Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI9061

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
09-04-2009
Datum publicatie
22-06-2009
Zaaknummer
15/740481-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

PROMIS; oplichting; criminele organisatie; bancaire fraude;

Verdachte heeft samen met anderen meerdere keren de Postbank opgelicht en zich in dat kader schuldig gemaakt aan schending van bedrijfsgeheim en een poging tot diefstal. Hierbij is op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van de gegevens van niets vermoedende rekeninghouders. Daarnaast heeft verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisatie, die zich met name richtte op bancaire fraude. Zo werden valselijk bancaire produkten aangevraagd, die ertoe moesten leiden dat geld van onwetende rekeninghouders kon worden overgemaakt of opgenomen. De rechtbank veroordeelt verdacht tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Wetboek van Strafrecht: artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 140, 273, 310, 311, 326;

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Haarlem

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/740481-08

Uitspraakdatum: 9 april 2009

Tegenspraak

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 26 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is na aanpassing (ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering) van de dagvaarding tenlastegelegd dat:

Feit 1 primair (zaaksdossier 1 / oplichting Postbank mbt rekeninghouder [slachtoffer 1])

Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 5 juni 2008 te Leeuwarden en/of te Amsterdam en/of te Almere, in ieder geval (telkens) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) de Postbank NV heeft bewogen tot de afgifte van (telkens) (onder meer):

A) een brief, waarin een of meer gegevens, zoals een (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 1] en/of

B) twee, althans een of meer geldbedragen van 700,- euro (in totaal 1400,- euro) en/of

C) achttien, althans een (groot) aantal bedragen van respectievelijk (telkens) 10,- euro en/of 30,- euro (in totaal 300,- euro) en/of D) een geldbedrag van 470,48 euro, in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer):

[mbt A en/of B en/of C en/of D:]

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 1], zijnde de rechtmatige rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en/of ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer:

[mbt A en/of B en/of C:]

[in die (valse) hoedanigheid] (telefonisch per Girofoon)

- een aanvraag gedaan voor de Girofoon [waarmee voornoemde (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en/of middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden] (zie hierboven onder A) en/of

- voornoemde verkregen toegangscode gewijzigd in een persoonlijke girofooncode [waarmee (vervolgens) ( onder meer telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij- en afschrijvingen] en/of

-(meermalen) (voornoemde) informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij - en afschrijvingen opgevraagd en/of gecontroleerden/of geraadpleegd en/of

- (schriftelijk) bij de Postbank een aanvraag gedaan voor de betaalfunctie van de Girofoon [waarmee per Girofoon betalingen verricht konden worden] en/of (vervolgens) (telefonisch per Girofoon)

- de Postbank NV twee, althans een of meer overboekingsopdracht(en) gegeven, strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken van 700,- euro (in totaal 1400,- euro) naar een ten name van [betrokkene] gestelde girorekening voorzien van het nummer [nummer] (zie hierboven onder B) en/of

- de Postbank NV achttien, althans een (groot) aantal overboekingsopdrachten gegeven, strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken van geldbedragen van (telkens) 10,- euro en/of 30,- euro (in totaal 300,- euro) naar een ten name van Orange gestelde bankrekening voorzien van het nummer [nummer] [in verband met het opwaarderen van een of meer telefoonkaarten, behorend bij het/de telefoonnummer(s) [nummer] en/of [nummer] en/of [nummer]] (zie hierboven onder C) en/of

[mbt D:]

[in die (valse) hoedanigheid] (schriftelijk):

- op een acceptgirokaart van de Inkasso-Unie BV, welke ten name was gesteld van [slachtoffer 2], het girorekeningnummer [nummer] van die [slachtoffer 1] ingevuld als ware dit het girorekeningnummer van die [slachtoffer 2] en/of

- de Postbank NV (op deze wijze) een overboekingsopdracht gegeven, strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken van 470,48 euro naar een ten name van de Inkasso-Unie gestelde girorekening voorzien van het nummer [nummer] (zie hierboven onder D),

waardoor de Postbank NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

subsidiair

[medeverdachte 1] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 27 april 2008 tot en met 27 mei 2008 te Leeuwarden en/of te Amsterdam en/of te Almere, in ieder geval (telkens) in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) de Postbank NV heeft/hebben bewogen tot de afgifte van (telkens) (onder meer):

A) een brief, waarin een of meer gegevens, zoals een (voorlopige) toegangscode

voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 1] en/of

B) twee, althans een of meer geldbedragen van 700,- euro (in totaal 1400,-

euro) en/of

C) achttien, althans een (groot) aantal bedragen van respectievelijk (telkens)

10,- euro en/of 30,- euro (in totaal 300,- euro) en/of

D) een geldbedrag van 470,48 euro,

in elk geval (telkens) van enig goed,

hebbende die [medeverdachte 1] en/of die perso(o)n(en) en/of zijn/hun mededader(s) toen

aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer):

[mbt A en/of B en/of C en/of D:]

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 1], zijnde de rechtmatige

rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en/of

ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer:

[mbt A en/of B en/of C:]

[in die (valse) hoedanigheid] (telefonisch per Girofoon)

- een aanvraag gedaan voor de Girofoon [waarmee voornoemde (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en/of middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden] (zie hierboven onder A) en/of

- voornoemde verkregen toegangscode gewijzigd in een persoonlijke girofooncode [waarmee (vervolgens) (onder meer) telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij- en afschrijvingen] en/of

- (meermalen) (voornoemde) informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij-

en afschrijvingen opgevraagd en/of gecontroleerd en/of geraadpleegd en/of

- (schriftelijk) bij de Postbank een aanvraag gedaan van de betaalfunctie

voor de Girofoon [waarmee per Girofoon betalingen verricht konden worden]

en/of (vervolgens) (telefonisch per Girofoon):

- de Postbank NV twee, althans een of meer overboekingsopdracht(en) gegeven,

strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken

van 700,- euro (in totaal 1400,- euro) naar een ten name van [betrokkene]

gestelde girorekening voorzien van het nummer [nummer] (zie hierboven onder B)

en/of

- de Postbank NV achttien, althans een (groot) aantal overboekingsopdrachten

gegeven, strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1]

overboeken van geldbedragen van (telkens) 10,- euro en/of 30,- euro (in totaal

300,- euro) naar een ten name van Orange gestelde bankrekening voorzien van

het nummer [nummer] [in verband met het opwaarderen van een of meer

telefoonkaarten, behorend bij het/de telefoonnummer(s) [nummer] en/of

[nummer] en/of [nummer]] (zie hierboven onder C) en/of

[mbt D:]

[in die (valse) hoedanigheid] (schriftelijk):

- op een acceptgirokaart van de Inkasso-Unie BV, welke ten name was gesteld

van [slachtoffer 2], het girorekeningnummer [nummer] van die [slachtoffer 1] ingevuld

als ware dit het girorekeningnummer van die [slachtoffer 2] en/of

- de Postbank NV op deze wijze een overboekingsopdracht gegeven, strekkende

tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken van 470,48

euro naar een ten name van de Inkasso-Unie gestelde girorekening voorzien van

het nummer [nummer] (zie hierboven onder D),

waardoor de Postbank NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n),

bij en/of tot het plegen van welk(e) misdrij(f)(ven) hij, verdachte, toen en aldaar tezamen en in vereniging met (een) ander(en) (te weten [medeverdachte 2]), althans alleen, (telkens) opzettelijk behulpzaam is geweest en/of gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door (onder meer)

* bij de Postbank NV (onrechtmatig) de navolgende gegevens en/of informatie [welke (onder meer) nodig is/zijn voor de aanvraag en het gebruik van het produkt Girofoon] te raadplegen en/of de/deze navolgende gegevens en/of informatie (vervolgens) aan die [medeverdachte 1]

en/of die andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) te verstrekken:

- persoonsgegevens van rekeninghouder [slachtoffer 1] en/of

- informatie met betrekking tot de giropas van rekeninghouder [slachtoffer 1] en/of

- rekeninginformatie (waaronder saldo-informatie) betreffende de girorekening

van die [slachtoffer 1] en/of

- een (printscreen/afbeelding van de) handtekeningkaart (van de Postbank) van

die [slachtoffer 1] en/of

* meermalen, althans eenmaal met de Girofoon (in) te bellen en/of (op deze wijze) (met behulp van de valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid verkregen toegangscode) (onder meer) saldo-informatie op te vragen met betrekking tot de girorekening van die [slachtoffer 1];

Feit 2 (zaaksdossier 5 / oplichting Postbank mbt rekeninghouder [slachtoffer 3])

hij op een tijdstip gelegen in of omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 9 mei 2008 te Leeuwarden en/of te Amsterdam en/of te Almere, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, de Postbank NV heeft bewogen tot de afgifte van een brief, waarin een of meer gegevens, zoals een (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 3], in elk geval van enig goed, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (onder meer):

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 3], zijnde de rechtmatige rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en/of ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer [in die (valse) hoedanigheid] (telefonisch per Girofoon) een aanvraag gedaan voor de Girofoon [waarmee voornoemde (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en/of middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden, waarmee (vervolgens) (onder meer) telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij- en afschrijvingen]

waardoor de Postbank NV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 3 (zaaksdossier 6 / oplichting Postbank mbt rekeninghouder [slachtoffer 4])

Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 mei 2008 tot en met 27 mei 2008 te Leeuwarden en/of te Amsterdam en/of te Almere, in ieder geval (telkens) in Nederland,(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, (telkens) de Postbank NV heeft bewogen tot de afgifte van (telkens) (onder meer):

A) een brief, waarin een of meer gegevens, zoals een (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 4] en/of

B) een folder van de Postbank NV in elk geval (telkens) van enig goed, hebbende verdachte en/of haar mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - (telkens) valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer):

[mbt A en/of B:]

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 4], zijnde de rechtmatige rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en/of ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer [in die (valse) hoedanigheid] (telefonisch per Girofoon) - een aanvraag gedaan voor de Girofoon [waarmee voornoemde (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en/of middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden, waarmee (vervolgens) (onder meer) telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en/of (laatste) bij- en afschrijvingen] en/of - een aanvraag gedaan voor het verkrijgen van een folder van de Postbank waardoor de Postbank NV (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte(n);

Feit 4 (zaaksdossier 8 / schending bedrijfsgeheim)

Hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 juni 2008 te Amsterdam en/of te Almere, in elk geval in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) opzettelijk gegevens die door misdrijf zijn verkregen uit een geautomatiseerd werk van een onderneming van handel, nijverheid of dienstverlening (te weten de Postbank NV) en die betrekking hebben op deze onderneming, telkens bekend heeft gemaakt of uit winstbejag heeft gebruikt, terwijl deze gegevens ten tijde van die bekendmaking of het gebruik (telkens) niet algemeen bekend waren en daaruit telkens enig nadeel kon ontstaan, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader(s) (telkens) met gebruikmaking van gebruikersnaam [gebruikersnaam] (zijnde de gebruikersnaam van verdachte’s mededader) in de computer/bestanden van de Postbank NV een (groot) aantal, althans een of meer girorekening(en) van (een) postbankrekeninghouder(s) geraadpleegd (terwijl verdachte’s mededader daartoe (telkens) niet geautoriseerd was, althans deze raadpleging(en) voor verdachte’s mededader (telkens) onreglementair, althans niet werkgerelateerd was/waren) en de daarbij behorende gegevens betreffende (onder meer)

* de (bijgeborende) giropas(sen) van die girorekening(en) [zoals giropasnummer(s)] en/of

* het/de saldo/saldi van die girorekening(en) en/of

* de persoon van die postbankrekeninghouder(s) en/of

* een/de handtekening(en)(kaart)(en) van die postbankrekeninghouder(s)

- zijnde (aldus) (telkens) door computervredebreuk, in elk geval door enig misdrijf door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) verkregen gegevens - (telkens) bekend gemaakt aan [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en) en/of (telkens) uit winstbejag gebruikt;

Feit 5 (zaaksdossier 3 / criminele organisatie)

Hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 juni 2008 te Almere en/of Amsterdam en/of Purmerend, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit (onder meer) [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 3] en/of een of meer andere (onbekend gebleven) perso(o)n(en), welke organisatie het oogmerk had het (tezamen en in vereniging) plegen van misdrijven, namelijk (onder meer)

- oplichting (van de Postbank NV en/of postbankrekeninghouders) en/of

- (gekwalificeerde) diefstal en/of

- schending van bedrijfsgeheim en/of

- valsheid in geschrift en/of

- witwassen;

Feit 6 (zaaksdossier 4 / Opiumwet)

hij op of omstreeks 3 juni 2008 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,99 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine en/of ongeveer 2,11 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, (telkens) zijnde amfetamine en/of cocaïne (telkens) (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachten het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 7 (zaaksdossier 5 / poging diefstal uit brievenbus [adres])

hij op of omstreeks 16 mei 2008 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeeigening in/uit een brievenbus (behorend bij een woning gelegen op de [adres] te Purmerend) weg te nemen een of meer poststukken afkomstige van de Postbank NV (te weten een brief waarin een of meer gegevens, zoals een (voorlopige) toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 3], geheel of ten dele toebehorende aan de Postbank NV en/of [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die brievenbus te verschaffen en/of die/dat weg te nemen poststuk(ken) onder zijn/hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel,

met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen

- zich naar het perceel / de woning [adres] te Purmerend heeft/hebben begeven en/of

- het portiek van de flat (waarin dat perceel / die woning is gevestigd) is/zijn binnengegaan en/of

- met een (langwerpig) voorwerp / stok in de brievenbus behorend bij dat perceel / die woning gedaan / gestoken en/of (daarmee) naar die poststukken gehengeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 2 , 3 , 4, 5, 6, en 7 ten laste gelegde feiten en gevorderd dat verdachte ter zake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht. Ten aanzien van het in beslag genomen voorwerp, te weten de mobiele telefoon van het merk Nokia, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze telefoon verbeurd wordt verklaard.

Met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij ING Nederland, heeft de officier van justitie gevorderd dat de vordering tot een bedrag van € 167.110,41 hoofdelijk wordt toegewezen ten aanzien van verdachte en [medeverdachte 2]. Voor het overige heeft de officier van justitie gevorderd dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk wordt verklaard.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1. Vrijspraak

Naar het oordeel van de rechtbank is niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 2 ten laste is gelegd. Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting is met betrekking tot feit 2 (zaaksdossier 5; rek. [slachtoffer 3]) niet aannemelijk geworden dat er daadwerkelijk sprake is geweest van afgifte van een goed in de periode van 3 mei 2008 tot en met 9 mei 2008. De toegangscode die op 3 mei 2008 via de Girofoon voor de girorekening van [slachtoffer 3] werd aangevraagd is nimmer door de Postbank verstrekt gelet op het feit dat de Postbank de afgifte van de toegangscode meteen na de aanvraag van de code heeft geblokkeerd. Hierdoor is de toegangscode niet uit de beschikkingsmacht van de Postbank geraakt. De rechtbank spreekt verdachte van dit feit derhalve vrij.

4.2. Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de feiten onder 1 primair, 3 primair, 4, 5, 6 en 7 heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1 primair (zaaksdossier 1 / oplichting Postbank mbt rekeninghouder [slachtoffer 1])

hij op tijdstippen in de periode van 27 april 2008 tot en met 5 juni 2008 te Amsterdam en/of te Almere, in ieder geval in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met anderen, telkens met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen telkens door het aannemen van een valse hoedanigheid en listige kunstgrepen, de Postbank NV heeft bewogen tot de afgifte van onder meer:

A) een brief, waarin gegevens, zoals een voorlopige toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 1] en

B) twee, geldbedragen van 700,- euro (in totaal 1400,- euro) hebbende verdachte en haar mededaders toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - telkens valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid (telkens) (onder meer):

[mbt A en/of B :]

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 1], zijnde de rechtmatige rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer:

[mbt A en/of B :]

in die valse hoedanigheid telefonisch per Girofoon - een aanvraag gedaan voor de Girofoon waarmee voornoemde voorlopige toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden (zie hierboven onder A) en

- voornoemde verkregen toegangscode gewijzigd in een persoonlijke girofooncode waarmee vervolgens onder meer telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en bij- en afschrijvingen en

- meermalen voornoemde informatie betreffende saldo en/of bij-

en afschrijvingen geraadpleegd en

- bij de Postbank een aanvraag gedaan voor de betaalfunctie van

de Girofoon waarmee per Girofoon betalingen verricht konden worden] en vervolgens telefonisch per Girofoon):

- de Postbank NV twee, overboekingsopdrachten gegeven, strekkende tot het ten laste van de girorekening van die [slachtoffer 1] overboeken van 700,- euro (in totaal 1400,- euro) naar een ten name van [betrokkene] gestelde girorekening voorzien van het nummer [nummer] (zie hierboven onder B),

waardoor de Postbank NV werd bewogen tot bovenomschreven afgiften;

Feit 3 primair (zaaksdossier 6 / oplichting Postbank mbt rekeninghouder [slachtoffer 4])

hij in de periode van 3 mei 2008 tot en met 27 mei 2008 te Amsterdam en te Almere, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en listige kunstgrepen de Postbank NV heeft bewogen tot de afgifte van onder meer:

A) een brief, waarin gegevens, zoals een voorlopige toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 4], hebbende verdachte en haar mededaders toen aldaar telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en in strijd met de waarheid onder meer:

[mbt A ]

zich naar de Postbank NV voorgedaan als [slachtoffer 4], zijnde de rechtmatige rekeninghouder van girorekeningnumer [nummer] bij de Postbank NV en ten aanzien van voornoemd girorekeningnummer in die valse hoedanigheid telefonisch per Girofoon - een aanvraag gedaan voor de Girofoon waarmee voornoemde voorlopige toegangscode voor de Girofoon verkregen zou worden en middels welke code een persoonlijke girofooncode ingevoerd kon worden, waarmee vervolgens onder meer telefonisch toegang verkregen kon worden tot informatie betreffende saldo en bij- en afschrijvingen waardoor de Postbank NV werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

Feit 4 (zaaksdossier 8 / schending bedrijfsgeheim)

Hij op meer tijdstippen in de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 juni 2008 te Amsterdam en te Almere, in elk geval in Nederland, telkens tezamen en in vereniging met een ander, telkens opzettelijk gegevens die door misdrijf zijn verkregen uit een geautomatiseerd werk van een onderneming van dienstverlening, te weten de Postbank NV en die betrekking hebben op deze onderneming, telkens bekend heeft gemaakt of uit winstbejag heeft gebruikt, terwijl deze gegevens ten tijde van die bekendmaking of het gebruik niet algemeen bekend waren en daaruit telkens enig nadeel kon ontstaan, immers heeft hij, verdachte, en zijn mededader telkens met gebruikmaking van gebruikersnaam [gebruikersnaam] zijnde de gebruikersnaam van verdachte’s mededader in de computer/bestanden van de Postbank NV een aantal, girorekeningen van een postbankrekeninghouders geraadpleegd, terwijl deze raadplegingen voor verdachte’s mededader telkens onreglementair en de daarbij behorende gegevens betreffende onder meer

* de bijgeborende giropassen van die girorekeningen zoals giropasnummers en/of

* de saldi van die girorekeningen en

* de persoon van die postbankrekeninghouders en

* de handtekeningenkaarten van die postbankrekeninghouders

- zijnde telkens door computervredebreuk, in elk geval door enig misdrijf door hem, en zijn mededader verkregen gegevens - telkens bekend gemaakt aan [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en telkens uit winstbejag gebruikt;

Feit 5 (zaaksdossier 3 / criminele organisatie)

hij in de periode van 1 juli 2007 tot en met 3 juni 2008 te Almere en/of Amsterdam en/of Purmerend, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit onder meer [verdachte] en [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3] en/of een of meer andere onbekend gebleven personen, welke organisatie tot oogmerk had het tezamen en in vereniging plegen van misdrijven, namelijk onder meer

- oplichting (van de Postbank NV en/of postbankrekeninghouders) en

- (gekwalificeerde) diefstal en- schending van bedrijfsgeheim en

- valsheid in geschrift;

Feit 6 (zaaksdossier 4 / opiumwet)

hij op 3 juni 2008 te Almere opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 0,99 gram, van een materiaal bevattende amfetamine en ongeveer 2,11 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde amfetamine en cocaïne middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 7 (zaaksdossier 5 / poging diefstal uit brievenbus [adres])

hij op 16 mei 2008 te Purmerend ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een brievenbus, behorend bij een woning gelegen op de [adres] te Purmerend weg te nemen een poststuk afkomstig van de Postbank NV, te weten een brief waarin gegevens, zoals een voorlopige toegangscode voor de Girofoon voor rekeninghouder [slachtoffer 3], toebehorende aan de Postbank NV en [slachtoffer 3], en zich daarbij de toegang tot die brievenbus te verschaffen en dat weg te nemen poststuk onder hun bereik te brengen door middel van een valse sleutel, met een of meer van zijn mededaders,

- zich naar het perceel [adres] te Purmerend hebben begeven en

- het portiek van de flat waarin dat perceel is gevestigd zijn binnengegaan en

- een stok in de brievenbus behorend bij dat perceel gestoken en daarmee naar dat poststuk gehengeld,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.3 Bewijsmiddelen [1] en bewijsoverwegingen

Ter terechtzitting heeft de raadsvrouw van verdachte ten aanzien van de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten bepleit dat een brief met een voorlopige pincode geen goed is in de zin van artikel 326 Wetboek van strafrecht. De raadsvrouw merkt hierbij op dat de Hoge Raad in 1997 heeft aangenomen dat computergegevens niet als een goed kunnen worden aangemerkt.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn brieven, ongeacht hun inhoud, goederen in de zin van artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Reeds daarom faalt het verweer van de raadsvrouw.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 primair, 3, 4, 5, 6 en 7 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende redengevende feiten en omstandigheden en overweegt daartoe het volgende.

Op 27 mei 2008 heeft [aangever], namens de Postbank aangifte gedaan van het feit dat vanaf mei 2007 tientallen rekeninghouders van de Postbank op grote schaal werden geconfronteerd met misbruik van diverse valselijk aangevraagde bancaire (betaal-) producten, waaronder de Girofoon.[2] Op 12 juni 2008 heeft [aangever] een aanvullende aangifte gedaan waarin hij aangeeft dat na onderzoek is gebleken dat 11 rekeninghouders van voormeld misbruik het slachtoffer zijn geworden, waaronder de benadeelde rekeninghouders [slachtoffer 1] (feit 1), wonende te Amsterdam en [slachtoffer 4] (feit 3), wonende te Purmerend. Uit onderzoek is vervolgens gebleken dat een medewerker bij het Callcenter van de Postbank te Amsterdam, persoons- en rekeninggegevens van deze benadeelden aan onbevoegden verstrekte.[3] Uit het interne onderzoek van de Postbank is gebleken dat het rekeningnummers zijn die door [medeverdachte 2] zijn geraadpleegd en waar vervolgens sprake is geweest van fraude, dan wel pogingen hiertoe. De benadeelde rekeninghouders bleken niet tot het klantenbestand van [medeverdachte 2], namelijk de afdeling beleggingen, te behoren en er was geen aanwijsbare aanleiding voor [medeverdachte 2] om de rekeninggegevens van deze klanten te raadplegen.[4] [medeverdachte 2] heeft bij de Postbank een verklaring ondertekend waarin ze onder meer wordt verplicht tot geheimhouding van al hetgeen zij omtrent het bedrijf van de Postbank en haar relaties verneemt, gedurende de tijd dat ze daar werkzaam is en de periode daarna.[5] Ondanks de geheimhoudingsplicht heeft [medeverdachte 2] de persoonlijke gegevens aan derden verstrekt (feit 4), onder andere aan haar vriend, verdachte [verdachte]. Dit blijkt onder meer uit verschillende telefoongesprekken gevoerd tussen verdachte en zijn vriendin en [medeverdachte 2] en andere medeverdachten. Deze gesprekken zijn afgeluisterd en in veel gesprekken wordt de taal versluierd. In diverse gesprekken wordt er over “handjes” gesproken.[6] De rechtbank gaat ervan uit dat met het woord “handjes”, afbeeldingen van handtekeningenkaarten worden bedoeld. Tevens wordt in meerdere gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 3] gesproken over het overzetten van informatie op een telefoon en dat dit betrekking heeft op een “hand”.[7] De rechtbank gaat hierbij er vanuit dat gesproken wordt over het overzetten van foto’s van handtekeningen van de ene telefoon naar de andere telefoon. De rechtbank merkt op dat foto’s op mobiele telefoons veelal opgeslagen worden op een micro SD kaart, soortgelijk aan de kaart die is aangetroffen bij de doorzoeking van de woning van [verdachte] en [medeverdachte 2].[8]

Voorts worden er meerdere gesprekken gevoerd waarin rekeningnummers door verdachte [verdachte] aan [medeverdachte 2] worden doorgegeven. In een telefoongesprek, gevoerd op 21 mei 2008 zijn vier rekeningnummers door verdachte aan [medeverdachte 2] doorgegeven.[9] Uit informatie van de Postbank is gebleken dat [medeverdachte 2] op dezelfde dag, ongeveer een half uur na dit gesprek, de eerste drie doorgegeven rekeningnummers heeft geraadpleegd in de computer op haar werk.[10] Daarbij komt dat bij de doorzoeking van de woning waar verdachte samen met [medeverdachte 2] verblijft, aan [adres] te Almere, een micro SD kaartje is aangetroffen en in beslag is genomen. Bij het uitlezen van het micro SD kaartje wordt een bestand aangetroffen en daarop zijn meerdere afbeeldingen te zien van een beeldscherm met daarop handtekeningenkaarten van meerdere rekeninghouders van de Postbank voorzien van persoonlijke gegevens, bestaande uit geboortedata, rekeningnummers bij de Postbank en handtekeningen.[11] Het betreft hier onder andere het [slachtoffer 4] met het girorekeningnummer [nummer] en het [slachtoffer 3] met het rekeningnummer [nummer]. Zowel verdachte als [medeverdachte 2] hebben geen verklaring gegeven voor de aangetroffen foto’s van de handtekeningenkaarten in hun woning.

Bij dezelfde doorzoeking van de woning aan de [adres], zijn meerdere plastic zakjes met daarin een beige/witte poederachtige substantie aangetroffen in een blauw handtasje.[12] Het aangetroffen materiaal is ter onderzoek aangeboden aan de dienst Forensische Opsporing en een gedeelte ervan is voor onderzoek opgestuurd naar het NFI. Uit het onderzoek door het NFI kwam naar voren dat van het opgestuurde materiaal slechts een klein deel onder de Opiumwet (lijst I) valt. Het gaat om in totaal 0,99 gram amfetamine en 2,11 gram cocaïne.[13]

Op 1 april 2008 wordt de rekening van [slachtoffer 4] door [medeverdachte 2] geraadpleegd [14] en op 1 augustus 2008 heeft [aangever] namens de Postbank een aanvullende aangifte gedaan. In de aangifte staat vermeld dat naar aanleiding van een telefonisch bij de Postbank ingediend verzoek, de Girofoon in relatie tot de girorekening op naam van de heer [slachtoffer 4] voornoemd op/omstreeks 3 mei 2008 is verstrekt.[15] Het inbellende telefoonnummer bleek later in gebruik te zijn bij verdachte.[16] In de periode tussen 11 mei 2008 en 27 mei 2008 is er in totaal 15 keer ingebeld naar de Girofoon met vier verschillende mobiele telefoonnummers, waaronder de telefoonnummers in gebruik bij verdachte en [medeverdachte 1].[17] [slachtoffer 4] bleek nimmer een aanvraag voor de Girofoon bij de Postbank te hebben ingediend. Hij verklaarde dat hij wel een brief van de Postbank had ontvangen met betrekking tot de aanvraag en toekenning van de Girofoon in relatie tot zijn girorekening.[18] In diverse telefoongesprekken hebben verdachte en [medeverdachte 1] het over de [adres].[19] In één van deze gesprekken spreken [medeverdachte 1] en verdachte over een brief die op vrijdag aan de [adres] moet worden opgehaald. De rechtbank heeft geconstateerd dat [slachtoffer 4] aan de [adres] te Purmerend woont.

In één van de hiervoor genoemde telefoongesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1] wordt niet alleen over [adres] gesproken maar ook over “Anne Frank”. In een gesprek later op de dag op 15 mei 2008 tussen verdachte en [medeverdachte 1] wordt tevens over “die ene van morgen van Frank, ooh ja 7A, he” gesproken en weer een dag later heeft verdachte het tegen [medeverdachte 1] over “Anne”.[20] [medeverdachte 1] is op 16 mei 2008 door de politie geobserveerd en gezien is dat [medeverdachte 1] op 16 mei 2008 op het station Amsterdam Duivendrecht twee, voor verbalisanten, onbekende mannen ontmoet.[21] Rond 15.03 uur lopen ze met zijn drieën het NS Station van Purmerend uit. Om 15.11 uur blijft [medeverdachte 1] bij een bushalte aan de [adres] te Purmerend staan en de twee onbekende mannen staan ondertussen te wachten bij het portiek dat toegang geeft tot de hal waar de postbussen van onder andere het perceel [adres] te Purmerend zijn bevestigd. De plastic tas die [medeverdachte 1] eerder die dag bij zich droeg was nu in het bezit van één van de onbekende mannen. Om 15.17 uur gaan de twee onbekende mannen weer naar [medeverdachte 1] in de bushalte. Omstreeks 15.28 uur belt [medeverdachte 1] in een telefooncel en om 15.29 uur gaan de twee onbekende mannen weer hetzelfde portiek binnen. Eén van de mannen stond bij de brievenbus en haalt een langwerpig voorwerp uit de plastic tas en rommelt daarmee in één van de daar bevestigde brievenbussen. Vervolgens gaat het voorwerp weer in de tas en verlaat hij samen met de andere onbekende man het portiek. Omstreeks 15.59 uur stappen [medeverdachte 1] en de twee onbekende mannen weer in de trein richting Amsterdam. Nu blijkt dat [medeverdachte 2] op 4 april 2008 de rekening met het girorekeningnummer [nummer], op naam van [slachtoffer 3], heeft geraadpleegd [22] en dat op 3 mei 2008 en in een tweede poging op 12 mei 2008, de Girofoon telefonisch bij de Postbank, in relatie tot de girorekening op naam van [slachtoffer 3] is aangevraagd.[23] Rekeninghouder [slachtoffer 3] blijkt nimmer een aanvraag voor de Girofoon bij de Postbank te hebben ingediend. De Postbank heeft hiervan aangifte gedaan. De rechtbank merkt hier nogmaals bij op dat in het huis waar verdachte en [medeverdachte 2] verblijven, tevens een micro SD kaartje bij een doorzoeking is aangetroffen. Dit kaartje was onder andere voorzien van de persoonlijke gegevens van [slachtoffer 3], waaronder zijn rekeningnummer bij de Postbank.

Op 28 april 2008 is de rekening met het girorekeningnummer [nummer], op naam van [slachtoffer 1], door [medeverdachte 2] geraadpleegd en is er nadien 20 keer ingebeld met hoofdzakelijk twee telefoonnummers die in gebruik waren bij [medeverdachte 1] en één telefoonnummer dat in gebruik was bij verdachte.[24] Op 22 en 23 mei 2008 hebben vervolgens twee overboekingen plaatsgevonden, ieder voor een bedrag van 700 euro, wederom met het telefoonnummer in gebruik bij [medeverdachte 1].[25] Op 30 juni 2008 heeft [slachtoffer 1] aangifte gedaan van mogelijke fraude m.b.t. zijn girorekening. Er hebben een aantal transacties op zijn girorekening plaatsgevonden waar hij geen toestemming voor heeft gegeven. Het betreft hier onder andere twee overboekingen per girofoon van 700 euro naar de rekening van een hem onbekende [betrokkene]. Hij weet zeker dat hij in de maanden april, mei en juni 2008 geen girofooncode heeft aangevraagd.[26] In de gevoerde gesprekken tussen verdachte en [medeverdachte 1], gevoerd op 23 mei 2008, de dag van de tweede overboeking, zegt [medeverdachte 1] tegen verdachte, dat hij ‘blue’ heeft gebeld en dat hij 14 heeft gepakt. De rechtbank gaat ervan uit dat hier sprake is van versluierd taalgebruik en dat met ‘blue’ de Postbank [27] wordt bedoeld en met ‘14’ de twee overboekingen van ieder 700 euro wordt bedoeld. Bij een doorzoeking in de woning van [medeverdachte 1] aan de [adres] te Almere worden diverse formulieren aangetroffen, welke betrekking hebben op de fraude, gepleegd met de rekening van [slachtoffer 1]. Hieronder bevinden zich twee afbeeldingen van een computerscherm met daarop de handtekeningenkaart van [slachtoffer 1].[28] Opmerkelijk is dat onder de afbeelding van de handtekeningenkaart diverse keren is geprobeerd de handtekening van [slachtoffer 1] na te bootsen. Voornoemde afbeeldingen zijn vergelijkbaar met de handtekeningenkaarten die op de SD-kaart bij de doorzoeking in de woning van verdachte en [medeverdachte 2], zijn aangetroffen.

Naast contacten met [medeverdachte 1] had verdachte ook contacten met [medeverdachte 3].

Ook bij [medeverdachte 3] zijn op diens computer stukken aangetroffen die te maken hebben met fraude, gepleegd met gironummers die door verdachte zijn geraadpleegd en doorgegeven aan [verdachte].

Bij een doorzoeking op 10 juni 2008 in de woning van [medeverdachte 3] aan de [adres] te Purmerend werden in de woning drie computers aangetroffen en in beslag genomen. De computers werden onderzocht en er werden persoonlijke bankgegevens (o.a. giropasnummer en naam en adres) met betrekking tot [slachtoffer 5] op de computers aangetroffen.[29] [medeverdachte 2] heeft de girorekening op naam van [slachtoffer 5] op 20 maart 2008 geraadpleegd.[30] Later blijkt dat in relatie tot dit rekeningnummer valse aanvragen voor bancaire(betaal-) produkten zijn aangevraagd. Bovendien is bij de aanhouding van [medeverdachte 3] een briefje gevonden waarop onder meer de naam [slachtoffer 5] en diens burgerservicenummer voorkwam.[31] De rechtbank gaat ervan uit dat met betrekking tot de rekening van [slachtoffer 5] op een zelfde wijze is gehandeld als met door [medeverdachte 2] geraadpleegde rekeningnummers, namelijk dat deze door haar doorgegeven zijn aan verdachte. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte in contact stond met [medeverdachte 3] en dat hij bankgegevens doorgaf aan [medeverdachte 3]. De rechtbank gaat ervan uit dat ook m.b.t. de rekening van [slachtoffer 5] dezelfde modus operandi is gevolgd.

De rol die verdachte heeft gespeeld in de fraude is een cruciale.

Verdachte gaf zijn vriendin en [medeverdachte 2] de opdracht om verkregen informatie van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 3], te controleren in het systeem van de Postbank en op haar beurt weer terug te koppelen aan verdachte. Het betrof hier persoonlijke gegevens van cliënten van de Postbank. Verdachte speelde de van [medeverdachte 2] verkregen informatie, weer door aan de andere medeverdachten. De medeverdachten verrichtten vervolgens frauduleuze handelingen met de girofoon of verdachte verrichtte zelf deze handelingen. Gelet op het voorgaande kan er geen andere conclusie getrokken worden dan dat verdachte heeft deelgenomen aan een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Er is sprake geweest van een gestructureerde organisatie met een duurzame samenwerking van twee of meer personen die tot het oogmerk had het plegen van misdrijven zoals oplichting, diefstal, schending van bedrijfsgeheim en valsheid in geschrift. Verdachte heeft deelnemingshandelingen met betrekking tot de organisatie verricht. Er is duidelijk sprake geweest van een vaste werkwijze en de fraude is iedere keer gepleegd door dezelfde personen dan wel door een deel van dezelfde groep personen. Bovendien is uit het afluisteren van de taps gebleken dat er regelmatig in codetaal is gecommuniceerd.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1 primair:

- Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 3 :

- Medeplegen van oplichting;

Ten aanzien van feit 4 :

- Medeplegen van het gebruik maken van gegevens die door misdrijf zijn verkregen uit een geautomatiseerd werk van een onderneming van dienstverlening, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 5:

- Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

Ten aanzien van feit 6:

- Handelen in strijd met een in artikel 2, onder A, van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van feit 7:

- Poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van sancties en van overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met anderen meerdere keren de Postbank opgelicht en zich in dat kader schuldig gemaakt aan schending van bedrijfsgeheim en een poging tot diefstal. Hierbij is op geraffineerde wijze misbruik gemaakt van de gegevens van niets vermoedende rekeninghouders. Daarnaast heeft verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisatie, die zich met name richtte op bancaire fraude. Zo werden valselijk bancaire produkten aangevraagd, die ertoe moesten leiden dat geld van onwetende rekeninghouders kon worden overgemaakt of opgenomen. Een dergelijk handelen schaadt het vertrouwen van de consument in het betalingsverkeer en in banken in het algemeen en in het bijzonder de Postbank.

Dit soort praktijken vormen een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich enkel laten leiden door hun eigen financieel gewin en zich niets gelegen laten liggen aan de grote financiële en emotionele gevolgen voor de gedupeerden.

De rechtbank heeft bij de straftoemeting rekening gehouden met de proceshouding van verdachte. Verdachte heeft er voor gekozen om geen enkele openheid van zaken te geven en niet op de zitting te verschijnen. Een dergelijke proceshouding geeft er geen blijk van dat verdachte de laakbaarheid van zijn gedragingen inziet.

Voorts houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte reeds eerder is veroordeeld.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

Vordering benadeelde partij

De benadeelde partij ING Nederland heeft een vordering tot schadevergoeding van € 237.902,38 ingediend tegen verdachte wegens materiële schade die zij als gevolg van de tenlastegelegde feiten zou hebben geleden.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.400,00 eenvoudig is vast te stellen en rechtstreeks voortvloeit uit het onder feit 1 bewezenverklaarde feit. Dit bedrag bestaat uit € 1.400,00, het schadebedrag dat de ING Nederland aan [slachtoffer 1] heeft uitgekeerd, naar aanleiding van de geleden schade. In zoverre zal de vordering dan ook worden toegewezen.

Tevens acht de rechtbank termen aanwezig om een schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen tot het bedrag waartoe de vordering van de benadeelde partij is toegewezen, ten weten € 1.400,00.

De rechtbank is van oordeel dat de overige schade zonder nadere gespecificeerde toelichting niet eenvoudig is vast te stellen, zodat de benadeelde partij voor deze overige schade in de vordering niet zal kunnen worden ontvangen. De rechtbank is daarbij van oordeel dat de verwijzing naar het door de Postbank overgelegde overzicht zoals dit op pagina 81 van het dossier is opgenomen onvoldoende is aangezien dit overzicht ook rekeningen bevat die geen deel uitmaken van de tenlastelegging.

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten de mobiele telefoon van het merk Nokia, dient te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de bewezenverklaarde feiten met behulp van dit voorwerp dat aan verdachte toebehoort, zijn begaan of voorbereid.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: artikelen 33, 33a, 36f, 45, 47, 57, 140, 273, 310, 311, 326;

Opiumwet: artikelen 2 en 10.

9. Beslissing

De rechtbank:

Spreekt verdachte vrij van het hem onder 2 tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 primair, 3, 4, 5, 6, en 7 tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 4.2 vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders onder 1 primair, 3, 4, 5, 6, en 7 is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 5. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Benadeelde partij

Wijst toe de vordering tot vergoeding van de door de benadeelde partij ING Nederland t.a.v. [aangever] geleden schade tot een bedrag van € 1.400,00 en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag aan ING Nederland rekeningnummer [nummer], tegen behoorlijk bewijs van kwijting.

Bepaalt dat, indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.

Veroordeelt verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden vastgesteld op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging alsnog te maken.

Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering.

Legt verdachte als schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van het slachtoffer ING Nederland de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 1.400,00, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door 24 (vier en twintig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij, voornoemd, in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de staat en dat betalingen aan de staat in mindering strekken op de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij.

Beslagbeslissing als vermeld in vonnis.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. M.J.A. Plaisier, voorzitter,

mr. M.Th. Goossens en mr. J.M. van Santen, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. C.H.E. Laffrée,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 9 april 2009.

Voetnoten:

1 De door de rechtbank in de voetnoten als proces-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij de wet gestelde eisen. Schriftelijke stukken worden slechts gebezigd in samenhang met andere bewijsmiddelen.

2 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van ING Nederland d.d. 27 mei 2008 (zaaksdossier 1, pagina 2016 e.v.).

3 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van ING Nederland d.d. 12 juni 2008 (zaaksdossier 1, pagina 2019 e.v.).

4 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van ING Nederland d.d. 19 juni 2008 (zaaksdossier 8, pagina 3100 e.v.).

5 Een schriftelijk stuk, te weten een verklaring inzake geheimhouding van [medeverdachte 2], d.d. 24 juli 2007 (zaaksdossier 8, pagina 3107).

6 Tapgesprek 740279-08 TAP 5210 270371868 d.d. 15 april 2008 om 10.40 uur en tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270372188 d.d. 15 april 2008 om 13.10 uur en tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270379587 d.d. 21 april 2008 om 21.51 uur (Methodiekendossier BOB-04A, bijlage 1)

7 Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270379587 d.d. 21 april 2008 om 21. 51 uur en Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270381928 d.d. 23 april 2008 om 16.15 uur en Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270387210 d.d. 27 april 2008 om 19.29 uur (Methodiekendossier BOB-04A, bijlage 1).

8 Proces-verbaal van bevindingen SD kaartje [adres] te Almere, d.d. 16 juni 2008 (zaaksdossier 8, pagina 3128 e.v.).

9 Tapgesprek 740279-08 TAP 5210 270886583 d.d. 21 mei 2008 om 12.40 uur (zaaksdossier 3, bijlage 1, pagina 2352).

10 Proces-verbaal van bevindingen betreffende deelneming criminele organisatie d.d. 26 augustus 2008 (zaaksdossier 3, pagina’s 2305 en 2306).

11 Proces-verbaal van bevindingen SD kaartje [adres] te Almere, d.d. 16 juni 2008 (zaaksdossier 8, pagina 3128 e.v.).

12 Proces-verbaal van bevindingen aantreffen verdovende middelen tijdens doorzoeking perceel [adres] te Almere, d.d. 11 juni 2008 (zaaksdossier 4, pagina 2576 e.v.).

13 Een schriftelijk stuk, te weten het rapport van het Nederlands Forensisch Instituut te Den Haag opgemaakt door dr. J.D.J. van den Berg, d.d. 19 augustus 2008.

14 Een schriftelijk stuk, te weten een overzicht van gebeurtenissen m.b.t. de rekening van [slachtoffer 4] (zaaksdossier 6, bijlage 1, pagina 2883)

15 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van de ING Nederland d.d. 1 augustus 2008 (zaaksdossier 6, pagina 2881 e.v.).

16 Tapgesprek 740279-08 TAP 5210 270682669 d.d. 3 mei 2008 om 19.04 uur (zaaksdossier 6, bijlage 7, pagina 2918 e.v.).

17 Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270872578 d.d. 12 mei 2008 om 21.44 uur en tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270889315 d.d. 22 mei 2008 om 16.37 (Zaaksdossier 6, bijlage 7, pagina 2918 e.v.).

18 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van de ING Nederland d.d. 1 augustus 2008 (zaaksdossier 6, pagina 2881 e.v.).

19 Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270867507 d.d. 9 mei 2008 om 15.43 uur en tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270874309 d.d. 14 mei 2008 om 12.27 uur en Tapgesprek 740279-08 TAP 5210 270876856 d.d. 15 mei 2008 om 20.26 uur (zaaksdossier 6, bijlage 7, pagina 2921 e.v.).

20 Tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270876380 d.d. 15 mei 2008 om 21.57 uur en tapgesprek 740279-08 TAP 1815 270877714 d.d. 16 mei 2008 om 18.50 uur (zaaksdossier 5, pagina 2829 e.v.).

21 Proces-verbaal van observatie van [medeverdachte 1] d.d. 21 mei 2008 ( zaaksdossier 5, pagina 2841 e.v.).

22 Een schriftelijk stuk, te weten een overzicht van gebeurtenissen m.b.t. de rekening van [slachtoffer 3] (zaaksdossier 5, pagina 2805).

23 Een schriftelijk stuk, te weten een brief van de ING Nederland d.d. 1 augustus 2008 (zaaksdossier 5, pagina 2815 e.v.).

24 Een schriftelijk stuk, te weten telefooncontacten uit de tap, van [verdachte] of [medeverdachte 1], naar girorekening [nummer] (zaaksdossier 1, bijlage 5, pagina 2086).

25 Een schriftelijk stuk, te weten een overzicht met gebeurtenissen m.b.t. de rekening van [slachtoffer 1] (zaaksdossier 1, pagina 2022).

26 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] d.d. 30 juni 2008 (zaaksdossier 1, bijlage 4, pagina 2063 e.v.).

27 Het is een feit van algemene bekendheid dat de kleur blauw – in het Engels ‘blue – hoort bij de Postbank; de rechtbank wijst op de oude reclameslogan ‘Postbank blauw past bij jou’.

28 Een schriftelijk stuk, te weten een afdruk van een handtekeningenkaart (zaaksdossier 1, bijlage 17, pagina 2203).

29 Proces-verbaal van bevindingen computers d.d. 30 juni 2008 (zaaksdossier 9, pagina 3319 e.v.).

30 Een schriftelijk stuk, te weten een overzicht met gebeurtenissen m.b.t. de rekening van [slachtoffer 5] (zaaksdossier 9, pagina 3187).

31 Proces-verbaal van bevindingen m.b.t. briefjes van [medeverdachte 3] d.d. 9 maart 2009 (persoonsdossier 4, opgenomen achter pagina 790).