Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2312

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
420114/AO VERZ 09-299
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidsontbinding. Werknemer verzet zich ertegen omdat hij langer wil blijven werken dan de in het verleden met de werkgever overeengekomen prepensioendatum.

Beoordeeld moet worden of aan de werknemer in redelijkheid een vergoeding toekomt. Tussen partijen staat vast dat op de werknemer per 1 juni 2009 de prepensioenregeling van toepassing zal zijn. Dit brengt met zich dat de werknemer per die datum 85% van zijn huidige salaris zal ontvangen. Voorts heeft de werkgever aangeboden gedurende 1 jaar dit prepensioen aan te vullen tot 100%.

De werknemer heeft verzocht rekening te houden met de door hem gestelde pensioenschade. De kantonrechter houdt daar geen rekening mee. Of sprake is van dergelijke schade kan in het bestek van deze procedure niet worden onderzocht.

De kantonrechter houdt er voorts rekening mee dat een ontbindingsvergoeding nimmer hoger kan zijn dan de inkomstenderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast heeft nog te gelden dat de werkgever heeft gewacht met het sluiten van de winkel tot het moment waarop het verval van de functie van de werknemer op aanvaardbare wijze zou samenvallen met het prepensioen, althans dat de periode tot het prepensioen genoeglijk overbrugd kon worden met de afhandeling van werkzaamheden die -onder meer- verband hielden met de sluiting van de winkel.

Alle omstandigheden tegen elkaar afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat de door de werkgever aangeboden vergoeding billijk is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PJ 2009, 190
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rep.nr.: 420114/AO VERZ 09-299

datum uitspraak: 27 mei 2009

BESCHIKKING ONTBINDING ARBEIDSOVEREENKOMST

inzake

de Stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij

te IJmuiden

verzoekster

hierna: KNRM

gemachtigde: mr. M.C.J. van den Brekel

tegen

[verweerder]

te [woonplaats]

verweerder

hierna: [verweerder]

gemachtigde: mr. S.E.M. Schlaghecke

De procedure

Op 8 april 2009 is ter griffie een verzoekschrift ontvangen van KNRM. [verweerder] heeft een verweerschrift ingediend.

De mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op 19 mei 2009. Op deze zitting hebben partijen hun standpunten nader toegelicht. De gemachtigden van partijen hebben pleitnotities overgelegd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

De feiten

Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend, dan wel niet of onvoldoende betwist en/of op grond van de onweerspro¬ken inhoud van de producties, staat tussen partij¬en het volgende vast:

a. [verweerder], geboren op 13 mei 1947 en thans dus 62 jaar oud, is sinds 26 november 1979 bij KNRM in dienst, laatstelijk in de functie van Medewerker Administratie Beheer Reddingwinkel tegen een salaris van €3.180,00 bruto per maand exclusief vakantiegeld en overige emolumenten.

b. De resultaten van de reddingwinkel vallen al een aantal jaren tegen.

c. KNRM heeft besloten te stoppen met de exploitatie van de reddingwinkel en heeft per die datum met Telstar Trading B.V. een overeenkomst gesloten van het verrichten van alle merchandisingactiviteiten.

d. De functie van [verweerder] is met ingang van 1 januari 2009 komen te vervallen.

e. Het CWI heeft afwijzend beslist op het verzoek van KNRM om toestemming voor het opzeggen van de arbeidsovereenkomst met [verweerder].

f. In 2000 is voor het voltallige personeel van KNRM een prepensioenregeling ingevoerd. Daarbij is uitgangspunt dat iedere deelnemer op 62-jarige leeftijd stopt met werken.

g. Op grond van die prepensioenregeling gaat voor [verweerder] het prepensioen in op

1 juni 2009.

h. Indien beide partijen het daarover eens zijn, kan de arbeidsovereenkomst niettemin ook nog na de 62-jarige leeftijd in stand blijven.

i. KNRM heeft aan [verweerder] bericht dat zij er niet mee instemt de arbeidsovereenkomst na 1 juni 2009 te laten voortduren.

Het verzoek

KNRM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderingen in de omstandigheden.

Ter toelichting stelt KNRM – samengevat – het volgende.

De resultaten van de reddingwinkel vallen reeds een aantal jaren tegen. Het tegenvallende resultaat in verhouding tot de forse inspanningen heeft KNRM ertoe doen besluiten om per

1 januari 2009 te stoppen met de exploitatie van de reddingwinkel.

De merchandisingactiviteiten worden per die datum voor de duur van (minimaal) vijf jaar verricht door Telstar Trading B.V.

De datum van sluiting van de reddingwinkel per 1 januari 2009 is gekozen met inachtneming van de prepensioendatum van [verweerder].

Door de sluiting van de reddingwinkel is de functie van [verweerder] komen te vervallen.

Er is geen passende functie voor [verweerder] binnen KNRM voorhanden.

De functie van [verweerder] is niet uitwisselbaar met andere functies binnen KNRM.

Dit alles heeft tot gevolg dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst van [verweerder] niet mogelijk is.

KNRM acht een vergoeding van €6.181,92 bruto redelijk. Hiermee wordt het salaris (inclusief vakantiegeld) van [verweerder] gedurende één jaar aangevuld tot 100%.

Het verweer

[verweerder] concludeert primair tot afwijzing van het verzoek. Voor het geval de arbeidsovereen-komst toch wordt ontbonden, verzoekt [verweerder] om toekenning van een vergoeding van €177.827,00 bruto, althans €144.277,00 bruto.

Ter toelichting voert [verweerder] – samengevat – het volgende aan.

De rechtbank zal moeten afwegen of sprake is van de door KNRM gestelde bedrijfseconomische redenen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

Ondanks dat KNRM van haar ondernemersvrijheid gebruik heeft gemaakt door de reddingwinkel aan een derde partij uit te besteden, mag dit niet zonder meer leiden tot een beëindiging van zijn dienstverband.

Daarvoor zijn twee redenen:

• er is sprake van onderling uitwisselbare functies: de functies van Medewerker Administratie Donateur/Financieel en die van Medewerker Administratie Donateur/Stamgegevens zijn onderling uitwisselbaar te noemen.

• er is passende arbeid bij KNRM aanwezig voor [verweerder], namelijk: de functie van Evenementencoördinator en voldoende administratieve werkzaamheden.

Een beëindiging van het dienstverband heeft voor [verweerder] naar alle waarschijnlijkheid tot gevolg dat hij in de toekomst niet meer kan deelnemen aan het arbeidsproces.

[verweerder] kan door KNRM niet worden verplicht van de prepensioenregeling gebruik te maken.

Bij beëindiging van het dienstverband lijdt [verweerder] pensioenschade tot een bedrag van €177.827,00 bruto.

Indien de rechtbank meent dat het reëel is om bij de kantonrechterformule aan te halen, dan zou een neutrale vergoeding van €144.277,00 bruto passend zijn.

De beoordeling van het verzoek

1. De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met het bestaan van een opzegverbod als bedoeld in artikel 7:685 lid 1 BW.

2. Nu de functie van [verweerder] is komen te vervallen, is sprake van een zodanige wijziging in omstandigheden dat ontbinding van de arbeidsovereenkomst in de rede ligt. Dit is slechts anders indien komt vast te staan dat, zoals [verweerder] heeft aangevoerd, er onderling uitwisselbare functies zijn of dat er voor [verweerder] nog passende arbeid aanwezig is binnen de organisatie van KNRM.

3. De functies en/of werkzaamheden waarvan [verweerder] stelt dat hij daarvoor in aanmerking behoort te komen zijn de volgende:

- Medewerker Administratie Donateur/Financieel,

- Medewerker Administratie Donateur/Stamgegevens,

- Evenementencoördinator en

- algemene administratieve werkzaamheden.

4. Gebleken is dat de functies van Medewerker Administratie Donateur/Financieel en

Medewerker Administratie Donateur/Stamgegevens inhoudelijk verschillen van de functie van [verweerder] en voorts een ander opleidingsniveau vereisen. Het enkele feit dat deze functies gelijke salarisschalen kennen als die van de functie van [verweerder] brengt nog niet met zich dat de functies om die reden onderling uitwisselbaar zijn. Indien [verweerder] momenteel wel werkzaamheden verricht die bij die functies horen, zoals hij ook heeft aangevoerd, moet de reden daarvoor gezocht worden in het feit dat zijn arbeidsovereenkomst nog tot 1 juni 2009 voortduurt terwijl de reddingwinkel al per

1 januari 2009 is gesloten. Het spreekt voor zich dat KNRM [verweerder] tot 1 juni 2009 tijdelijk andere werkzaamheden laat verrichten. Daar mag niet de conclusie aan worden verbonden dat er dus sprake is van onderling uitwisselbare functies.

5. Hetzelfde geldt voor de functie van Evenementencoördinator. Ook voor deze functie geldt immers dat een ander opleidingsniveau wordt vereist, zodat deze functie niet uitwisselbaar is met die van [verweerder].

6. Ten slotte heeft [verweerder] nog aangevoerd dat hij nog steeds administratieve werkzaamheden verricht die hij ook nog na 1 juni 2009 zal kunnen blijven doen. Voor deze werkzaamheden geldt wat hiervoor onder 4. al is overwogen, namelijk dat deze werkzaamheden als tijdelijk moeten worden beschouwd en niet gelijk kunnen worden gesteld met de beschikbaarheid van een passende functie.

7. De kantonrechter komt op grond van het vorenstaande tot de conclusie dat er geen sprake is van andere passende werkzaamheden voor [verweerder] binnen de organisatie van KNRM.

Nu voorts vaststaat dat de eigen functie van [verweerder] is komen te vervallen, zijn er voldoende gewichtige redenen om de arbeidsovereenkomst per 1 juni 2009 te ontbinden, zodat het verzoek in zoverre toewijsbaar is.

8. Beoordeeld moet worden of aan [verweerder] in redelijkheid een vergoeding toekomt. Tussen partijen staat vast dat op [verweerder] per 1 juni 2009 de prepensioenregeling van toepassing zal zijn. Dit brengt met zich dat [verweerder] per die datum 85% van zijn huidige salaris zal ontvangen. Voorts heeft KNRM aangeboden gedurende 1 jaar dit prepensioen aan te vullen tot 100%.

9. [verweerder] heeft verzocht rekening te houden met de door hem gestelde pensioenschade. De kantonrechter houdt daar geen rekening mee. Of sprake is van dergelijke schade kan in het bestek van deze procedure niet worden onderzocht.

10. De kantonrechter zal er voorts rekening mee houden dat een ontbindingsvergoeding nimmer hoger kan zijn dan de inkomstenderving tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Daarnaast heeft nog te gelden dat KNRM heeft gewacht met het sluiten van de reddingwinkel tot het moment waarop het verval van de functie van [verweerder] op aanvaardbare wijze zou samenvallen met het prepensioen van [verweerder], althans dat de periode tot het prepensioen genoeglijk overbrugd kon worden met de afhandeling van werkzaamheden die -onder meer- verband hielden met de sluiting van de reddingwinkel.

11. Alle omstandigheden tegen elkaar afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat de door KNRM aangeboden vergoeding billijk is. Deze vergoeding zal daarom worden toegekend.

12. Omdat KNRM deze vergoeding heeft aangeboden, is het verzoek toewijsbaar en kan de zaak bij eindbeslissing worden afgedaan.

13. Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van wat in deze beschikking is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

14. Gezien de aard van de procedure worden de kosten tussen partijen gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Beslissing

De kantonrechter:

ontbindt de arbeidsovereenkomst tegen 1 juni 2009;

kent aan [verweerder] ten laste van KNRM een vergoeding toe van €6.181,92 bruto, ineens te voldoen, als aanvulling op ingevolge sociale verzekeringswetten of de prepensioenregeling te ontvangen uitkeringen dan wel elders te verwerven lager inkomen uit arbeid;

veroordeelt voor zover nodig KNRM tot betaling van die vergoeding;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. F.J.P. Veenhof en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.