Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3130

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
08-07-2009
Datum publicatie
20-07-2009
Zaaknummer
423147 AO VERZ 09-409
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding arbeidsovereenkomst na intrekking Verklaring van Geen Bezwaar (VGB). Van KLM kan niet gevergd worden verweerder in andere, niet-vertrouwensfunctie te werk te stellen, mede gelet op het feit dat verweerder 'een gewaarschuwd man' was. KLM heeft conform het bij haar geldende beleid gewacht met het starten van een beëindigingsprocedure tot het bezwaar van verweerder op de intrekking van de VGB ongegrond was verklaard. Zij heeft gedurende de bezwaarprocedure het loon aan verweerder doorbetaald. Voor aanhouding van de ontbindingsprocedure in afwachting van de uitspraak in een door verweerder aanhangig gemaakte voorlopige voorzieningenprocedure, ziet de kantonrechter geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 147
AR-Updates.nl 2009-0570
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 423147/ AO VERZ 09-409

datum uitspraak: 8 juli 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de naamloze vennootschap

KONINKLIJKE LUCHTVAART MAATSCHAPPIJ N.V.

te Amstelveen

verzoekster

hierna: KLM

gemachtigde: mr. M. Veerman-Dijkstra

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. W.G.H. van de Wetering

De procedure

Op 7 mei 2009 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KLM. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 1 juli 2009. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigde van KLM heeft pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

KLM heeft, voorafgaande aan de mondelinge behandeling, nog producties in het geding gebracht.

De feiten

1. [verweerder], 46 jaar oud, is vanaf 10 september 1984 bij KLM in dienst in de functie van tugdriver, tegen een salaris van (laatstelijk) € 2.510,00 bruto per maand, exclusief emolumenten.

2. De functie van tugdriver wordt uitgeoefend binnen het beschermde gebied van de luchthaven Schiphol, te weten het platform, de taxibanen en de parkeerplaatsen van vliegtuigen, en wordt aangemerkt als vertrouwensfunctie in de zin van de Wet Veiligheidsonderzoeken (hierna: WVo).

3. Voor het kunnen/mogen uitvoeren van werkzaamheden in een vertrouwensfunctie is een Verklaring van Geen Bezwaar (hierna: VGB) vereist, af te geven door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (hierna: AIVD).

4. Ingevolge artikel 10 lid 2 WVo is KLM gehouden om bij weigering of intrekking van de VGB de betrokken werknemer zo spoedig mogelijk uit de vertrouwensfunctie te ontheffen.

5. [verweerder] is vanaf 8 augustus 2004 tot 22 september 2004 op non-actief gesteld in verband met de intrekking van zijn VGB. Bij brief van 26 september 2004 heeft KLM onder meer het volgende aan [verweerder] geschreven:

“Wij hebben u aangegeven dat u met dit incident het vertrouwen van KLM ernstig heeft geschonden. Desondanks zijn wij bereid u per direct weer in uw functie van tugdriver werkzaam te laten zijn. [...] U heeft ons verzekerd dat u al het mogelijke zal doen om het vertrouwen van KLM terug te winnen. [...] Wij vertrouwen erop dat deze gebeurtenis voor u aanleiding is om in de toekomst zorgvuldig om te gaan met uw vertrouwensfunctie. Bij een herhaling van een dergelijk handelen zullen wij ernstig overwegen het dienstverband met u te beëindigen.”

6. [verweerder] is in mei 2008 strafrechtelijk veroordeeld voor diefstal met geweld.

7. Bij brief van 13 november 2008 heeft de AIVD aan KLM doen weten op de grond van artikel 10 van de WVo te hebben besloten de VGB van [verweerder] in te trekken, omdat ten aanzien van [verweerder] nadelige gegevens bekend zijn geworden.

8. KLM heeft [verweerder] met ingang van 20 november 2008 vrijgesteld van werkzaamheden met behoud van loon in afwachting van de uitkomst van de door [verweerder] tegen de intrekking van de VGB ingestelde bezwaarprocedure.

9. Op 18 maart 2009 heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken het bezwaar van [verweerder] tegen de intrekking van de VGB ongegrond verklaard. [verweerder] heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de bestuursrechter te ’s-Gravenhage.

10. Bij brief van 8 april 2009 heeft KLM aan [verweerder] medegedeeld op korte termijn een procedure tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst aanhangig te zullen maken.

11. Bij brief van 1 mei 2009 heeft de gemachtigde van [verweerder] KLM verzocht om de mogelijkheid te bezien om [verweerder] buiten het beveiligde gebied werkzaamheden te laten verrichten.

Het verzoek

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt KLM – samengevat – het volgende.

[verweerder] kan zijn functie van tugdriver noch enige andere vertrouwensfunctie bij KLM vervullen, omdat hij niet meer over een VGB beschikt. Daarbij komt dat KLM het vertrouwen in [verweerder] is verloren, nu hij zich schuldig heeft gemaakt aan zodanig ernstige handelingen, dat deze naar objectieve maatstaven niet verenigbaar zijn met zijn werkzaamheden voor KLM. Gebleken is immers dat [verweerder] niet voldoet aan de betrouwbaarheidseisen die KLM aan al haar personeel stelt met het oog op de veiligheid.

KLM heeft conform het bij haar geldende beleid gewacht met het starten van een beëindigingsprocedure tot het bezwaar van [verweerder] op de intrekking van de VGB ongegrond was verklaard. Zij heeft gedurende de bezwaarprocedure het loon aan [verweerder] doorbetaald. Thans kan van KLM niet worden verwacht de arbeidsovereenkomst met [verweerder] nog langer te laten voortduren. Deze dient daarom op korte termijn te worden ontbonden.

KLM is niet gehouden [verweerder] een andere functie waarvoor geen VGB is vereist, binnen haar bedrijf aan te bieden. [verweerder] heeft het immers aan zichzelf te wijten dat zijn VGB is ingetrokken. Daar komt nog bij dat KLM, door [verweerder] in de gegeven omstandigheden in een niet-vertrouwensfunctie te herplaatsen, haar eigen veiligheidsbeleid ondergraaft. KLM stelt ook voor de niet-vertrouwensfuncties hoge eisen en laat voor al haar medewerkers ook zelf een antecedentenonderzoek uitvoeren. [verweerder] zou daar, gezien zijn strafblad, niet doorheen komen. Hij voldoet dus niet aan de betrouwbaarheidseisen die KLM aan al haar personeel stelt.

Los daarvan geldt dat voor [verweerder] geen andere, passende functie bij KLM beschikbaar is.

Behalve dat voor alle thans vacante functies een VGB is vereist, is het merendeel daarvan ook qua niveau niet passend voor [verweerder].

Ten slotte heeft KLM rekening te houden met andere werknemers die, buiten hun eigen schuld, hun eigen functie niet meer kunnen verrichten. Deze werknemers hebben bij herplaatsing in een andere functie voorrang boven alle andere kandidaten.

Voor toekenning van een vergoeding aan [verweerder] is geen aanleiding, nu de intrekking van zijn VGB uitsluitend het gevolg is van de gedragingen van [verweerder] en derhalve niet aan KLM verwijtbaar is. Daarmee komt de verandering van omstandigheden geheel voor risico van [verweerder].

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] (subsidiair) om toekenning van een vergoeding van € 46.906,00 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

[verweerder] erkent dat er sprake is van een verandering van omstandigheden die geheel op zijn conto dient te worden geschreven. Hij geeft toe dat de intrekking van de VGB slechts hem kan worden tegengeworpen. KLM treft daarvan geen enkel verwijt. Het is echter de vraag of de verandering van omstandigheden per definitie tot de ontbinding van de arbeids-overeenkomst moet leiden, zoals KLM wenst. Volgens [verweerder] is dit niet het geval. [verweerder] heeft immers gedurende de (bijna) 25 jaar dat hij bij KLM in dienst is, steeds goed gefunctioneerd. KLM maakt niet duidelijk waarom de intrekking van de VGB meebrengt dat zij het vertrouwen in het functioneren van [verweerder] heeft verloren. De enkele intrekking van de VGB kan dan ook niet tot de conclusie leiden dat de basis voor een vruchtbare samenwerking met [verweerder] in de toekomst is weggevallen. Dat doet geen recht aan het lange dienstverband van [verweerder] waarin KLM op het functioneren van [verweerder] geen aanmerkingen heeft gehad. Van KLM kan dus in redelijkheid worden verwacht dat zij zich inspant om [verweerder] in een andere, niet-vertrouwensfunctie te werk te stellen.

Het door KLM gestelde verlies van vertrouwen in [verweerder] kan het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst daarom niet dragen.

Indien de arbeidsovereenkomst zou worden ontbonden, is er aanleiding voor de verzochte vergoeding, nu de gevolgen van de ontbinding voor [verweerder] zeer ernstig zijn. Het zal voor hem uiterst moeilijk zijn om elders werk te vinden, gelet op het sterk bedrijfsgerichte karakter van zijn functie bij KLM. Daar komt bij dat hij, bij een snelle ontbinding, zijn 25-jarig jubileum bij KLM misloopt en de daaraan verbonden gratificatie.

In de correctiefactor C = 0,7 is verdisconteerd dat [verweerder] voor een niet onbelangrijk deel de veroorzaker van de huidige situatie is. Daar staat echter tegenover dat KLM kan worden verweten de beëindiging van de arbeidsovereenkomst na te streven zonder rekening te houden met de belangen van [verweerder].

De beoordeling van het verzoek

De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

Niet in geschil is dat herplaatsing van [verweerder] in een vertrouwensfunctie vooralsnog niet mogelijk is. Bepalend voor de uitkomst van de procedure is derhalve de beantwoording van de vraag of KLM genoegzaam aannemelijk heeft gemaakt, dat van haar niet kan worden gevergd [verweerder] in een andere, niet-vertrouwensfunctie te werk te stellen. KLM stelt dat dit niet mogelijk is, enerzijds omdat zij het vertrouwen in [verweerder] heeft verloren, anderzijds omdat zij geen passende functie voor [verweerder] voorhanden heeft.

Anders dan [verweerder] is de kantonrechter van oordeel dat de intrekking van de VGB de conclusie kan rechtvaardigen dat daardoor het vertrouwen van KLM in [verweerder] zodanig is geschonden, dat de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet meer van haar kan worden gevergd. Als niet door [verweerder] betwist staat immers vast dat [verweerder] ten gevolge van het hebben van een strafblad niet meer voldoet aan de betrouwbaarheidseisen die KLM aan al haar personeel, in welke functie dan ook, stelt. Daarbij is van belang dat al eerder, in 2004, sprake is geweest van gedragingen van [verweerder] die ertoe hebben geleid dat zijn VGB is ingetrokken. Gelet op de brief van 26 september 2004, waarin KLM in niet mis te verstane bewoordingen heeft benadrukt erop te vertrouwen dat [verweerder] in de toekomst zorgvuldig zou omgaan met zijn vertrouwensfunctie, gold [verweerder] als een gewaarschuwd man, van wie had mogen worden verwacht dat hij er alles aan had gedaan om een herhaling van een soortgelijke situatie te voorkomen. Nu hij die verwachting klaarblijkelijk heeft beschaamd, is het begrijpelijk dat KLM niet meer met [verweerder] verder wil.

Ter zitting is nog aan de orde geweest de vraag van [verweerder] of KLM bereid is de uitspraak in de voorlopige voorzieningenprocedure af te wachten. KLM heeft aangegeven daartoe niet bereid te zijn. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de onderhavige procedure ambtshalve voor onbepaalde tijd aan te houden, nu [verweerder] ter zitting niet concreet heeft kunnen aangeven wanneer de behandeling van het door hem op 17 juni 2009 ingestelde verzoek zal plaatsvinden.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat sprake is van een voldoende gewichtige reden voor de ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek zal derhalve worden toegewezen. De arbeidsovereenkomst zal worden ontbonden tegen 15 juli 2009.

Voor toekenning van een vergoeding is, gelet op de mate waarin [verweerder] een verwijt kan worden gemaakt van de verandering van omstandigheden, geen grond.

Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

- ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 15 juli 2009;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

- bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Deze beschikking is gegeven door mr. E.P. Stolp en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.