar uitgesproken ter terechtzitting van 20 juli 2009 in tegenwoordigheid van M.P. Joukes als griffier.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.