Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBHAA:2009:BI7347

Instantie
Rechtbank Haarlem
Datum uitspraak
30-03-2009
Datum publicatie
10-06-2009
Zaaknummer
15/802087-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensensmokkel; opzet; liefdesrelatie met gesmokkelde;

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel door een persoon die gebruik maakte van een vervalst paspoort behulpzaam te zijn bij de doorreis door Nederland. Hiertoe heeft zij onder andere haar creditcard ter beschikking gesteld, voornoemd persoon begeleid op de luchthaven Schiphol en is zij samen met hem ingecheckt. Voorts heeft zij haar paspoort en het vervalste paspoort van haar medereiziger ter controle aangeboden bij de douane. Het verweer dat verdachte dacht dat zij op vakantie ging met haar geliefde en dus niet opzettelijk handelde, wordt verworpen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden. Wetboek van Strafrecht: artikelen 33, 33a, 47, 57, 197a, 231.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM

Sector Strafrecht

Locatie Schiphol

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15/802087-08

Uitspraakdatum: 30 maart 2009

Tegenspraak, op de voet van art. 279 Sv

Strafvonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 16 maart 2009 in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1984 te [geboorteplaats] (Verenigde Staten),

wonende te [adres].

1. Tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

Feit 1

zij in of omstreeks de periode van 1 november 2008 tot en met 03 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en/of de Verenigde Staten, een ander, te weten (zich noemende) [gesmokkelde], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van toegang tot of doorreis door Nederland, een andere lidstaat van de Europese Unie, IJsland, Noorwegen, in elk geval een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of haar daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, immers heeft zij, verdachte,

- aan voornoemd(e) perso(o)n haar creditcard(gegevens) ter beschikking gesteld en/of

- aan/voor voornoemd(e) perso(o)n(en) (een) vliegticket(s) geboekt en/of verstrekt en/of gegeven en/of gekocht en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) ontmoet op de luchthaven Schiphol en/of

- (vervolgens) voor voornoemd(e) perso(o)n(en) de overnachting in het Ibishotel te Badhoevedorp betaald en/of

- (vervolgens) met voornoemd(e) perso(o)n(en) naar de luchthaven Schiphol gegaan en/of

- (vervolgens) met voornoemd(e) perso(o)nen gezamelijk ingecheckt en/of

- (vervolgens) voor voornoem(de) perso(o)nen de bagage ingecheckt en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid op de luchthaven Schiphol en/of

- (daarbij) voornoemd(e) perso(o)n(en) (telefonisch) aanwijzingen en/of instructies gegeven en/of

- (vervolgens) voornoemd(e) perso(o)n(en) begeleid naar de (paspoort)controle (ter uitreis) en/of

- (vervolgens) voor voornoemd(e) perso(o)n(en) een (ver)vals(t) paspoort(en) (ter uitreiscontrole) overhandigd en/of aangeboden aan (een) ambtena(a)r(en) belast met de grensbewaking/controle, terwijl verdachte wist of ernstige redenen had te vermoeden dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

Feit 2

zij op of omstreeks 03 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in het bezit was van een reisdocument, te weten een (nationaal) paspoort (van Tsjechie) (voorzien van het nummer [nummer], op naam van [gefingeerde naam gesmokkelde]), waarvan zij en/of haar mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat het reisdocument vals of vervalst was.

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten en gevorderd dat verdachte terzake zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 8 maanden. Voorts heeft zij gevorderd dat de inbeslaggenomen voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard, met uitzondering van het geld, dat teruggegeven dient te worden aan verdachte.

4. Oordeel van de rechtbank

4.1. Bewijs

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, in dier voege dat:

Feit 1

zij in of omstreeks de periode van 23 november 2008 tot en met 3 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland en de Verenigde Staten, een ander, te weten (zich noemende) [gesmokkelde], behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van doorreis door Nederland, immers heeft zij, verdachte,

- aan voornoemd persoon haar creditcard(gegevens) ter beschikking gesteld en

- voor voornoemd persoon een vliegticket geboekt en gekocht en

- vervolgens voornoemd persoon ontmoet op de luchthaven Schiphol en

- vervolgens voor voornoemd persoon de overnachting in het Ibishotel te Badhoevedorp betaald en

- vervolgens met voornoemd persoon naar de luchthaven Schiphol gegaan en

- vervolgens met voornoemd persoon gezamenlijk ingecheckt en

- vervolgens voor voornoemd persoon de bagage ingecheckt en

- vervolgens voornoemd persoon begeleid op de luchthaven Schiphol en

- vervolgens voornoemd persoon begeleid naar de paspoortcontrole ter uitreis en

- vervolgens voor voornoemd persoon een vervalst paspoort ter uitreiscontrole aangeboden aan ambtenaren belast met de grensbewaking/controle,

terwijl verdachte wist dat die toegang of die doorreis wederrechtelijk was;

Feit 2

zij op of omstreeks 03 december 2008 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, tezamen en in vereniging met een ander, in het bezit was van een reisdocument, te weten een nationaal paspoort van Tsjechië, voorzien van het nummer [nummer], op naam van [gefingeerde naam gesmokkelde], waarvan zij en haar mededader wisten dat het reisdocument vervalst was.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in haar verdediging.

Hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.2 Bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de tenlastegelegde feiten op grond van de navolgende bewijsmiddelen. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.

Ten aanzien van feit 1 en 2:

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 0.4), inhoudende – zakelijk weergegeven – het navolgende:

Op 3 december 2008 waren verbalisanten belast met toezicht op het naleven en uitvoeren van de wettelijke voorschriften met betrekking tot de grensbewaking en vreemdelingen op de luchthaven Schiphol. Eerste verbalisant zag dat een vrouw twee paspoorten aanbood ter uitreiscontrole. Zij bood een Amerikaans paspoort op naam van [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1984 aan en een Tsjechisch paspoort op naam van [gefingeerde naam gesmokkelde], geboren [geboortedatum] 1980. Op een later tijdstip zag tweede verbalisant dat dezelfde vrouw dezelfde paspoorten en twee instapkaarten met bestemming Aruba aanbood. Tweede verbalisant had twijfel over de echtheid van het Tsjechische paspoort en heeft het aangeboden aan het Bureau Falsificaten Schiphol.

- het in de wettelijke vorm door een verbalisant van het Expertisecentrum Identiteitsfraude en Documenten van de KMAR Schiphol opgemaakte proces-verbaal van bevindingen (dossierparagraaf 0.5), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Verbalisant heeft op 4 december 2008 een Tsjechisch nationaal paspoort met nummer [nummer] op naam van [gefingeerde naam gesmokkelde] onderzocht. Het thans in dit paspoort aangebrachte schutblad, tevens personaliabladzijde, is vals en is aangebracht na verwijdering van het originele schutblad. Het paspoort is vervalst.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van onderzoek inbeslagname (dossierparagraaf 2.1), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Op 3 december 2008 zijn onder [verdachte] goederen in beslag genomen.

Uit onderzoek aan de inbeslaggenomen goederen is gebleken dat er een retourvlucht van New York naar Amsterdam is geboekt op naam van [verdachte], en dat deze reis is betaald met de creditcard van verdachte, waarvan het nummer eindigt met de cijfers [cijfers].

Tevens is uit dit onderzoek gebleken dat op de claimtag op naam van [verdachte] twee koffers staan.

- het in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal d.d. 4 maart 2009, inhoudende – zakelijk weergegeven – het navolgende:

De tickets van New York naar Amsterdam op 1 december 2008 en terug op 12 december 2008 zijn als e-mail uitgeprint. Op deze print staat het e-mailadres [emailadres]. Dit e-mailadres is tevens aangetroffen in de uitgelezen HTC mobiele telefoon onder de naam [voornaam verdachte]. Deze telefoon is onder verdachte inbeslaggenomen, waarbij ze aangaf dat de telefoon van [gesmokkelde] was.

Tevens is uit onderzoek gebleken dat er met de creditcard op naam van verdachte tickets zijn geboekt naar Aruba op 3 december 2008, op de namen [verdachte] en [gefingeerde naam gesmokkelde]. Op dit ticket staat een telefoonnummer dat in voornoemde telefoon is opgeslagen onder contactpersoon [voornaam verdachte].

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal (dossierparagraaf 0.3, pagina 7), inhoudende – zakelijk weergegeven – het navolgende:

Er is een onderzoek ingesteld bij het Hotel Ibis te Badhoevedorp. Uit dit onderzoek bleek dat [verdachte] in de nacht van 2 op 3 december 2008 gebruik heeft gemaakt van een hotelkamer, geldig voor één volwassene. Door haar werd de rekening betaald met een creditcard, voorzien van een nummer dat eindigt op de cijfers [cijfers]. Ook heeft verdachte een hotelreservering gemaakt op 1 tot en met 3 december 2009 voor een hotelkamer voor twee volwassenen. Op 1 december 2008 heeft onder deze reservering een persoon ingecheckt onder de naam [naam]. De rekening werd met cashgeld betaald.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 5 december 2008, waarin zij onder meer – zakelijk weergegeven – heeft verklaard:

Verdachte verklaart dat ze op 3 december 2008 samen met haar vriend [werkelijke naam gesmokkelde] op Schiphol was om samen naar Aruba te reizen. Het klopt dat verdachte zijn paspoort aan de grensbewaking heeft aangeboden. Zij had de tickets en de paspoorten onder zich. Zijn paspoort was groen en was van Tsjechië. Haar Amerikaanse paspoort is blauw. Zij weet dat hij Amerikaans burger is. Het klopt dat haar vriend niet [gefingeerde naam gesmokkelde] heet, maar [werkelijke naam gesmokkelde]. Hij leefde echter al zo lang in Europa dat hij van zijn Italiaanse naam afwilde en zich daarom [gefingeerde naam gesmokkelde] noemde.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 4 december 2008 (dossierparagraaf 1.1.4), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Verdachte verklaart dat ze [gesmokkelde] vijf jaar geleden voor het eerst heeft ontmoet in Rusland. Ze weet niet of hij daar toen woonde. Ze denkt dat hij in zaken zit, maar weet niet wat hij doet. Ze weet niet uit hoeveel personen zijn gezin bestaat. Ze praten wel met elkaar, maar ze hebben het niet over persoonlijke dingen. Ze denkt dat hij een Russische achtergrond heeft, omdat hij Russisch spreekt. Zij denkt dat hij katholiek is, omdat hij een kruisje om zijn nek draagt. Ze dacht dat verdachte nu in Amsterdam woonde, omdat ze daar naartoe moest komen.

Hij zei tegen haar dat ze hem in Nederland moest ontmoeten en dat ze dan samen naar Aruba zouden gaan. Zij heeft de reis betaald. Hij kwam haar op 2 december op het vliegveld ophalen en ze hebben samen in het Ibis hotel overnacht. Daarna zijn ze samen met de taxi naar Schiphol gegaan en hebben samen ingecheckt. Zij hadden twee koffers bij zich. Zij heeft de paspoorten laten zien.

Verdachte verklaart dat zij de HTC mobiele telefoon van [gesmokkelde] in haar bezit had.

Zij vond het wel vreemd dat ze van Amerika naar Amsterdam is gekomen om vervolgens samen naar Aruba te gaan, maar [gesmokkelde] wilde dat ze hem in Amsterdam zou ontmoeten. [gesmokkelde] heeft de tickets naar Aruba geboekt, maar met haar creditcard.

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 11 februari 2009 (dossierparagraaf 1.1.4), inhoudende – zakelijk weergegeven – onder meer het navolgende:

Verdachte verklaart dat [werkelijke naam gesmokkelde] in Europa zijn paspoort hier heeft gemaakt onder de naam [gefingeerde naam gesmokkelde]. Dat heeft hij tegen haar gezegd. Ze denkt dat hij op deze manier van zijn Italiaanse naam af wilde komen.

4.3 Bewijsoverweging

De verdediging heeft aangevoerd dat verdachte een (liefdes)relatie heeft met de gesmokkelde, dat zij in dat kader met hem op reis ging en dat zij niet wist dat zijn doorreis wederrechtelijk was. De rechtbank stelt evenwel vast dat verdachte zeer basale dingen als de woonplaats en het land van afkomst van de gesmokkelde niet zegt te weten en dat zij wel zegt te weten dat hij [werkelijke naam gesmokkelde] heet en de Amerikaanse nationaliteit heeft, maar dat zij aan de grensbewaking een (groen) Tjechisch paspoort heeft overhandigd waarvan zij wist dat het op naam stond van [gefingeerde naam gesmokkelde]. Uitgaande van de stelling van de verdediging dat sprake is van een liefdesrelatie tussen verdachte en gesmokkelde en van de genoemde vaststellingen, acht de rechtbank niet aannemelijk dat verdachte daadwerkelijk zo weinig wist van de achtergrond van gesmokkelde als zij doet voorkomen en dat zij niet in de gaten heeft gehad dat het paspoort van de gesmokkelde niet in orde kon zijn. De rechtbank acht dan ook bewezen dat zij wist dat de doorreis van gesmokkelde wederrechtelijk was.

5. Strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

1. Mensensmokkel;

2. Medeplegen van bezit van een reisdocument waarvan zij wist dat het vervalst was.

6. Strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering van de sanctie en van overige beslissingen

7.1 Hoofdstraf

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van verdachte zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensensmokkel door een persoon die gebruik maakte van een vervalst paspoort behulpzaam te zijn bij de doorreis door Nederland. Hiertoe heeft zij onder andere haar creditcard ter beschikking gesteld, voornoemd persoon begeleid op de luchthaven Schiphol en is zij samen met hem ingecheckt. Voorts heeft zij haar paspoort en het vervalste paspoort van haar medereiziger ter controle aangeboden bij de douane.

Verdachte heeft hiermee het overheidsbeleid inzake bestrijding van illegale doorreis door Nederland ondermijnd en het maatschappelijk verkeer gefrustreerd en gecorrumpeerd.

Ook het bezit van vervalste reisdocumenten is een ernstig feit. Valse of vervalste identiteitsbewijzen en reisdocumenten maken een deugdelijke identiteitscontrole onmogelijk en leiden tevens tot schending van het vertrouwen dat moet kunnen worden gesteld in dergelijke van overheidswege verstrekte documenten. Bovendien kan het bezit hiervan het plegen van andere strafbare feiten vergemakkelijken

De rechtbank is van oordeel dat de twee bewezenverklaarde feiten dermate met elkaar samenhangen dat feit 2 niet dient te leiden tot het opleggen van een hogere straf dan die voor het eerste feit reeds wordt opgelegd. Daarnaast sluit de rechtbank niet uit dat de verdachte niet handelde uit winstbejag maar vanwege een affectieve relatie, die zij met de gesmokkelde had. Tevens wordt rekening gehouden met het blanco strafblad van verdachte.

Op grond van het vorenoverwogene is de rechtbank van oordeel dat een vrijheidsbenemende straf van na te noemen duur moet worden opgelegd.

7.2 Beslag

Verbeurdverklaring

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten diverse reisbescheiden en notities, dienen te worden verbeurd verklaard. Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat het onder 1. bewezenverklaarde feit met behulp van die voorwerpen, die aan verdachte toebehoren, is begaan of voorbereid.

Teruggave aan de rechthebbende

De rechtbank is van oordeel dat de onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven voorwerpen, te weten de de HTC telefoon met oplader en de SIM-kaart, dienen te worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende.

Teruggave aan verdachte

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte inbeslaggenomen en niet teruggegeven geldbedrag, kentekenbewijs en de Apple iPhone met oplader aan haar dienen te worden teruggegeven.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

Wetboek van Strafrecht: 33, 33a, 47, 57, 197a, 231.

9. Beslissing

De rechtbank:

Verklaart bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3. vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Bepaalt dat de bewezenverklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens dit feit tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 maanden.

Bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de thans opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslagbeslissingen als vermeld in vonnis.

10. Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.M. Sassenburg, voorzitter,

mr. F.W. Brouwer en mr. M.F. Ferdinandusse, rechters,

in tegenwoordigheid van de griffier mr. T. Alexander,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 maart 2009.