Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ2307

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
13-07-2009
Zaaknummer
AWB 08 / 5574
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2010:BL8728, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek om inzage te krijgen in documenten die betrekking hebben op het afvangen en herplaatsen van ganzen in de gemeente Purmerend. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom de belangen genoemd in artikel 10, tweede lid, onder b, e en g van de Wob in het onderhavige geval zwaarder dienen te wegen dan het belang bij openbaarmaking van de gevraagde gegevens.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 08 / 5574

uitspraak van de meervoudige kamer van 12 juni 2009

in de zaak van:

[naam eiser 1] en [naam eiser 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

tegen:

het college van burgemeester en wethouders van Purmerend,

verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 21 mei 2008 heeft verweerder het verzoek[naam eiser 1] om inzage te krijgen in documenten met betrekking tot het afvangen en herplaatsen van ganzen in Purmerend gedeeltelijk afgewezen.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 21 mei 2008 bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 21 juli 2008, verzonden op 22 juli 2008, heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 14 augustus 2008 beroep ingesteld.

Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend. Ten aanzien van de stukken waar het verzoek betrekking op heeft, heeft verweerder medegedeeld dat uitsluitend de rechtbank hiervan zal mogen kennisnemen.

De rechtbank heeft op 3 december 2008 met toepassing van artikel 8:29, derde lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) beslist dat de verzochte beperking van de kennis-neming gerechtvaardigd is.

Eisers hebben daarop bij brief van 14 december 2008 de rechtbank toestemming verleend om mede op basis van de voor hen geheim gehouden stukken uitspraak te doen.

Het beroep is behandeld ter zitting van 19 maart 2009. Eisers zijn in persoon verschenen, vergezeld door [naam]. Namens verweerder zijn verschenen mr. L.J.P. Rog en J.H. van Workum, beiden werkzaam bij de gemeente Purmerend. Voorts zijn verschenen M. Hof en L.N.M.J. van den Bergh, beiden werkzaam bij de firma Hofganzen ganzenbescherming Nederland.

2. Overwegingen

2.1 Ingevolge artikel 10, tweede lid, van de Wet openbaarheid van bestuur, voor zover van belang, blijft het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen;

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

2.2 Op 18 april 2008 heeft verweerder een groep van tien boerenganzen laten afvangen door Duke Faunabeheer, die de ganzen vervolgens heeft vergast. De betrokken wethouder heeft bij brief van 23 april 2008 namens de gemeente Purmerend excuses aangeboden aan de buurtbewoners die de ganzen al jaren verzorgden. De kwestie is vervolgens op de agenda van de vergadering van 22 mei 2008 van het forum Algemene Zaken gezet.

2.3 Op 21 mei 2008 h[naam eiser 1], in de hoedanigheid van fractieassistente van de Stadspartij P93, de griffier van het forum Algemene Zaken per email het verzoek gedaan om de volgende stukken op het gemeentehuis te mogen inzien:

- de ontvangstbevestigingen en ringlijsten en een lijst met adressen waar de ganzen zijn geplaatst over de periode 2004-2008;

- de facturen van Duke van de kosten en werkzaamheden over de periode 2004-2008;

- een lijst met adressen waar de in 2007 gevangen boerenganzen zijn geplaatst.

2.4 In een emailbericht[naam eiser 1] laat de griffier namens verweerder en de burgemeester weten dat de gevraagde facturen kunnen worden ingezien, maar dat de overige informatie dusdanig privacygevoelig is, dat deze met een beroep op artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob niet kan worden verstrekt.

Verweerder handhaaft dit standpunt in bezwaar en voegt daaraan toe dat de belangen, genoemd in artikel 10, tweede lid, onder b en g, van de Wob eveneens aan het verstrekken van de gevraagde informatie in de weg staan. Voorts stelt verweerder dat ook de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: Wbp) zich tegen openbaarmaking van de gevraagde informatie verzet.

2.5 Eisers kunnen zich met dit besluit niet verenigen. Zij stellen dat het van groot belang is dat de gevraagde informatie openbaar wordt gemaakt, zodat kan worden gecontroleerd of de afgevangen ganzen inderdaad zijn herplaatst en niet vergast.

2.6 De rechtbank overweegt het volgende.

2.7 Niet in geschil is dat het in beroep gaat om de volgende stukken, zijnde de stukken ten aanzien waarvan verweerder om geheimhouding heeft verzocht:

- een lijst met ringnummers en de namen van de afnemers;

- de contracten tot het houden van ganzen (waarvan de rechtbank één exemplaar als voorbeeld heeft ontvangen);

- een lijst met adressen gericht aan het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (waarvan de rechtbank één exemplaar als voorbeeld heeft ontvangen).

2.8 Voor zover verweerder in het bestreden besluit heeft verwezen naar de Wbp, overweegt de rechtbank dat de weigering om de gevraagde informatie openbaar te maken niet rechtstreeks kan worden gestoeld op de Wbp. De rechtbank dient derhalve te beoordelen of verweerder de gevraagde documenten in redelijkheid heeft kunnen weigeren op grond van de Wob.

2.9 Verweerder heeft in het bestreden besluit allereerst verwezen naar artikel 10, tweede lid, onder b, van de Wob, op grond waarvan het verstrekken van informatie achterwege blijft indien het belang daarvan niet opweegt tegen het economische en financiële belang van de gemeente. Ter zitting heeft gemachtigde van verweerder toegelicht dat het openbaar maken van de gevraagde gegevens kan leiden tot hogere rekeningen van Duke Faunabeheer, het bedrijf waarmee verweerder een overeenkomst heeft voor het afvangen van ganzen. Volgens Duke Faunabeheer zullen minder mensen bereid zijn om ganzen op te vangen en zullen de ganzen derhalve voor een langere periode door het bedrijf zelf moeten worden opgevangen, hetgeen een prijsverhogend effect met zich meebrengt. Verweerder acht dit aannemelijk en heeft daarom de openbaarmaking geweigerd op grond van het economische en financiële belang van de gemeente. Naar het oordeel van de rechtbank berust het standpunt van verweerder enkel op een veronderstelling en heeft verweerder op geen enkele manier aannemelijk gemaakt dat de prijzen daadwerkelijk zullen stijgen wanneer de gevraagde gegevens openbaar worden gemaakt.

2.10 In het bestreden besluit wordt voorts overwogen dat toekenning van het verzoek tot gevolg heeft dat alle ganzenhouders op grond van artikel 5, derde lid, van de Wob over het verzoek moet worden geïnformeerd en dat de op hen betrekking hebbende informatie moet worden toegezonden. Volgens verweerder brengt het benaderen van al deze mensen en het verwerken van hun antwoorden een hoop tijd en kosten met zich mee. Naar het oordeel van de rechtbank is niet gebleken dat de economische of financiële belangen van verweerder hiermee dusdanig in het geding zijn dat het verzoek van eisers in redelijkheid op deze grond kon worden geweigerd.

2.11 Verder heeft verweerder in het bestreden besluit verwezen naar artikel 10, tweede lid, onder e, van de Wob, op grond waarvan het verstrekken van informatie achterwege blijft indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Op pagina 8 van het besluit wordt in dit verband overwogen dat bewoners van opvangadressen erop mogen vertrouwen dat de gemeente niet uit zichzelf overgaat tot het verstrekken van adresgegevens aan derden en dat er onder de ganzenhouders steekproefsgewijs controles zullen worden uitgeoefend door de Algemene Inspectiedienst. Voorts wordt aansluiting gezocht bij de bepalingen uit de Wbp, die voor verweerder verplichtingen in het leven roepen met betrekking tot het verwerken van persoonsgegevens. De rechtbank kan deze motivering niet volgen, nu geenszins inzichtelijk wordt gemaakt op welke wijze de privacy van de ganzenhouders in het geding is en waarom dit belang zwaarder dient te wegen dan het algemene belang van openbaarmaking van de gevraagde gegevens. Evenmin blijkt waaraan de ganzenhouders het vertrouwen kunnen ontlenen dat verweerder niet overgaat tot het openbaar maken van adresgegevens.

2.12 Tot slot heeft verweerder het bestreden besluit gebaseerd op artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob. Op grond van deze bepaling blijft het verstrekken van informatie achterwege indien het belang daarvan niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen. Ook hierin kan de rechtbank verweerder niet volgen, omdat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd wie op welke wijze onevenredig wordt benadeeld. De overweging dat de bewoners van opvangadressen op grond van artikel 5, derde lid, van de Wob moeten worden geïnformeerd over het verzoek om informatie en leges moeten betalen voor het toezenden van de op hen betrekking hebbende informatie is – wat daar ook van zij – niet voldoende.

2.13 Uit het vorenstaande volgt dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde weigering om de door eisers gevraagde stukken openbaar te maken, niet berust op een deugdelijke motivering. Het beroep is derhalve gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb.

2.14 Nu het beroep gegrond is, bestaat er aanleiding voor een proceskostenveroordeling. In artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) zijn nadere regels gesteld over de kosten waarop de proceskostenveroordeling betrekking kan hebben. In artikel 1, onder b, van het Besluit worden de kosten van deskundigen genoemd. Gelet op de relevante bijdrage van de door eisers meegebrachte deskundige M. Hof van de firma Hofganzen ganzenbescherming Nederland ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in door eisers aan Hof betaalde vergoeding. Volgens artikel 2, eerste lid, sub b, van het Besluit, gelezen in samenhang met artikel 8:36, tweede lid, van de Awb, geldt voor de hoogte van het te vergoeden bedrag de Wet tarieven in strafzaken. De hoogte van de vergoeding is via artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van die wet te vinden in het Besluit tarieven strafzaken, artikel 6. Daarin is bepaald dat een tarief geldt van ten hoogste

€ 81,23 per uur als vergoeding voor werkzaamheden en tijdverzuim. In artikel 11 is bepaald dat voor de reiskosten een kilometervergoeding geldt van ten € 0,28 cent. De rechtbank stelt de te vergoeden kosten voor het inschakelen van een deskundige conform de factuur van M. Hof vast op € 576,20.

3. Beslissing

De rechtbank:

3.1 verklaart het beroep gegrond;

3.2 vernietigt het bestreden besluit van 21 juli 2008;

3.3 veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Purmerend in de door eisers gemaakte proceskosten tot een bedrag van in totaal € 576,20, te betalen door de gemeente Purmerend aan eisers;

3.4 gelast dat de gemeente Purmerend het door eisers betaalde griffierecht van € 145,- aan hen vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G. Guinau, voorzitter van de meervoudige kamer, en J.M. Janse van Mantgem en A.C. Terwiel-Kuneman, rechters, en op 12 juni 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.

afschrift verzonden op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.