Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI9291

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
28-04-2009
Datum publicatie
23-06-2009
Zaaknummer
149123 / FA RK 08-2947
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

hervatten omgangsregeling, geen alcoholproblematiek meer aanwezig bij vader.

opbouwende omgangsregeling vastgesteld, nu moeder door financiële redenen niet naar het omgangshuis kan of wil.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel

familie- en jeugdrecht

omgang

zaak-/rekestnr.: 149123 / FA RK 08-2947

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 28 april 2009

in de zaak van:

[naam vader],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. mr. S.A. van den Broek kantoorhoudende te Schiphol-Rijk,

tegen

[naam moeder],

wonende te [woonplaats],

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. mr. R.M. Vessies, kantoorhoudende te Haarlem.

1 Procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, met bijlagen, van de vader van 20 augustus 2008;

- het verweerschrift van de moeder van 12 februari 2009;

- de brief, met bijlagen, van de advocaat van de vader van 27 februari 2009;

- het verhandelde ter zitting van 27 februari 2009 in aanwezigheid van partijen, de vader bijgestaan door mr. mr. S.A. van den Broek en de moeder door mr. R.M. Vessies;

- de brief van 13 maart 2009 van mr. S.A. van den Broek met bijlagen;

- de brief van 1 april 2009 mr. R.M. Vessies;

- de brief van 8 april 2009 van mr. S.A. van den Broek;

- de brief van 16 april 2009 mr. R.M. Vessies;

- de brief van 20 april 2009 van mr. S.A. van den Broek.

1.3 De minderjarige [naam kind 1] en [naam kind 2] hebben hun mening schriftelijk kenbaar gemaakt.

2 Feiten en omstandigheden

2.1 Partijen zijn op [datum] 1993 in [woonplaats] met elkaar gehuwd, welk huwelijk op [datum] 2006 is ontbonden door inschrijving in de registers van de burgerlijke stand van de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van [datum] 2005.

2.2 Uit dit huwelijk zijn geboren de minderjarigen [naam kind 1] en [naam kind 2].

De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over deze minderjarigen.

Bij beschikking van 11 oktober 2005 is bepaald, dat de minderjarigen en de vader gerechtigd zijn eenmaal per veertien dagen een dagdeel op zaterdag of zondag omgang met elkaar te hebben.

3 Verzoek

3.1 De vader heeft verzocht een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming te laten instellen naar de ontwikkelingen van de minderjarigen en een advies te geven over de mogelijkheden van een omgangsregeling, dan wel een omgangsregeling vast te stellen op basis van het rapport van de Raad.

3.2 De vader heeft tevens verzocht een informatie- en consultatieregeling vast te stellen.

4 Verweer

De moeder heeft primair verweer gevoerd. Subsidiair heeft de moeder verzocht de omgangsregeling langzaam op gang te brengen wanneer vaststaat dat de bij de man geen sprake meer is van een alcoholproblematiek. Deze regeling dient voorlopig begeleid te worden en daarna geëvalueerd voordat een definitieve omgangsregeling wordt vastgesteld.

5 Beoordeling

5.1 De vader heeft ter zitting verkaard dat hij voor zijn alcoholprobleem is behandeld bij de Brijderstichting en dat hij zijn leven weer op de rails heeft. Hij heeft een fulltime baan, een woning en een nieuwe relatie. De vader wil graag het contact met zijn kinderen herstellen. Als bewijs van zijn stellingen heeft hij een arbeidscontract van 1 september 2008 overgelegd, alsmede diverse salarisspecificaties en een huurovereenkomst van 5 mei 2008. Daarnaast heeft hij een verklaring van zijn zorgmentor van 12 maart 2009 overgelegd waaruit blijkt dat hij al bijna drie jaar geen alcohol meer gebruikt en een verklaring van mevrouw [naam], verslavingsarts van 9 april 2009.

5.2 De moeder heeft ter zitting verklaard dat zij graag wil dat de kinderen een goed contact met hun vader hebben. Zij heeft geen bezwaar tegen een omgangsregeling, maar wil dat de situatie van de man voldoende stabiel is wanneer de kinderen bij hem zijn. Daarnaast wil zij dat er gedurende een aantal keren een professionele begeleider bij de omgangscontacten aanwezig is.

5.3 Partijen hebben ter zitting afgesproken te onderzoeken of begeleiding van de omgangsregeling door een derde, het Lorentzhuis of het Omgangshuis te Zaandam mogelijk is.

5.4 In de brief van zijn advocaat van 13 maart 2009 stelt de vader voor om de omgang te laten begeleiden door het omgangshuis dan wel een aantal keren (kosteloos) door zijn zorgmentor. De moeder heeft bezwaar tegen de begeleiding door de zorgmentor, omdat zij begeleiding wil van daartoe opgeleide personen. Zij is wel bereid mee te werken aan omgangsbegeleiding bij het Omgangshuis te Zaandam. Zij stelt daarbij wel de voorwaarde dat de man de kosten van deze bemiddeling, alsmede de reiskosten, voor zijn rekening neemt, omdat zij deze kosten niet kan betalen en deze evenmin via de bijzondere bijstand vergoed krijgt.

5.5 Gelet op de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht, is de rechtbank van oordeel dat de het hervatten van de omgangsregeling in het belang van de kinderen is en dat de band tussen de vader en de kinderen dient te worden hersteld.

Het is dan ook positief dat de moeder geen bezwaar heeft tegen het hervatten van de omgangsregeling. De vader heeft ook recht op omgang op grond van de beschikking van 11 oktober 2005, en naar het oordeel van de rechtbank zijn er geen gronden aanwezig om de man zijn recht op omgang te ontzeggen.

5.6 Daarnaast is aannemelijk geworden dat de vader ook voldoet aan de voorwaarden die wat de moeder betreft voor het herstellen van omgang nodig zouden zijn, geen alcoholgebruik, een baan en een woning. De vader is bereid mee te werken aan een aantal begeleide omgangscontacten en is bereid de helft van deze kosten voor zijn rekening te nemen. De moeder heeft bezwaren tegen de door de vader voorgestelde begeleidingsmogelijkheden.

5.7 De man heeft met het overleggen van de gevraagde bescheiden aannemelijk gemaakt dat zijn persoonlijke situatie omgang met de kinderen niet in de weg staat. De rechtbank op dit moment dan ook geen aanleiding meer de Raad voor de Kinderbescherming te verzoeken een onderzoek in te stellen.

5.8 Gelet op de tijd dat er geen contact is geweest tussen de vader en de kinderen, geeft de rechtbank er de voorkeur aan de eerste contacten tussen de vader en de kinderen te laten begeleiden door een medewerker van het Omgangshuis. Nu de moeder daaraan om financiële redenen niet kan of wil meewerken, zal de rechtbank de hierna vermelde opbouwende omgangsregeling vaststellen. De rechtbank acht het, mede gelet op de leeftijd van de kinderen, van groot belang dat het contact met hun vader zo spoedig mogelijk wordt hersteld.

5.6 Indien de moeder alsnog een mogelijkheid ziet om haar medewerking te verlenen aan begeleiding van de omgangsregeling door een medewerker van het Omgangshuis, staat het partijen vrij om zelf contact op te nemen met het Begeleid Bezoek, Omgangshuis Noord-Holland, Symon Claeszstraat 2, 1502 VE Zaandam, telefoon 075 – 612 08 02 (www.begeleidbezoek.nl).

6 Beslissing

6.1 Stelt vast de regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht:

De minderjarigen [geslachtsnaam]:

- [naam kind 1], geboren op [geboortedatum] 1994 in de gemeente [geboorteplaats],

- [naam kind 2], geboren op [geboortedatum] 1996 in de gemeente [geboorteplaats],

en de vader zijn gerechtigd omgang met elkaar te hebben volgens onderstaand schema:

met ingang van zondag 10 mei 2009 iedere zondag van 10.00 – 14.00 uur;

met ingang van het weekend van 6 juni 2009 eenmaal per twee weken een dag in het weekend van 10.00 -19.00 uur.

6.2 Verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

6.3 Wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. mr. E.J. van Keken, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van M.P. Joukes, griffier, op 28 april 2009.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.