Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7745

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
04-03-2009
Datum publicatie
12-06-2009
Zaaknummer
148338 - HA ZA 08-957
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Erfgenamen vorderen verdeling met vergoeding van de overwaarde van de voormalige echtelijke woning van erflaatster (overleden in 2002) en gedaagde, die in 1989 zijn gescheiden.

De rechtbank oordeelt onder meer op basis van correspondentie van echtscheidingsadvocaat dat erflaatster en gedaagde in 1989 wilsovereenstemming hebben bereikt over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waaronder de toescheiding van de woning aan gedaagde zonder verrekening van de eventuele overwaarde. Dat geen echtscheidingsconvenant is opgemaakt is niet beslissend. De erfgenamen worden in reconventie veroordeeld medewerking te verlenen aan de levering van de woning aan gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK HAARLEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 148338 / HA ZA 08-957

Vonnis van 4 maart 2009

in de zaak van

[eiseres],

wonende te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A. de Visser,

tegen

[gedaagde],

wonende te Vlaardingen,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. H.A. Limonard.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 september 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 21 januari 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is de dochter van [de moeder], overleden op 18 augustus 2002. Samen met [erfgenaam], [erfgenaam] en [erfgenaam] is zij erfgename van [de moeder], hierna te noemen “de moeder”.

2.2. De moeder is vanaf 27 oktober 1982 tot 10 oktober 1989 in gemeenschap van goederen gehuwd geweest met [gedaagde]. Op 12 november 1982 is [gedaagde] eigenaar geworden van het appartementsrecht van de woning [a-straat 1] te [p], hierna te noemen de woning. De koopprijs bedroeg fl. 64.000,- en is destijds gefinancierd met een bij de vader van [gedaagde] gesloten lening van fl. 30.000,- en een hypothecaire lening voor het restant, waarvoor [gedaagde] en de moeder zich hoofdelijk hebben verbonden. [gedaagde] bewoont de woning nog steeds.

2.3. Bij brief van 3 mei 1989 heeft de advocaat van de moeder in de echtscheidingsprocedure, mr. Chr. W.L. Veen, aan de advocaat van [gedaagde], mr. H.M.M. van de Pas, onder meer het volgende bericht:

(..)

Cliënte deelde mij mee dat zij met uw cliënt heeft afgesproken dat hij de in het huwelijk van partijen bestaande en gemaakte schulden voor zijn rekening zal nemen.

Gaarne verzoek ik u mij zulks uitdrukkelijk te willen bevestigen.

Tenslotte deelde cliënte mij mee, dat de voormalige echtelijke woning aan de [a-straat 1] te [p], waarin uw cliënt thans nog woont, een eigen woning is, die met alle daaraan verbonden lusten en lasten is toegescheiden aan uw cliënt.

Gaarne verneem ik van u of de eigendoms-akte van de woning tevens op naam van cliënte is gesteld. In het bevestigende geval dienen wij, na inschrijving van het echtscheidingsvonnis, nog te bevorderen dat er een notariële akte van scheiding en toedeling zal worden opgesteld.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eiseres] vordert samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de verdeling zal vaststellen van de voornoemde onroerende zaak, waarbij deze onroerende zaak aan [gedaagde] zal worden toegescheiden onder ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de deelgenoten en tegen betaling van de helft van de overwaarde en zal bepalen dat [gedaagde] dient mee te werken aan de levering door de deelgenoten van de onroerende zaak aan hem onder voornoemde condities -waarbij de waarde wordt vastgesteld door een door de rechtbank te benoemen deskundige- en zal bepalen dat indien [gedaagde] aan het voorgaande geen medewerking verleent de uitspraak van de rechtbank hiervoor in de plaats komt, kosten rechtens.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.3. [gedaagde] vordert samengevat - veroordeling van [eiseres] om mee te werken aan de akte van verdeling, waarbij verder niets wordt gevorderd.

3.4. [eiseres] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Voor zover [gedaagde] zich –onder 4. van de conclusie van antwoord in conventie- op het standpunt stelt dat [eiseres] door haar houding haar recht heeft verwerkt om verdeling met verrekening van de overwaarde te vorderen, verwerpt de rechtbank dat standpunt. [eiseres] heeft tijdens de comparitie aangegeven dat zij zeer verrast was toen zij in 2007 door [gedaagde] werd benaderd met het verzoek medewerking te verlenen aan een notariële akte en dat zij hem heeft gezegd daarover juridisch advies te willen inwinnen. Ook in haar door [gedaagde] overgelegde brief van 10 juli 2007 staat vermeld: Zoals ik al eerder gezegd heb wil ik eerst wat van de notaris/advocaat op papier zien voor ik ergens mijn handtekening onder zet. Hieruit blijkt niet dat [eiseres] [gedaagde] onvoorwaardelijk heeft toegezegd haar volledige medewerking te verlenen aan het passeren van de akte.

4.2. [gedaagde] en de moeder zijn in gemeenschap van goederen getrouwd geweest, zodat de woning tot de huwelijksgemeenschap heeft behoord. Kernvraag in dit geschil is of de moeder en [gedaagde] ten tijde van hun echtscheiding in 1989 tot een verdeling zijn gekomen, waarbij de woning aan [gedaagde] is toegescheiden.

4.3. Volgens [gedaagde] hebben hij en de moeder via hun advocaten over de verdeling gecorrespondeerd en is volledige overeenstemming bereikt over de toedeling van de woning aan [gedaagde]. Hij beroept zich op de hiervoor onder 2.3 geciteerde brief. [gedaagde] heeft, afgaande op de informatie van zijn advocaat, gemeend dat er na de bereikte overeenstemming niets meer behoefde te gebeuren.

4.4. [eiseres] stelt zich op het standpunt dat destijds de boedelscheiding niet is afgewikkeld. Er is nooit een notariële akte van scheiding en deling opgemaakt.

[eiseres] plaatst verder vraagtekens bij het definitieve karakter van de verdeling in de meergenoemde brief: haar moeder was soms depressief en het is mogelijk dat zij later op de verdeling in de brief is teruggekomen. Volgens [eiseres] is een verdeling, waar een registergoed bij betrokken is, pas definitief te noemen als er een echtscheidingsconvenant is getekend, en dat is hier niet gebeurd.

4.5. De rechtbank overweegt als volgt. Voor de verdeling van een huwelijksgemeenschap is vereist een overeenstemmende wil van partijen. Volgens het voor 1992 geldende recht heeft deze verdeling een vaststellend karakter, die bij notariële akte in het kadaster pleegde te worden geregistreerd. In het thans geldende recht wordt krachtens artikel 3:186 BW de leveringseis gesteld.

Voor de beoordeling van de thans voorliggende vraag is echter slechts bepalend of de deelgenoten destijds wilsovereenstemming hebben bereikt over de verdeling van de huwelijksgemeenschap, meer in het bijzonder met betrekking tot de woning.

Een bepaalde vorm hiervoor is niet vereist. Dat geen notariële akte van scheiding en deling is opgemaakt en in het kadaster geregistreerd is dan ook niet beslissend. Ook bij het ontbreken van een door partijen getekend echtscheidingsconvenant kan van de wilsovereenstemming tot de verdeling uit andere bewijsmiddelen blijken.

4.6. [gedaagde] beroept zich ten bewijze van de bereikte overeenstemming op de brief van de advocaat van de moeder. De rechtbank is van oordeel dat deze brief in ieder geval van de kant van de moeder een compleet verdelingsvoorstel bevat, dat ook als definitief is bedoeld, gezien het feit dat alleen nog om bevestiging van de wederpartij wordt verzocht. De passage die over de voormalige echtelijke woning gaat is nog stelliger geformuleerd: “cliënte deelde mij mee dat (..) de woning (..) met alle daaraan verbonden lusten en lasten is toegescheiden aan uw cliënte”. Dat [gedaagde] eveneens wilde dat de woning aan hem werd toebedeeld is niet bestreden.

[eiseres] stelt tegenover de brief van haar moeders advocaat slechts, dat haar moeder nog wel eens van mening veranderde. Zij heeft hiermee naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende gesteld tegenover hetgeen [gedaagde], onderbouwd door de meergenoemde brief van de advocaat van de moeder heeft aangevoerd. De rechtbank hecht tevens waarde aan de omstandigheid dat, zoals [gedaagde] onweersproken heeft aangevoerd, de moeder na 1989 tot aan haar overlijden nimmer heeft aangegeven aanspraak te maken op haar deel van de woning, hetgeen voor de hand had gelegen als zij van mening zou zijn veranderd.

De rechtbank gaat er gelet op het voorgaande van uit, dat [gedaagde] en de moeder in 1989 volledige overeenstemming hebben bereikt over de toescheiding van de woning aan [gedaagde] onder de in de brief vermelde condities, dus zonder verrekening van de eventuele overwaarde.

4.7. Het voorgaande heeft tot gevolg dat de erfgenamen van de moeder, in dit geding vertegenwoordigd door [eiseres], hun medewerking moeten verlenen aan de notariële akte, waarbij de woning aan [gedaagde] wordt geleverd tegen ontslag uit hun hoofdelijke aansprakelijkheid uit hoofde van de hypotheeklening, zonder recht te hebben op uitkering van de helft van de eventuele overwaarde.

4.8. De vordering van [eiseres] in conventie zal worden afgewezen. De vordering van [gedaagde] in reconventie zal worden toegewezen.

4.9. De rechtbank ziet in het karakter van het geding aanleiding de proceskosten tussen hen te compenseren in die zin, dat ieder van partijen de eigen kosten draagt.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie.

5.1. Wijst de vordering af

In reconventie

5.2. Veroordeelt [eiseres] namens de erfgenamen van [de moeder] haar medewerking te verlenen aan het passeren van een notariële akte waarbij de woning –zonder enige verrekening- wordt geleverd aan [gedaagde] en waarbij de erfgenamen gelijktijdig worden ontslagen uit hun hoofdelijke aansprakelijkheid.

5.3. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

In conventie en in reconventie

5.4. Bepaalt dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.5. Wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.C. Hofman en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2009.?