Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2909

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
17-07-2009
Zaaknummer
159332 - KG ZA 09-386
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

KORT GEDING: Bijzonder spoedeisend karakter. Voor de beoordeling in kort geding van de aannemelijkheid van het gestelde zijn bewijsmogelijkheden beperkt, maar ook daaraan worden eisen gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 159332 / KG ZA 09-386

Proces-verbaal van de zitting, gehouden op 10 juli 2009, houdende mondeling vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DEKKER CHRYSANTEN B.V.,

gevestigd te Hensbroek, gemeente Koggenland,

eiseres,

advocaat mr. P. Koerts en mr. R. Nijdam te Groningen,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RSVO ONLINE B.V.,

gevestigd te Zaandam, gemeente Zaanstad,

verschenen in persoon,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRANCHES & TRENDS B.V.,

gevestigd te Maastricht,

gedaagden,

advocaat mr. R.J. Kramer te Maastricht.

Partijen zullen hierna respectievelijk Dekker, RSVO Online en Branches & Trends genoemd worden.

1. De zitting wordt gehouden in het gebouw van deze rechtbank ter behandeling van een vordering in kort geding.

Tegenwoordig zijn mr. A.J. van der Meer, voorzieningenrechter, en mr. A.R. ten Berge, griffier.

Na uitroeping van de zaak verschijnen

- [A], directeur van Dekker, en [B], medewerker (directeur verkoop in Nederland) van Dekker (verder te noemen [B]), bijgestaan door mr. Koerts en mr. Nijdam voornoemd

- [C], directeur van RSVO Online

- [D], directeur van Branches & Trends en [E], directeur van Branches & Trends, bijgestaan door mr. Kramer voornoemd.

De advocaten van partijen lichten hun standpunten toe aan de hand van overlegde pleitnotities.

2. Op grond van de gedingstukken alsmede het verhandelde ter zitting wordt door de voorzieningenrechter het volgende als vaststaand aangenomen.

2.1. Branches & Trends is een onderzoeksbureau. Zij heeft van Fides B.V.(verder te noemen Fides) opdracht gekregen een marktonderzoek onder chrysantentelers uit te voeren. Branches & Trends heeft daartoe een vragenlijst ontwikkeld en heeft voor het door enquêteurs (laten) afnemen van enquêtes aan de hand van deze vragenlijst het onderzoeksbureau Rie Schouten Veldwerk Organisatie B.V. te Waalre (hierna: RSVO) ingeschakeld.

2.2. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Brabant van 9 juli 2009 is Rie Schouten Veldwerk Organisatie B.V. te Waalre een onderneming die onder meer enquêtes met betrekking tot marktonderzoek uitvoert. Directeur van RSVO is [F].

2.3. [F] is tezamen met [C] eveneens directeur van RSVO Online. RSVO Online beheert een website op internet waarop zij een internetpanel van consumenten beschikbaar stelt. Aan dit internetpanel kunnen (markt-)onderzoeken worden verstuurd. RSVO Online heeft geen medewerkers in dienst.

2.4. Dekker en Fides begeven zich beide op de markt van chrysantenteelt.

2.5. Dekker heeft geen opdracht gegeven aan Branches & Trends of aan RSVO om een marktonderzoek onder chrysantentelers te doen uitvoeren.

2.6. Dekker heeft vier schriftelijke, doch niet ondertekende, verklaringen overgelegd, waarvan de inhoud, voor zover van belang, als volgt luidt:

Verklaring, van [B], werknemer van Dekker Chrysanten BV

(…)

Op 7 juli 2009 was ik op bezoek bij onze [G], eigenaar van

Chrysantenkwekerij Vitaflor: een afnemer van chrysantenstekken van o.a. Dekker

Chrysanten B.V. Hij vertelde mij: ‘Er komt straks een collega van je langs in het

kader van een onderzoek’, of woorden van gelijke strekking. Ik vertelde [G] dat

ik van niets wist, waarop ik werd uitgenodigd dat gesprek bij te wonen.

Er presenteerde zich een dame die voorgaf onderzoek uit naam van Dekker

Chrysanten BV uit Hensbroek te doen, Zij bediende zich van ongeveer 25 A4-tjes

met vragen,

(…)

Meerdere malen is tijdens dit gesprek op vragen van [G] geantwoord

dat het onderzoek daadwerkelijk in naam van Dekker Chrysanten uit Hensbroek

werd verricht.

Na afronding van de vragenlijst vroeg de vrouw naar [G] zijn

bankrekening nummer omdat hij voor het mee werken aan het onderzoek van 45

minuten € 75,- aangeboden kreeg vanuit naam van Dekker. Dit was hem vooraf al medegedeeld omdat hij na een telefonische vraag om aan het onderzoek mee te werken heeft geweigerd gezien de tijd die er gevraagd werd, maar na weer een nieuw telefoontje een aantal weken later waarop ze dus de € 75,- aanboden alsnog zijn medewerking verleende omdat ze er vanuit de naam van Dekker op aandringen mee te werken aan het onderzoek.

(…)

Verklaring van [G], teler te Nieuwaal

Ik ben een afnemer van stekken van Dekker Chrysanten. Ik werd op een avond

gebeld of ik wilde deelnemen aan een enquete die over stekken in het algemeen

zou gaan. (…) Op de middag dat deze dame langskwam was [B] van Dekker ook aanwezig. Hij is bij het gesprek met deze dame aanwezig geweest.

Er werd mij gevraagd naar mijn leverancier (dat is Dekker), maar ook naar andere

stekleveranciers zoals daar zijn Deliflor, Fides, enz. Over elke leverancier maar

met name over Dekker (aangezien dat mijn leverancier is) werden ongeveer 150

vragen gesteld. Deze gingen bijvoorbeeld over de door Dekker gehanteerde

stekprijs. Achteraf vond ik dat vreemd, aangezien aan het einde van dat gesprek

op mijn vraag werd geantwoord dat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Dekker. Waarom zou Dekker naar zijn eigen stekken informeren?

(…)

Verklaring van [H], teler te Tuil

Eind 2008 werd ik opgebeld voor een enquête. Men zei dat Dekker Chrysanten

een onderzoekje wilde uitvoeren. Eind 2008 kwam een forsgebouwde dame langs

die uiteindelijk met tien à twaalf A4-tjes volgeschreven met antwoorden van mij

het pand weer verliet.

Zij zei: ‘Ik kom namens Dekker. Dekker wil peilen hoe jij tegen stekbedrijven

aankijkt.’ of woorden van gelijke strekking. (…) Nu men zei dat dit in opdracht van Dekker, één van mijn stekleveranciers, werd gedaan, heb ik antwoord gegeven.

(…)

Verklaring van [I], teler te Bleiswijk

Ik neem op dit moment alleen stekken van Dekker af. In week 13/14 werd ik

telefonisch benaderd om mee te doen aan een enquête over de stekkwaliteit.

Daarop is er een dame van een enquêtebureau bij mij langs geweest die mij

allerhande vragen over de stekken van Dekker, zoals de kwaliteit, de prijs, de

levertijd, alsmede vragen met betrekking tot de dienstverlening van Dekker stelde.

Zeker waar het ging over prijzen heb ik gevraagd namens wie zij dit onderzoek

verrichtte. Daarop antwoordde zij steeds dat zij dat aan het einde van het

interview zou vertellen. Aan het einde vertelde zij mij dat dit in opdracht was van

Fides. Daarop ben ik kwaad geworden: wat heeft Fides met Dekker te maken?

2.7. Branches & Trends heeft een verklaring overgelegd van [J] die voor RSVO ter uitvoering van het door Branches & Trends onder 2.1. vermelde onderzoek op 7 juli 2009 een interview bij Vitaflor heeft afgenomen.

Voor zover van belang luidt de verklaring van [J], die wel is ondertekend, als volgt:

(…)

Ik ben als freelancer werkzaam voor RSVO. Pas op 25 maart 2009 ben ik begonnen met de interviews die RSVO in opdracht van Fides onder stekleveranciers uitvoert.

(…)

Ik was enigszins in de war doordat [G] wilde dat er een andere man bij zou zitten, naar ik aannam een collega. De andere man noemde wel zijn naam, maar zei niet in welke hoedanigheid hij er bij zat. Ook stelde hij geen enkele vraag. Ik vond dat vreemd en voelde mij niet op mijn gemak. Ik heb de lijst afgewerkt. Pas aan het eind van het gesprek werd mij gevraagd in wiens opdracht ik handelde. Ik heb gezegd dat ik handelde in

opdracht van Branches & Trends. Toen men vroeg naar de opdrachtgever van Branches & Trends, heb ik in mijn beleving gezegd: “Dat kunt u waarschijnlijk wel zien aan de lijst”. Een aantal vragen ging over Dekker. [G] antwoordde kennelijk daarom: ‘Dekker’. Ik heb daar in mijn beleving geen duidelijk antwoord op gegeven en [G] en [B] vroegen er ook niet op door. Op uw vraag waarom ik niet heb gezegd dat het Fides was, antwoord ik dat ik even niet op de naam kwam.

(…)

3. De voorzieningenrechter stelt vast dat Dekker, na vermindering van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad vordert:

1. RSVO [Online] en Branches & Trends met onmiddellijke ingang te verbieden om zich uit te geven als Dekker dan wel als opdrachtnemer of relatie van Dekker, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000 voor iedere keer dat RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends handelt in strijd met dit verbod;

2. RSVO [Online] en Branches & Trends met onmiddellijke ingang te verbieden om klanten

van Dekker te benaderen met welke intentie dan ook, doch in ieder geval in het

kader van enig onderzoek dat beweerdelijk in opdracht van Dekker wordt

uitgevoerd, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000 voor iedere keer dat

RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends handelt in strijd met dit verbod;

3. [ingetrokken]

4. RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends te gebieden alle in het kader van het

onderzoek vergaarde informatie binnen drie dagen na betekening van het vonnis

aan de raadsman van Dekker te overleggen, zulks op straffe van een dwangsom

van €10.000 per dag dat RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends aan dit gebod

geen gehoor geven;

5. RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends met onmiddellijke ingang te verbieden

alle in het kader van het onderzoek vergaarde informatie te openbaren of

overleggen aan enige derde - anders dan de openlegging aan Dekker als bedoeld

onder 4 - of aan elkaar, zulks op straffe van een dwangsom van € 10.000 voor

iedere keer dat RSVO [Online] respectievelijk Branches & Trends handelt in strijd met dit verbod.

6. RSVO [Online] en Branches & Trends te veroordelen in de kosten van dit geding.

4. In de tweede termijn blijven partijen bij de eerder door hen ingenomen standpunten. Nadat de zitting voor korte tijd geschorst is geweest, wijst de voorzieningenrechter vervolgens - mede vanwege het bijzonder spoedeisend karakter van de vordering, mondeling - vonnis en motiveert dat vonnis als volgt.

5. In de eerste plaats is aan de orde de vraag of RSVO Online terecht door Dekker in het geding is betrokken. Uit hetgeen partijen over en weer hebben aangevoerd en met stukken hebben onderbouwd, is niet aannemelijk geworden dat RSVO Online iets van doen heeft met het onderhavige marktonderzoek en het door Dekker gestelde onrechtmatig handelen bij de uitvoering van dat onderzoek. Veeleer is aannemelijk geworden dat Dekker niet de juiste vennootschap met de naam RSVO heeft gedagvaard. Dekker zal daarom in haar vorderingen voor zover gericht tegen RSVO Online niet-ontvankelijk verklaard worden.

6. Vervolgens is aan de orde de vordering voor zover die is gericht tegen Branches & Trends. Die vordering is gebaseerd op de stelling van Dekker dat sprake is van een onrechtmatige daad van de kant Branches & Trends. Dit omdat de bij het onderhavige marktonderzoek betrokken, in opdracht van Branches & Trends ingeschakelde, enquêteurs van RSVO, teneinde zo toegang te krijgen tot vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie over Dekker, bij klanten van Dekker hebben voorgewend onderzoek te doen uit naam van Dekker.

Dekker heeft desgevraagd ter zitting uitdrukkelijk bevestigd dat haar vordering niet (mede) gegrond is op een stelling dat het onderhavige marktonderzoek op zich en/of dat de daarbij gehanteerde vraagstelling jegens haar onrechtmatig is.

Derhalve gaat het thans om de vraag of de enquêteurs van RSVO voorafgaand of tijdens de enquêtes bij klanten van Dekker hebben voorgewend onderzoek te doen uit naam van Dekker en zo ja, of Branches & Trends daarvoor (mede) aansprakelijk kan worden gehouden.

7. Voor het verkrijgen van een antwoord op die vraag staan de voorzieningenrechter nagenoeg alleen genoemde vijf schriftelijke verklaringen ten dienste. Voor het horen van getuigen leent een kort geding zich naar zijn aard niet. Met betrekking tot die verklaringen overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

8. [G] verklaart dat pas aan het einde van het gesprek op een vraag van hem werd geantwoord dat het onderzoek werd uitgevoerd in opdracht van Dekker. Uit deze verklaring komt naar voren dat, anders dan [B] in zijn schriftelijke verklaring laat weten, voorafgaand aan de onderhavige enquête door de enquêtrice niet is gezegd dat zij namens Dekker kwam. Immers, als voorafgaand aan de enquête de naam Dekker als opdrachtgever was genoemd, valt niet te begrijpen dat [G] tijdens de enquête vraagt in wiens opdracht het onderzoek werd uitgevoerd.

9. Verder staat vast dat [H] in zijn verklaring voor twee door hem genoemde voorvallen - een telefoontje voor een enquête en de enquête zelf - tweemaal een datum (eind 2008) aangeeft waarop, naar tussen partijen niet in geschil is, nog geen sprake was van het onderhavige marktonderzoek. Deze onjuistheid in de verklaring van [H] brengt met zich dat de voorzieningenrechter niet veel waarde kan hechten aan de verdere inhoud van de schriftelijke verklaring van [H].

10. Uit de schriftelijke verklaring van [I] blijkt, gelijk dat ook uit de schriftelijke verklaring van [G] volgt, dat de enquêtrice eerst aan het einde van de enquête meldde dat het onderzoek in opdracht van Fides werd uitgevoerd. Deze handelwijze stemt overeen met de schriftelijke instructie hierover, die de enquêteurs blijkens de stellingen van Branches & Trends voorafgaand aan het houden van de enquêtes hebben ontvangen.

11. Tot slot geldt dat de door Branches & Trends overgelegde verklaring van [J], zoals vermeld onder 2.7, voor wat betreft het feit dat eerst na afloop van de enquête aan de geënquêteerde, in dit geval [G], desgevraagd werd medegedeeld wie de opdrachtgever van het onderzoek was, overeenstemt hetgeen [G] wat dat betreft in zijn verklaring laat weten. Op dit cruciale punt wijkt de verklaring van [B] af van hetgeen in de verklaringen van [G], [I] en [J] staat. Uit de verklaring van [B] volgt dat de enquêtrice al voor haar komst naar [G] aan [G] zou hebben laten weten dat het onderzoek in naam van Dekker werd verricht en dat de enquêtrice dit tijdens de enquête meerdere malen zou hebben herhaald. Hiervan blijkt niets uit de verklaring van [G] en die van [J]. Gelet ook op de positie die [B] bij Dekker bekleedt (directeur verkoop in Nederland), is de voorzieningenrechter geneigd om meer op de verklaring van [G] af te gaan dan die van [B].

12. Voorshands gaat de voorzieningenrechter er dan ook van uit dat de voor het onderhavige marktonderzoek ingeschakelde enquêteurs pas na afloop van een enquête, als daarnaar door de geënquêteerde was gevraagd, lieten weten in wiens opdracht het onderhavige marktonderzoek werd uitgevoerd. Dit zo zijnde kan niet gezegd worden dat de bij het onderhavige marktonderzoek betrokken enquêteurs bij klanten van Dekker hebben voorgewend onderzoek te doen uit naam van Dekker om zo toegang te krijgen tot vertrouwelijke en concurrentiegevoelige informatie over Dekker. Op het moment dat de naam van de opdrachtgever valt (of dat nu Fides of - bij vergissing - Dekker is), is de enquête immers al afgelopen.

13. Op grond van het hiervoor overwogene is de voorzieningenrechter niet aannemelijk geworden dat Branches & Trends tegenover Dekker onrechtmatig heeft gehandeld of handelt.

14. Het vorenstaande leidt ertoe dat de vordering zal worden afgewezen voor zover deze tegen Branches & Trends is ingesteld. Dekker zal als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RSVO Online worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

Totaal EUR 262,00

De kosten aan de zijde van Branches & Trends worden begroot op:

- vast recht EUR 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

15. De beslissing

De voorzieningenrechter

16. verklaart Dekker niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover gericht tegen RSVO Online,

17. weigert de voorzieningen voor zover de vordering is gericht tegen Branches & Trends,

18. veroordeelt Dekker in de proceskosten, aan de zijde van RSVO Online tot op heden begroot op EUR 262,00 en aan de zijde van Branches & Trends tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

19. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Waarvan proces-verbaal,