Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3022

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
17-07-2009
Zaaknummer
157594 / KG ZA 09-266
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KORT GEDING tot OPHEFFING van CONSERVATOIR BESLAG.

Bij de behandeling van een beslagrekest wordt in de regel de gerekwestreerde niet gehoord. Die omstandigheid legt op de verzoeker van een beslagverlof, nog meer dan dat anders al het geval is, de plicht om in een dergelijk rekest op generlei wijze, bewust of onbewust, misleidend te werk te gaan. Nu verzoekers in het beslagrekest geen volledige openheid van zaken hebben gegeven door evident van belang zijnde omstandigheden niet in het beslagrekest te vermelden, ligt de vordering van de beslagdebiteur tot opheffing van de beslagen reeds om die reden voor toewijzing gereed. Voorts is summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht gebleken. Volgt opheffing van het beslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 363

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 157594 / KG ZA 09-266

Vonnis in kort geding van 10 juli 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AKRON HOLDING B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

eiseres,

advocaat mr. M. Deckers te Amsterdam,

tegen

1. de stichting

STICHTING PENSIOENFONDS VOOR HUISARTSEN,

gevestigd te Driebergen-Rijsenburg,

2. de stichting

STICHTING PENSIOENFONDS MEDISCH SPECIALISTEN,

gevestigd te Zeist,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AKRON CCEPT B.V.,

gevestigd te Hoofddorp,

gedaagden,

advocaat mr. F.H. van der Beek te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Akron Holding en SPH c.s. (gedaagden sub 1-3 gezamenlijk) respectievelijk SPH (gedaagde sub 1), SPMS (gedaagde sub 2) en ACCEPT (gedaagde sub 3) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van Akron Holding

- de pleitnota van SPH c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Akron Holding houdt zich bezig met het ontwikkelen en beheren van vastgoed door middel van investeringsfondsen, waaronder ACCEPT. 94,99% van de aandelen in ACCEPT wordt gehouden door SPH en SPMS gezamenlijk; het restant van 5,01% is in handen van Akron Holding.

2.2. Het investeringskapitaal in ACCEPT zou op grond van de verdeling in aandelen EUR 70 miljoen voor SPH en SPMS gezamenlijk, respectievelijk EUR 3,694 miljoen voor Akron Holding bedragen. SPH en SPMS hebben ieder EUR 35 miljoen gestort. Akron Holding heeft vooralsnog niet aan haar investeringsverplichting voldaan.

2.3. ACCEPT houdt 5% van de aandelen in Akron Beleggingen Nederland 12 B.V. (hierna te noemen: ‘ABN 12’). De overige 95% van de aandelen in ABN 12 worden gehouden door Akron Immobilien Development GmbH (hierna te noemen: ‘AID’).

2.4. Akron Holding heeft een aantal leningen aan ABN 12 verstrekt. Eén van die leningen, ter grootte van een bedrag van EUR 5 miljoen, is op 4 mei 2009 opeisbaar geworden.

2.5. Op 20 april 2009 heeft SPH c.s. krachtens verlof van de voorzieningenrechter te Haarlem d.d. 17 april 2009 conservatoir derdenbeslag gelegd ten laste van Akron Holding voor een door SPH c.s. gestelde vordering van SPH, SPMS en/of ACCEPT jegens Akron Holding van EUR 3,694 miljoen ter zake van de hiervoor genoemde investerings-verplichting voor dat bedrag van Akron Holding.

3. Het geschil

3.1. Akron Holding vordert dat:

Het U Edelachtbare Heer/Vrouwe Voorzieningenrechter behage bij vonnis in kort geding uitvoerbaar bij voorraad:

Primair

A. op te heffen de conservatoire (derden) beslagen gelegd op/onder:

(i) 90.180 gewone aandelen in ACCEPT, genummerd 1 tot en met 90.180, gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850-B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp;

(ii) 7.000.000 klasse A aandelen, genummerd A-1 tot en met A-7.000.000 en 3.000.000 klasse B cumulatief preferente aandelen genummerd B pref-1 tot en met B pref-3.000.000 in Akron Investment B.V., gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp;

(iii) 6.940.000.000 gewone aandelen in Akron Investment Central Eastern Europe II B.V., genummerd 1 tot en met 6.940.000.000, gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp, althans, voor zover deze op naam van Akron Holding zijn gesteld.

(iv) de ING Bank N.V. gevestigd en kantoorhoudende aan het Bijlmerplein 888 te (1102 MG) Amsterdam en wel op alle goederen van Akron Holding,

(v) Akron Beleggingen Nederland 12 B.V. gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp, en wel op alle goederen zijnde vorderingen die Akron Holding op ABN 12 heeft.

B. te gelasten dat SPH, SPMS en ACCEPT zullen zorg dragen voor alle (rechts)handelingen die voor de opheffing van voormelde beslagen noodzakelijk zijn;

C. SPH, SPMS en ACCEPT een verbod op te leggen tot verdere beslagleggingen ten laste van Akron Holding, althans SPH, SPMS en ACCEPT te gebieden dat zij bij een eventueel nieuw verzoek om verlof voor het leggen van conservatoire beslagen ten laste van Akron Holding de betrokken Voorzieningenrechter inlichten over de opheffing van de eerdere beslagen, door overlegging van het in dezen te wijzen vonnis, voor zowel het voormelde verbod als gebod op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,- voor iedere dag dat SPH, SPMS en ACCEPT in strijd handelen met het bepaalde in dit vonnis, met een maximum van EUR 250.000,-, althans een door U Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;

Subsidiair

A. op te heffen het ten laste van Akron Holding onder de ING Bank N.V. gelegde conservatoire derdenbeslag;

B. te gelasten dat SPH, SPMS en ACCEPT zullen zorg dragen voor alle (rechts)handelingen die voor de opheffing van voormeld beslag noodzakelijk zijn;

C. SPH, SPMS en ACCEPT een verbod op te leggen tot verdere beslagleggingen ten laste van Akron Holding, althans SPH, SPMS en ACCEPT te gebieden dat zij bij een eventueel nieuw verzoek om verlof voor het leggen van conservatoire beslagen ten laste van Akron Holding de betrokken Voorzieningenrechter inlichten over de opheffing van de eerdere beslagen, door overlegging van het in dezen te wijzen vonnis, voor zowel het voormelde verbod als gebod op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 10.000,- voor iedere dag dat SPH, SPMS en ACCEPT in strijd handelen met het bepaalde in dit vonnis, met een maximum van EUR 250.000,-, althans een door U Voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen dwangsom;

Primair en subsidiair:

SPH, SPMS en ACCEPT te veroordelen in de kosten van dit geding.

3.2. SPH c.s. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter zitting is komen vast te staan dat partijen op dinsdag 31 maart 2009 een bespreking hebben gehad, waarbij genoemde investeringsverplichting van Akron Holding in ACCEPT ter sprake is gekomen. In het van die bespreking opgemaakte verslag d.d. 1 april 2009 is – voor zover hier van belang – het volgende opgenomen:

(…) Es wurde von allen beschlossen, das ein Teil des AKRON Holding Darlehens an ABN 12 in der Höhe von ca. € 3,69 mln (wie ursprünglich vereinbart) in „share premium“ ACCEPT umgewandelt wird. Somit soll die ABN 12 eine Teildarlehensrückzahlung von € 3,69 mln an die AKRON Holding leisten. Danach soll die AKRON Holding den Betrag an die ACCEPT als share prmium weiterleiden, die dieses wiederum an die ABN 12 weiter gibt.

4.2. Door SPH c.s. is ter zitting erkend dat de inhoud van dit verslag een correcte weergave van die bespreking inhoudt. Partijen zijn derhalve overeengekomen dat Akron Holding een gedeelte van haar van ABN 12 opeisbare lening à EUR 5 miljoen zou aanwenden om haar investeringsverplichting jegens ACCEPT na te komen. ACCEPT zou de aldus van Akron Holding ontvangen investering à EUR 3,69 miljoen op haar beurt doorgeleiden aan ABN 12, met welk ‘het kasrondje’ de investeringsverplichting van Akron Holding zou zijn uitgevoerd.

4.3. Door Akron Holding is een e-mail d.d. 2 april 2009 van [A] aan [B] - die beiden van de kant van Akron Holding zijn - in het geding gebracht, welke e-mail destijds cc aan DPFS (= de beheerder van het vermogen van SPH en SPMS) is verstuurd. De inhoud van die e-mail luidt als volgt:

We discussed last Tuesday the payments from ABN 12 BV to Akron Holding BV and then from Akron Holding BV into Accept BV. Could you, on request of DPFS, postpone this with a week?

Door SPH c.s. is ter zitting erkend dat bedoeld verzoek om aanhouding inderdaad van haar kant is gedaan.

4.4. Voorts kan worden vastgesteld dat SPH c.s. vervolgens verlof heeft gevraagd voor het leggen van de hiervoor onder 2.5 genoemde conservatoire derdenbeslagen en, nadat zij dat verlof had verkregen, die beslagen heeft doen leggen.

4.5. In het desbetreffende beslagrekest heeft SPH c.s. voor wat betreft genoemde investeringsverplichting van Akron Holding uitsluitend aangevoerd dat Akron Holding niet aan haar stortingsverplichting heeft voldaan en dat zulks een tekortkoming in de nakoming van haar verbintenis jegens SPH en SPMS oplevert, maar heeft SPH c.s. met geen woord gerept over de hiervoor genoemde op 31 maart 2009 gemaakte afspraak over het kasrondje en over het feit dat dat kasrondje vervolgens op verzoek van SPH c.s. zèlf niet is uitgevoerd. Dat is een onvolledige en misleidende voorstelling van zaken, hetgeen in strijd is met het bepaalde in artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).

4.6. Bij de behandeling van een beslagrekest wordt in de regel de gerekwestreerde niet gehoord. Die omstandigheid legt op de verzoeker van een beslagverlof, nog meer dan dat anders al het geval is, de plicht om in die rekesten op generlei wijze, bewust of onbewust, misleidend te werk te gaan. Nu SPH c.s. in het beslagrekest geen volledige openheid van zaken heeft gegeven door evident van belang zijnde omstandigheden (de overeenkomst van 31 maart 2009 en het namens haar gedane verzoek d.d. 2 april 2009) niet in het - overigens 14 pagina’s tellende - beslagrekest te vermelden, ligt de vordering van Akron Holding tot opheffing van de gelegde beslagen reeds om die reden voor toewijzing gereed. Maar ook als SPH c.s. de voorzieningenrechter aan wie het beslagverlof werd verzocht wèl volledig zou hebben geïnformeerd, zouden de gelegde beslagen zijn opgeheven. De voorzieningenrechter overweegt in dat verband als volgt.

4.7. Volgens art. 705 lid 2 Rv dient een beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. De voorzieningenrechter moet daarbij beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd.

4.8. Niet in geschil is dat partijen op 31 maart 2009 zijn overeengekomen dat Akron Holding via het bedoelde ‘kasrondje’ aan haar investeringsverplichting jegens ACCEPT zou voldoen. Gesteld noch gebleken is dat partijen nadien anders zijn overeengekomen, of dat de overeenkomst op een andere wijze - bijvoorbeeld door buitengerechtelijke ontbinding of nietigverklaring door SPH c.s. - is geëindigd, zodat de tussen SPH c.s. en Akron Holding gesloten overeenkomst d.d. 31 maart 2009 onverkort van kracht is. De door SPH c.s. ter zitting genoemde misleiding door Akron Holding, als gevolg waarvan de overeenkomst van 31 maart 2009 tot stand zou zijn gekomen, doet daaraan niet af. Die gestelde misleiding heeft SPH c.s. nauwelijks onderbouwd, terwijl gesteld noch gebleken is dat SPH c.s. om die reden op enige wijze op beëindiging van die overeenkomst heeft aangestuurd, laat staan dat zij daartoe is overgegaan.

4.9. Nu betaling door Akron Holding aan ACCEPT door middel van het ‘kasrondje’ tussen partijen is overeengekomen en die overeenkomst op verzoek van SPH c.s. niet meteen is uitgevoerd, Akron Holding nog steeds bereid is uitvoering te geven aan de afspraak zoals die op 31 maart 2009 tussen partijen tot stand is gekomen en die afspraak met puur boekhoudkundige handelingen nog steeds is na te komen, is summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger (in casu SPH c.s.) ingeroepen recht gebleken. Dat dient op grond van het bepaalde in artikel 705 lid 2 Rv tot opheffing van het beslag te leiden.

4.10. Op grond van het hiervoor overwogene zal de primaire vordering onder A en B worden toegewezen.

4.11. De primaire vordering onder C van Akron Holding zal worden afgewezen. Voor een verdere conservatoire beslaglegging zal SPH c.s. verlof van de voorzieningenrechter nodig hebben. Gelijk hiervoor reeds is overwogen, zal SPH c.s. de voorzieningenrechter daarbij volledig hebben te informeren over alle voor de beoordeling van het desbetreffende verzoek relevante omstandigheden, waaronder – indien dat relevant is – ook dit vonnis. De voorzieningenrechter vertrouwt erop dat SPH c.s. dat, na hetgeen hiervoor onder 4.6 is overwogen, in het vervolg ook wel zal doen. Uit het vorenstaande volgt dat Akron Holding geen belang heeft bij toewijzing van dit onderdeel van haar vordering.

4.12. SPH c.s. zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Akron Holding worden begroot op:

- dagvaarding EUR 72,25

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.150,25

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. heft op het op 20 april 2009 ten laste van Akron Holding gelegde beslag op/onder:

(i) 90.180 gewone aandelen in ACCEPT, genummerd 1 tot en met 90.180, gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850-B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp;

(ii) 7.000.000 klasse A aandelen, genummerd A-1 tot en met A-7.000.000 en 3.000.000 klasse B cumulatief preferente aandelen genummerd B pref-1 tot en met B pref-3.000.000 in Akron Investment B.V., gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp;

(iii) 6.940.000.000 gewone aandelen in Akron Investment Central Eastern Europe II B.V., genummerd 1 tot en met 6.940.000.000, gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp, althans, voor zover deze op naam van Akron Holding zijn gesteld.

(iv) de ING Bank N.V. gevestigd en kantoorhoudende aan het Bijlmerplein 888 te (1102 MG) Amsterdam en wel op alle goederen van Akron Holding,

(v) Akron Beleggingen Nederland 12 B.V. gevestigd en kantoorhoudende aan de Hoofdweg 850- B Oostzijde te (2132 MC) Hoofddorp, en wel op alle goederen zijnde vorderingen die Akron Holding op ABN 12 heeft.

5.2. gelast dat SPH c.s. zorg draagt voor alle (rechts)handelingen die voor opheffing van de onder 5.1 genoemde beslagen noodzakelijk zijn,

5.3. veroordeelt SPH c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Akron Holding tot op heden begroot op EUR 1.150,25,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. S.M.P. Langeveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2009.?